E.E.S.V. Securex Corporate
Maatschappelijke zetel: Tervurenlaan 43, 1040 Brussel
Ondernemingsnummer: BTW BE 0877.510.104 - RPR Brussel

Steunmaatregelen

Federaal > Structurele vermindering van werkgeversbijdragen

Inhoudstafel - Structurele vermindering van werkgeversbijdragen

Wat is de structurele vermindering?

De structurele vermindering is een maatregel tot vermindering van de patronale basisbijdragen voor de sociale zekerheid.

In het kader van de taxshift werd de structurele vermindering grondig hervormd, waardoor niet elke werknemer nog het recht op deze vermindering opent. De idee daarachter is dat nu de normale werkgeversbijdragen door de taxshift laag genoeg liggen, het niet meer nodig is ze op structurele wijze te verlagen om concurrentieel te blijven met de buurlanden.

Hoewel de vermindering dus niet meer “automatisch” aan elke werknemer wordt toegekend, zullen we gemakkelijkheidshalve de benaming structurele vermindering blijven gebruiken.

Het bedrag van de vermindering varieert in functie van de categorie waartoe de werknemer behoort, zijn kwartaalloon en het volume van zijn prestaties. Het wordt met behulp van precieze wiskundige formules berekend.

De structurele vermindering geldt zowel voor arbeiders als bedienden voor zover ze volledig aan de sociale zekerheid onderworpen zijn. De vermindering wordt tijdens de volledige duur van de tewerkstelling toegekend. De werknemer moet bij aanwerving geen enkel specifiek statuut bezitten op het vlak van leeftijd, werkloosheid, scholing, ....

Naast de structurele vermindering kan de werkgever tegelijkertijd gedurende een aantal trimesters een forfaitaire kwartaalvermindering van de patronale socialezekerheidsbijdragen krijgen wanneer hij een werknemer in dienst neemt van wie het profiel beantwoordt aan dat van een doelgroep.

U kan gedetailleerde informatie over de doelgroepverminderingen terugvinden in de andere fiches van dit dossier "Tewerkstellingsmaatregelen".

Voor welke werkgevers?

De structurele vermindering is in principe van toepassing op alle werkgevers uit de privé- en de openbare sector. Door echter het profiel van de werknemers te beperken tot diegenen die aan alle basisregelingen van de sociale zekerheid onderworpen zijn, zijn sommige werkgevers uit de privésector en vele werkgevers uit de openbare sector uitgesloten.

Voor welke werknemers?

Principe

Enkel werknemers die onderworpen zijn aan het geheel van de basisregelingen van de sociale zekerheid[1] komen voor de structurele vermindering in aanmerking.

Statuut van de werkneme 

Het statuut van de werknemer (arbeider, bediende, handelsvertegenwoordiger, ...), de aard en duur van de arbeidsovereenkomst (onbepaalde duur, bepaalde duur, vervangingsovereenkomst, ...) en het werkrooster (voltijds of deeltijds) zijn in principe niet belangrijk.

Ondergrens van 27,5%

Indien de werknemer tijdens het kwartaal minder dan 27,5% van de volledige kwartaalprestaties van een voltijder werkt, zal er geen structurele vermindering toegekend worden.  Deze minimumgrens geldt echter niet voor:

Deze werknemers genieten met andere woorden toch de vermindering, ook al hebben ze in het betrokken kwartaal minder dan 27,5% van volledige kwartaalprestaties van een voltijder gepresteerd.

Uitsluitingen

Twee types van werknemers zijn dan ook uitgesloten:

De niet aan de sociale zekerheid onderworpen werknemers

In de privésector kunnen de volgende werknemers geen recht geven op de structurele vermindering vermits ze, indien bepaalde voorwaarden vervuld worden, niet aan de sociale zekerheid onderworpen zijn:

Opmerking: De flexi-werknemers komen evenmin in aanmerking voor de structurele vermindering, omdat op hun loon enkel een bijzondere socialezekerheidsbijdrage van 25% wordt betaald.

De werknemers die gedeeltelijk onderworpen zijn aan de sociale zekerheid

In de privésector kunnen de volgende personen geen recht geven op de structurele vermindering vermits ze, indien bepaalde voorwaarden vervuld worden, niet aan alle basistakken van de sociale zekerheid onderworpen zijn:

In de publieke sector zijn de meeste ambtenaren en contractuele werknemers niet onderworpen aan alle socialezekerheidsstelsels.  Zij komen dus evenmin in aanmerking voor de vermindering.

 


 [1] Ziekte- en invaliditeitsverzekering, werkloosheid, pensioenen, arbeidsongevallen en beroepsziekten en jaarlijkse vakantie.

[2] PC nr. 327 (kengetallen 073, 173 en 273).

[3] In dienst genomen met een leer- of stageovereenkomst in de middenstand, met een overeenkomst van industrieel leerlingwezen, met een overeenkomst tot socioprofessionele beroepsinschakeling of met een arbeidsovereenkomst gedurende de periode van de deeltijdse leerplicht.

[4] Het gaat om gelegenheidsarbeiders die tijdens dagen van intense activiteit tewerkgesteld worden (artikel 8bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969).

De drie basiscategorieën

Het bedrag van de structurele vermindering varieert onder meer in functie van de categorie waartoe de werknemer behoort. We onderscheiden drie basiscategorieën.

Categorie 1: restcategorie

Deze categorie is een restcategorie. Ze omvat immers alle werknemers die niet tot een andere categorie behoren. Het betreft hoofdzakelijk:

Categorie 2: Sociale Maribel

Deze categorie omvat alle werknemers van werkgevers die binnen het toepassingsgebied van de Sociale Maribel vallen, uitgezonderd in het paritair comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp (PC nr. 318) en de erkende beschutte werkplaatsen (PC nr. 327, kengetallen 073, 173 en 273). 

Het betreft de werknemers van werkgevers in de volgende paritaire comités:

Categorie 3: beschutte werkplaatsen

Deze categorie omvat alle werknemers van erkende beschutte werkplaatsen in het paritair comité voor de beschutte werkplaatsen (PC’s nr. 327.01, 02 en 03: kengetallen 073, 173, 273), met uitzondering van de sociale werkplaatsen van de Vlaamse Gemeenschap (RSZ-kengetal 373).

Deze categorie wordt opgesplitst in 2 subcategorieën:

 


[1] Vanaf het 2de kwartaal 2016.

Hoe wordt het voordeel berekend?

De structurele vermindering wordt in 2 stappen berekend.  Eerst wordt het theoretische verminderingsbedrag berekend, vertrekkend van de hypothese dat de werknemer volledige voltijdse prestaties geleverd heeft.  Daarna wordt het reële verminderingsbedrag waarop de werknemer recht geeft, berekend.

Voor voltijders met volledige kwartaalprestaties is het reële verminderingsbedrag uiteraard gelijk aan het theoretische verminderingsbedrag.  Werknemers met deeltijdse en/of onvolledige prestaties genieten een proportionele vermindering, evenwel met een correctie die varieert naargelang de prestaties hoger of lager zijn dan 80%, 55% of 27,5% van volledige kwartaalprestaties van een voltijder.

U vindt de berekeningsformules in de volgende vragen.

De berekening van het theoretisch verminderingsbedrag

De formule

De formule om het theoretisch verminderingsbedrag van de structurele vermindering te berekenen, is: R = F + (a x (SO – S)) + (d x (W - S1)

Naast het loon van de werknemer, hangt het theoretisch bedrag van de structurele vermindering af van drie bedragen:

Al deze parameters verschillen van categorie tot categorie.

Parameters van toepassing vanaf 1 april 2020 

Categorieën

Forfaitair basisbedrag F

Coëfficiënt a

Coëfficiënt d

Loonplafond SO en S1

Formule

1

0

a = 0,1400

SO = 9.215,70

0,1400 x (9.215,70 - S)

 

 

d = 0

S1 = 0

2

49

a = 0,2557

SO = 7.741,80

49 + 0,2557 x (7.741,80 - S) + 0,06 x (W - 13.514,80)

 

 

d = 0,06

S1 = 13.514,80

3

0

a = 0,1400

SO = 9.832,80

0,1400 x (9.832,80 - S)

 

 

d = 0

S1 = 0

3bis

375

a = 0,1785

S0 = 9.215,70

260 + 0,1785 x (9.215,70 - S)

d = 0

S1 = 0

 

Opmerking: Zoals u kan zien, zijn zowel in categorie 1 als categorie 3 het forfaitair basisbedrag als het supplement voor de hoge lonen op 0 gebracht. Hierdoor wordt er in deze categorieën enkel nog een vermindering toegekend aan werknemers met een laag- of middenloon.

 


[1] Het refertekwartaalloon (S) is het loon dat de werknemer in het kwartaal verdiend heeft wanneer hij volledige kwartaalprestaties verricht heeft. Indien hij deeltijds werkt en / of onvolledige prestaties verricht heeft, wordt op basis van het reële kwartaalloon een hypothetisch refertekwartaalloon berekend, alsof hij volledige voltijdse kwartaalprestaties geleverd zou hebben.

[2] Het effectieve kwartaalloon (W) is het loon dat de werknemer effectief verdiend heeft op basis van zijn reële kwartaalprestaties. Voor werknemers voor wie een eindejaarspremie betaald wordt door een derde (bv. een fonds voor  bestaanszekerheid), wordt het kwartaalloon (W) voor het 4de kwartaal verhoogd met 25%. In afwijking daarvan bedraagt de verhoging slechts 15% voor de erkende uitzendkantoren en dit tijdens het 1ste kwartaal. Na deze verhoging wordt W afgerond tot op de hogere eurocent waarbij 0,005 euro wordt afgerond naar 0,01 euro.

De berekening van het reële verminderingsbedrag

In een tweede fase wordt dan op basis van het theoretisch verminderingsbedrag (R) het reële verminderingsbedrag berekend.  Hiervoor wordt de volgende formule gebruikt: Ps = R x µ x b

µ is de prestatiebreuk van de prestaties tijdens de tewerkstelling: het drukt de verhouding uit tussen het aantal effectieve arbeidsdagen (of -uren) van de werknemer tijdens de tewerkstelling enerzijds en het aantal mogelijke werkdagen (of -uren) voor een voltijder met volledige prestaties tijdens het kwartaal anderzijds.  Voor een voltijder met volledige kwartaalprestaties is m bijgevolg gelijk aan 1.

b is de multiplicatiefactor. Deze verschilt naargelang de tewerkstelling van een werknemer bij dezelfde werkgever tijdens een kwartaal:

Het reële verminderingsbedrag Ps mag nooit hoger zijn dan het theoretische verminderingsbedrag R.

Welke cumulatie is mogelijk?

De structurele vermindering is enkel cumuleerbaar met de voordelen van de Sociale Maribel en de federale of regionale verminderingen van de patronale basisbijdragen (ook 'doelgroepverminderingen' genaamd), zoals deze voor :

Indien een werknemer voor een zelfde tewerkstelling aan de voorwaarden voor meer dan één doelgroepvermindering voldoet, kan zijn werkgever toch slechts één enkele doelgroepvermindering per tewerkstelling genieten.  Concreet zal de werkgever hier de meest voordelige doelgroepvermindering kunnen kiezen.

Het totale bedrag van de lastenvermindering (structurele vermindering en doelgroepvermindering samen) mag niet hoger zijn dan de verschuldigde patronale basisbijdragen voor de tewerkstelling van de werknemer[1].  Indien dat toch het geval is, zal eerst de doelgroepvermindering en daarna de structurele vermindering verminderd worden.  Wanneer er geen doelgroepvermindering is, zal onmiddellijk de structurele vermindering gelimiteerd worden tot het totale bedrag van de verschuldigde patronale basisbijdragen.

Voor de rechthebbenden op de sociale Maribel[2] zullen de verschuldigde bijdragen eerst worden verminderd met het bedrag van de vermindering in het kader van de sociale Maribel (behalve voor de beschutte werkplaatsen: PC nr. 327.01, 02 en 03, kengetallen 073, 173 en 273) en pas daarna met de doelgroepvermindering en de structurele vermindering.

Wanneer de structurele vermindering met de Sociale Maribel gecumuleerd wordt, zal het bedrag van de verschuldigde patronale basisbijdragen eerst verminderd worden met de voordelen van de Sociale Maribel.

Cumulatie met tewerkstellingsmaatregelen die geen vermindering van de werkgeversbijdragen voor sociale zekerheid inhouden (bijvoorbeeld de activering van de werkloosheidsbijdragen, de werkbonus, bepaalde gewestelijke premies, ...) is eveneens mogelijk.

 


[1] Er wordt geen rekening gehouden met de loonmatigingsbijdrage.

[2] Bepaalde werknemers komen niet in aanmerking voor de sociale Maribel. Bijgevolg zal de sociale Maribel niet in mindering gebracht worden van de werkgeversbijdragen aan de sociale zekerheid wanneer de werkgever bepaalde doelgroepverminderingen geniet. U vindt hier meer informatie (neem een kijkje onder de uitleg over de cumulaties).

Wat gebeurt er in geval van wijziging van de juridische structuur van de werkgever?

Wanneer de werkgever, natuurlijk of rechtspersoon, zijn activiteit stopzet, worden de verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen die hij geniet in principe ook beëindigd, zelfs indien de onderneming met personeel aan een nieuwe werkgever (juridische entiteit) die de rechten en plichten overneemt, overgedragen werd.

In bepaalde, strikte hypotheses van wijziging van de juridische structuur van de werkgever kunnen de doelgroepverminderingen echter behouden blijven[1].

In het geval van de structurele vermindering stelt dit probleem zich eigenlijk niet. Wanneer de nieuwe werkgever en de werknemer aan de voorwaarden beantwoorden, zal de vermindering immers automatisch toegekend worden.



[1] Programmawet van 27 december 2004.

Wat doet Securex voor u?

Deze zeer technische patronale lastenvermindering wordt door het Sociaal Secretariaat Securex automatisch voor zijn klanten berekend en aan de RSZ aangegeven.

Meer informatie vindt u op de website van de RSZ, waar u eveneens een macro kan downloaden om de structurele vermindering van de sociale lasten voor elke werknemer zelf te berekenen.

 

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?

Federaal > Algemeen overzicht van de tewerkstellingsmaatregelen

Inhoudstafel - Algemeen overzicht van de federale tewerkstellingsmaatregelen

 

Structuur van de tewerkstellingsmaatregelen

Om u toe te laten de tewerkstellingsmaatregelen die u bij de aanwerving van een werknemer zou kunnen genieten, te bundelen, geven we u in deze fiche een overzicht van de voornaamste federale tewerkstellingsmaatregelen. 

Opgelet! Het merendeel van de tewerkstellingsmaatregelen zijn geregionaliseerd. Het is dus belangrijk om ook de verschillende regionale rubrieken in dit dossier te raadplegen.

U vindt een overzicht van de federale en regionale maatregelen onder de rubriek "Algemeen overzicht" van dit dossier.

Verschillende soorten tewerkstellingsmaatregelen

Vermindering van de patronale bijdragen aan de sociale zekerheid

De werkgever kan nog gelijktijdig 2 soorten verminderingen van werkgeversbijdragen in de sociale zekerheid genieten: de structurele vermindering van de sociale lasten[1] en, onder bepaalde voorwaarden, een doelgroepvermindering.

Indien de werknemer voor een zelfde tewerkstelling in aanmerking komt voor meerdere doelgroepverminderingen, moet de werkgever een keuze maken.  Uiteraard mag hij de voordeligste nemen.

