WIE HEEFT RECHT OP VERHOOGDE WEZENBIJSLAG ?

Een kind van wie een of beide ouders overleden zijn, kan recht hebben op verhoogde wezenbijslag. Het moet gaan om een wettig, erkend of geadopteerd kind van de overleden ouder(s).

Een weeskind kan verhoogde wezenbijslag krijgen als de overleden ouder, de overlevende ouder of een andere rechthebbende in de 12 maanden vóór het overlijden van de ouder(s) de voorwaarden vervuld heeft voor 6 maanden recht op kinderbijslag in de werknemersregeling.

Zelfstandigen hebben een eigen regeling. (www.rsvz.be).

De verhoogde wezenbijslag kan enkel betaald worden als:

• de overlevende ouder niet hertrouwd is of samenwoont,

• of beide ouders overleden zijn,

• of de overlevende ouder geen contact meer heeft met het weeskind en ook niet bijdraagt in het levensonderhoud van het kind.

Als de overlevende ouder opnieuw gaat samenwonen of hertrouwt, is er geen recht meer op de verhoogde wezenbijslag. Het weeskind krijgt dan de gewone kinderbijslag. Als de ouder later terug alleen gaat wonen of scheidt, is er opnieuw recht op verhoogde wezenbijslag.

Bij volle adoptie(het kind heeft geen wettelijke band meer met zijn ouders) verliest een weeskind het recht op de verhoogde wezenbijslag, behalve als de enige adoptieouder de partner was van de overleden ouder.

Opgelet!

Vroeger kon een weeskind enkel verhoogde wezenbijslag krijgen als vóór het overlijden van (een van) de ouders, de vader of de moeder recht had op kinderbijslag.

Sinds 1 oktober 2007 kan gelijk wie met recht op kinderbijslag voor het kind (een broer, zus, grootouder, oom, tante, pleegouder, ...) recht hebben op de verhoogde wezenbijslag.

Als het kind wees werd vóór 1 oktober 2007 moet de persoon die recht heeft op de kinderbijslag zelf een aanvraag indienen voor verhoogde wezenbijslag. Neem contact op met uw kinderbijslagfonds Securex als een weeskind nog geen verhoogde wezenbijslag krijgt.