E.E.S.V. Securex Corporate
Maatschappelijke zetel: Tervurenlaan 43, 1040 Brussel
Ondernemingsnummer: BTW BE 0877.510.104 - RPR Brussel

Zelfstandige in vennootschap

Verplichtingen

Jaarlijkse vennootschapsbijdrage

De vennootschappen moeten een jaarlijkse bijdrage betalen teneinde het financieel evenwicht van het sociaal statuut der zelfstandigen in stand te houden. De Sociale Verzekeringsfondsen zijn met de inning van deze bijdrage belast.

Welke vennootschappen worden hierdoor beoogd?

Alle vennootschappen onderworpen aan de Belgische vennootschapsbelasting of de belasting der niet-verblijfhouders.

Bijdrage en betalingstermijnen

Bijdrage

Er bestaan twee categorieën van bijdragen: € 347,50 of € 868.

  1. De jaarlijkse forfaitaire basisbijdrage t.b.v. € 347,50.
  2. Vennootschappen waarvan het balanstotaal van het voorlaatste afgesloten boekjaar € 706.579,60 overschrijdt, zijn een jaarlijkse bijdrage van € 868 verschuldigd. Onder balanstotaal verstaat men de totale boekwaarde van de activa van de betreffende vennootschap zoals ze voorkomen op de balans die bij de Nationale Bank van België werd neergelegd. Het totaal van de activa vindt u terug in de rubriek 20/58 van de jaarrekening (pagina VKT2 voor het verkorte schema, pagina VOL2 voor het volledige schema).
Fiscale aftrekbaarheid

Vermits zij van dezelfde aard is als de bijdragen verschuldigd inzake sociale wetgeving, is deze bijdrage fiscaal aftrekbaar.

Betalingstermijnen

Jaarlijks

De bijdrage moet ten laatste op 30 juni van ieder jaar betaald worden.

Bij aansluiting

De bijdrage moet uiterlijk de laatste dag van de derde maand volgend op de maand van oprichting van de vennootschap (verwerving van rechtspersoonlijkheid) of van haar onderwerping aan de belasting der niet-verblijfhouders betaald worden.

Vennootschappen die rechtspersoonlijkheid hebben verkregen tussen 1 januari en 31 maart krijgen tot 30 juni om te betalen.

Merk op dat de bijdrage geacht wordt betaald te zijn de dag waarop het bedrag op de rekening van het Sociaal Verzekeringsfonds staat (met uitzondering van de storting in een postkantoor).

Verhogingen wegens laattijdige betaling

Bij gebreke aan betaling op de vervaldatum wordt een verhoging van 1% per kalendermaand vertraging toegepast op het geheel of een gedeelte van de onbetaalde bijdrage en dit tot en met de maand waarin de schuld betaald wordt of een gerechtelijke procedure ingeleid wordt.

Er valt te noteren dat de verhogingen ambtshalve en zonder ingebrekestelling verschuldigd zijn.

Als een vrijstelling van bijdrage op onrechtmatige wijze toegekend werd, zijn verhogingen met terugwerkende kracht verschuldigd.

Vrijstelling van bijdrage

Bij begin van activiteit

Bepaalde vennootschappen kunnen gedurende drie jaar vanaf het jaar van oprichting van de vennootschap (zijnde bij de verwerving van rechtspersoonlijkheid bij de neerlegging van de oprichtingsakte ter griffie) vrijgesteld worden van de betaling van deze bijdrage.

Dit kan enkel indien volgende voorwaarden vervuld zijn: 

  1. de vennootschap is een “personenvennootschap”
  2. de vennootschap moet ingeschreven zijn als inschrijvingsplichtige onderneming in de Kruispuntbank der Ondernemingen (KBO). Sedert 01/11/2018 is de inschrijving als handels- of ambachtsonderneming niet meer van toepassing en gewijzigd naar bovenstaande.
  3. de bestuurders/zaakvoerder(s) alsook de meerderheid van de werkende vennoten werden gedurende meer dan drie jaar in de loop van de tien jaar die aan de oprichting van de vennootschap voorafgaan niet aan het sociaal statuut der zelfstandigen onderworpen.