Het totale bedrag van de vermindering van de socialezekerheidsbijdragen (structurele vermindering en doelgroepvermindering) mag in geen geval hoger zijn dan het bedrag van de bijdragen die voor de betrokken werknemer verschuldigd zijn.  Als dit toch het geval is, primeert de structurele vermindering op de doelgroepvermindering.  Men zal dus in de eerste plaats de doelgroepvermindering beperken en daarna de structurele vermindering, voor zover dat nog nodig is.

Alle doelgroepverminderingen, met uitzondering van drie doelgroepverminderingen, zijn geregionaliseerd (zie hierna). De structurele vermindering blijft daarentegen een federale maatregel, waarvan u dus kan genieten ongeacht uw regio.

Activering van de werkloosheidsuitkeringen of werkuitkering

Een andere vorm van tewerkstellingsmaatregel is de activering van de werkloosheidsuitkeringen. In het geval van activering, ontvangt de betrokken werknemer een werkuitkering (activering van zijn werkloosheidsuitkeringen, hoewel hij niet meer werkloos is) van zijn betalingsorganisme (vakbond of hulpkas). De werkgever trekt de werkuitkering af van het nettoloon van zijn werknemer. Hierdoor vermindert zijn loonkost.  

De activering mag gecumuleerd worden met de verminderingen van de werkgeversbijdragen aan de sociale zekerheid. Het bedrag van deze steun mag echter de werkelijk gedragen loonkost van de werkgever niet overschrijden.

De toekenning van deze tewerkstellingsmaatregel hangt voortaan enkel af van de regio’s. Er is niets meer voorzien op federaal niveau.

Andere tewerkstellingsmaatregelen

Daarnaast bestaan er nog een aantal tewerkstellingsmaatregelen waar we nu niet verder op ingaan. U vindt hierover de nodige informatie in dit dossier.

 


[1] Ingevolge de tax shift is structurele vermindering van de sociale lasten geëvolueerd naar een maatregel die focust op de lage en middenlonen. Voor meer informatie, zie onze fiche "Structurele vermindering van de sociale lasten”.

Regionalisering

Ingevolge de 6de Staatshervorming werden de meeste doelgroepverminderingen geregionaliseerd:

 

Wat is de structurele vermindering?

De structurele lastenvermindering is een maatregel tot vermindering van de patronale basisbijdragen van de sociale zekerheid.  Het bedrag van de vermindering varieert in functie van de categorie waartoe de werknemer behoort, zijn kwartaalloon en het volume van zijn prestaties.  Het wordt met behulp van precieze wiskundige formules berekend.

De structurele lastenvermindering geldt zowel voor arbeiders als bedienden en dit tijdens de volledige duur van de tewerkstelling. De werknemer moet bij de aanwerving geen enkel specifiek statuut bezitten op het vlak van leeftijd, werkloosheid, scholing, ....

Als gevolg van de tax shift-maatregelen is de structurele vermindering geëvolueerd naar een steunmaatregel die gericht is op de lage en middenlonen[1].  De vermindering zal dus haar structurele karakter verliezen en niet meer 'automatisch' gelden voor iedereen.  Voor meer informatie hieromtrent verwijzen we u naar onze fiche over de structurele vermindering.  U vindt deze terug in dit dossier, onder het federale luik.

Profiel van de werkgever

Privésector

Publieke sector

Profiel van de werknemer

Volledig onderworpen werknemers

Opgedeeld in 3 categorieën

Voordelen[2]

Complement voor lage en middenlonen (< € 9.215,70 / kwartaal voor categorie 1)

Voor categorie 1 werd zowel het basisbedrag als het supplement voor de hoge lonen afgeschaft, waardoor enkel werknemers met een laag of middenloon nog aanspraak maken op de vermindering

Gecorrigeerde pro rata voor deeltijders

Procedure

Geen enkele specifieke formaliteit vereist

 


[1] Toch voor wat de categorieën 1 en 3 betreft. Voor categorie 2, de werkgevers van de Sociale Maribel, heeft de structurele vermindering min of meer zijn oude vorm behouden.

[2] In dit overzicht bespreken we enkel de voordelen voor de werknemers van categorie 1. Voor de werknemers van categorieën 2 en 3 verwijzen we u naar onze fiche over de structurele vermindering.

 

Wat is de doelgroepvermindering eerste aanwervingen?

Werkgevers voor hun eerste 6 aanwervingen van de volgende voordelen genieten:

  • voor de eerste werknemer aangeworven tussen 1 januari 2016 en 31 december 2020 zijn geen patronale basisbijdragen verschuldigd en dit voor onbepaalde duur;
  • voor de tweede tot zesde werknemer kunnen ze van een forfaitaire vermindering van de patronale basisbijdragen genieten tijdens een aantal kwartalen verspreid over een periode van 20 kwartalen die vanaf het kwartaal van aanwerving begint te lopen. Het aantal kwartalen en het verminderingsbedrag zijn geharmoniseerd voor de derde tot en met de zesde werknemer.

De werknemer moet aan geen enkele specifieke voorwaarde voldoen.  De vermindering is bovendien niet gekoppeld aan een bepaalde werknemer.  De werkgever kan dus elk kwartaal vrij bepalen voor welke werknemer hij de doelgroepvermindering toepast.

Profiel van de werkgever

  • privésector
  • werkgever nog nooit onderworpen aan de sociale zekerheid of gedurende 4 opeenvolgende kwartalen voorafgaand aan het kwartaal van aanwerving niet meer onderworpen geweest -> 1ste aanwerving
  • werkgever met 2 werknemers in dienst, maar maximum 1 werknemer onderworpen tijdens de 4 opeenvolgende kwartalen voorafgaand aan het kwartaal van aanwerving -> 2de aanwerving
  • werkgever met 3 werknemers in dienst, maar maximum 2 werknemers onderworpen tijdens de 4 opeenvolgende kwartalen voorafgaand aan het kwartaal van aanwerving -> 3de aanwerving
  • werkgever met 4 werknemers in dienst, maar maximum 3 werknemers onderworpen tijdens de 4 opeenvolgende kwartalen voorafgaand aan het kwartaal van aanwerving -> 4de aanwerving
  • werkgever met 5 werknemers in dienst, maar maximum 4 werknemers onderworpen tijdens de 4 opeenvolgende kwartalen voorafgaand aan het kwartaal van aanwerving -> 5de aanwerving
  • werkgever met 6 werknemers in dienst, maar maximum 5 werknemers onderworpen tijdens de 4 opeenvolgende kwartalen voorafgaand aan het kwartaal van aanwerving -> 6de aanwerving
  • ! in dezelfde technische bedrijfseenheid

Profiel van de werknemer

aan minstens 1 tak van de sociale zekerheid onderworpen (behalve uitzonderingen)

geen specifiek profiel

Voordelen

  • 1ste aanwerving: geen basisbijdragen[1] voor onbepaalde duur
  • 2de aanwerving: € 1.550 (5 kwartalen), € 1.050 (4 kwartalen)  en € 450 (4 kwartalen)
  • 3de tot 6de aanwerving: € 1.050 (9 kwartalen) en € 450 (4 kwartalen)

in een totale periode van 20 kwartalen (keuze van kwartalen en van werknemer)

Gecorrigeerde pro rata voor deeltijders

Procedure

geen enkele specifieke formaliteit vereist

 


[1] Enkel voor aanwervingen tussen 1 januari 2016 en 31 december 2020.

 

Wat is de doelgroepvermindering collectieve arbeidsduurvermindering en vierdagenweek?

De werkgevers die hun wekelijkse arbeidsduur met minstens een volledig uur onder de 38 uur verminderen of die de vierdagenweek in hun onderneming invoeren, kunnen voor de betrokken werknemers gedurende een aantal kwartalen een forfaitaire vermindering van de werkgeversbijdragen in de sociale zekerheid verkrijgen. Hoe groter de arbeidsduurvermindering, hoe groter de doelgroepvermindering.

Profiel van de werkgever

Privésector en bepaalde autonome overheidsbedrijven
Die hun arbeidsduur met minstens een volledig uur onder dan 38 uur verminderen of een vierdagenweek invoeren

Profiel van de werknemer

Voltijdse werknemer betrokken bij de arbeidsduurvermindering
Betrokken deeltijdse werknemer van wie het loon aangepast moest worden

Voordelen per werknemer

  • 37 uur of minder: € 400 / 8 kwartalen
  • 36 uur of minder: € 400 / 12 kwartalen
  • 35 uur of minder: € 400 / 16 kwartalen
  • vierdagenweek: € 400 / 4 kwartalen
  • beiden: € 1000 gedurende maximum 4 kwartalen

Procedure

3 verplichte vermeldingen in de Dmfa
Wijziging arbeidsreglement


Wat zijn de voordelen in geval van herstructurering?

Aflevering van de verminderingskaart herstructureringen

Collectief ontslag aangekondigd voor 1 januari 2016

In dit geval wordt de kaart afgeleverd door de RVA.

Collectief ontslag aangekondigd vanaf 1 januari 2016

Sinds 1 januari 2017 levert de RVA geen herstructureringskaart meer af aan werknemers uit het Vlaams Gewest, tenzij in geval van een intergewestelijke tewerkstelling.

Sinds respectievelijk 1 juli 2017 en 1 oktober 2017 leveren de FOREM (Wallonië, Franstalig gedeelte) en ACTIRIS (Brussels Hoofdstedelijk Gewest) geen verminderingskaarten meer af die het recht openen voor een nieuwe werkgever.

Tenslotte levert de RVA geen verminderingskaart herstructurering meer af sinds 1 januari 2019 in de Duitstalige Gemeenschap.

De kaart die het recht opent op de vermindering voor de werknemer wordt echter wel nog steeds door de RVA afgeleverd.

In het kader van een herstructurering van een onderneming kunnen 3 voordelen worden toegekend:

Herstructurering bij collectief ontslag aangekondigd vanaf 7 april 2009 

Profiel van de werkgever

Onderneming in herstructurering:

  • collectief ontslag en naleving van de informatie- en consultatieprocedure van de werknemers en de kennisgeving naar de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg
  • oprichting van een tewerkstellingscel
  • outplacementaanbod aan alle ontslagen werknemers en ingeschreven in de tewerkstellingscel.

Voordelen voor de onderneming in herstructurering

(regionale bevoegdheid)

Terugbetaling van de effectief gemaakte outplacementkosten[1].

Raadpleeg de regionale sites van de instellingen die bevoegd zijn (Forem, VDAB, Actiris) voor meer informatie.

Voordelen voor de werknemer

(federale bevoegdheid)

Forfaitaire vermindering van € 133,33 per maand (voltijds) van de persoonlijke socialezekerheidsbijdragen tijdens de tewerkstellingsperiodes gelegen tijdens de periode die loopt:

  • vanaf de eerste tewerkstelling aangevat tijdens de geldigheidsperiode van de verminderingskaart herstructureringen;
  • tot het einde van het tweede kwartaal volgend op de begindatum van die eerste tewerkstelling (maximum 3 kwartalen). 

Opgelet! Deze vermindering wordt enkel toegekend indien de werknemer een refertemaandloon heeft van maximum:

  • € 4.504,93 wanneer de werknemer op het ogenblik van de aanwerving minstens 30 jaar is (enkel voor aanwervingen vanaf 1 januari 2018[2]);
  • € 3.071,90 wanneer de werknemer op het ogenblik van de aanwerving minder dan 30 jaar is. 

Voordelen voor de nieuwe werkgever

(regionale bevoegdheid)

Forfaitaire vermindering van de patronale basisbijdragen van de sociale zekerheid: deze korting werd in alle regio's afgeschaft.

De vermindering kan nog genoten worden in het Franstalig Waals Gewest en in de Duitstalige Gemeenschap in het kader van de overgangsmaatregelen. In dat geval gelden specifieke loonplafonds. U kan deze terugvinden op de website van de RSZ.

Procedure

Verminderingskaart herstructureringen:

  • automatisch uitgereikt door de RVA / FOREM / ACTIRIS (lees de preciseringen over de aflevering van de kaart aan het einde van deze vraag) aan de werknemer die voldoet aan de voorwaarden om als werknemer ontslagen in het kader van een herstructurering beschouwd te worden
  • geldig vanaf de datum van de aankondiging van het collectief ontslag tot 12 maanden, gerekend van datum tot datum, volgend op de datum van de inschrijving bij de tewerkstellingscel.

 


[1] Artikel 15/2 van het koninklijk besluit van 9 maart 2006.

[2] Voor de werknemers van 30 jaar en ouder die al in dienst waren voor 1 januari 2018, blijft het plafond van het 4de kwartaal van 2017 van toepassing, te weten 4.647,49 euro.

 

Wat zijn de voordelen voor het vast personeel in de Horeca?

Sinds 1 januari 2014 krijgen bepaalde horecawerkgevers een bijdragevermindering voor 5 vaste voltijdse werknemers naar keuze, gedurende een onbeperkt aantal kwartalen. Deze vermindering geldt niet voor extra’s en studenten.

Profiel van de werkgever

Privésector  - Werkgevers die onder PC nr. 302 vallen en die:

  • maximum 49 werknemers tewerkstellen;
  • over een geregistreerde kassa beschikken van de eerste tot de laatste dag van het kwartaal[1];
  • en het begin en het einde van de aanwezigheid van de werknemers registreren (via de geregistreerde kassa of een alternatief systeem van dagelijkse aanwezigheidsregistratie gelinkt aan de Dimona)

Profiel van de werknemer

Voltijds vast personeel in de horeca

Voordelen per werknemer

Forfaitaire vermindering van de patronale basisbijdragen van de sociale zekerheid ten bedrage van:

  • € 500 per kwartaal en per werknemer tijdens een onbeperkt aantal kwartalen;
  • € 800 per kwartaal en per werknemer indien de werknemer jonger is dan 26 jaar op het einde van het kwartaal.

De vermindering wordt per kwartaal voor maximum 5 werknemers toegekend.

Procedure

De aanwezigheidsregistratie uitvoering voor elke dag van het kwartaal (via kassa of alternatief systeem) en over een door de fiscus erkende geregistreerde kassa beschikken

 


[1] De verplichting om een geregistreerde kassa te hebben, geldt enkel voor ondernemingen waarvan het omzetcijfer uit maaltijden minimum 25.000 euro zonder BTW bedraagt.

Federaal > Fiscale vrijstelling voor bijkomend personeel in de KMO's

Alles weten over fiscale vrijstelling voor bijkomend personeel in de KMO's

De winsten van de nijverheids-, handels- of landbouwbedrijven en de baten van de beoefenaars van vrije beroepen zijn, onder bepaalde voorwaarden, van belasting vrijgesteld, ten belope van een zeker bedrag per bijkomende personeelseenheid.

Indien u meer inlichtingen wenst over deze fiscale tewerkstellingsmaatregel, klik hier of kijk naar Fiscaal/Info+.

Federaal > Doelgroepverminderingen > Kunstenaars

Inhoudstafel - Kunstenaars

 

Wat houdt de doelgroepvermindering voor de kunstenaars in?

Algemeen

De werkgever kan gelijktijdig twee soorten verminderingen van werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid genieten: de structurele vermindering van de sociale lasten en, onder bepaalde voorwaarden, een doelgroepvermindering.

De werkgever die een werknemer in dienst neemt wiens profiel overeenstemt met dat van een doelgroep kan inderdaad gedurende een aantal kwartalen een forfaitaire trimestriële vermindering van zijn basisbijdragen voor de sociale zekerheid genieten.

In deze fiche bespreken wij enkel de doelgroepvermindering voor de kunstenaars.

