E.E.S.V. Securex Corporate
Maatschappelijke zetel: Tervurenlaan 43, 1040 Brussel
Ondernemingsnummer: BTW BE 0877.510.104 - RPR Brussel

Hervorming sociale bijdragen

Inhoud

Inhoud > Principe van de berekening van de sociale bijdragen

Basisprincipe hervorming sociale bijdragen “jaar op jaar”

Het basisprincipe van de hervorming van de sociale bijdragen vanaf 2015 bepaalt dat de sociale bijdragen berekend worden op basis van het beroepsinkomen van het bijdragejaar zelf. Zolang deze beroepsinkomsten niet gekend zijn, zal het sociale verzekeringsfonds voorlopige sociale bijdragen berekenen op basis van de geïndexeerde beroepsinkomsten van drie jaar geleden.

Het fonds dient hier rekening te houden met de inkomsten van het bijdragejaar N-3 die op 1 januari van het lopende bijdragejaar N gekend zijn. Wanneer deze inkomstengegevens nog zouden wijzigen in de loop van het bijdragejaar, dan mag er met deze wijziging géén rekening gehouden worden, dit ongeacht de reden van de wijziging. Hetzelfde geldt wanneer voor de inkomsten van drie jaar terug nog een fiscaal geschil hangende zou zijn. In zo'n geval kan de zelfstandige nog steeds zijn voorlopige bijdragen laten verminderen met inroeping van het fiscaal geschil als objectief element.

(Onder welke voorwaarden een zelfstandige een vermeerdering of een vermindering van de voorlopige bijdragen kan aanvragen, leest u in één van onze volgende publicaties.)


Enkele voorbeelden ter illustratie van het basisprincipe:


Voorbeeld 1:


Voor een zelfstandige die gestart is met zijn activiteit op 01 januari 2010, zullen


Sociale bijdragen 2016 ?
In de huidige wetgeving, zouden de sociale bijdragen van 2015 berekend worden op de inkomsten van 2012 en gebeurt er géén herziening op basis van de definitieve inkomsten van het jaar 2015.

In de nieuwe wetgeving zullen de sociale bijdragen van 2015 voorlopig berekend worden op de geïndexeerde beroepsinkomsten van 2012. Van zodra we de definitieve inkomsten van 2015 ontvangen, zullenwe de sociale bijdragen van 2015 regulariseren.


Voorbeeld 2:


Voor een zelfstandige die gestart is met zijn activiteit op 1 april 2013, zullen

De enige uitzondering op dit principe is wanneer de zelfstandige geniet van een voorgezette verzekering. Dan worden de sociale bijdragen definitief berekend opdegeïndexeerde beroepsinkomsten van drie jaar geleden en worden de bijdragen niet meer geregulariseerd wanneer we de inkomsten ontvangen.

Voorbeeld:

Voor een zelfstandige die reeds sinds 1 januari 2010 zelfstandige in hoofdberoep is en vanaf 1 juli 2015 geniet van een voorgezette verzekering, zullen de sociale bijdragen van 2015 als volgt berekend worden:.

· de sociale bijdragen van de kwartalen 2015/1 en 2015/2 worden voorlopig berekend op het geïndexeerd beroepsinkomen van 2012 en zullen herzien worden op basis van het geproratiseerde inkomen van 2015.

Inhoud > Aanpassing van de sociale bijdragen > Verminderde bijdragen

Vermindering van voorlopige bijdragen

Zolang uw definitieve inkomsten niet gekend zijn, kunt u vragen lagere sociale bijdragen te betalen. Uiteraard wanneer u veronderstelt dat uw inkomen lager zal zijn dan het inkomen waarop we uw sociale bijdragen berekenen.

 

Hoe vraagt u een vermindering van uw voorlopige sociale bijdragen?

De aanvraag mag u, aangetekend, versturen naar uw sociaal verzekeringsfonds door middel van een vastgelegd aanvraagdocument: het formulier art.11. U mag dit document ook binnenbrengen in één van onze ondernemingsloketten.

Daarnaast moeten de nodige bewijsstukken (zie hieronder) worden toegevoegd aan de aanvraag.

Opgelet: bent u primostarter? Dan volstaat meestal de aanvraag via het formulier art.11, zonder extra bewijsstukken.

 

Geldigheidsduur van de aanvraag / toekenning

Een aanvraag heeft in principe maar op één bijdragejaar betrekking hebben, uitgezonderd starters in begin van activiteit.

De aanvraag kan tijdens of NA het desbetreffende bijdragejaar ingediend worden, zolang de definitieve inkomsten nog niet gekend zijn.

 

Inhoud van de aanvraag - bewijslast tweeledig

In uw aanvraag moet u volgende 2 zaken bewijzen:

  1. Inkomsten van het aangevraagde jaar dienen onder een bepaalde drempel te liggen
    1. Zie de laatste pagina voor alle drempels
  2. Inkomsten van het aangevraagde jaar dienen gedaald te zijn tov de inkomsten van 3 jaar geleden.
    1. Uiteraard geldt dit enkel als u al drie jaar of langer werkt als zelfstandige.

 

Opgelet wanneer u in een kalenderjaar minder dan 4 kwartalen aan het zelfstandigenstatuut bent onderworpen. Uw jaarinkomen kan dan hoger uitvallen dan gedacht, omdat dit eerst nog wordt omgerekend ('geproratiseerd') naar een fictief jaarinkomen. Uw sociaal verzekeringsfonds vermenigvuldigt dan de inkomsten van het kalenderjaar met 4 en deelt dit bedrag vervolgens door het aantal actieve kwartalen (1, 2 of 3).