Vennootschappen die voldoen aan de voorwaarden om een vrijstelling te genieten, dienen een aanvraag in bij het Sociaal Verzekeringsfonds en zullen een verklaring op erewoord moeten invullen.

Het Sociaal Verzekeringsfonds zal ieder jaar nagaan of de vennootschap nog onder de voorwaarden valt.

In geval van niet-activiteit

De vennootschappen die, door middel van een getuigschrift uitgereikt door de administratie der directe belastingen, bewijzen dat zij gedurende één of meerdere volledige kalenderjaren geen enkele handels- of burgerrechtelijke activiteit uitgeoefend hebben, zijn voor de betrokken jaren geen bijdragen verschuldigd. Als de jaarbijdrage reeds betaald werd, kan zij terugbetaald worden.

Andere gevallen van vrijstelling

De vennootschappen die zich, in de loop van het jaar, in één van de volgende situaties bevinden, moeten de jaarlijkse bijdrage niet betalen:

Indien de bijdrage reeds betaald is geweest vooraleer één van deze gebeurtenissen is voorgevallen, zal deze bijdrage niet terugbetaald worden. 

Fusie of opslorping van vennootschappen

In geval van fusie van twee of meerdere vennootschappen is de nieuw ontstane fusievennootschap de jaarlijkse bijdrage verschuldigd, zelfs indien de gefuseerde vennootschappen elk afzonderlijk reeds de betaling uitgevoerd hebben.

In geval van opslorping is de opslorpende vennootschap slechts ertoe gehouden éénmaal de bijdrage te betalen.

Merk op dat de wijzigingen van juridische vorm of van de statuten niet als oprichting van een nieuwe vennootschap beschouwd worden.

Verjaring

De rechtsvordering tot betaling van deze bijdrage verjaart na vijf jaar te rekenen vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarvoor ze verschuldigd is. Deze verjaring kan worden onderbroken, onder meer door een aangetekend schrijven of een dagvaarding om voor de Arbeidsrechtbank te verschijnen. 

 

 

Begin en einde van het mandaat

Opmerking: de wetgeving op de handelsvennootschappen verplicht tot de publicatie in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad van de beslissingen inzake benoeming en ontslag van de mandatarissen.

Begin

Benoeming

De mandataris is onderworpen aan het sociaal statuut, vanaf de eerste dag van het kwartaal van zijn benoeming.

Nieuw opgerichte vennootschappen

De handelsvennootschappen verwerven rechtspersoonlijkheid vanaf de neerlegging ter griffie van de Handelsrechtbank, van een uittreksel van de oprichtingsakte van de vennootschap.

De onderwerping van een mandataris neemt bijgevolg een aanvang de eerste dag van het kalenderkwartaal waarin de neerlegging van de oprichtingsakte ter griffie plaatsvindt.

Einde

De feitelijke stopzetting volstaat niet. De betrokkene moet het Sociaal verzekeringsfonds een kopie van de publicatie van het ontslag bezorgen.

De erebestuurders zijn niet langer aan het sociaal statuut onderworpen voor zover hun mandaat daadwerkelijk een einde genomen heeft. Zij kunnen niet langer deel uitmaken van de raad van bestuur, noch door de vennootschap bezoldigd worden.

De hoofdelijke aansprakelijkheid

De vennootschappen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de sociale bijdragen van hun bestuurders en werkende vennoten die in gebreke blijven. Omgekeerd, zijn de mandatarissen en de vennoten tevens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de jaarlijkse vennootschapsbijdrage.

Om welke schuld gaat het?

De hoofdelijke aansprakelijkheid geldt voor de bijdragen, maar eveneens voor de verhogingen en kosten van herinneringsbrieven die het Sociaal Verzekeringsfonds toestuurt.

Eenheid van schuld

Alle hoofdelijke schuldenaars zijn gehouden tot het volledige bedrag van de schuld. Deze is immers ondeelbaar. Het Sociaal Verzekeringsfonds kan zich richten tot gelijk welke schuldenaar die de volledige schuld zal moeten betalen.

In principe kan de persoon die de schuld van de in gebreke blijvende eigenlijke schuldenaar betaald heeft, beroep tegen deze laatste aantekenen.