Opgelet! Hoewel deze vermindering intussen geregionaliseerd is, hanteren de verschillende gewesten hier momenteel nog steeds dezelfde regels.

Meer informatie over de overige doelgroepverminderingen vindt u in het dossier "Tewerkstellingsmaatregelen". Voor meer inlichtingen over het sociaal statuut van de kunstenaars, raadpleeg onze fiche "Kunstenaars" onder de rubriek Sociaal/Info+.

Kunstenaars

Het loon van de bezoldigde kunstenaar is onderworpen aan de gewone socialezekerheidsbijdragen. De werkgever kan echter wel aanspraak maken op een vermindering van zijn basisbijdragen voor de sociale zekerheid. Deze vervangt sinds 1 januari 2014 de specifieke forfaitaire vrijstelling van de werkgeversbijdragen die voorheen voor de kunstenaars bestond.

 

Welke werkgevers komen in aanmerking?

Elke werkgever uit de overheidssector en uit de privésector kan de doelgroepvermindering voor kunstenaars genieten voor zover de betrokken kunstenaar aan de opgelegde voorwaarden voldoet.

Welke werknemers komen in aanmerking?

De werkgever kan de doelgroepvermindering genieten: 

  • zowel voor de kunstenaars tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst

  • als voor de kunstenaars die dat niet zijn, maar die vermoed worden werknemer te zijn, omdat ze over een kunstenaarsvisum beschikken. Link fiche Kunstenaars Sociaal/Info+, vraag: wanneer heft de kunstenaar een werknemersstatuut?

Om in aanmerking te komen, moet de kunstenaar wel over een refertekwartaalloon beschikken dat minstens 3 maal het GGMMI bedraagt dat geldt voor de 1ste maand van het kwartaal[1]. Om te weten hoeveel het GGMMI momenteel bedraagt, raadpleeg onze sociolist.



[1] Het gaat om het GGMMI voor de andere werknemers van 21 jaar (cao nr. 43).

 

Welke voordelen worden toegekend in het kader van de doelgroepvermindering?

Het forfaitaire bedrag van de vermindering van de basiswerkgeversbijdragen is gelijk aan 726,50 euro en wordt toegekend gedurende de volledige duur van de tewerkstelling. In totaal mag de doelgroepvermindering voor een kunstenaar echter nooit meer bedragen dan 517 euro per kwartaal.

Het betreft een aftopping van het absolute verminderingsbedrag, na het in rekening brengen van de prestatiebreuk en de multiplicatiefactor (voor meer informatie over hoe de doelgroepvermindering exact berekend wordt, klik hier). Door gebruik te maken van een hoger forfaitbedrag (726,50 euro) in plaats van van het absoluut verminderingsbedrag (517 euro) zal de doelgroepvermindering in geval van onvolledige kwartaalprestaties sneller stijgen wanneer de prestaties toenemen.

Opmerking: het minimum van 27,5% van de volledige kwartaalprestaties van een voltijder dat in principe vereist is voor het recht op een doelgroepvermindering is niet van toepassing op de kunstenaars.

Welke procedure moet u volgen?

U moet geen bijzondere formaliteiten vervullen. Deze werknemers worden onder een specifieke code vermeld in de Dmfa (kwartaalaangifte aan de RSZ).

Vergeet niet uw client advisor in te lichten over het statuut van uw werknemer zodat we hem onder de correcte DmfA-code kunnen aangeven. Dankzij deze werknemerscode wordt de corresponderende doelgroepvermindering automatisch toegepast.

Wat gebeurt er bij wijziging van de juridische structuur van de werkgever?

U vindt het antwoord door hier te klikken.

Welke cumuls zijn toegestaan?

U vindt het antwoord op deze vraag door hier te klikken.

Wanneer wordt de doelgroepvermindering geweigerd?

Het antwoord op die vraag vindt u door hier te klikken.

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?

Federaal > Doelgroepverminderingen > Mentors

Lees eerst even dit…

De werkgever kan gelijktijdig twee soorten verminderingen van werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid genieten: de structurele vermindering van de sociale lasten en, onder bepaalde voorwaarden, een doelgroepvermindering. 

De werkgever die een werknemer in dienst neemt wiens profiel overeenstemt met dat van een doelgroep kan inderdaad gedurende een aantal kwartalen een forfaitaire trimestriële vermindering van zijn basisbijdragen voor de sociale zekerheid genieten.

In deze fiche bespreken wij enkel de doelgroepvermindering voor de mentors. 

Opgelet! Hoewel deze materie intussen geregionaliseerd is, hanteren de verschillende gewesten hier momenteel nog steeds dezelfde regels, met uitzondering van het Franstalig Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waar deze doelgroepvermindering ondertussen opgeheven werd. Sinds 1 april 2015 moeten de praktische formaliteiten wel op gewestniveau gebeuren (formulieren, verklaringen,..).

Meer informatie over de overige doelgroepverminderingen vindt u in het dossier "Tewerkstellingsmaatregelen", onder het federale luik.

Voor welke werkgevers?

De werkgevers die aan de sociale zekerheid onderworpen werknemers tewerkstellen en die zich ertoe verbinden om stages of opleidingen in hun onderneming te organiseren, kunnen voor de werknemers die als mentor de opvolging van de stages verzekeren of instaan voor de opleidingen, een vermindering van de socialezekerheidsbijdragen verkrijgen. 

Opgelet, de werkgevers die een mentor tewerkstellen die verbonden is aan een exploitatiezetel in het Waals Gewest (met uitzondering van de Duitstalige Gemeenschap) of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen niet meer van deze doelgroepvermindering genieten.

Wie kan als mentor worden beschouwd?

Onder "mentor" verstaat men de werknemer die aan de volgende voorwaarden beantwoordt:

Mentoropleiding

Onder mentoropleiding wordt verstaan, elke opleiding die tegelijk aan de volgende voorwaarden voldoet:

Om welke stages of opleidingen gaat het?

In Vlaanderen

De mentors moeten een stage opvolgen of instaan voor een opleiding voor personen die tot de volgende doelgroepen behoren:

In de Duitstalige Gemeenschap

In de Duitstalige Gemeenschap moeten de mentors een stage opvolgen of instaan voor een opleiding voor personen die tot de volgende doelgroepen behoren[3]:

Zijn dus uitgesloten van de doelgroepvermindering mentors:

 


[1] Conform artikel 27,6° van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering.

[2] Zoals bedoeld in artikel 36quater van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering. De instapstage werd in Brussel op 1 januari 2017 vervangen door de stage eerste werkervaring (‘First’).

[3] Artikel 68 van het decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 25 april 2016.

[4] Vermeld in titel IV, hoofdstuk X, van de programmawet van 2 augustus 2002. Raadpleeg voor meer informatie onze fiche over de beroepsinlevingsovereenkomst in het dossier ‘Stage/Leertijd’ (Sociaal/Dossiers).

Welke verbintenis moet de werkgever aangaan?

Om de doelgroepvermindering te genieten, moet de werkgever zich ertoe verbinden stages of opleidingen te organiseren en mentors belasten met de uitvoering en de opvolging ervan.

Het bewijs van deze verbintenis wordt geleverd:

Bewijs via overeenkomst

Eerste maal dat de werkgever dergelijke verbintenis aangaat

Wanneer de verbintenis in een overeenkomst wordt vastgelegd, moet deze:

Volgende keren

Wanneer de werkgever al eerder verbonden was door een dergelijke overeenkomst moet de overeenkomst eveneens een gedateerde en ondertekende verklaring bevatten waarin de verantwoordelijke van de onderwijs- of opleidingsinstelling of van de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding die betrokken waren bij de vorige overeenkomst(en), bevestigen dat de werkgever zijn verbintenis, vervat in die overeenkomst(en), effectief is nagekomen.

Laatste keer

Wanneer de werkgever na afloop van de laatste overeenkomst geen nieuwe overeenkomst sluit waarvan de geldigheidsperiode onmiddellijk aansluit op die van de afgelopen overeenkomst, bezorgt hij uit eigen beweging een gedateerde en ondertekende verklaring waarin de verantwoordelijke van de onderwijs- of opleidingsinstelling of van de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding die betrokken waren bij de vorige overeenkomst(en), bevestigen dat de werkgever zijn verbintenis, vervat in die overeenkomst(en), effectief is nagekomen, aan de bevoegde gewestelijke dienst. U vindt de gegevens van deze diensten onder de vraag: “Wat zijn de formaliteiten?”.

Deze verklaring moet uiterlijk op de laatste dag van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin de einddatum van de laatst afgelopen overeenkomst gelegen is, bij deze directie toekomen.



[1] De overeenkomsten met een looptijd van meer dan 12 maanden worden als overeenkomsten met een geldigheidsduur van 12 maanden beschouwd.

Hoeveel bedraagt de doelgroepvermindering?

Principe

De werkgever die aan de voorwaarden beantwoordt, geniet een forfaitaire vermindering van zijn basisbijdragen in de sociale zekerheid van 800 euro per kwartaal voor de mentors die voltijds in dienst zijn genomen.

Deeltijds werk en/of onvolledige kwartaalprestaties: gecorrigeerde prorata

Het bedrag van 800 euro geldt per kwartaal en voor volledige kwartaalprestaties, dat wil zeggen voor een voltijdse werknemer die gedurende het volledige kwartaal tewerkgesteld werd[1].

In geval van deeltijdse tewerkstelling of onvolledige kwartaalprestaties worden deze bedragen geproportionaliseerd, evenwel met een correctie die varieert naargelang de prestaties hoger of lager zijn dan 80% of 27,5% van volledige kwartaalprestaties van een voltijder. Voor meer informatie over deze proportionalisering, klik hier.

Duur

De doelgroepvermindering wordt toegekend:

Beperking van de doelgroepvermindering

Voor de werkgevers die een overeenkomst moeten sluiten, is het aantal mentors voor wie de doelgroepvermindering mag worden toegepast, beperkt tot het laagste resultaat van volgende berekeningen:

Voor de werkgevers die geen overeenkomst moeten sluiten, is het aantal mentors voor wie de doelgroepvermindering mag worden toegepast, beperkt tot 1/5 van het aantal jongeren of leerkrachten van wie de stage of opleiding begint, loopt of eindigt in dat kwartaal[4].

Wanneer de werkgever voor bepaalde jongeren of leerkrachten wel een overeenkomst moet sluiten en voor anderen niet, worden de bovenstaande berekeningen apart uitgevoerd en worden de resultaten nadien samengeteld. Vervolgens wordt het aantal mentors voor wie de doelgroepvermindering mag worden toegepast beperkt tot 1/5 van het totaal aantal jongeren en leerkrachten met en zonder overeenkomst tijdens het betrokken kwartaal[5].

Voorbeeld

De werkgever organiseert een stage voor 10 jongeren, waarvan 5 met overeenkomst en 5 zonder overeenkomst. De stage duurt 3 maanden en beloopt 5200 uren. De werkgever heeft hiervoor 3 mentoren aangeduid.

De werkgever zal dus slechts voor 2 van de 3 mentoren een doelgroepvermindering kunnen genieten.



[1] Zodra een element van de tewerkstelling wordt gewijzigd, moet er een nieuwe berekening worden gemaakt. De elementen van de tewerkstelling zijn: de werkgeverscategorie, de werknemerscategorie, de datum waarop de arbeidsbetrekking aanvangt en eindigt, het nummer van het bevoegde paritaire (sub)comité voor de uitgeoefende activiteit, het aantal dagen per week in de arbeidsregeling, de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de referentiepersoon, het type van arbeidsovereenkomst (voltijds of deeltijds).

[2] Het resultaat van deze breuk wordt op de hogere eenheid afgerond.

[3] Het resultaat van deze breuk wordt op de lagere eenheid afgerond.

[4] Het resultaat van deze breuk wordt op de hogere eenheid afgerond.

[5] Het resultaat van deze breuk wordt op de hogere eenheid afgerond.

Wat zijn de formaliteiten?

Te bezorgen documenten

De werkgever kan slechts aanspraak maken op de doelgroepvermindering wanneer hij de volgende documenten overmaakt aan de bevoegde gewestelijke dienst:

De bevoegde dienst zal de noodzakelijke gegevens vervolgens overmaken aan de RSZ of de RSZ-PPO.

Adresgegevens van de bevoegde diensten

Vlaanderen

Departement Werk en Sociale Economie Dienst
Mentorkorting
Koning Albert II laan 35 bus 20
1030 Brussel
02 553 10 75
mentorkorting@vlaanderen.be

Duitstalig landsgedeelte

IAWM
Eric Schifflers
Vervierser Straße 4a
4700 Eupen
087 30.68.80 

Termijn

De gevraagde documenten moeten bij de bevoegde directie toekomen, uiterlijk op de laatste dag van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarvoor de doelgroepvermindering gevraagd wordt.

Wordt deze termijn overschreden, dan wordt de doelgroepvermindering slechts toegekend vanaf het kwartaal waarin de documenten bij de bevoegde directie toekomen, uiteraard voor zover de stage of opleiding op dat moment nog loopt.

 

Wanneer wordt de doelgroepvermindering geweigerd?

De doelgroepvermindering zal geweigerd worden indien de werkgever geen overeenkomst heeft gesloten waarin hij de verbintenis aangaat om een opleiding of stage te verzekeren, wanneer hij daartoe verplicht is.

Wanneer de werkgever wel een dergelijke overeenkomst gesloten heeft, zal de doelgroepvermindering alsnog worden geweigerd voor de kwartalen waarop die overeenkomst betrekking heeft indien:

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?

Federaal > Doelgroepverminderingen > Onthaalouders

Inhoudstafel - Onthaalouders

 

Lees eerst even dit …

De werkgever kan gelijktijdig twee soorten verminderingen van werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid genieten: de structurele vermindering van de sociale lasten en, onder bepaalde voorwaarden, een doelgroepvermindering.

De werkgever die een werknemer in dienst neemt wiens profiel overeenstemt met dat van een doelgroep kan inderdaad gedurende een aantal kwartalen een forfaitaire trimestriële vermindering van zijn basisbijdragen voor de sociale zekerheid genieten.

In deze fiche bespreken wij enkel de doelgroepvermindering voor de onthaalouders. 

Opgelet! Hoewel deze vermindering intussen geregionaliseerd is, hanteren de verschillende gewesten hier momenteel nog steeds dezelfde regels.

Meer informatie over de overige doelgroepverminderingen vindt u in het dossier "Tewerkstellingsmaatregelen/Federaal".

Wat is de doelgroepvermindering voor onthaalouders?

De erkende opvangdiensten die onthaalouders in dienst nemen die instaan voor dagopvang van kinderen, kunnen voor elk van die werknemers een vermindering van hun basisbijdragen voor de sociale zekerheid genieten.

Welke werkgevers komen in aanmerking?

De werkgevers die de doelvermindering voor onthaalouders genieten, zijn de erkende opvangdiensten[1] waarbij de onthaalvaders en -moeders aangesloten zijn.


[1] Krachtens ofwel het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 29 maart 1993 houdende algemene reglementering inzake opvangvoorzieningen gesubsidieerd door de "Office de la Naissance et de l'Enfance" (Dienst voor Geboorte en Kinderwelzijn), ofwel het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen, ofwel het besluit van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap van 24 juni 1999 betreffende de opvang van jonge kinderen.

Welke werknemers komen in aanmerking?