 

Inhoud van de aanvraag - verschillende criteria 

De bewijsstukken moeten getoetst worden aan 3 criteria:

Criteria 1: Elementen uit het dossier “sociale bijdragen” van de aanvrager die kunnen wijzen op eerdere problemen bij de betalingvan de verschuldigde bijdragen. Voorbeelden zijn:

Criteria 2Persoonlijkevoorvallen van de aanvrager. Voorbeelden zijn:

  • o Bevalling van de vrouwelijke zelfstandige
  • o Ziekte / ongeval / handicap/ …
  • o Hulp OCMW (gedetailleerd verslag noodzakelijk)
  • o Collectieve schuldenregeling sedert N – 3
  • o Etc.

Criteria 3: Directe of indirecte link met de uitoefening van deactiviteit. Voorbeelden zijn:

  • o Faillissement van een belangrijke klant
  • o Procedure(s) tegen klanten , leveranciers, ..
  • o Ongevallen en/of rampen die de zelfstandige activiteit belemmeren, verhinderen, ..
  • o Daling btw-inkomsten in verhouding met de gevraagde vermindering
  • o Etc.

Principe: Iedere aanvraag moet beantwoorden aan minstens 2 criteria EN Iedere aanvraag moet minstens 1 element uit criteria 2 of 3 bevatten.

 

Beslissing van de aanvraag

Wij zullen u zo snel mogelijk op de hoogte brengen van onze beslissing.  Als uw aanvraag wordt goedgekeurd en u aan het einde van het jaar vaststelt dat uw inkomen uiteindelijk hoger zal zijn dan verwacht, adviseren wij u om voor het einde van het lopende jaar een toeslag te betalen.

Opgelet: de inkomsten worden steeds definitief berekend op het jaar van activiteit zelf.

Een ten onterechte aangevraagde vermindering geeft aanleiding tot een regularisatie van de sociale bijdragen inclusief wettelijke, trimestriële verhogingen van 3% en een éénmalige wettelijke verhoging van 7%, wanneer wij de werkelijke inkomsten ontvangen van de FOD Financiën.

 

 

Impact van de nieuwe bijdrageberekening op een aanvraag tot verminderde bijdragen als gehuwde vrouw, weduwe, student...

Ook na de hervorming van de sociale bijdragen zal een zelfstandige in hoofdberoep onder bepaalde voorwaarden nog steeds onder de minimumbijdragen in hoofdberoep kunnen gaan op basis van ART.37 van het KB van 19/12/1967.

Er zijn evenwel een aantal specifieke wijzigingen waar u in de toekomst rekening zal moeten mee houden wanneer een gehuwde zelfstandige of een student een vrijstelling of vermindering van de bijdragen aanvraagt.

Specifieke wijzigingen bij een aanvraag ART.37

Voorlopige toekenning

De toepassing van artikel 37 blijft op zich onveranderd. Een zelfstandige moet nog steeds aan dezelfde voorwaarden (beperkte inkomsten, afgeleide rechten, …) voldoen om hiervan te kunnen genieten. Een belangrijke impact van de hervorming van de bijdragen vertaalt zich in het feit dat de vrijstelling of de vermindering van de bijdragen steeds voor het bijdragejaar zelf wordt toegepast op voorlopige basis en dit slechts definitief wordt wanneer de definitieve inkomsten voldoen aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 37.

Pro-ratisering van de inkomsten

Wanneer de definitieve inkomsten van het bijdragejaar betrekking hebben op een onvolledig jaar van zelfstandige activiteit dan moeten deze inkomsten worden omgezet in een jaarinkomen om te kunnen beoordelen of de zelfstandige terecht de toepassing van artikel 37 inriep.

Verhogingen bij een ten onrechte aangevraagde vrijstelling of vermindering

Een zelfstandige die een vrijstelling of een vermindering van de voorlopige bijdragen aanvraagt, zal een verhoging oplopen wanneer zou blijken, op basis van de definitieve inkomsten van dat bijdragejaar, dat hij te weinig heeft betaald.

De berekening van de verhogingen zal anders verlopen al naargelang het feit of op het ogenblik van de regularisatie zou blijken dat de zelfstandige überhaupt recht had op de toepassing van art.37 of niet.

1. BEHOUD VAN RECHT OP ART.37 NA DE REGULARISATIE

Verhogingen (artikel 11 bis) bij een verkeerde inschatting van de inkomsten en een ten onrechte aangevraagde vermindering
(VERMINDERING van de voorlopige bijdragen bij dalende inkomsten.)

Een zelfstandige die een vrijstelling of een verminderde bijdrage aanvraagt en verkrijgt, zal een verhoging wegens een ten onrechte aangevraagde vermindering oplopen wanneer zou blijken dat hij in het bijdragejaar te weinig heeft betaald. Dit type verhogingen wordt toegepast vanaf 01/01 volgend op het bijdragejaar in het geval dat de definitieve inkomsten van het bijdragejaar onder de drempels van ART.37 blijven.

Een voorbeeld

• Zelfstandige start met een zelfstandige activiteit op 01/01/2015.

• Verkrijgt toepassing artikel 37 en betaalt geen sociale bijdragen voor 2015.

• Op 15/05/2017 wordt een inkomen van 3.000 EURO voor 2015 meegedeeld.

Het definitieve inkomen van 3.000 EURO laat nog steeds de verminderde bijdrage toe, waardoor ART.37 van toepassing blijft. De zelfstandige zal evenwel bovenop de regularisatiebijdragen verhogingen verschuldigd zijn op de minimumbijdragen (bijberoep), aangerekend vanaf 01/01/2016 tot op het ogenblik van de regularisatie.

 

2. VERLIES VAN RECHT OP ART.37 NA DE REGULARISATIE

Verhogingen (artikel 44 en 44 bis ARS) wegens een ten onrechte aangevraagde toepassing ART.37 (Regularisatie van de voorlopige bijdragen)

Wanneer bij de regularisatie blijkt dat de zelfstandige in het bijdragejaar teveel verdiende om nog recht te hebben op de toepassing van artikel 37 en minstens de minimumbijdragen in hoofdberoep verschuldigd was, dan zullen met terugwerkende kracht de klassieke verhogingen van 3% en 7% moeten worden toegepast vanaf het kwartaal van opeisbaarheid.