Verjaring

De wet voorziet dat de vervolging ingesteld door het Sociaal Verzekeringsfonds tegen één van de hoofdelijk aansprakelijken de verjaring ten opzichte van allen stuit.

Omvang van de hoofdelijke aansprakelijkheid

Als er meerdere hoofdelijk aansprakelijken (zaakvoerders, bestuurders en/of werkende vennoten) voor dezelfde vennootschap bestaan, zijn zij elk gehouden tot de volledige schuld. Zo ook, wanneer de mandataris van de vennootschap eveneens mandataris binnen andere vennootschappen is; hij kan geen uitsplitsing van zijn schuld vragen en is gehouden tot betaling van de integrale schuldsom.

De vennootschap is slechts hoofdelijk aansprakelijk voor de sociale bijdragen verschuldigd door haar mandatarissen voor de periode gedurende welke ze effectief een mandaat binnen de vennootschap hebben.

Gevolgen

• In geval van faillissement van de rechtspersoon: als de vennootschap failliet verklaard wordt, zullen de bijdragen verschuldigd door de mandatarissen en werkende vennoten op het passief van de vennootschap opgetekend worden. Als de vennootschap niet in orde is met de betaling van haar sociale bijdragen, zal het Sociaal Verzekeringsfonds bij de bestuurders de bijdragen van deze failliet verklaarde vennootschap opvorderen, die zij uit hun eigen fondsen zullen moeten putten.

• In geval van vrijstelling: zelfs als de mandataris van de vennootschap vrijstelling verkregen heeft, via beslissing van de Commissie voor vrijstelling van bijdragen, kunnen de bijdragen gevorderd worden van de vennootschap zelf.

Conclusie

Het is dus van het hoogste belang dat iedereen zijn bijdragen tijdig betaalt. Bij ontstentenis van betaling van de bijdragen als zelfstandige of van de bijdragen als vennootschap, kan dit heel zware financiële gevolgen in hoofde van de hoofdelijk aansprakelijke met zich meebrengen.

Verplichtingen > Wie moet aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds?

De vennootschapsmandatarissen

De algemene benaming “vennootschapsmandataris” groepeert de volgende specifi eke benamingen: bestuurder of afgevaardigd bestuurder van een NV, zaakvoerder van een BVBA, zaakvoerder van een vennootschap onder firma (VOF), van een coöperatieve vennootschap (CV), enz. De zaakvoerders en bestuurders zijn personen belast met het beheer en de vertegenwoordiging van vennootschappen.

Vermoeden van onderwerping

De uitoefening van een mandaat in een vennootschap, die zich met een exploitatie of met verrichtingen van winstgevende aard bezighoudt, wordt vermoed de uitoefening te zijn van een activiteit die een onderwerping aan het sociaal statuut van zelfstandigen met zich meebrengt. Deze onderwerping betekent daarom nog niet dat in alle gevallen de verplichting bestaat om sociale bijdragen te betalen.

Kosteloos mandaat

Het vermoeden van onderwerping kan weerlegd worden, voor zover de mandataris de kosteloosheid van het mandaat aantoont.

1. De kosteloosheid van het mandaat moet duidelijk uit de statuten van de vennootschap blijken. Als de statuten geen bepalingen op dit vlak bevatten, moet men zich op een beraadslaging van het bevoegde orgaan beroepen.

Opgelet: wanneer de kosteloosheid uit een beslissing van het bevoegde orgaan voortvloeit, treedt ze in werking vanaf het kalenderkwartaal volgend op datgene waarin de beslissing plaatsgevonden heeft.

2. De kosteloosheid van het mandaat moet met de feiten overeenstemmen. Er mag geen toewijzing van beroepsinkomsten als zelfstandige zijn, voor de gehele duur van het mandaat. Opgelet: voordelen in natura, tantièmes, presentiegelden… worden als inkomsten beschouwd.

3. De mandataris moet zijn verblijfplaats hebben in België om te kunnen genieten van dit kosteloos mandaat.

Als het vermoeden van onderwerping niet weerlegd wordt, zal de kosteloze mandataris zich aan het sociaal statuut van de zelfstandigen moeten onderwerpen.