Natuurlijke personen die instaan voor de kinderopvang in een woning uitgerust voor de opvang in een gezinsomgeving en die aangesloten zijn bij een dienst waarmee ze niet door een arbeidsovereenkomst verbonden zijn, kunnen recht geven op de doelgroepvermindering. Deze dienst moet door het bevoegde organisme erkend zijn voor die activiteit.

Welke voordelen worden toegekend in het kader van de doelgroepvermindering?

De werkgevers die onthaalouders tewerkstellen, genieten een vermindering van 770 euro van hun basiswerkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid gedurende de volledige duur van de tewerkstelling.

Opmerking: indien de werknemer in de loop van een kwartaal minder dan 27,5% van de volledige prestaties van een voltijdse werknemer presteert, zal hij geen recht geven op de doelgroepvermindering.

 

Welke procedure moet u volgen?

U moet geen bijzondere formaliteiten vervullen. Deze werknemers worden onder een specifieke code vermeld in de Dmfa (kwartaalaangifte aan de RSZ).

Vergeet niet uw client advisor in te lichten over het statuut van uw werknemer zodat we hem onder de correcte DmfA-code kunnen aangeven. Dankzij deze werknemerscode wordt de corresponderende doelgroepvermindering automatisch toegepast.

 

Wat gebeurt er bij wijziging van de juridische structuur van de werkgever?

U vindt het antwoord door hier te klikken.

Welke cumuls zijn toegestaan?

Cumul met maatregelen die in een vermindering van werkgeversbijdragen bestaan

Indien de werknemer voor eenzelfde tewerkstelling in aanmerking komt voor meerdere doelgroepverminderingen, moet de werkgever een keuze maken. Uiteraard mag hij de meest voordelige oplossing kiezen.

De doelgroepvermindering voor onthaalouders kan enkel gecumuleerd worden met de Sociale Maribel.

Cumul met tewerkstellingsmaatregelen die niet in een vermindering van werkgeversbijdragen bestaan

Cumul met tewerkstellingsmaatregelen die niet in een vermindering van werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid bestaan (bijvoorbeeld de activering van de werkloosheidsuitkeringen, de werkbonus, sommige gewestpremies, …), is steeds mogelijk. Opgelet! Verifieer altijd de cumulregels voor deze andere tewerkstellingsmaatregelen!

Wanneer wordt de doelgroepvermindering geweigerd?

Het antwoord op die vraag vindt u door hier te klikken.

 

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?

Federaal > Doelgroepverminderingen > Vast personeel in de horecasector

Inhoudstafel - Vast personeel in de horecasector

 

Lees eerst even dit …

De werkgever kan gelijktijdig twee soorten verminderingen van werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid genieten: de structurele vermindering van de sociale lasten en, onder bepaalde voorwaarden, een doelgroepvermindering. 

De werkgever die een werknemer in dienst neemt wiens profiel overeenstemt met dat van een doelgroep kan inderdaad gedurende een aantal kwartalen een forfaitaire trimestriële vermindering van zijn basisbijdragen voor de sociale zekerheid genieten.

In deze fiche bespreken wij enkel de doelgroepvermindering voor het vast personeel in de horecasector. In tegenstelling tot de meeste andere doelgroepverminderingen, werd ze niet geregionaliseerd.

Meer informatie over de overige doelgroepverminderingen vindt u in het dossier "Tewerkstellingsmaatregelen", onder het federale luik.

Wat is de doelgroepvermindering voor vaste werknemers in de horeca?

Om fraude te bestrijden en de sector een steuntje in de rug te geven, hebben bepaalde werkgevers uit de horeca recht op een vermindering van hun werkgeversbijdragen voor 5 vaste voltijdse werknemers naar keuze, en dit gedurende een onbeperkt aantal kwartalen.

Ze moeten beschikken over een geregistreerde kassa die het innen van niet-officiële inkomsten bemoeilijkt.

Voor welke werkgevers?

De doelgroepvermindering geldt voor werkgevers uit de privésector die ressorteren onder het PC nr. 302 en aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • ze stellen maximaal 49 werknemers te werk. Dit gemiddelde van 49 werknemers wordt berekend volgens dezelfde berekeningswijze als voor het vaststellen van het gemiddeld aantal werknemers voor het Sluitingsfonds. Bij de berekening van die werknemers wordt rekening gehouden met alle werknemers die bij de werkgever zijn tewerkgesteld, los van de uitgeoefende activiteit of van het PC waaronder ze vallen;
  • ze beschikken van de eerste tot de laatste dag van het betreffende kwartaal over een geregistreerd kassasysteem (GKS);
  • ze registeren de begin- en eindtijd van de aanwezigheid van de werknemers (ofwel door middel van het geregistreerd kassasysteem (GKS), ofwel via een alternatief systeem van aanwezigheidsregistratie (ASA) dat gekoppeld is aan de Dimona)[1].  
De geregistreerde kassa

De verplichting om een geregistreerde kassa te hebben, geldt enkel voor ondernemingen waarvan het omzetcijfer uit maaltijden minimum 25.000 euro bedraagt. Dit criterium vervangt dat de 10%-regel[2].

Voor de horeca-ondernemingen die ook op basis van het oude criterium een kassa moesten hebben, wijzigt er niets. Voor hen is deze kassa verplicht sinds 1 januari 2016. 

De ondernemingen die pas op basis van het nieuwe criterium onder de kassa-verplichting vallen, moesten zich voor 1 april 2016 registreren bij de FOD Financiën. Ze moeten een kassa hebben sinds 1 juli 2016. De kassa moet operationeel zijn vanaf 1 januari 2017.

Voor meer informatie over de geregistreerde kassa, verwijzen we u naar de informatie gegeven door de FOD Financiën.

De dagelijkse aanwezigheidsregistratie

Alle personeelsleden die werken in een vestigingseenheid waar een horeca-activiteit wordt uitgeoefend in de ruime zin van het woord (dus ook voor de werknemers die niet onder het paritair comité van de horeca vallen), worden beoogd[3].

Deze registratie is mogelijk via de geregistreerde kassa en/of een alternatief systeem ontwikkeld door de RSZ dat gerelateerd is aan Dimona:

  • Registratie via de kassa: Het begin- en einduur van de aanwezige vaste werknemers wordt geregistreerd zoals een verkoop, met behulp van een Arbeid IN/Arbeid OUT-toets en met vermelding van het Identificatienummer van de Sociale Zekerheid (INSZ).
  • Registratie via een alternatief systeem: De werkgever kan het begin- en einduur ook registreren in de Dimona-aangifte, met een nieuwe functie die direct verbonden is met het nummer van de periode van de betrokken werknemer. Opgelet: dit systeem is complementair aan de Dimona-aangifte, maar vervangt die niet.

Opgelet: Deze systemen zijn complementair met de Dimona-aangifte, maar vervangen deze niet.

 


[1] Het geregistreerd kassasysteem (GKS) en het alternatieve systeem van aanwezigheidsregistratie (ASA) vervangen de Dimona niet.

[2] Koninklijk besluit van 16 juni 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 199 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde wat betreft de uitreiking van een kasticket door middel van een geregistreerd kassasysteem in de horecasector.

[3] De dagelijkse aanwezigheidsregistratie is echter niet van toepassing voor gelegenheidswerknemers en evenmin voor de flexi-werknemers die via een dag-Dimona aangegeven moeten worden met melding van begin- en einduur. Deze werknemers komen sowieso niet in aanmerking voor de doelgroepvermindering.

Voor welke werknemers?

De werkgever heeft recht op de vermindering voor maximaal 5 vaste voltijdse werknemers uit de horecasector. De werkgever kan per kwartaal kiezen voor welke werknemers hij de vermindering wil toepassen. Die werknemers moeten een voltijdse arbeidsovereenkomst hebben, maar hoeven niet het hele kwartaal in dienst te zijn.

Deze vermindering geldt niet voor extra’s, studenten en flexi-werknemers[1].



[1] Voor meer informatie over al deze bijzondere werknemerscategorieën verwijzen we u naar de desbetreffende fiches in ons dossier Contracten/Clausules.

Welke voordelen worden in het kader van de doelgroepvermindering toegekend?

De werkgever heeft recht op een forfaitaire vermindering van de basiswerkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid ten belope van:

en dit tijdens een onbeperkt aantal kwartalen.

Ter herinnering: de vermindering wordt voor maximaal 5 werknemers per kwartaal toegekend.

 

Welke arbeidsovereenkomst moet worden gesloten?

Om het recht op een doelgroepvermindering moet de werknemer met een voltijdse arbeidsovereenkomst werken.

Welke procedure moet worden gevolgd?

Om in aanmerking te komen voor de vermindering moet de werkgever de aanwezigheid registeren (via GKS of ASA) voor elke dag van het kwartaal en beschikken over een bij de fiscus geregistreerd kassasysteem.

Meer informatie hierover vindt u onder de vraag: ‘Voor welke werkgevers?'.

Wat gebeurt er bij wijziging van de juridische structuur van de werkgever?

U vindt het antwoord op deze vraag door hier te klikken.

Welke cumuls zijn toegestaan?

U vindt het antwoord op deze vraag door hier te klikken.

Wanneer wordt de doelgroepvermindering geweigerd?

Het antwoord op deze vraag vindt u door hier te klikken.

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?

Federaal > Doelgroepverminderingen > a. Algemene principes

Inhoudstafel - Doelgroepverminderingen - Algemene principes

 

Doelgroepverminderingen en regionalisering

Naast de structurele vermindering en de activering van de werkloosheidsuitkeringen kan de werkgever die een werknemer aanwerft van wie het profiel overeenstemt met dat van een doelgroep, gedurende een aantal kwartalen van een vermindering van de patronale socialezekerheidsbijdragen genieten. In deze fiche bespreken we de algemene regels die van toepassing zijn op alle doelgroepverminderingen.

Overheveling naar de gewesten en verbindingscriterium

De meeste doelgroepverminderingen werden overgeheveld naar de gewesten. Er zijn evenwel drie uitzonderingen. De doelgroepverminderingen eerste aanwervingen, collectieve arbeidsduurvermindering en vierdagenweek en vast personeel in de Horeca blijven onder de bevoegdheid van de federale overheid vallen.

Als gevolg van de regionalisering hangt een doelgroepverminderingen voortaan af van de regeling die toepasselijk is in het gewest waarin de exploitatiezetel waaraan de werknemer verbonden is, gelegen is. Daarom is aan elke exploitatiezetel een nummer van vestigingseenheid gekoppeld. En dit nummer moet dan vermeld worden in de DmfA.

Bij verandering van de vestigingseenheid waaraan uw werknemer is verbonden, is het belangrijk om uw client advisor in te lichten. Zo kunnen we de eventuele verminderingen waarop u recht hebt correct toepassen.

Toestand in de verschillende gewesten

Er werd een specifieke reglementering ingevoerd op 1 juli 2016 door het Vlaams Gewest, op 1 juli 2017 door het Franstalig Waals Gewest, op 1 oktober 2017 door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en op 1 januari 2019 in de Duitstalige Gemeenschap. U vindt ze terug in de desbetreffende rubrieken.

Opmerking: de gewesten passen meestal de toegangsvoorwaarden tot de vermindering aan, alsook het bedrag en de toekenningsduur ervan. De algemene principes die in deze fiche worden uiteengezet blijven echter van toepassing.

Voor een algemeen overzicht van de federale tewerkstellingsmaatregelen verwijzen we u naar de fiche “Algemeen overzicht van de federale tewerkstellingsmaatregelen” in deze rubriek. Voor een overzicht van de federale en de regionale maatregelen, neem een kijkje in de rubriek "Algemeen overzicht" van dit dossier.

 

Op welke verminderingen kan een werkgever die een doelgroepwerknemer aanwerft, aanspraak maken?

De werkgever kan gelijktijdig twee soorten verminderingen van werkgeversbijdragen in de sociale zekerheid genieten: de structurele vermindering van de sociale lasten en, onder bepaalde voorwaarden, een doelgroepvermindering

Structurele vermindering

De structurele vermindering van de sociale lasten is een trimestriële vermindering van de patronale socialezekerheidsbijdragen.  Ze geldt zowel voor de arbeiders als voor de bedienden.  Het bedrag van de vermindering hangt af van het kwartaalloon van de werknemer, van de categorie waartoe hij behoort en van de omvang van zijn prestaties.  Dit bedrag wordt aan de hand van nauwkeurige rekenformules berekend.

Als gevolg van de tax shift-maatregelen, is de structurele vermindering geëvolueerd naar een steunmaatregel die gericht is op de lage en middenlonen[1].  De vermindering heeft dus haar structurele karakter verloren en geldt niet meer 'automatisch' voor iedereen. Een dergelijke lastenverlaging is immers niet meer nodig gezien de verlaging van de patronale basisbijdragen. Voor meer informatie hieromtrent verwijzen we u naar onze fiche over de structurele vermindering.  U vindt deze terug in dit dossier, onder het federale luik.

Forfaitaire vermindering van de bijdragen

Naast de structurele vermindering krijgt de werkgever gedurende een aantal trimesters een forfaitaire kwartaalvermindering van de patronale socialezekerheidsbijdragen indien hij een werknemer in dienst neemt van wie het profiel beantwoordt aan dat van een doelgroep. Het bedrag ervan varieert in functie van de beoogde doelgroep. U vindt deze bedragen in elke betreffende fiche.

 


[1] Toch voor wat de categorieën 1 en 3 betreft. Voor categorie 2, de werkgevers van de Sociale Maribel, heeft de structurele vermindering min of meer zijn vroegere vorm behouden.

Wat zijn de voornaamste doelgroepverminderingen?

Hieronder vindt u een overzicht van de voornaamste doelgroepverminderingen, met de vermelding of ze federaal of gewestelijk zijn. In dat laatste geval wordt verduidelijkt welk gewest al specifieke regels heeft uitgewerkt.

De overgangsmaatregelen die de verschillende regio’s hebben genomen, worden hier echter niet verder gespecifieerd. U vindt ze immers terug onder de verschillende desbetreffende rubrieken.

Doelgroepvermindering

Federale steunmaatregel

Gewestelijke steunmaatregel

Eerste aanwervingen

Ja

Nee

Collectieve arbeidsduurvermindering en 4-dagenweek

Ja

Nee

Vast personeel in de horeca

Ja

Nee

Jonge werknemers

Nee

Ja. Het Vlaams Gewest heeft specifieke regels uitgewerkt. De andere regio’s hebben deze vermindering afgeschaft.

Oudere werknemers

Nee

Ja.

Langdurig werkzoekenden

Nee

Ja. Deze vermindering is echter afgeschaft in alle regio's.

Herstructureringen – Werkgeversdeel[1]

Nee

Ja. Deze vermindering is echter afgeschaft in alle regio's.

Mentors

Nee

Ja. Het Franstalig Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hebben deze vermindering echter afgeschaft.

Contractuele vervangers in de openbare sector

Nee

Ja, maar de regels zijn nog in alle gewesten identiek

Huispersoneel

Nee

Ja. Het Franstalig Waals Gewest heeft deze vermindering echter afgeschaft.

Onthaalouders

 

Ja, maar de regels zijn nog in alle gewesten identiek

Kunstenaars

 

Ja, maar de regels zijn nog in alle gewesten identiek

Gesubsidieerde contractuelen

 

Ja, maar de regels zijn nog in alle gewesten identiek. De Duitstalige Gemeenschap heeft deze steun echter afgeschaft.

Voor een volledige en gedetailleerde uitleg over elke doelgroepvermindering, meer bepaald over het forfaitair bedrag van de vermindering en de totale duur van de vermindering, verwijzen we u naar de betreffende fiches.