Een voorbeeld

• Zelfstandige start met een zelfstandige activiteit op 01/01/2015.

• Verkrijgt toepassing artikel 37 en betaalt geen sociale bijdragen voor 2015.

• Op 15/05/2017 wordt een inkomen van 30.000 euro voor 2015 meegedeeld.

Het definitieve inkomen van 30.000 EURO laat de verminderde bijdrage niet toe, waardoor ART.37 niet van toepassing blijft. De zelfstandige zal bovenop de regularisatiebijdragen verhogingen verschuldigd zijn op de minimumbijdragen (hoofdberoep), aangerekend vanaf het kwartaal van opeisbaarheid (31/03/2015, 30/06/2015, enzovoort…) tot op het ogenblik van de regularisatie.

 

Ter verduidelijking van deze algemene principes, hierbij enkele cases die verduidelijken welk type verhogingen moet worden toegepast:

Case 1:

    • zelfstandige in begin van activiteit met art 37
    • heeft op basis van objectieve elementen vrijstelling van bijdragen verkregen
    • FOD-FIN inkomen = 20.000 euro
    • Gevolg:
      • Zelfstandige moet een bijdrage betalen van 1.000 euro
      • Verhogingen art. 44 en 44bis op 12.870 euro want recht op artikel 37 vervalt
      • Geen verhogingen op het verschil tussen 12.870 euro en 20.000 euro

Case 2:

    • zelfstandige in begin van activiteit met art 37
    • heeft op basis van objectieve elementen vrijstelling van bijdragen verkregen
    • FOD-FIN inkomen = 4.000 euro
    • Gevolg:
      • zelfstandige moet een bijdrage betalen van ongeveer 200 euro
      • Verhogingen art. 11bis op 1.470 euro
      • Geen verhogingen op het verschil tussen 1.400 euro en 4.000 euro

Case 3:

    • zelfstandige buiten begin van activiteit met art 37
    • inkomen N - 3 = 30.000 euro
    • heeft op basis van objectieve elementen vrijstelling van bijdragen verkregen
    • FOD-FIN inkomen = 30.000 euro
    • Gevolg:

§ De zelfstandige zal verhogingen art. 44 en 44 bis op minimumbasis hoofdberoep (12.870 euro) moeten betalen en verhogingen art. 11 bis op het verschil tussen 12.870 euro en 30.000 euro.

Case 4:

    • zelfstandige buiten begin van activiteit met art 37
    • inkomen N - 3 = 30.000 euro
    • heeft op basis van objectieve elementen vrijstelling van bijdragen verkregen
    • FOD-FIN inkomen = 4.000 euro
    • Gevolg:
      • zelfstandige moet een bijdrage van ongeveer 200 euro betalen
      • Verhogingen art11bis op 4.000 euro.

Case 5:

    • zelfstandige buiten begin van activiteit met art 37
    • N - 3 = 0 euro
    • heeft op basis van zijn inkomen van N - 3 vrijstelling verkregen
    • FOD - FIN inkomen = 20.000 euro
    • Gevolg:
      • zelfstandige moet een bijdrage van ongeveer 1.000 euro betalen
      • Verhogingen art.44 en 44 bis op 12.870 euro want recht op art 37 vervalt
      • Geen verhogingen verschuldigd op verschil tussen 12.870 euro en 20.000 euro

Case 6 :

    • zelfstandige buiten begin van activiteit met art 37
    • N - 3 = 0 euro
    • heeft op basis van zijn inkomen van N - 3 vrijstelling verkregen
    • FOD-FIN inkomen = 4.000 euro
    • Gevolg:
      • zelfstandige moet een bijdrage van ongeveer 200 euro betalen
      • geen verhogingen , "0 euro" was immers het opeisbare bedrag

Inhoud > Aanpassing van de sociale bijdragen > Verhoogde bijdragen

Voorlopige bijdragen vrijwillig VERHOGEN om regularisaties te vermijden

Een zelfstandige zal in afwachting van de vaststelling van zijn definitieve beroepsinkomsten van het bijdragejaar zelf, “voorlopige” bijdragen betalen berekend op basis van de geïndexeerde beroepsinkomsten van drie jaar geleden.

In welke mate kunnen “voorlopige” bijdragen worden bijgestuurd?

 

 

Indien op het ogenblik van de regularisatie blijkt dat de zelfstandige te weinig “voorlopige” bijdragen heeft betaald, zal een supplementaire bijdrage worden aangerekend. Zolang de zelfstandige op voorlopige basis minstens de “opeisbare” bijdrage heeft betaald op basis van de inkomsten van drie jaar geleden, zullen er géén verhogingen (wegens laattijdige betaling) van toepassing zijn.

De mogelijkheid wordt evenwel voorzien om, in afwachting van de regularisatie, reeds meer te betalen dan het voorgestelde bedrag berekend op drie jaar geleden. Dit op voorwaarde dat de zelfstandige op het ogenblik van de vrijwillige bijbetaling geen onbetaalden heeft bij zijn sociaal verzekeringsfonds. Het voordeel hiervan is dat de zelfstandige kan anticiperen op deze regularisaties en dat hij de supplementaire bijdragen ook onmiddellijk fiscaal kan aftrekken van zijn beroepsinkomsten van het lopende bijdragejaar .
De zelfstandige kan vrijwillig de “voorlopige” bijdragen verhogen via een eenvoudige aanvraag of via een spontane extra storting.

Ook indien de zelfstandige op het ogenblik van de “voorlopige” berekening geen bijdragen verschuldigd is (gezien de categorie van onderwerping en de beperktheid van de inkomsten van drie jaar geleden), heeft hij er alle belang bij om toch reeds te betalen op een geschat inkomen indien hij vermoedt dat zijn beroepsinkomsten voor het lopende bijdragejaar hoger zullen zijn.