Dit betekent daarom nog niet dat hij sociale bijdragen verschuldigd is.

Als de mandataris geen enkele andere activiteit uitoefent, zal hij als zelfstandige in hoofdberoep beschouwd worden en de minimumbijdrage in deze onderwerpingscategorie verschuldigd zijn.

Als de betrokkene, buiten zijn mandaat, gewoonlijk en hoofdzakelijk, een loontrekkende of hiermee gelijkgestelde beroepsactiviteit uitoefent, kan hij, onder bepaalde voorwaarden, als zelfstandige in bijberoep beschouwd worden en zal hij geen sociale bijdragen verschuldigd zijn.

De gehuwde personen aan wie de echtgenoot rechten waarborgt met tenminste gelijkwaardige prestaties als die van het sociaal statuut van zelfstandigen (pensioen, verzekering gezondheidszorg, kinderbijslagen) kunnen verminderde bijdragen of vrijstelling inroepen (artikel 37 van het KB van 19.12.1967, zie eerder in deze brochure). De kosteloze uitoefening van hun mandaat kan aldus gelijkgesteld worden met een activiteit in bijberoep, zonder bijdrageplicht.

De mandataris die de normale pensioenleeftijd bereikt heeft of in het stelsel van zelfstandigen of loontrekkenden een vervroegd rustpensioen geniet en die uitsluitend een kosteloos mandaat uitoefent, wordt geacht alle professionele activiteiten stopgezet te hebben, en is niet aan het sociaal statuut onderworpen.

In dit geval volstaat de feitelijke kosteloosheid.

Ik oefen in België een mandaat uit, en in het buitenland een activiteit

Indien de mandataris loontrekkende is in een andere lidstaat van de Europese Unie (EU) voorziet de nieuwe Europese Verordening 883/2004 dat men onderworpen is aan het sociaal zekerheidsstelsel voor zelfstandigen van het land dat bevoegd is voor de activiteiten als werknemer.

Als de mandataris eveneens zelfstandige is in een andere lidstaat van de EU, zal hij onderworpen worden aan de sociale wetgeving van het land van zijn woonplaats als hij daar een substantieel deel van zijn activiteiten uitoefent.

Onder “substantieel” verstaat men dat minimaal 25% van de arbeidstijd, vergoeding of omzet. Indien aan deze voorwaarde niet is voldaan, valt de zelfstandige onder de sociale zekerheid van de lidstaat waar zich het “centrum van de belangen van zijn werkzaamheden” bevindt. De nieuwe Europese Verordening 883/2004 is in werking getreden op 01 mei 2010.

Als de zelfstandige gelijktijdig een loontrekkende of zelfstandige activiteit uitoefent in een land dat niet tot de EU behoort, zal hij onderworpen worden aan de wetgeving van iedere Staat. Hij zal in België beschouwd worden als zelfstandige in hoofdberoep (behoudens specifieke internationale overeenkomsten, bijvoorbeeld met Canada, de Verenigde Staten, Turkije, Chili, de Filippijnen, Japan, Australië, Macedonië, Uruguay , Quebec, Zuid-Korea en Kroatië).

De vennoten

De hoedanigheid van vennoot, die voortvloeit uit een inbreng gedaan in de vennootschap, brengt op zich de onderwerping aan het sociaal statuut der zelfstandigen niet met zich mee.

De stille vennoten en de aandeelhouders

Zij beperken er zich toe de vruchten van het in de vennootschap geïnvesteerde kapitaal te plukken, zonder enige activiteit uit te oefenen binnen deze vennootschap.

Zij zijn niet aan het sociaal statuut der zelfstandigen onderworpen.

Een stille vennoot kan loontrekkende in de vennootschap zijn: hij is dan niet onderworpen als zelfstandige (opgelet: als hij meerderheidsaandeelhouder is, is er geen band van ondergeschiktheid, en dus geen arbeidsovereenkomst mogelijk).

De werkende vennoten

Onafhankelijk van hun kapitaalinbreng in de vennootschap, oefenen zij in de schoot ervan een persoonlijke, effectieve en regelmatige activiteit uit, zonder band van ondergeschiktheid.

De werkende vennoot is onderworpen aan het sociaal statuut der zelfstandigen.