 


[1] Werknemers die ten gevolge van een herstructurering werden ontslagen komen nog steeds in aanmerking voor een vermindering van hun persoonlijke socialezekerheidsbijdragen.

 

Hoe wordt de vermindering berekend in geval van deeltijds werk en/of onvolledige kwartaalprestaties?

Het bedrag van de doelgroepvermindering (zie de forfaits in de vorige vraag) geldt per kwartaal en voor volledige kwartaalprestaties, dat wil zeggen, voor een voltijdse werknemer die gedurende het volledige kwartaal prestaties of gelijkgestelde prestaties levert. In geval van deeltijdse tewerkstelling of onvolledige kwartaalprestaties worden deze bedragen geproportionaliseerd, evenwel met een correctie die varieert naargelang de prestaties hoger of lager zijn dan 80%, 55% of 27,5% van volledige kwartaalprestaties van een voltijder.

De formule om het reële verminderingsbedrag te berekenen luidt: forfait x m x b.

m is de prestatiebreuk van de prestaties tijdens de tewerkstelling: het drukt de verhouding uit tussen het aantal effectieve arbeidsdagen (of – uren) van de werknemer tijdens de tewerkstelling enerzijds en het aantal mogelijke werkdagen (of –uren) voor een voltijder met volledige prestaties tijdens het kwartaal anderzijds. Voor een voltijder met volledige kwartaalprestaties is m bijgevolg gelijk aan 1.

b is de vaste multiplicatiefactor 1,25. Indien echter:

Het reële verminderingsbedrag mag nooit hoger dan het toepasselijke forfait zijn.



[1] PC nr. 327 (kengetallen 073, 173 en 273).

Welke arbeidsovereenkomst moet men sluiten?

Elke soort arbeidsovereenkomst is toegestaan (contract van onbepaalde of bepaalde duur, vervangingsovereenkomst, ...).

Opmerking: de wetgeving bepaalt geen minimaal arbeidsrooster in de arbeidsovereenkomst. Indien de werknemer echter tijdens het kwartaal minder dan 27,5% van de volledige kwartaalprestaties van een voltijder werkt, zal er geen doelgroepvermindering toegekend worden. Deze minimumgrens geldt echter niet voor bepaalde werknemers.

Deze werknemers zullen met andere woorden toch de doelgroepvermindering kunnen genieten, ook al hebben ze in het betrokken kwartaal minder dan 27,5% van volledige kwartaalprestaties van een voltijder gepresteerd.

Wat gebeurt er in geval van beëindiging van de arbeidsovereenkomst?

Tijdens de opzegtermijn blijft de doelgroepvermindering gewoon doorlopen.

Ze is daarentegen niet van toepassing op de verbrekingsvergoeding.

Wat gebeurt er met de doelgroepverminderingen als de werknemer eerst in een ander gewest is tewerkgesteld?

We hebben al vermeld dat de doelgroepvermindering afhangt van de regelgeving die van toepassing is op de exploitatiezetel waaraan de werknemer is verbonden. Om een antwoord te krijgen op de vraag wat er gebeurt met de vermindering als de werknemer eerst in een ander gewest is tewerkgesteld, raadpleeg onze fiche “Interregionale overdracht en vergelijkingstabel”.

Wat gebeurt er in geval van wijziging van de juridische structuur van de werkgever?

Principe

Wanneer de werkgever, natuurlijk of rechtspersoon, zijn activiteit stopzet, worden de verminderingen van de socialezekerheidsbijdragen die hij geniet in principe ook beëindigd, zelfs indien de onderneming met personeel aan een nieuwe werkgever (juridische entiteit) die de rechten en plichten overneemt, overgedragen werd.

In bepaalde, strikte hypotheses van wijziging van de juridische structuur van de werkgever kunnen de doelgroepverminderingen evenwel behouden blijven[1]. De rechtspersoon die aanspraak kan maken op het behoud van de verminderingen zal echter wel hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de sociale schulden van de voordien bestaande rechtspersoonlijkheid.

Opmerking: enkel de verderzetting van de verminderingen wordt door de wet voorzien. Indien de verminderingen met andere woorden om de een of andere reden niet toegekend werden, zal de nieuwe onderneming ze in geen enkel geval kunnen laten aanvangen. Bovendien blijft enkel het saldo van de verminderingen behouden.

Beoogde hypotheses

In geval van herstructurering of juridische wijziging van de werkgever kunnen de volgende werkgevers de bestaande doelgroepverminderingen verder zetten:

  1. De rechtspersoon die de begunstigde is van een juridische herstructureringsoperatie zoals:
  1. De vereniging zonder winstoogmerk die wijzigt in een vennootschap met sociaal oogmerk (art. 668 en 669 Wetboek Vennootschappen)
  2. De rechtspersoon waarvan het patrimonium geheel of gedeeltelijk afkomstig is van het netto actief na vereffening van één of meerdere rechtspersonen zonder winstoogmerk
  3. De rechtspersoon die geniet van een inbreng van een bedrijfstak gedaan door een natuurlijk persoon (art. 768 Wetboek Vennootschappen)
  4. Volgens de RSZ[2]: de natuurlijke persoon of de feitelijke vereniging die de activiteiten en het personeel overneemt van een andere natuurlijke persoon of feitelijke vereniging in analoge omstandigheden als voorzien voor ondernemingen in toepassing van het Wetboek Vennootschappen.

Niet beoogde hypothese: overgang van onderneming,...

De overgang van een onderneming zoals bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32bis is geen hypothese waarin de doelgroepvermindering behouden blijft.

Procedure

Om te blijven genieten van de vermindering van socialezekerheidsbijdragen die oorspronkelijk werd toegestaan, moet de nieuwe werkgever vooraf het akkoord van de Controledienst van de RSZ (Bestuur der Controlediensten) bekomen. Een type-aanvraagformulier werd door de RSZ opgemaakt. Dit formulier bevat:

U vindt dit formulier op Lex4You/Standaarddocumenten/Formulieren of door hier te klikken.

Het Bestuur der Controlediensten zal nadien haar beslissing overmaken aan de werkgever of zal, indien nodig, bijkomende documenten opvragen. In het geval de nieuwe werkgever de vermindering voort mag zetten, zal het Bestuur eveneens het aantal resterende kwartalen vermelden waarvoor de werkgever nog gebruik kan maken van de vermindering.



[1] Programmawet van 27 december 2004.

[2] Dit standpunt wordt door de RSZ vermeld in hun “Instructies aan de werkgevers”.

Welke cumulaties zijn toegelaten?

Cumulatie met andere verminderingen van de werkgeversbijdragen

Indien de werknemer voor een zelfde tewerkstelling in aanmerking komt voor meerdere doelgroepverminderingen, moet de werkgever een keuze maken. Uiteraard mag hij de voordeligste nemen.

Een doelgroepvermindering mag enkel worden gecumuleerd met de structurele vermindering van de sociale lasten en de sociale Maribel.

Het totale bedrag van de vermindering van de socialezekerheidsbijdragen (structurele vermindering en doelgroepvermindering) mag in geen geval hoger zijn dan het bedrag van de patronale basisbijdragen dat voor de betrokken werknemer verschuldigd is[1].

Als dit wel het geval is, primeert de structurele vermindering op de doelgroepvermindering. Men zal dus in de eerste plaats de doelgroepvermindering beperken en daarna de structurele vermindering, voor zover dat nog nodig is.

Voor de rechthebbenden op de sociale Maribel[2] zullen de verschuldigde bijdragen eerst worden verminderd met het bedrag van de vermindering in het kader van de sociale Maribel (behalve voor de beschutte werkplaatsen: PC nr. 327.01, 02 en 03, kengetallen 073, 173 en 273) en pas daarna met de doelgroepvermindering en de structurele vermindering.

Cumulatie met andere tewerkstellingsmaatregelen

Cumulatie met tewerkstellingsmaatregelen die niet uit een vermindering van de patronale basisbijdragen van de sociale zekerheid bestaan (bijvoorbeeld de activering van de werkloosheidsuitkeringen, de werkbonus, bepaalde regionale premies,...) is in principe altijd mogelijk.

Opgelet! Kijk wel altijd de cumulatieregels van die verschillende tewerkstellingsmaatregelen na!

 


[1] Er wordt geen rekening gehouden met de loonmatigingsbijdrage.

[2] Bepaalde werknemers komen niet in aanmerking voor de sociale Maribel. Bijgevolg zal de sociale Maribel niet in mindering gebracht worden van de werkgeversbijdragen aan de sociale zekerheid wanneer de werkgever bepaalde doelgroepverminderingen geniet. U vindt hier meer informatie (neem een kijkje onder de uitleg over de cumulaties).

 

In welke gevallen kan de vermindering ingehouden worden?

De werkgever moet bepaalde “algemene voorwaarden” naleven om van een doelgroepvermindering te kunnen genieten.

Deze algemene voorwaarden moeten zware inbreuken, gepleegd door werkgever beteugelen. Laatstgenoemde zal het voordeel van de doelgroepvermindering verliezen, als hij in één van de 8 hierna vermelde situaties verkeert:

De periode gedurende dewelke de werkgever het voordeel van de vrijstelling of de vermindering van de socialezekerheidsbijdragen verliest, moet bij koninklijk besluit vastgesteld worden. De RSZ heeft ons bevestigd dat ze de publicatie van dit besluit in het Belgisch Staatsblad afwacht en deze bepalingen momenteel dus niet toepast.

Wat zijn de toepasselijke sancties?

De werkgever die onjuiste of onvolledige aangiftes doet om geen of minder bijdragen te moeten betalen of om een derde geen of minder bijdragen te laten betalen dan verschuldigd, stelt zich bloot aan sancties.

Voor een overzicht van de toepasselijke sancties verwijzen we u naar het trefwoord “Sociale fraude” in de fiche “Sociaal Strafwetboek – 4. De inbreuken” in ons dossier over het Sociaal strafrecht, onder het federale luik.  U vindt dit terug onder de rubriek Sociaal/Dossiers.

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?

Federaal > Doelgroepverminderingen > Collectieve arbeidsduurvermindering en vierdagenweek

Inhoudstafel - Collectieve arbeidsduurvermindering en vierdagenweek

 

Lees eerst even dit ...

De werkgever kan gelijktijdig twee soorten verminderingen van werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid genieten: de structurele vermindering van de sociale lasten en, onder bepaalde voorwaarden, een doelgroepvermindering.

De werkgever die een werknemer in dienst neemt wiens profiel overeenstemt met dat van een doelgroep kan inderdaad gedurende een aantal kwartalen een forfaitaire trimestriële vermindering van zijn basisbijdragen voor de sociale zekerheid genieten.

In deze fiche bespreken wij enkel de doelgroepvermindering collectieve arbeidsduurvermindering en vierdagenweek. In tegenstelling tot de meeste andere doelgroepverminderingen werd deze doelgroepvermindering niet geregionaliseerd.

Opgelet! Deze vermindering dient niet te worden verward met de “Tijdelijke collectieve arbeidsduurvermindering - coronamaatregel” ingevoerd voor de ondernemingen erkend in moeilijkheden en/of in herstructurering waarvan de begindatum van de erkenning valt in de periode 1 maart 2020 tem 31 december 2020.

Meer informatie over de overige doelgroepverminderingen vindt u in het dossier "Tewerkstellingsmaatregelen/Federaal".

 

Wat is de doelgroepvermindering collectieve arbeidsduurvermindering en vierdagenweek?

De werkgevers die hun wekelijkse arbeidsduur met minstens een volledig uur onder de 38 uur verminderen of die de vierdagenweek in hun onderneming invoeren, kunnen voor de betrokken werknemers gedurende een aantal kwartalen een forfaitaire vermindering van de werkgeversbijdragen in de sociale zekerheid verkrijgen. Hoe groter de arbeidsduurvermindering, hoe groter de doelgroepvermindering.

U mag deze doelgroepvermindering toegekend naar aanleiding van een arbeidsduurvermindering ingevoerd voor onbepaalde duur niet verwarren met de anticrisismaatregelen “Tijdelijke crisisaanpassing van de arbeidsduur”.

Welke werkgevers komen in aanmerking?

Indien zij aan alle opgelegde voorwaarden voldoen, kunnen de volgende werkgevers aanspraak maken op de doelgroepvermindering:



[1] Het gaat hier om de werknemers die onder het toepassingsgebied vallen van de wet van 5 december 1968 op de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités.

Welke werknemers komen in aanmerking?

Voltijdse werknemers

De werknemers die voltijds in de onderneming werken en zich in de personeelscategorie bevinden waarvoor de arbeidsduurvermindering en/of de invoering van de vierdagenweek geldt, kunnen recht geven op de doelgroepvermindering.

Deze vermindering wordt eveneens toegekend voor de voltijdse werknemer die in dienst treedt na de arbeidsduurvermindering of na de invoering van de vierdagenweek voor zover hij deel uitmaakt van de betrokken personeelscategorie. Hetzelfde geldt voor de deeltijdse werknemer die voltijds gaat werken na het kwartaal waarvoor de vermindering voor het eerst toegekend werd.

Deeltijdse werknemers

Arbeidsduurvermindering

De doelgroepvermindering kan tevens worden toegekend voor de tewerkstelling van deeltijdse werknemers van wie de arbeidsduur niet vermindert, maar van wie wel de bezoldiging aangepast is ingevolge de arbeidstijdverkorting van de voltijdse werknemers.

Dit geldt echter enkel voor de deeltijdse werknemers die, op de laatste dag van het betrokken kwartaal, in de werknemerscategorie tewerkgesteld zijn waarvoor de arbeidsduurvermindering geldt.

Opgelet! De deeltijdse werknemers van wie het loon hetzelfde blijft, maar de arbeidsduur proportioneel verminderd wordt, komen niet in aanmerking.

Voorbeeld: In de onderneming wordt 38 uur per week gewerkt en de voltijdse werknemers verdienen 1.500 euro per maand. De onderneming voert een collectieve arbeidsduurvermindering in van 38 uur naar 36 uur en het voltijdse loon blijft behouden op 1.500 euro per maand.

Werknemer X werkte voor de arbeidsduurvermindering 19 uur en verdiende 750 euro (= 1.500 euro x 19/38). Na de arbeidsduurvermindering blijft werknemer X 19 uur werken. Zijn loon wordt als volgt aangepast: 1.500 euro x 19/36 = 791,67 euro. Voor deze werknemer kan een doelgroepvermindering worden toegekend.

Indien werknemer X na de collectieve arbeidsduurvermindering echter 18 uur gaat werken, met behoud van zijn loon van 750 euro, kan de doelgroepvermindering niet toegekend worden.

Vierdagenweek

De vermindering omwille van de invoering van een vierdagenweek is niet van toepassing voor deeltijdse werknemers.

Statuut van de werknemer

Het statuut van de werknemer (arbeider, bediende, handelsvertegenwoordiger, ...), de aard en duur van de arbeidsovereenkomst (onbepaalde duur, bepaalde duur, vervangingsovereenkomst, ...) en het werkrooster (voltijds of deeltijds) zijn in principe niet belangrijk.

Indien de werknemer echter tijdens het kwartaal minder dan 27,5% van volledige kwartaalprestaties van een voltijder werkt, zal er geen vermindering toegekend worden. Deze minimumgrens geldt echter niet voor bepaalde werknemers.

Deze werknemers zullen met andere woorden toch de doelgroepvermindering kunnen genieten, ook al hebben ze in het betrokken kwartaal minder dan 27,5% van volledige kwartaalprestaties van een voltijder gepresteerd.

