Iedere rechthebbende heeft recht op kinderbijslag voor:
- Zijn kinderen, de kinderen van zijn echtgenote, de gemeenschappelijke kinderen van de echtgenoten.
- De kinderen die door hem of zijn echtgenote of persoon met wie hij een huishouden vormt, geadopteerd zijn of over wie hij of zijn echtgenoot pleegvoogd is.
- Zijn van hetzelfde gezin deel uitmakende kleinkinderen, achterkleinkinderen, neven en nichten, die van zijn echtgenote, gewezen echtgenote of de persoon met wie hij een huishouden vormt.
- Onder bepaalde voorwaarden, zijn broers of zusters die deel uitmaken van hetzelfde gezin.
- Onder bepaalde voorwaarden, zijn broers of zusters die geen deel uitmaken van hetzelfde gezin.
Voor de toepassing van de voorgaande punten worden de halfbroers en halfzusters met broers en zusters gelijkgesteld. - De kinderen van de persoon met wie hij een huishouden vormt, de kinderen die door deze persoon geadopteerd zijn of onder pleegvoogdij genomen, de kinderen van de gewezen echtgenote, de kinderen die door de gewezen echtgenote geadopteerd zijn of onder pleegvoogdij genomen, op voorwaarde dat ze deel uitmaken van het gezin.
- De van het gezin deel uitmakende kinderen die hem toevertrouwd zijn, of die toevertrouwd zijn aan zijn echtgenote of de persoon met wie hij een huishouden vormt, bij toepassing van een gerechtelijke beslissing door bemiddeling van of ten laste van een openbare overheid.
- Alle andere kinderen voor wie de Minister van Sociale Voorzorg een afwijking toegekend heeft.
Het recht op kinderbijslag wordt bij voorrang geopend in onderstaande volgorde voor het geval er meer dan één potentiële rechthebbende het kind bij zich opvoeden :
- vader, moeder, stiefvader, stiefmoeder
- de oudste van de andere rechthebbenden bij ontstentenis van dezen hoger vermeld