De zelfstandige is vrij te kiezen tot welk bedrag de sociale bijdragen worden verhoogd zolang de maximumbijdrage niet wordt overschreden.

Voorbeeld

Een zelfstandige die op basis van het inkomen van 2018, zijn sociale bijdragen dient te betalen op 30.000 EURO (1.656,02 EURO bijdragen), kan vrijwillig bijstorten tot op het maximuminkomen van 2018, namelijk 86.367,78 euro (4.293,64 EURO bijdragen)

Opgelet!

Eénmaal dat de zelfstandige een vrijwillige storting heeft gedaan, is er geen mogelijkheid tot terugbetaling van de betaalde “voorlopige” bijdragen, met uitzondering van een terugbetaling van het vrijwillige supplement in het bijdragejaar zelf op specifiek verzoek van de zelfstandige.

Het huidige bonificatiesysteem wordt sinds 01/01/2015 afgeschaft.

 

Inhoud > Regularisatie >

Regularisatie van de voorlopige bijdragen

In het nieuwe systeem van bijdrageberekening vanaf 2015 wordt het principe van “voorlopige” berekening met nadien herziening op basis van de werkelijke inkomsten (zoals we het nu toepassen in het huidige systeem bij begin van bezigheid) doorgetrokken naar de ganse loopbaan van de zelfstandige.

Samenvatting van de “VOORLOPIGE” berekening
(de volledige beschrijving kan u terugvinden in onze vorige publicaties of op onze website)

Begin van bezigheid (eerste 3 volledige jaren van activiteit en eventuele onvolledige jaar dat eraan voorafgaat)

De zelfstandige heeft volgende opties:

· de zelfstandige betaalt het wettelijke minimum

OF

· de zelfstandige betaalt op basis van een geraamd inkomen

Buiten begin van bezigheid (vanaf 4e volledige jaar van activiteit)

De zelfstandige is een opeisbare bijdrage verschuldigd berekend op basis van de inkomsten van 3 jaar geleden.

De zelfstandige heeft volgende opties:

· vrijwillige bijbetaling op basis van een geraamd inkomen (hoger dan de opeisbare basis)

· aanvraag tot vermindering van deze opeisbare bijdrage onder bepaalde voorwaarden

De REGULARISATIE van de “voorlopige” bijdragen

Zodra het fonds de werkelijke beroepsinkomsten van het bijdragejaar kent, zal het overgaan tot herziening van de betaalde “voorlopige” bijdragen. Voor de berekening van de “definitieve” bijdragen moet er geen indexering van de inkomsten meer gebeuren omdat de beroepsinkomsten deze zijn van het bijdragejaar zelf (en niet meer van 3 jaar geleden).

Alnaargelang het geval zal er dan overgegaan worden tot de terugbetaling van de teveel betaalde bijdragen ofwel zal een supplementaire bijdrage gevorderd worden. Indien de zelfstandige op voorlopige basis de opeisbare bijdrage heeft betaald en als blijkt dat er een regularisatiebijdrage verschuldigd is op het ogenblik van de regularisatie, zal op dit supplement géén verhoging verschuldigd zijn.

Opgelet!

In sommige gevallen zal er geen supplement moeten gevorderd worden, maar wel verhogingen (3% en 7%) wegens laattijdige betaling.

Eerste situatie:

Voorlopige berekening:

In het eerste kwartaal 2015 berekent het sociaal verzekeringsfonds een “voorlopige” bijdrage van 4.148,22 EURO berekend op 84.596,66 EURO, zijnde geïndexeerde beroepsinkomsten van het jaar 2012.

De zelfstandige verwacht in 2015 nooit zoveel te verdienen en schat in dat de inkomsten van het lopende bijdragejaar 50.000 EURO zullen zijn. Het fonds kan evenwel niet ingaan op zijn aanvraag tot vermindering van de “voorlopige” bijdragen op basis van objectieve elementen, vermits de geschatte inkomsten boven de wettelijke drempels vallen.

De zelfstandige betaalt de “voorlopige” bijdrage berekend door het fonds niet en betaalt op eigen initiatief 3.024,33 EURO per kwartaal, wat de bijdrage is berekend op zijn geschat inkomen van 50.000 EURO.

Regularisatie:

Het fonds ontvangt op 15/01/2018 de definitieve inkomsten voor het jaar 2015 en de geschatte inkomsten van 50.000 EURO worden bevestigd.

De zelfstandige betaalde de correcte bijdrage MAAR het fonds dient evenwel over te gaan tot de opvordering van verhogingen wegens het niet betalen van de volledige opeisbare bijdragen.

Deze verhogingen moeten worden aangerekend vanaf het opeisbare kwartaal tot en met het kwartaal waarin de regularisatie wordt uitgevoerd.

In dit concrete voorbeeld zijn volgende verhogingen verschuldigd:

4.148,22 EURO – 3.024,33 EURO = 1.123,89 EURO per kwartaal te weinig betaald aan “voorlopige” bijdragen

Totaal verhogingen 3% voor het onbetaald saldo van 2015 = 1.416,1 EURO

- 1ste kwartaal 2015 = 404,60 EURO

- 2de kwartaal 2015 = 370,88 EURO

- 3de kwartaal 2015 = 337,17 EURO

- 4de kwartaal 2015 = 303,45 EURO

Totaal verhogingen 7% voor het onbetaald saldo van 2015 = 4 x 78,67 = 314,69 EURO

Tweede situatie:

Een zelfstandige vraagt bij de berekening van de “voorlopige” bijdragen een vermindering op basis van objectieve elementen en kan aantonen dat zijn inkomsten onder één van de wettelijke drempels zullen vallen. Gaandeweg stelt deze zelfstandige vast dat de geschatte inkomsten deze verminderde drempel toch zullen overschrijden, maar dat hij toch niet de inkomsten zal verdienen waarop het fonds de oorspronkelijke opeisbare bijdrage heeft berekend (met name op de beroepsinkomsten van 3 jaar geleden).