Welke voorwaarden inzake arbeidsduur moeten vervuld zijn?

Vermindering van de arbeidsduur

De vermindering van de arbeidsduur[1] moet minstens een effectieve vermindering van een volledig uur onder de 38 uur per week zijn.

Deze arbeidsduurvermindering moet daarenboven voor onbepaalde duur ingevoerd worden.De RSZ heeft gepreciseerd dat de wil om een arbeidsduurvermindering in te voeren zonder tijdslimiet bij aanvang moet aanwezig zijn. Zo kan het bestaan van een clausule in een CAO die de mogelijkheid biedt om de vermindering terug ongedaan te maken, gezien worden als een manifeste intentie om terug te keren naar de beginsituatie en is een weigering van doelgroepvermindering door de RSZ niet ondenkbaar.

De doelgroepvermindering wordt pas toegekend indien de vermindering van de arbeidsduur gedurende het volledige kwartaal behouden wordt voor de betrokken werknemerscategorie.

Vierdagenweek

Onder de vierdagenweek verstaat men de regeling waarin de wekelijkse arbeidsduur hetzij over 4 werkdagen per week gespreid is, hetzij over 5 werkdagen per week, meer bepaald drie volledige en twee halve werkdagen. Een halve werkdag mag maximaal de helft van het aantal uren van de volledige werkdag die het grootste aantal werkuren telt, bevatten.

Deze arbeidsduurvermindering moet voor een onbepaalde duur ingevoerd worden. De RSZ heeft gepreciseerd dat de wil om een vierdagenweek in te voeren zonder tijdslimiet bij aanvang moet aanwezig zijn. Zo kan het bestaan van een clausule in een CAO die de mogelijkheid biedt om de vermindering terug ongedaan te maken, gezien worden als een manifeste intentie om terug te keren naar de beginsituatie en is een weigering van doelgroepvermindering door de RSZ niet ondenkbaar.

De doelgroepvermindering wordt slechts toegekend indien de invoering van de vierdagenweek gedurende het volledige kwartaal behouden wordt voor de betrokken werknemerscategorie.

Naleving van de bepalingen inzake de arbeidsduur

De werkgever moet alle bepalingen van de arbeidswet van 16 maart 1971 die op de arbeidsduur betrekking hebben, naleven. Zoniet kan de RSZ de voordelen terugeisen voor elk kwartaal en voor elke werknemer waarvoor de inbreuk gepleegd werd, op voorwaarde dat deze inbreuk geleid heeft hetzij tot een minnelijke schikking tussen de RSZ en de werkgever, hetzij tot een administratieve geldboete, hetzij tot een veroordeling door een strafrechtbank.



[1] Onder arbeidsduur verstaat men de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de voltijds tewerkgestelde werknemers, berekend over een periode van één jaar, die voortvloeit hetzij uit het uurrooster dat in het arbeidsreglement opgenomen is en eventueel in een cyclus toegepast wordt, hetzij uit het uurrooster gecombineerd met de inhaalrust die in het kader van de arbeidsduurvermindering toegekend wordt.

Welke voordelen worden toegekend aan de werkgever?

Principe: 400 euro per kwartaal

De werkgever die aan alle voorwaarden voldoet, geniet gedurende een aantal kwartalen een trimestriële forfaitaire vermindering van de patronale basisbijdragen van 400 euro[1] en dit vanaf het kwartaal volgend op dat waarin de arbeidsduurvermindering of de vierdagenweek ingevoerd werd. Het aantal kwartalen varieert in functie van de omvang van de arbeidsduurvermindering. De exacte vermindering van de werkgeversbijdragen vindt u terug in de "Overzichtstabel van de voordelen".

De doelgroepvermindering wordt steeds voorlopig toegekend, tot wanneer vaststaat dat de werkgever aan alle wettelijke voorwaarden voldaan heeft.

Deeltijds werk of onvolledige kwartaalprestaties: gecorrigeerde pro rata

Het bedrag van 400 euro (of 1000 euro) geldt per kwartaal en voor volledige kwartaalprestaties, dat wil zeggen, voor een voltijdse werknemer die gedurende het volledige kwartaal prestaties of gelijkgestelde prestaties levert. In geval van deeltijdse tewerkstelling of onvolledige kwartaalprestaties worden deze bedragen geproportionaliseerd, evenwel met een correctie die varieert naargelang de prestaties hoger of lager zijn dan 80%, 55 % of 27,5% van volledige kwartaalprestaties van een voltijder. meer informatie over deze proportionalisering, klik hier.



[1] Of van 1000 euro indien bij de werkgever tijdens hetzelfde kwartaal zowel een arbeidsduurvermindering als een vierdagenweek in voege zijn.

Overzichtstabel van de voordelen

Afhankelijk van de arbeidsduurvermindering die de werkgever ingevoerd heeft, zijn het bedrag en de termijn voor de toekenning van de doelgroepvermindering gelijk aan:

Arbeidsduurvermindering
per week

Bedrag van de RSZ-vermindering gedurende x kwartalen vanaf het kwartaal volgend op dat waarin de vermindering (of de vierdagenweek) ingevoerd werd

37u of minder

€ 400 / 8 kwartalen

36u of minder

€ 400 / 12 kwartalen

35u of minder

€ 400 / 16 kwartalen

Vierdagenweek

€ 400 / 4 kwartalen

Tijdens hetzelfde kwartaal

  • vermindering tot 37, 36 of 35u
  • en vierdagenweek

€ 1.000 tijdens alle kwartalen dat de werknemer in aanmerking komt voor zowel de vermindering arbeidsduurvermindering als de vermindering vierdagenweek

Welke procedure moet men volgen?

Telkens als de onderneming overgaat tot een arbeidstijdverkorting dient de werkgever het arbeidsreglement te wijzigen mits naleving van de procedure voor het wijzigen van het arbeidsreglement.

Bovendien moet hij het volgende vermelden in de DmfA (kwartaalaangifte aan de RSZ):

    • de werknemers voor wie de arbeidstijdverkorting en de doelgroepvermindering "Collectieve arbeidstijdverkorting en vierdagenweek" geldt;
    • de datum waarop het systeem in werking getreden is;
    • de wekelijkse arbeidsduur van de voltijdse werknemers die van toepassing is vóór en na de invoering van het systeem van arbeidsduurvermindering.

Voor de klanten van het Sociaal Secretariaat Securex doet Securex uiteraard het nodige in de DmfA. Wenst u eveneens hulp bij het wijzigen van uw arbeidsreglement? Contacteer dan uw Legal advisor.

Wat is de doelgroepvermindering “Tijdelijke collectieve arbeidsduurvermindering” die ingevoerd werd ten gevolge van de coronacrisis?

De “Tijdelijke collectieve arbeidsduurvermindering - coronamaatregelstaat los van de vermindering waarvan sprake is in deze fiche.

Deze tijdelijke vermindering werd voorzien voor ondernemingen erkend in moeilijkheden en/of in herstructurering waarvan de begindatum van de erkenning valt in de periode 1 maart 2020 tem 31 december 2020.

Deze vermindering laat toe over te gaan tot een tijdelijke collectieve vermindering van de arbeidsduur al dan niet in combinatie met de invoering van een vierdagenweek (dit laatste enkel voor de voltijdse werknemers). Hierdoor verminderen de kosten voor de werkgever tijdelijk en wordt de tewerkstelling behouden, door deze arbeidsduurvermindering in te voeren met (overeenkomstig) loonverlies. De vermindering kan dan aangewend worden om een complement bij het loon van de werknemers te voegen.

Raadpleeg de RSZ-Instructies voor meer informatie.

 

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?

  • Programmawet van 24 december 2002
  • Programmawet van 22 december 2003
  • Koninklijk Besluit van 16 mei 2003
  • Koninklijk besluit van 21 januari 2004

 

Federaal > Doelgroepverminderingen > Contractuele vervangers in de openbare sector

Wat is de doelgroepvermindering voor de contractuele vervangers?

De werkgever kan gelijktijdig twee soorten verminderingen van werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid genieten: de structurele vermindering van de sociale lasten en, onder bepaalde voorwaarden, een doelgroepvermindering.

De werkgever die een werknemer in dienst neemt wiens profiel overeenstemt met dat van een doelgroep kan inderdaad gedurende een aantal kwartalen een forfaitaire trimestriële vermindering van zijn basisbijdragen voor de sociale zekerheid genieten.

De doelgroepvermindering voor de contractuele vervangers in de openbare sector geldt voor de contractuele werknemers die aangeworven worden ter vervanging van bepaalde ambtenaren die in loopbaanonderbreking zijn of die  hun arbeidsprestaties verminderd hebben.

De werkgevers die deze contractuelen tewerkstellen, genieten tijdens de volledige duur van de tewerkstelling van de structurele vermindering van de sociale lasten en van een vermindering die het saldo van de basisbijdragen voor de sociale zekerheid dekt na toepassing van de structurele vermindering.

U moet geen bijzondere formaliteiten vervullen.  Voor bijkomende informatie kan u hier klikken.

Opgelet! Hoewel deze vermindering intussen geregionaliseerd is, hanteren de verschillende gewesten hier momenteel nog steeds dezelfde regels.

Meer informatie over de overige doelgroepverminderingen vindt u in het dossier "Tewerkstellingsmaatregelen".

Federaal > Doelgroepverminderingen > Eerste aanwervingen

Inhoudstafel - Eerste aanwervingen

Wat is de doelgroepvermindering eerste aanwervingen?

Algemeen

De werkgever kan gelijktijdig twee soorten verminderingen van werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid genieten: de structurele vermindering van de sociale lasten en, onder bepaalde voorwaarden, een doelgroepvermindering[1].

De werkgever die een werknemer in dienst neemt wiens profiel overeenstemt met dat van een doelgroep kan inderdaad gedurende een aantal kwartalen een forfaitaire trimestriële vermindering van zijn basisbijdragen voor de sociale zekerheid genieten.

In deze fiche bespreken wij enkel de doelgroepvermindering eerste aanwervingen (eerste 6 aanwervingen). In tegenstelling tot de meeste andere doelgroepverminderingen werd deze doelgroepvermindering niet geregionaliseerd.

We willen er nu wel al op wijzen dat de duur en het bedrag van de vermindering verschilt naargelang het jaar waarin de aanwerving plaatsvond.

Eerste aanwervingen

Voor de eerste 6 aanwervingen kunnen de werkgevers tijdens een aantal kwartalen een forfaitaire vermindering van de patronale basisbijdragen genieten. Het aantal kwartalen en het verminderingsbedrag verschilt naargelang het om een eerste, een tweede of een derde, vierde, vijfde of zesde werknemer gaat.

Er is geen enkele voorwaarde wat betreft het profiel van de werknemer die het recht op de doelgroepvermindering opent. De vermindering is bovendien niet gekoppeld aan een bepaalde werknemer. De werkgever kan dus elk kwartaal vrij bepalen voor welke werknemer hij de doelgroepvermindering toepast.

 


[1] De regering heeft evenwel voorzien dat de structurele vermindering, die nu "automatisch" aan alle werkgever wordt toegekend, in de toekomst enkel nog op de lage en middellonen gericht zou worden. Voor meer informatie hierover kan u terecht in de fiche over de structurele vermindering, via de link in de tekst.

 

Welke werkgevers komen in aanmerking?

Elke werkgever uit de privésector kan de doelgroepvermindering eerste aanwervingen genieten voor zover hij als nieuwe werkgever beschouwd wordt. Hij moet immers een eerste, een tweede, een derde, een vierde, een vijfde of een zesde werknemer in dienst nemen (voor meer uitleg over deze werknemers, verwijzen we u naar de volgende vragen).

Wanneer gaat het om een eerste werknemer?

Principe

De doelgroepvermindering voor een eerste aanwerving is voorbehouden aan de nieuwe werkgever die:

  • hetzij voor het eerst een werknemer die (gedeeltelijk) aan de sociale zekerheid onderworpen is in dienst neemt, dat wil zeggen die uit hoofde van de tewerkstelling in dezelfde technische bedrijfseenheid van werknemers nog nooit aan de socialezekerheidswetgeving voor werknemers onderworpen geweest is[1];
  • hetzij gedurende een periode van 4 opeenvolgende kwartalen die het kwartaal van aanwerving voorafgaan, geen werknemers meer tewerkgesteld heeft die (gedeeltelijk) aan de sociale zekerheid onderworpen waren.

De eerste werknemer mag geen werknemer vervangen die in de loop van de 12 maanden (dag op dag) voorafgaand aan de aanwerving in dezelfde technische bedrijfseenheid werkzaam geweest is.

Werknemers die uit de telling van het aantal werknemers uitgesloten worden

De volgende werknemers worden nooit meegeteld voor de berekening van het aantal werknemers:

  • de jongeren tot 31 december van het jaar dat ze 18 jaar worden;
  • de leerlingen in het kader van het alternerend leren[2];
  • de dienstboden[3];
  • de gelegenheidsarbeiders in de land- en tuinbouwsector[4];
  • alle werknemers die niet aan de sociale zekerheid onderworpen zijn (jobstudenten voor wie de solidariteitsbijdragen verschuldigd zijn, …). Opgelet, flexi-jobwerknemers tellen wel mee.

Voor de volledigheid vermelden we eveneens dat uitzendkrachten en zelfstandigen die voor de werkgever prestaties leveren evenmin meegeteld worden. Beide categorieën zijn immers geen werknemers in de onderneming.

 


[1] Volgens de RSZ hebben de wettelijke bepalingen inzake de aanwerving van eerste werknemers enkel betrekking op werknemers die onderworpen zijn aan de Belgische sociale zekerheid. Zo zal een buitenlandse werkgever die enkel werknemers tewerkstelt die aan de socialezekerheidswetgeving van een ander land onderworpen zijn van de doelgroepvermindering kunnen genieten voor de aanwerving van zijn eerste werknemer die in België onderworpen is.

[2] Zoals bepaald in artikel 1bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969.

[3] Het gaat om de werknemer die, krachtens een arbeidsovereenkomst voor dienstboden, voornamelijk wordt tewerkgesteld voor het uitvoeren van huishoudelijke taken van fysische aard voor de behoeften van het gezin van de werkgever of van zijn familie.

[4] Het gaat om gelegenheidsarbeiders die tijdens dagen van intense activiteit tewerkgesteld worden (artikel 8bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969).

Wanneer gaat het om een tweede tot zesde werknemer?

Principe

De doelgroepvermindering voor een tweede (respectievelijk derde, vierde, vijfde of zesde) aanwerving is voorbehouden aan de werkgever die een tweede (respectievelijk derde, vierde, vijfde of zesde) werknemer in dienst neemt. Om na te gaan of het een tweede (respectievelijk derde, vierde, vijfde of zesde) werknemer betreft, mag de werkgever tijdens de 4 opeenvolgende kwartalen voorafgaand aan het kwartaal van indienstneming van die tweede werknemer nooit meer dan 1 (respectievelijk 2, 3, 4 of 5) volledig of gedeeltelijk aan de sociale zekerheid onderworpen werknemer(s) tegelijkertijd in dienst gehad hebben.

De tweede (respectievelijk derde, vierde, vijfde of zesde) werknemer mag niet aangeworven worden ter vervanging van een werknemer die in de loop van de 12 maanden (dag op dag) die aan de aanwerving voorafgaan in dezelfde technische bedrijfseenheid tewerkgesteld was.

Daarenboven kan de vermindering voor een tweede (respectievelijk derde, vierde, vijfde of zesde) aanwerving slechts in de loop van een kwartaal toegekend worden indien er tijdens dat kwartaal minstens 2 (respectievelijk 3, 4, 5 of 6) werknemers (al dan niet tegelijkertijd) in dienst zijn.