Het dagelijks beheer van de NV’s en de BVBA’s

De zaakvoerder van een BVBA

De zaakvoerders van een BVBA zijn zelfstandigen.

De bestuurder en de afgevaardigd bestuurder van een NV

In principe zijn de bestuurders en de afgevaardigd bestuurder van een NV onderworpen als zelfstandigen.

Het is echter niet verboden het dagelijkse beheer van een NV toe te vertrouwen aan een bestuurder of aan een niet-lid van de raad van bestuur, die zijn/haar opdracht zal vervullen binnen de banden van een arbeidsovereenkomst, onder het gezag van een orgaan van de vennootschap of van een andere bestuurder.

De vaste vertegenwoordiger

Elke vennootschap die een mandaat van bestuurder in een andere vennootschap bezit (rechtspersoon-bestuurder), is verplicht een vaste vertegenwoordiger aan te duiden. Dit is een natuurlijke persoon die het mandaat in naam en plaats van de vennootschap vervult.

Gelet op de uitgestrektheid van zijn competenties, wordt de vaste vertegenwoordiger beschouwd als mandataris en is hij aan het sociaal statuut der zelfstandigen onderworpen.

Niets weerhoudt er de vaste vertegenwoordiger van een andere functie uit te oefenen binnen de vennootschap, in de hoedanigheid van loontrekkende.

De leden van het directiecomité van een NV

De raad van bestuur van een NV kan, maar is niet verplicht, bevoegdheden op het vlak van bestuur en/of vertegenwoordiging van de vennootschap overdragen aan het directiecomité.

Zodoende dienen alle leden van het directiecomité beschouwd te worden als mandatarissen van de vennootschap en zijn zij, in deze hoedanigheid, onderworpen aan het sociaal statuut der zelfstandigen.

Dit weerhoudt er hen uiteraard niet van een andere functie als loontrekkende binnen dezelfde vennootschap uit te oefenen.

De personen belast met de controle en de vereffening van de vennootschappen

Controle van de vennootschap

De commissarissen, commissarissen-revisoren en bedrijfsrevisoren belast met de controle van de vennootschap, moeten hun opdracht in volstrekte onafhankelijkheid uitoefenen.

Zij zijn, in deze hoedanigheid, onderworpen aan het sociaal statuut der zelfstandigen.

Vereffening van de vennootschap

De ontbinding van een handelsvennootschap brengt haar vereffening met zich mee.

De vereffenaar vertegenwoordigt de vennootschap gedurende deze periode en is, in deze hoedanigheid, onderworpen aan het sociaal statuut der zelfstandigen. Zij blijven onderworpen tot een beslissing van de algemene vergadering die akte neemt van het einde van hun opdracht.

Vennootschappen onderworpen aan de Belgische vennootschapsbelasting of de belasting der niet-verblijfhouders

Vennootschappen dienen zich binnen de drie maanden volgend op hun oprichting bij een Sociaal Verzekeringsfonds aan te sluiten.

Deze termijn loopt vanaf de datum waarop de vennootschap rechtspersoonlijkheid heeft verkregen, d.i. vanaf de neerlegging van de oprichtingsakte ter griffie van de handelsrechtbank.

Zij onderschrijven hiertoe een aansluitingsverklaring.

Deze aansluiting wordt vervolgens aan het RSVZ ter registratie en validatie meegedeeld.

Bij gebrek aan aansluiting binnen voormelde termijn wordt de vennootschap door het RSVZ in gebreke gesteld. Zij beschikt in dit geval over dertig dagen om zich bij het Fonds naar keuze aan te sluiten. Eens die termijn overschreden, wordt zij ambtshalve bij de Nationale Hulpkas aangesloten.

Verandering van sociaal verzekeringsfonds

Elke vennootschap moet minimum drie jaar bij hetzelfde fonds aangesloten blijven. Na deze termijn kan ze, voor zover de bijdragen en verhogingen betaald zijn, bij een ander Fonds aansluiten.

Elke aanvraag tot verandering dient vóór 30 juni bij het nieuwe Fonds ingediend te worden, waarna de mutatie op 1 januari van het volgende jaar een aanvang neemt.