De zelfstandige kan er beter voor opteren om reeds vrijwillig bij te betalen bovenop de verminderde drempel, dan de aanvraag tot vermindering te herroepen. Want bij een herroeping van de vermindering zal de oorspronkelijk opeisbare bijdrage opnieuw verschuldigd zijn en zal het fonds op het ogenblik van de definitieve regularisatie verhogingen moeten aanrekenen als deze bijdragen niet volledig werden voldaan.

Anderzijds voorkomt het vrijwillig bijbetalen bovenop de drempel toegekend op basis van een aanvraag tot vermindering, dat de zelfstandige “gesanctioneerd” wordt wegens een ten onrechte aangevraagde vermindering.

Voor de toelichting van de regularisatie van een zelfstandige die een vermindering van de “voorlopige” bijdrage heeft gevraagd, verwijzen we naar onze vorige publicatie: VERMINDERING van de voorlopige bijdragen bij dalende inkomsten.

Inhoud > Pro rata berekening

Pro-rata berekening bij onvolledige bijdragejaren

Een inkomen als zelfstandige gegenereerd in een onvolledig bijdragejaar dient ook als basis voor de berekening van de sociale bijdragen. Een inkomen uit een onvolledig bijdragejaar wordt omgezet naar een volledig jaarinkomen alvorens hierop de bijdrage te berekenen. Deze omzetting op jaarbasis gebeurt als volgt:

beroepsinkomsten

x

4

aantal kalenderkwartalen onderwerping als zelfstandige


Voorbeeld:

Een zelfstandige start zijn activiteit op 01/04/2015.

De kwartaalbijdragen voor de periode 01/04/2015 tot 31/12/2015 worden berekend op basis van het inkomen van 2015, weliswaar geproratiseerd.
In het geval dat het inkomen van 2015 15.000 EURO bedraagt, worden deze als volgt op jaarbasis herleid:

15.000 EURO

x

4

=

20.000 EURO

3

De sociale bijdragen voor de kwartalen 2015/1, 2015/2 en 2015/3 zullen worden berekend op een inkomen van 20.000 EURO en niet op 15.000 EURO.

Opgelet

Een aantal specifieke gevallen waarmee u rekening dient te houden voor de toepassing van de pro-rata berekening:

Kwartalen van gelijkstelling wegens ziekte, waarbij gedurende het volledige kwartaal geen enkele zelfstandige beroepsactiviteit wordt uitgeoefend worden niet als kwartalen van onderwerping gerekend.

Volgende kwartalen worden daarentegen wel meegerekend als kwartalen van onderwerping:

· Kwartalen van gelijkstelling wegens ziekte met nog een beperkte activiteit aan het begin en/of het einde van het kwartaal

· Het kwartaal waarin de zelfstandige zijn activiteit volledig stopzet en zijn pensioen opneemt

· Het kwartaal waarin de zelfstandige overlijdt

Voorbeeld :

Voor een zelfstandige die zijn activiteit stopzet op 15/04/2015, met name het kwartaal waarin hij 65 jaar wordt en zijn pensioen opneemt, zullen de voorlopige bijdragen geregulariseerd worden op basis van het definitieve inkomen van 2015.
In het geval dat het inkomen van 2015 15.000 EURO bedraagt, wordt het inkomen als volgt herleid naar een jaarinkomen:

15.000 EURO

x

4

=

30.000 EURO

2

De sociale bijdrage voor het eerste kwartaal 2015 zal worden berekend op een inkomen van 30.000 EURO. Voor het tweede kwartaal is er géén bijdrageplicht wegens stopzetting van de activiteit in het kwartaal van pensionering.

Inhoud > Wijziging van categorie

Wijziging van categorie

 

In het nieuwe systeem zal een wijziging van hoedanigheid van onderwerping geen aanleiding meer geven tot een nieuw begin van bezigheid.

Voorbeeld

Een zelfstandige is reeds enkele jaren actief in bijberoep en bevindt zich in een periode buiten begin van bezigheid.

Eind juni 2015 stopt hij met zijn loontrekkende activiteit en hij zal zijn zelfstandige activiteit vanaf het derde kwartaal 2015 verderzetten in hoofdberoep.
Hoe zal de berekening gebeuren?

In het actuele systeem:

KWARTAAL

BAREMA

TE GEBRUIKEN REFERTE-INKOMEN

voorlopige berekening

definitieve berekening

regularisatie

Q1/2015

bijberoep

niet van toepassing

2012

niet van toepassing

Q2/2015

bijberoep

niet van toepassing

2012

niet van toepassing

Q3/2015

hoofdberoep

wettelijke min of geraamd inkomen 2016

niet van toepassing

netto-belastbaar jaarinkomen 2016

Q4/2015

hoofdberoep

wettelijke min of geraamd inkomen 2016

niet van toepassing

netto-belastbaar jaarinkomen 2016

In het nieuwe systeem:

KWARTAAL

BAREMA

TE GEBRUIKEN REFERTE-INKOMEN

voorlopige berekening

definitieve berekening

regularisatie

Q1/2015

bijberoep

Geïndexeerd netto-belastbaar jaarinkomen 2012

niet van toepassing

netto-belastbaar jaarinkomen 2015

Q2/2015

bijberoep

Geïndexeerd netto-belastbaar jaarinkomen 2012

niet van toepassing

netto-belastbaar jaarinkomen 2015

Q3/2015

hoofdberoep

Geïndexeerd netto-belastbaar jaarinkomen 2012

niet van toepassing

netto-belastbaar jaarinkomen 2015

Q4/2015

hoofdberoep

Geïndexeerd netto-belastbaar jaarinkomen 2012

niet van toepassing

netto-belastbaar jaarinkomen 2015

Opgelet!