Werknemers die uit de telling van het aantal werknemers uitgesloten worden

De volgende werknemers worden nooit meegeteld voor de berekening van het aantal werknemers:

  • de jongeren tot 31 december van het jaar dat ze 18 jaar worden;
  • de leerlingen in het kader van het alternerend leren[1];
  • de dienstboden[2];
  • de gelegenheidsarbeiders in de land- en tuinbouwsector[3];
  • alle werknemers die niet aan de sociale zekerheid onderworpen zijn (jobstudenten voor wie de solidariteitsbijdragen verschuldigd zijn, …). Opgelet, flexi-jobwerknemers tellen wel mee.

Voor de volledigheid vermelden we eveneens dat uitzendkrachten en zelfstandigen die voor de werkgever prestaties leveren, uiteraard niet meegeteld worden. Beide categorieën zijn immers geen werknemers in de onderneming.

 


[1] Zoals bepaald in artikel 1bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969.

[2] Het gaat om de werknemer die, krachtens een arbeidsovereenkomst voor dienstboden, voornamelijk wordt tewerkgesteld voor het uitvoeren van huishoudelijke taken van fysische aard voor de behoeften van het gezin van de werkgever of van zijn familie.

[3] Het gaat om gelegenheidsarbeiders die tijdens dagen van intense activiteit tewerkgesteld worden (artikel 8bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969).

Wanneer begint de doelgroepvermindering te lopen?

Principe

De werkgever kan de kwartalen dat hij de vermindering kan genieten, spreiden over een periode van 20 kwartalen

De werkgever kan binnen deze periode van 20 kwartalen vrij kiezen in welke kwartalen hij van de doelgroepvermindering wenst te genieten, voor zover hij in de gekozen kwartalen aan alle voorwaarden voldoet. Hij kan met andere woorden de doelgroepvermindering genieten voor die kwartalen waarin dat het meest voordelig is, zolang zij binnen de 20 kwartalen volgend op dat van de aanwerving vallen.

Op die manier kan de werkgever rekening houden met de specifieke situatie in zijn onderneming.  Als een werkneemster bijvoorbeeld een heel kwartaal in zwangerschapsverlof is, zijn tijdens dat kwartaal geen bijdragen verschuldigd (de werkneemster geniet immers moederschapsuitkeringen en geen loon), waardoor de werkgever in de praktijk tijdens dat kwartaal niets aan de doelgroepvermindering heeft.  Hij kan er in dat geval voor kiezen dit kwartaal over te slaan en de vermindering pas terug te vragen in het volgende kwartaal, wanneer de werkneemster terug aan het werk is.

Opmerking: de 20 kwartalen-regel is uiteraard niet van toepassing wanneer de doelgroepvermindering onbeperkt in de tijd wordt toegekend, wat het geval is voor de aanwerving van een eerste werknemer vanaf 1 januari 2016.

Aanvang van de periode van 20 kwartalen

Principe

De periode van 20 kwartalen waarbinnen de werkgever de doelgroepvermindering dient uit te putten, loopt vanaf het kwartaal van de aanwerving van de werknemer die het recht op de doelgroepvermindering opent.

Wanneer het om de aanwerving van een tweede (respectievelijk derde, vierde, vijfde of zesde) werknemer gaat, begint deze periode evenwel slechts te lopen op voorwaarde dat er tijdens dat kwartaal 2 (respectievelijk 3, 4, 5 of 6) werknemers tegelijkertijd tewerkgesteld zijn. 

Niet voldoende werknemers tegelijkertijd in dienst

Indien er niet 2 (respectievelijk 3, 4, 5 of 6) werknemers tegelijkertijd tewerkgesteld zijn, begint de periode van 20 kwartalen niet te lopen, maar kan er toch een doelgroepvermindering toegekend worden indien er minstens 2 (respectievelijk 3, 4, 5 of 6) werknemers tijdens het kwartaal tewerkgesteld zijn (al dan niet gelijktijdig).

Voorbeeld: werknemer A gaat uit dienst op 31 mei 2021.  Werknemer B komt in dienst op 1 juni 2021. In de loop van het 2de kwartaal 2021 zijn er dus 2 weknemers bij de werkgever tewerkgesteld, maar niet tegelijkertijd:

  • de werkgever kan voor het 2de kwartaal 2021 van de doelgroepvermindering tweede aanwerving genieten voor werknemer B, maar de periode van 20 kwartalen zal niet beginnen lopen. Er is hier dus sprake van een soort "bonuskwartaal";
  • voor de volgende kwartalen zal de werkgever niet meer van de vermindering kunnen genieten, zolang er geen nieuwe aanwerving gebeurt. Een voorwaarde om de doelgroepvermindering tweede aanwerving te kunnen genieten, is immers dat er tijdens het betrokken kwartaal twee werknemers in dienst zijn.

De regel dat de periode van 20 kwartalen niet begint te lopen als er geen 2 werknemers tegelijkertijd in dienst zijn, werd ingevoerd om te vermijden dat de werkgever teveel verminderingskwartalen zou verliezen als het een tijdje duurt voor de werkgever een vervanger vindt voor de werknemer die uit dienst gegaan is. 

Stel, in ons voorbeeld, dat de werkgever pas een nieuwe werknemer C aanwerft in het 2de kwartaal van 2022, dan zou hij zonder de toepassing van die regel reeds 3 van de 20 kwartalen kwijtgespeeld zijn. Maar aangezien de periode van 20 kwartalen niet is beginnen lopen en er bij de betrokken werkgever nooit meer dan 1 werknemer tegelijkertijd in dienst was, zal de werknemer C opnieuw kunnen beschouwd worden als een tweede aanwerving en begint de periode van 20 kwartalen dan pas te lopen.

Wel voldoende werknemers tegelijkertijd in dienst

We willen er wel nog op wijzen dat van zodra er (in de 4 voorgaande kwartalen) 2 (respectievelijk 3, 4, 5 of 6) onderworpen werknemers gelijktijdig in dienst waren, de periode van 20 kwartalen wel begint te lopen en er dus geen sprake meer kan zijn van een tweede (respectievelijk derde, vierde, vijfde of zesde) aanwerving wanneer een bepaalde werknemer uit dienst gaat en de werkgever tot een vervangende aanwerving overgaat. In dat geval is enkel verderzetting van de oorspronkelijke doelgroepvermindering mogelijk.

Voorbeeld: Werknemer A is al jaren in dienst van de werkgever. Op 1 mei 2021 komt werknemer B in dienst. In het tweede kwartaal 2020 zijn er dus 2 werknemers tegelijkertijd in dienst.  De periode van 20 kwartalen begint te lopen en de werkgever kan van de doelgroepvermindering tweede aanwerving genieten. In september 2021 gaat werknemer A evenwel uit dienst. Vanaf het 4de kwartaal 2020 zal de werkgever dus niet meer van de doelgroepvermindering kunnen genieten, aangezien er geen 2 werknemers tegelijkertijd meer in dienst zijn. Op 1 september 2022 komt werknemer C in dienst ter vervanging van werknemer A. De werkgever zal op dat moment de doelgroepvermindering tweede aanwerving kunnen verderzetten aangezien er opnieuw 2 werknemers in dienst zijn tijdens het kwartaal. Werknemer C kan daarentegen niet beschouwd worden als een tweede aanwerving, aangezien er in de loop van de 4 voorgaande kwartalen al eens 2 werknemers tegelijkertijd in dienst geweest zijn (A en B).

Wacht de werkgever een maand langer met de aanwerving van werknemer C, dus tot 1 oktober 2022, dan zal hij de doelgroepvermindering tweede aanwerving wel opnieuw kunnen openen. Een volgende periode van 20 kwartalen kan immers beginnen lopen nadat er gedurende 4 opeenvolgende kwartalen slechts 1 werknemer (in casu werknemer B) in dienst was.

 

Wat zijn de toepasselijke regels bij een technische bedrijfseenheid?

Zelfs als het om een eerste, tweede, derde, vierde, vijfde of zesde werknemer in een juridische entiteit gaat, moet er nog nagegaan worden of de verschillende juridische entiteiten geen zelfde technische bedrijfseenheid uitmaken. De eerste, tweede, derde, vierde, vijfde of zesde werknemer mag immers geen werknemer vervangen die in dezelfde technische bedrijfseenheid tewerkgesteld werd[1] in de loop van de 12 maanden (dag op dag) die aan de aanwerving voorafgaan.

Begrip technische bedrijfseenheid

De term technische bedrijfseenheid wordt in de reglementering niet verder omschreven. Daarom dient de definitie uit de reglementering over de sociale verkiezingen als referentie (economische en sociale criteria)

De RSZ oordeelt dat er van een zelfde technische bedrijfseenheid sprake is indien in de verschillende juridische entiteiten ten minste 1 gemeenschappelijk persoon werkt (hetzij als werknemer, als beheerder of bestuurder of in enige andere hoedanigheid[2]).

Weet evenwel dat dit standpunt al diverse malen door de rechtspraak gehekeld werd als onvoldoende juridisch onderbouwd. De rechtspraak meent immers dat er niet zonder meer uitgegaan mag worden van de definitie uit de wet van 20 september 1948 betreffende de organisatie van het bedrijfsleven[3]. Het Hof van Cassatie stelt dat wel verwezen mag worden naar de economische en sociale criteria, maar dat er ook nagegaan moet worden of er in dezelfde technische bedrijfseenheid, sprake is van een reële jobcreatie.

Hou er dus rekening mee dat de toestand steeds op basis van alle concrete elementen beoordeeld moet worden: zelfde adres of in de nabijheid ervan, identieke of aanvullende activiteit, zelfde of gelijkaardig klantenbestand, zelfde bedrijfsmateriaal …?

Stappenplan

Om te bepalen of er sprake is van een vervanging in de technische bedrijfseenheid, volgt de RSZ de volgende weg:

  • eerst bepaalt men het maximum aantal werknemers dat gelijktijdig in dezelfde technische bedrijfseenheid was tewerkgesteld in de loop van de 12 maanden (dag op dag) die de aanwerving voorafgaan (A);
  • vervolgens neemt men het totaal aantal werknemers dat door de nieuwe werkgever op de eerste dag wordt aangeworven, verhoogd met het aantal werknemers dat eventueel nog is tewerkgesteld door andere werkgevers in dezelfde technische bedrijfseenheid (B).

Indien (B) minstens één eenheid hoger is dan (A), kan de doelgroepvermindering Eerste aanwervingen toegekend worden.

Voorbeeld: in geval van overgang van onderneming met overname van bijvoorbeeld 3 werknemers zal de werkgever die de onderneming overneemt, voor deze 3 werknemers niet van de doelgroepvermindering Eerste aanwervingen kunnen genieten. Er waren in de loop van de 12 maanden die aan de overgang voorafgaan, immers 3 werknemers tewerkgesteld en het totaal aantal werknemers aangeworven door de nieuwe onderneming bedraagt eveneens 3 werknemers. B (3) is dus niet groter dan A (3).

Indien de werkgever daarentegen op de eerste activiteitsdag 2 nieuwe, bijkomende werknemers aanwerft (bovenop de 3 overgenomen werknemers), zal hij van de doelgroepverminderingen voor een eerste en tweede aanwerving gebruik kunnen maken (5-3=2).

Indien de werkgever twee werknemers aanwerft op de eerste activiteitsdag, maar één van deze werknemers vervangt een werknemer die door de oude werkgever tewerkgesteld was, heeft hij recht op één doelgroepvermindering. Het betreft de doelgroepvermindering eerste werknemer.

Tenslotte, als de werkgever pas na de overname overgaat tot de aanwerving van de 2 nieuwe bijkomende werknemers, zal hij enkel kunnen genieten van de doelgroepverminderingen voor een vierde en een vijfde aanwerving. De datum van aanwerving van de nieuwe werknemers is dus zeer belangrijk!

 


[1] Volgens de RSZ sluiten de wetsbepalingen niet uit dat technische bedrijfseenheden die in het buitenland gelegen zijn, in rekening kunnen worden gebracht.

[2] Het heeft geen belang of die persoon in de 2 entiteiten dezelfde hoedanigheid heeft.

[3] Arrest van het Hof van Cassatie van 12 november 2007 en recent arrest van het Arbeidshof van Brussel van 3 september 2015.

Welke werknemers komen in aanmerking?

Principe

Elke werknemer die minstens aan één tak van de sociale zekerheid onderworpen is, kan voor de doelgroepvermindering in aanmerking komen.

De volgende werknemers komen niet in aanmerking voor de doelgroepvermindering, aangezien ze helemaal niet aan de sociale zekerheid onderworpen zijn:

    • de werknemers die bepaalde prestaties verrichten in de socio-culturele sector op voorwaarde dat deze prestaties beperkt blijven tot 25 werkdagen per kalenderjaar bij één of meer werkgevers;
    • de werknemers die enkel op de dag van een sportmanifestatie worden tewerkgesteld door de organisatoren voor zover deze prestaties beperkt blijven tot 25 dagen per kalenderjaar bij één of meer werkgevers;
    • de arbeiders tewerkgesteld bij het aanleggen van hopplanten, het plukken van hop en tabak en het kuisen en sorteren van teenwilgen;
    • de studenten die werken in uitvoering van een overeenkomst voor de tewerkstelling van studenten en voor wie enkel solidariteitsbijdragen verschuldigd zijn;
    • het huispersoneel waarvan de prestaties van intellectuele aard geen 8 uur per week overschrijden bij één of meer werkgevers;
    • de vrijwilligers.

De werknemers die niet in aanmerking genomen worden voor de berekening van het aantal werknemers (jongeren tot 31 december van het jaar waarin ze 18 worden, dienstboden, ...) komen evenmin in aanmerking voor de doelgroepvermindering[1].

Opmerking: een flexi-jobwerknemer telt wel mee en opent in principe het recht op de doelgroepvermindering, maar aangezien er voor deze werknemers geen gewone socialezekerheidsbijdragen betaald worden, kan de werkgever voor hen in de praktijk geen vermindering toegekend krijgen[2].

Statuut van de werknemer

Het statuut van de werknemer (arbeider, bediende, handelsvertegenwoordiger, ...), de aard en duur van de arbeidsovereenkomst (onbepaalde duur, bepaalde duur, vervangingsovereenkomst, ...) en het werkrooster (voltijds of deeltijds) zijn in principe niet belangrijk.

Indien de werknemer echter tijdens het kwartaal minder dan 27,5% van volledige kwartaalprestaties van een voltijder werkt, zal er geen vermindering toegekend worden. Deze minimumgrens geldt echter niet voor bepaalde werknemers. Deze werknemers zullen met andere woorden toch de doelgroepvermindering kunnen genieten, ook al hebben ze in het betrokken kwartaal minder dan 27,5% van volledige kwartaalprestaties van een voltijder gepresteerd.



[2] De RSZ heeft op zijn website gepreciseerd dat voor de doelgroepvermindering "eerste aanwervingen" de indiensttredingsdatum van de eerste werknemer als datum van eerste aanwerving telt, zelfs als die eerste werknemer werd aangeworven in het kader van een flexi-job en zijn werkgever de vermindering dus niet kan genieten.

Hoeveel bedraagt de doelgroepvermindering?

