MIJN PROFIEL

Op welke wagens is de werkgever een CO2-bijdrage verschuldigd?

Als algemene regel geldt dat wanneer een werkgever zijn werknemer een bedrijfswagen ter beschikking stelt die ook voor privé-doeleinden gebruikt mag worden, op deze wagen een CO2-bijdrage verschuldigd is aan de RSZ.

Soorten wagens

Voor zover ze voor privé-doeleinden gebruikt worden, zijn de volgende categorieën van voertuigen onderworpen aan de CO2-bijdrage:

    • Categorie M1: voertuigen bestemd voor personenvervoer op ten minste 4 wielen met ten hoogste 8 zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend (personenwagens, breaks, minibussen).
    • Categorie N1: voertuigen bestemd voor goederenvervoer op ten minste 4 wielen, alsmede dergelijke voertuigen op 3 wielen met een massa van ten hoogste 3,5 ton (lichte vrachtwagens, trekkers,...)[1].

Privé-doeleinden

Een bedrijfswagen wordt voor privé-doeleinden gebruikt indien de werknemer er privé-verplaatsingen mee kan maken. Het gaat hierbij om:

    • de privé-verplaatsingen in strikte zin die de werknemer met de wagen aflegt ‘s avonds, tijdens het weekend, gedurende de vakantie, … ;
    • de verplaatsingen tussen de woonplaats en de gewoonlijke plaats van tewerkstelling van de werknemer.
Bewijslast?

Elke bedrijfswagen op naam van, geleasd, gehuurd of eenvoudigweg gebruikt door de werkgever wordt verondersteld door één of meerdere werknemers privaat gebruikt te worden. De CO2-bijdrage zal dus steeds verschuldigd zijn, tenzij de werkgever bewijst dat er geen privé-gebruik is.

Een louter verbod op het gebruik van bedrijfswagens voor privé-gebruik binnen de onderneming volstaat hiervoor niet. De werkgever zal moeten kunnen aantonen dat er voor het gebruik van de bedrijfsvoertuigen een coherent systeem wordt gehanteerd (o.a. rekening houdend met de functieomschrijving van de betrokken werknemers,...) waarbij er tevens effectief gecontroleerd wordt op eventueel misbruik van de bedrijfswagens en waarbij de vastgestelde inbreuken voldoende zwaar gesanctioneerd worden.

Concrete voorbeelden

Bromfiets/motorfiets

Op bromfietsen of motorfietsen die door de werkgever aan zijn werknemers ter beschikking gesteld worden, zal geen CO2-bijdrage verschuldigd zijn, ongeacht of deze voor privé-doeleinden gebruikt worden of niet[2]. Deze voertuigen behoren immers niet tot categorie M1 of N1.

Camionette van de zaak

Een camionette van de zaak met vanachter enkel laadruimte behoort tot categorie N1. Er zal een CO2-bijdrage voor betaald moet worden als er privé-gebruik is. Dit is reeds het geval indien de camionette door de werknemer gebruikt wordt om naar huis te rijden en de volgende dag rechtstreeks naar de werf te gaan, ook al kan of mag de werknemer deze camionette voor geen enkel ander privé-doeleinde dan dit woon-werkverkeer gebruiken.

Wagen met reclameboodschappen

Een werknemer krijgt van zijn werkgever een wagen met reclameboodschappen erop geschilderd, zodat hij 's avonds en tijdens het weekend ook nog promotie voor het bedrijf maakt als hij de wagen gebruikt. Het feit dat deze wagen eveneens als promotiemateriaal dient (beroepsdoeleinde), neemt niet weg dat de werknemer de wagen voor privé-verplaatsingen gebruikt. De werkgever zal dus een CO2-bijdrage verschuldigd zijn.

Dienstwagens

Op wagens die in de garage van de onderneming staan en die door de werknemers gebruikt kunnen worden om naar een klant te rijden of naar een seminarie te gaan of dergelijke meer, is in principe geen solidariteitsbijdrage verschuldigd, aangezien het hier om loutere professionele verplaatsingen gaat en de werknemers de wagen niet gebruiken om hun woon-werkverkeer mee te doen of hun strikte privé-verplaatsingen. Omwille van het vermoeden van privé-gebruik zal de werkgever wel moeten kunnen bewijzen dat er daadwerkelijk geen privé-gebruik van deze wagens gemaakt wordt.

Wagens voor collectief vervoer

Op de wagens die gebruikt worden voor het collectief vervoer van werknemers is in principe wel een CO2-bijdrage verschuldigd, omdat het gaat om woon-werkverkeer. De bijdrage zal echter niet verschuldigd zijn indien het gaat om:

    • een systeem van vervoer van werknemers overeengekomen door de sociale partners[3]
    • waarin gebruik gemaakt wordt van een voertuig dat tot de categorie N1 behoort
    • waarin naast de chauffeur nog minstens twee andere werknemers van de onderneming aanwezig zijn[4]
    • tijdens ten minste 80% van het afgelegde traject van en naar de woonplaats van de chauffeur
    • en voor zover de werkgever bovendien bewijst dat er geen ander privé-gebruik gemaakt wordt van dit voertuig.

Of indien het gaat om:

    • een systeem van vervoer van werknemers overeengekomen door de sociale partners[5]
    • waarin gebruik gemaakt wordt van een voertuig dat tot de categorie M1 behoort
    • voor zover dat voertuig volgens de geldende procedures geïdentificeerd is als bestemd voor het collectief vervoer van werknemers van de onderneming
    • waarin naast de chauffeur gewoonlijk minstens drie werknemers van de onderneming aanwezig zijn
    • gedurende ten minste 80% van het afgelegde traject van en naar de woonplaats van de chauffeur
    • en voor zover de werkgever bovendien bewijst dat er geen ander privé-gebruik gemaakt wordt van dit voertuig.

Voor meer informatie over de gevolgen van de terbeschikkingstelling van een bedrijfswagen aan de werknemers, verwijzen we u graag naar onze informatiefiche in de rubriek Info+/Sociaal. De formule om de CO2-bijdrage te berekenen, vindt u terug in de rubriek Barema's en bedragen/Sleutelbedragen (klikken op werknemers en vervolgens op bedrijfswagen).



[1] Koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.

[2] Opgelet, als deze voertuigen voor privé-doeleinden gebruikt worden, zullen op het voordeel in natura dat hieruit voortvloeit wel gewone sociale-zekerheidsbijdragen betaald moeten worden.

[3] De RSZ is van mening dat het systeem van collectief vervoer dat moet worden overeengekomen tussen de sociale partners, ook kan worden georganiseerd op ondernemingsniveau.

[4] Wanneer het gebruikte voertuig minder dan 3 plaatsen bevat of wanneer de ruimte voorbehouden voor het vervoer van personen uit één enkele zitbank bestaat, volstaat het dat naast de chauffeur nog minstens één andere werknemer meerijdt.

[5] De RSZ is van mening dat het systeem van collectief vervoer dat moet worden overeengekomen tussen de sociale partners, ook kan worden georganiseerd op ondernemingsniveau.

Sociaal Secretariaat Securex - Legal Department10/23/2008