Volgende gebeurtenissen zullen toch aanleiding geven tot een nieuw begin van bezigheid:

- Wijziging van onderwerping als meewerkende echtgenote mini-statuut naar een eigen activiteit als zelfstandige

- Onderbreking van de activiteit en de onderwerping als zelfstandige tijdens minstens één kalenderkwartaal

 

 

Bent u boekhouder of accountant? Volg dan alle nieuws over de hervorming van de sociale bijdragen via deze link.  

Bent u zelfstandige? Volg dan alle nieuws over de hervorming van de sociale bijdragen via deze link.  

Inhoud > Pensioen

Regularisaties na het pensioen

Vóór u op pensioen gaat, is het belangrijk om even stil te staan bij uw sociale bijdragen. U kunt op het moment van uw pensioen namelijk nog steeds regularisaties krijgen en sociale bijdragen moeten betalen. In sommige gevallen bestaat de mogelijkheid om aan de regularisaties te verzaken. We leggen kort even uit welke mogelijkheden er zijn.

 

De berekening van de sociale bijdragen

We starten eerst met een korte uitleg van hoe sociale bijdragen berekend worden en wanneer u ze moet betalen. Kort samengevat: de sociale bijdragen worden in twee fasen berekend.

  • Wanneer u sociale bijdragen moet betalen, betaalt u eerst voorlopige bijdragen, omdat we op dat moment uw definitieve inkomen nog niet kennen. Voor 2017 weten we bijvoorbeeld nog niet wat u dit jaar zal verdiend hebben. Daarom baseren we ons op uw inkomen van 2014, of anders op een wettelijk minimumbedrag.
  • Twee à drie jaar nadat u de voorlopige bijdragen hebt betaalt, geeft de belastingdienst ons uw definitieve inkomen door. Op basis van dat definitieve inkomen zullen wij u een nieuwe factuur sturen, met de nieuwe berekening voor dat jaar. Dat zijn de zogenaamde regularisaties. Op die regularisaties vindt u de definitieve Naargelang het geval zal u bijdragen teruggestort krijgen of een supplement moeten bijbetalen.

 

Sociale bijdragen betalen als u op pensioen bent?

U zult nog sociale bijdragen moeten betalen totdat u op pensioen gaat. De laatste jaren vóór uw pensioen zullen dat nog voorlopige bijdragen zijn. Dat wil dus zeggen dat uw definitieve inkomsten pas gekend zullen zijn als u al op pensioen bent. U zult dus ook nog regularisaties krijgen als u op pensioen bent en mogelijk nog sociale bijdragen moeten bijbetalen.

Er is een uitzondering mogelijk voor zelfstandigen die vóór 1 januari 2019 op pensioen gaan. Als u voor 1 januari 2019 op pensioen zou gaan, dan hebt u de keuze om te verzaken aan de regularisaties.[1] Met andere woorden: u kunt ervoor kiezen om voor die laatste jaren als zelfstandige geen definitieve bijdragen meer te betalen.

U moet wel aan enkele voorwaarden voldoen:

  • U moet de aanvraag om te verzaken aan de regularisaties ten laatste op de ingangsdatum van uw pensioen indienen.
  • U gaat ten laatste op 1 januari 2019 met pensioen.
  • U hebt elke zelfstandige activiteit ten laatste op de ingangsdatum van uw pensioen stopgezet.
  • De aanvraag geldt enkel voor het jaar waarin u met pensioen gaat en voor de drie jaren daarvoor.
  • Bovendien geldt de aanvraag alleen voor sociale bijdragen die op de ingangsdatum van uw pensioen nog niet werden geregulariseerd.
  • U kunt de aanvraag alleen indienen als u voor geen enkele van deze jaren een vermindering van uw voorlopige bijdrage aanvroeg en verkreeg.
  • De aanvraag geldt voor alle nog te regulariseren bijdragejaren samen.  U kunt dus niet kiezen om één jaar wel en een ander jaar niet te laten herrekenen.

 

De aanvraag kan op twee manieren worden ingediend:

  • Ofwel per aangetekende brief, gericht aan uw sociaal verzekeringsfonds;
  • Ofwel door neerlegging ter plaatse bij uw sociaal verzekeringsfonds, tegen ontvangstbewijs.

 

Een voorbeeld

Een zelfstandige is actief sinds 15/04/1979 en is van plan om zijn pensioen op te nemen met ingang van 01/10/2018. Op 01/01/2018 dient hij een aanvraag in om géén regularisaties meer te ontvangen voor de laatste bijdragejaren. Op 15/04/2018 wordt de regularisatie van de voorlopige bijdragen voor het jaar 2015 uitgevoerd.

De zelfstandige zal als volgt sociale bijdragen betalen:

  • Voor 2015:
    • In 2015: voorlopige sociale bijdragen op basis van de beroepsinkomsten van 2012
    • Definitieve inkomen 2015 is al gekend wanneer het pensioen ingaat in 2018: de verzaking heeft dus geen uitwerking. De zelfstandige betaalt nog definitieve bijdragen op basis van de beroepsinkomsten van 2015.
  • Voor 2016:
    • In 2016: voorlopige sociale bijdragen op basis van de beroepsinkomsten van 2013
    • Definitieve inkomen is gekend in 2019, maar zelfstandige heeft verzaakt aan de regularisaties. Hij betaalt geen definitieve bijdragen meer.
  • Voor 2017:
    • In 2017: voorlopige sociale bijdragen op basis van de beroepsinkomsten van 2014
    • Definitieve inkomen is gekend in 2020, maar zelfstandige heeft verzaakt aan de regularisaties. Hij betaalt geen definitieve bijdragen meer.

Voor 2018:

  • In 2018: voorlopige sociale bijdragen op basis van de beroepsinkomsten van 2015
  • Definitieve inkomen is gekend in 2021, maar zelfstandige heeft verzaakt aan de regularisaties. Hij betaalt geen definitieve bijdragen meer.

 

Niet verzaken of wel verzaken?

U vraagt zich misschien af: moet ik nu wel of niet verzaken aan de regularisaties? Dat is iets wat we niet zomaar voor u kunnen beslissen, maar dat u het best bespreekt met uw boekhouder. U kunt in ieder geval alvast rekening houden met enkele elementen.

Als u niet verzaakt aan de regularisaties (en dus de regularisaties zal moeten betalen of terugkrijgen):

  • Eerst en vooral is het belangrijk om te weten dat het betalen van de regularisaties geen invloed heeft op het aantal jaren activiteit: u zal daarvoor geen extra pensioenjaar krijgen. U hebt uw bijdragen namelijk al voorlopig U zal enkel uw pensioen verhogen of verlagen, naargelang u bijdragen moet bijbetalen of terugkrijgt.
  • Omgekeerd heeft het wel een invloed. Op het moment dat u de regularisaties krijgt als u op pensioen bent, kunt u niet meer beslissen om ze niet te betalen (in het geval dat u moet bijbetalen). Betaalt u toch niet, dan zal uw pensioen wél worden herrekend: de jaren waarvoor u geen regularisaties hebt betaald, zullen namelijk niet meetellen voor uw pensioen. Omdat de bijdragen voor die jaren als niet (volledig) betaald worden beschouwd, zal uw pensioen dus berekend worden op minder jaren activiteit, en dus verlaagd worden. Mogelijk verliest u daardoor zelfs ook het recht op een vervroegd pensioen.

Als u verzaakt aan de regularisaties (en dus geen regularisaties meer zal krijgen)

  • Als zou blijken dat uw definitieve inkomen toch lager lag dan het inkomen waarop u uw voorlopige bijdragen hebt betaald, dan zou in het geval van een regularisatie geld moeten terugkrijgen. Als u verzaakt aan de regularisaties, zal u dus niets meer terugkrijgen.

---

[1] Zelfstandigen geboren na 1 januari 1959 komen dus niet in aanmerking.

Speciale maatregel voor de zelfstandigen die hun pensioen opnemen vanaf 2015

Indien u tijdens uw pensioen wenst bij te verdienen, is dit nog steeds toegestaan in beperkte mate. U dient dit te melden aan de pensioendienst van uw gemeente of het RSVZ. Deze melding kan worden gelijkgesteld met een aanvraag tot vermindering van uw voorlopige bijdragen voor het eerste volledige kalenderjaar van pensionering.

Indien u in de loop van een jaar uw pensioen opneemt, dient u voor het 1ste (onvolledige) jaar een expliciete aanvraag tot vermindering in te dienen.

We zullen dit eens concretiseren...

· U betaalt in 2015 op basis van N - 3, namelijk 30.000 euro.

· Vanaf 01/07/2015 neemt u uw pensioen op en verklaart u binnen de grenzen van toegelaten activiteit te werken. U dient uw aanvraag tot verminderingin en u verkrijgt deze vermindering naar het plafond van 17.971 euro voor een gans jaar op basis van objectieve elementen.

Berekening van de voorlopige bijdragen voor bijdragejaar 2015

· Q1/2015 en Q2/2015: worden berekend op 25.740,87 euro aan 22,00% => 17.971, 00 euro is immers geen plafond voor een zelfstandige in hoofdberoep, daarom nemen we het eerstvolgend plafond. Het reeds betaalde supplement wordt als provisie geboekt.

· Q3/2015 en Q4/2015: worden berekend op 17.971 euro aan 14.70 %

Voor uw voorlopige bijdragen voor de jaren 2016, 2017 en 2018 wordt er automatisch vermindering van voorlopige bijdragen toegepast. U hoeft hiervoor geen expliciete aanvraag in te dienen.

Berekening van de definitieve bijdragen na ontvangen van de definitieve inkomsten

We ontvangen uw definitief inkomen voor bijdragejaar 2015, namelijk 20.000 euro

· Q1/2015 en Q2/2015: er wordt u een credit toegekend, u had immers betaald op 25.740,87 euro

· Q3/2015 en Q4/2015: In principe zou u een supplement worden aangerekend + verhogingen art.11 bis aangezien u een onterechte vermindering heeft verkregen. U had immers voor deze kwartalen betaald op slechts een inkomen van 17.971 euro. In dit concreet geval zullen we evenwel de provisie van Q1 en Q2 kunnen gebruiken om dit supplement te betalen, waardoor ook de verhogingen niet verschuldigd zijn.

Klik hier voor een filmpje mbt de hervorming van de sociale bijdragen.

Inhoud > Stopzetting

Stopzettingsmeerwaarden en vergoedingen van bedrijfsleiders bij stopzetting

In het nieuwe bijdragesysteem verandert de omschrijving van de beroepsinkomsten voor de berekening van de sociale bijdragen niet. We moeten evenwel rekening houden met 2 wijzigingen:

Stopzettingsmeerwaarden

Actuele bijdragesysteem

In het actuele bijdragesysteem vormen de stopzettingsmeerwaarden, gerealiseerd in de twee kalenderjaren voorafgaand aan de stopzetting van de activiteit, de facto geen basis voor de berekening van de sociale bijdragen. De inkomsten van de jaren waarin de stopzettingsmeerwaarde werd gerealiseerd zullen immers nooit als referte dienen voor de berekening van de sociale bijdragen.

Nieuwe bijdragesysteem

Vermits in het nieuwe bijdragesysteem de beroepsinkomsten van het bijdragejaar zelf de definitieve basis vormen voor de berekening van de sociale bijdragen, dient de gerealiseerde stopzettingsmeerwaarde mee worden opgenomen in de berekeningsbasis voor de bijdragen.

UITZONDERING

In volgende gevallen dient met de gerealiseerde stopzettingsmeerwaarde geen rekening worden gehouden:

· De zelfstandige geniet uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar volgend op dat waarin de stopzettingsmeerwaarde werd gerealiseerd een rustpensioen. De stopzetting van de activiteit is geen vereiste.

· Uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar volgend op dat waarin de stopzettingsmeerwaarde werd gerealiseerd neemt de onderwerpingsplicht aan het sociaal statuut zelfstandigen een einde.

Voorbeeld 1

Een zelfstandige realiseert een stopzettingsmeerwaarde in 2015 en geniet sedert 1 september 2016 een rustpensioen. Als 65-jarige met 42 jaar loopbaan, zet hij de activiteit verder zonder limiet.

Vermits de zelfstandige een pensioen geniet uiterlijk op 31 december 2016 dient de stopzettingsmeerwaarde niet in rekening worden genomen. Het feit dat de zelfstandige de activiteit onbeperkt verder zet speelt geen rol.

Voorbeeld 2

Een zelfstandige realiseert een stopzettingsmeerwaarde in 2015 en zet nog in de loop van 2015 de activiteit stop. In de loop van het jaar 2016 herneemt hij een nieuwe zelfstandige activiteit en op 31 december 2016 is hij nog steeds onderworpen aan het sociaal statuut zelfstandigen.

Vermits er op 31 december 2016 een onderwerpingsplicht is aan het sociaal statuut zelfstandigen dient de stopzettingsmeerwaarde in rekening worden genomen.

ADVIES: Bewijs aan het sociaal verzekeringsfonds het bedrag van de stopzettingsmeerwaarde. Het fonds ontvangt van de fiscus immers het volledige bedrag inclusief de meerwaarde.

Vergoedingen van bedrijfsleiders bij stopzetting

Deze vergoedingen zijn opgenomen in de inkomsten die de fiscus aan het sociaal verzekeringsfonds meedeelt en moeten integraal in de berekeningsbasis van de sociale bijdragen worden opgenomen.

Inhoud > Vrijstelling van sociale bijdragen

Belangrijke info omtrent een aanvraag vrijstelling en de opheffing hoofdelijke aansprakelijkheid

Sinds de nieuwe procedure van kracht is (Inlichtingsformulier bij een aanvraag tot vrijstelling van sociale bijdragen) verplicht de commissie voor vrijstelling van de Federale Overheidsdienst ons om meer gegevens op te vragen bij de zelfstandige/vennootschap in verband met zijn financiële situatie. In dit kader hebben wij vorig jaar al ons inlichtingenformulier A aangepast. Zonder deze extra verplichte info zal vermelde commissie immers de aanvraag niet kunnen beoordelen.

We blijven echter vaststellen dat sommige zelfstandigen nog een "oud" inlichtingsformulier A gebruiken.
We wensen te benadrukken dat de zelfstandige/vennootschap ALLE velden dient in te vullen op het nieuwe inlichtingenformulier dat hij ontvangt op het moment van de aanvraag vrijstelling / opheffing hoofdelijke aansprakelijkheid. Als een vraag niet van toepassing is op de situatie van de zelfstandige, moet hij hoe dan ook “nihil” of “0” vermelden. Als alle velden van het inlichtingenformulieren A niet zijn ingevuld, wordt de aanvraag als onontvankelijk beschouwd.
De richtlijnen van de FOD aan de verzekeringsfondsen zijn hierin zeer strikt en duidelijk

Ook zijn er sedert 1 juni 2014 wijzigingen in de te volgen procedure voor het indienen van de aanvragen voor vrijstelling van de bijdragen en voor de opheffing hoofdelijke aansprakelijkheid (Aanvraag vrijstelling sociale bijdragen: belangrijke toekomstige wijzigingen)

Hierbij de belangrijkste aanpassingen:

· Een aanvraag tot vrijstelling of ontheffing hoofdelijke aansprakelijkheid kan maar worden ingediend op voorwaarde dat de zelfstandige reeds minstens 4 opeenvolgende en verstreken kwartalen onderworpen is aan het sociaal statuut zelfstandigen. Uitzondering hierop is een aanvraag voor een zelfstandige die in de loop van deze eerste 4 kwartalen de activiteit heeft stopgezet.

· Na ontvangst van de aanvraag tot vrijstelling of ontheffing hoofdelijke aansprakelijkheid moet een inlichtingenformulier binnen een termijn van 30 dagen volledig ingevuld en ondertekend te worden terugbezorgd aan het sociaal verzekeringsfonds. Indien het fonds deze documenten niet binnen de gestelde termijn ontvangt is de aanvraag onontvankelijk. Er wordt met andere woorden géén extra termijn meer voorzien van 14 dagen, waarbij het inlichtingenformulier toch nog kan bezorgd aan het fonds.

· Het model van het inlichtingenformulier wordt aangepast voor zowel de aanvragen vrijstelling als de aanvragen tot ontheffing hoofdelijke aansprakelijkheid. Er worden extra verplichte velden toegevoegd, die ervoor zorgen dat de aanvraag als onontvankelijk wordt beschouwd als de gevraagde info in de verplichte velden niet wordt ingevuld op het inlichtingenformulier. Het betreft o.a. de handtekening, identificatie, gevraagde periodes, motivering, inkomsten, bijlagen,... Indien de handtekening ontbreekt of er ontbreken pagina's moet het fonds er ook vanuit gaan dat de aanvraag nooit werd ingediend.

· De zelfstandige moet verplicht een raming geven van zijn beroepsinkomsten voor het jaar van de aanvraag en de twee voorgaande jaren. Indien er géén inkomsten zijn, moet “0” worden vermeld. Dezelfde verplichting geldt ook voor onroerende of roerende inkomsten, alsook voor een vervangingsinkomen.

Het inlichtingenformulier moet steeds verplicht per aangetekend schrijven naar het fonds worden teruggestuurd. Indien het inlichtingenformulier via gewone post of aan het loket wordt afgegeven, wordt de aanvraag als onontvankelijk beschouwd.