Principe: Vrijstelling van de patronale basisbijdragen of vermindering van deze bijdragen van 1.550, 1.050, 1.000, 450 of 400 euro per kwartaal

Voor zijn eerste aanwerving geniet de werkgever een forfaitaire vermindering of zelfs een vrijstelling van de basiswerkgeversbijdragen in de sociale zekerheid. Het toegekende voordeel en het aantal kwartalen dat de werkgever er kan van genieten hangt af van het moment waarop de werknemer die het recht op de doelgroepvermindering opent, in dienst is getreden.

Aanwervingen vanaf 1 januari 2016

Voor de aanwerving van een eerste werknemer geniet de werkgever van een vrijstelling van de basiswerkgeversbijdragen in de sociale zekerheid, en dit onbeperkt in de tijd. Deze regel geldt enkel voor de eerste aanwervingen die plaatsvinden vanaf 1 januari 2016.

Voor de aanwerving van een tweede, derde, vierde, vijfde of zesde werknemer geniet de werkgever van een forfaitaire vermindering van de basiswerkgeversbijdragen in de sociale zekerheid gedurende een bepaald aantal kwartalen.

De werkgever kan binnen een periode van 20 kwartalen vrij kiezen in welke kwartalen hij van de forfaitaire vermindering wenst te genieten, voor zover de werknemer in de gekozen kwartalen aan alle voorwaarden voldoet. De werkgever kan met andere woorden de doelgroepvermindering genieten voor die kwartalen waarin dat het meest voordelig is, zolang zij binnen de 20 kwartalen volgend op dat van de aanwerving vallen. Voor meer informatie over deze periode van 20 kwartalen verwijzen we u naar de vraag "Wanneer begint de doelgroepvermindering te lopen?"

Het bedrag en de duur van de forfaitaire vermindering verschillen naargelang het de aanwerving van een tweede, derde, vierde, vijfde of zesde werknemer betreft en naargelang de werknemer werd aangeworven in 2016 of 2017. In 2017 zijn de verminderingsbedragen voor een derde tot zesde aanwerving immers verhoogd en gelijkgeschakeld. Voor de eerste en tweede aanwervingen is er niets veranderd.

U vindt een overzicht van de bedragen en het aantal kwartalen dat ze worden toegekend in:

Aanwervingen tussen 1 januari 2015 en 31 december 2015

De voordelen die in 2016 van toepassing waren, gelden ook voor de doelgroepverminderingen waarvan de aanwerving plaatsvond in 2015. Ze worden wel enkel voor de nog resterende kwartalen toegekend.

U vindt een overzicht van de bedragen en het aantal kwartalen dat ze worden toegekend in de “overzichtstabel van de voordelen voor aanwervingen in 2015”.

Voorbeeld: een eerste werknemer werd aangeworven op 15 oktober 2015. Omdat de aanwerving in 2015 plaatsvond, geldt sinds 1 januari 2016 het voordeel zoals van toepassing in 2016, dus een volledige vrijstelling van de basiswerkgeversbijdragen. Maar de werkgever kan deze vrijstelling niet onbeperkt in de tijd genieten, maar enkel voor de resterende kwartalen. Hij zal met andere woorden gedurende 12 kwartalen van de vrijstelling kunnen genieten.

Aanwervingen tot en met 31 december 2014

Voor de werknemers die werden aangeworven vóór 1 januari 2015 is er niet gewijzigd. Hun werkgevers blijven genieten van de voordelen zoals die voor 1 januari 2016 bestonden. 

U vindt een overzicht van de bedragen en het aantal kwartalen dat ze worden toegekend in de “overzichtstabel van de voordelen voor de aanwervingen tot 31 december 2014”.

Voorbeeld: Een eerste werknemer werd aangeworven op 1 oktober 2014. De doelgroepvermindering geeft recht op 13 verminderingskwartalen, vrij te kiezen binnen een periode van 20 kwartalen. In 2017 heeft de werkgever nog 4 kwartalen over waarbinnen hij van verminderde socialezekerheidsbijdragen kan genieten. De toepasselijke bedragen zijn diegene die reeds van toepassing waren voor 1 januari 2016: eerst 1.050 euro gedurende 4 kwartalen en vervolgens 450 euro gedurende de laatste 4 kwartalen.

Gecorrigeerde prorata bij deeltijds werk en/of onvolledige kwartaalprestaties

Het forfaitaire verminderingsbedrag geldt per kwartaal en voor volledige kwartaalprestaties, dat wil zeggen voor een voltijdse werknemer die gedurende het volledige kwartaal tewerkgesteld werd[1].

In geval van deeltijdse tewerkstelling of onvolledige kwartaalprestaties worden deze bedragen geproportionaliseerd, evenwel met een correctie die varieert naargelang de prestaties hoger of lager zijn dan 80%, 55% of 27,5% van volledige kwartaalprestaties van een voltijder. Voor meer informatie over deze proportionalisering, klik hier.

Modaliteiten

Vermindering niet gelinkt aan een specifieke werknemer

De doelgroepvermindering (vrijstelling of forfaitaire vermindering is niet gebonden aan een bepaalde werknemer. De werkgever kan dus elk kwartaal opnieuw kiezen voor welke werknemer hij de doelgroepvermindering toepast. De werknemer die oorspronkelijk het recht opende, hoeft zelfs niet meer in dienst te zijn.

Voorbeeld: een werkgever werft in januari 2018 een eerste werknemer aan. Deze werknemer opent het recht op de vrijstelling van de patronale basisbijdragen. De onderneming kent nadien een spectaculaire groei en in 2025 zijn er al 200 werknemers in dienst. De eerste werknemer, aangeworven in 2018, is echter niet meer in dienst. Toch kan de werkgever nog steeds van de vrijstelling van de patronale basisbijdragen genieten en dit voor onbepaalde duur, aangezien het recht niet aan die eerste werknemer, die het recht geopend heeft, gekoppeld is. Securex koppelt dit elk kwartaal automatisch aan de werknemer die het meeste voordeel oplevert.

Bijkomende voorwaarde vanaf de tweede aanwerving

Ter herinnering, voor de tweede aanwerving legt de wet nog een bijkomende voorwaarde op.  In elk kwartaal waarin de werkgever theoretisch recht heeft op de doelgroepvermindering voor een tweede aanwerving moeten er minstens 2 werknemers in dienst zijn. Ze hoeven evenwel niet tegelijkertijd in dienst te zijn.

Hetzelfde geldt voor de derde, vierde, vijfde en zesde aanwerving. In elk kwartaal waarin de werkgever theoretisch recht heeft op de doelgroepvermindering voor een derde, vierde, vijfde en/of zesde aanwerving moeten er minstens 3, 4, 5 of 6 werknemers in dienst zijn. Ze hoeven evenwel niet tegelijkertijd in dienst te zijn.

 


[1] Zodra een element van de tewerkstelling wordt gewijzigd, moet er een nieuwe berekening worden gemaakt. De elementen van de tewerkstelling zijn: de werkgeverscategorie, de werknemerscategorie, de datum waarop de arbeidsbetrekking aanvangt en eindigt, het nummer van het bevoegde paritaire (sub)comité voor de uitgeoefende activiteit, het aantal dagen per week in de arbeidsregeling, de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de referentiepersoon, het type van arbeidsovereenkomst (voltijds of deeltijds).

Heeft de werkgever recht op een tussenkomst in de kosten van een erkend sociaal secretariaat?

Boven op de doelgroepvermindering geniet de werkgever voor de eerste aanwerving een tussenkomst in de kosten van een erkend sociaal secretariaat. Hij geniet dit voordeel tijdens de kwartalen waarin hij effectief de vrijstelling of de forfaitaire vermindering van de werkgeversbijdragen geniet. Het bedrag van deze tussenkomst bedraagt 36,45 euro per kwartaal. Dit bedrag wordt nooit geproratiseerd.

Deze tussenkomst geldt niet voor de tweede, derde, vierde, vijfde en zesde aanwerving.

Overzichtstabel van de voordelen voor aanwervingen vanaf 2017

 

Werknemers

Voordelen toegekend per kwartaal

Eerste werknemer

  • vrijstelling van de basiswerkgeversbijdragen voor onbepaalde duur, voor zover de aanwerving plaatsvindt vanaf 1 januari 2016;
  • tussenkomst in de kosten van een erkend sociaal secretariaat ten belope van € 36,45 per kwartaal dat de doelgroepvermindering effectief wordt toegekend.

Tweede werknemer

  • € 1.550 gedurende maximum 5 kwartalen, € 1.050 gedurende maximum 4 kwartalen en nadien € 450 gedurende maximum 4 kwartalen;
  • in een periode van 20 kwartalen die loopt vanaf het kwartaal van indienstneming van de tweede werknemer;
  • voor zover de werkgever, gedurende die kwartalen, minstens 2 werknemers tewerkstelt (al dan niet tegelijkertijd);
  • geen tussenkomst in de kosten van een erkend sociaal secretariaat.

Derde, vierde, vijfde of zesde werknemer

  • € 1.050 gedurende maximum 9 kwartalen en nadien € 450 gedurende maximum 4 kwartalen;
  • in een periode van 20 kwartalen die loopt vanaf het kwartaal van indienstneming van de derde (respectievelijk vierde, vijfde of zesde) werknemer;
  • voor zover de werkgever, gedurende die kwartalen, minstens 3 (respectievelijk 4, 5 of 6) werknemers tewerkstelt (al dan niet tegelijkertijd);
  • geen tussenkomst in de kosten van een erkend sociaal secretariaat.

 

Overzichtstabel van de voordelen voor aanwervingen in 2016

 

Werknemers

Voordelen toegekend per kwartaal

Eerste werknemer

  • vrijstelling van de basiswerkgeversbijdragen voor onbepaalde duur, voor zover de aanwerving plaatsvindt vanaf 1 januari 2016;
  • tussenkomst in de kosten van een erkend sociaal secretariaat ten belope van € 36,45 per kwartaal dat de doelgroepvermindering effectief wordt toegekend.

Tweede werknemer

  • € 1.550 gedurende maximum 5 kwartalen, € 1.050 gedurende maximum 4 kwartalen en nadien € 450 gedurende maximum 4 kwartalen;
  • in een periode van 20 kwartalen die loopt vanaf het kwartaal van indienstneming van de tweede werknemer;
  • voor zover de werkgever, gedurende die kwartalen, minstens 2 werknemers tewerkstelt (al dan niet tegelijkertijd);
  • geen tussenkomst in de kosten van een erkend sociaal secretariaat.

Derde werknemer

  • € 1.050 gedurende maximum 5 kwartalen en nadien € 450 gedurende maximum 8 kwartalen;
  • in een periode van 20 kwartalen die loopt vanaf het kwartaal van indienstneming van de derde werknemer;
  • voor zover de werkgever, gedurende die kwartalen, minstens 3 werknemers tewerkstelt (al dan niet tegelijkertijd);
  • geen tussenkomst in de kosten van een erkend sociaal secretariaat.

Vierde werknemer

  • € 1.050 gedurende maximum 5 kwartalen en nadien € 450 gedurende maximum 4 kwartalen;
  • in een periode van 20 kwartalen die loopt vanaf het kwartaal van indienstneming van de vierde werknemer;
  • voor zover de werkgever, gedurende die kwartalen, minstens 4 werknemers tewerkstelt (al dan niet tegelijkertijd);
  • geen tussenkomst in de kosten van een erkend sociaal secretariaat.

Vijfde werknemer

  • € 1.000 gedurende maximum 5 kwartalen en nadien € 400 gedurende maximum 4 kwartalen;
  • in een periode van 20 kwartalen die loopt vanaf het kwartaal van indienstneming van de vijfde werknemer;
  • voor zover de werkgever, gedurende die kwartalen, minstens 5 werknemers tewerkstelt (al dan niet tegelijkertijd);
  • geen tussenkomst in de kosten van een erkend sociaal secretariaat.

Zesde werknemer

  • € 1.000 gedurende maximum 5 kwartalen en nadien € 400 gedurende maximum 4 kwartalen;
  • in een periode van 20 kwartalen die loopt vanaf het kwartaal van indienstneming van de zesde werknemer;
  • voor zover de werkgever, gedurende die kwartalen, minstens 6 werknemers tewerkstelt (al dan niet tegelijkertijd);
  • geen tussenkomst in de kosten van een erkend sociaal secretariaat.

 

Overzichtstabel van de voordelen voor aanwervingen in 2015

 

Werknemers

Voordelen toegekend per kwartaal

(voordelen zoals van toepassing vanaf 1 januari 2016, maar enkel voor de nog resterende kwartalen)

Eerste werknemer

  • vrijstelling van de basiswerkgeversbijdragen voor de resterende kwartalen (ter herinnering, de doelgroepvermindering eerste werknemer wordt gedurende maximum 13 kwartalen toegekend);
  • in een periode van 20 kwartalen die loopt vanaf het kwartaal van indienstneming van de eerste werknemer;
  • tussenkomst in de kosten van een erkend sociaal secretariaat ten belope van € 36,45 per kwartaal dat de doelgroepvermindering effectief wordt toegekend.

Tweede werknemer

  • € 1.550 gedurende maximum 5 kwartalen, € 1.050 gedurende maximum 4 kwartalen en nadien € 450 gedurende maximum 4 kwartalen;
  • enkel voor de nog resterende kwartalen;
  • in een periode van 20 kwartalen die loopt vanaf het kwartaal van indienstneming van de tweede werknemer;
  • voor zover de werkgever, gedurende die kwartalen, minstens 2 werknemers tewerkstelt (al dan niet tegelijkertijd);
  • geen tussenkomst in de kosten van een erkend sociaal secretariaat.

Derde werknemer

  • € 1.050 gedurende maximum 5 kwartalen en nadien € 450 gedurende maximum 8 kwartalen;
  • enkel voor de nog resterende kwartalen;
  • in een periode van 20 kwartalen die loopt vanaf het kwartaal van indienstneming van de derde werknemer;
  • voor zover de werkgever, gedurende die kwartalen, minstens 3 werknemers tewerkstelt (al dan niet tegelijkertijd);
  • geen tussenkomst in de kosten van een erkend sociaal secretariaat.

Vierde werknemer

  • € 1.050 gedurende maximum 5 kwartalen en nadien € 450 gedurende maximum 4 kwartalen;
  • enkel voor de nog resterende kwartalen;
  • in een periode van 20 kwartalen die loopt vanaf het kwartaal van indienstneming van de vierde werknemer;
  • voor zover de werkgever, gedurende die kwartalen, minstens 4 werknemers tewerkstelt (al dan niet tegelijkertijd);
  • geen tussenkomst in de kosten van een erkend sociaal secretariaat.

Vijfde werknemer

  • € 1.000 gedurende maximum 5 kwartalen en nadien € 400 gedurende maximum 4 kwartalen;
  • enkel voor de nog resterende kwartalen;
  • in een periode van 20 kwartalen die loopt vanaf het kwartaal van indienstneming van de vijfde werknemer;
  • voor zover de werkgever, gedurende die kwartalen, minstens 5 werknemers tewerkstelt (al dan niet tegelijkertijd);
  • geen tussenkomst in de kosten van een erkend sociaal secretariaat.

 

Opmerking: Hoewel vanaf 2016 ook de aanwerving van een zesde werknemer recht geeft op een doelgroepvermindering, zal de werkgever niet van deze vermindering kunnen genieten voor een zesde werknemer aangeworven in 2015, aangezien het recht op de doelgroepvermindering zesde aanwerving enkel geldt voor aanwervingen vanaf 1 januari 2016.

 

Overzichtstabel van de voordelen voor aanwervingen tot 31 december 2014

 

Werknemers

Voordelen toegekend per kwartaal

Eerste werknemer

  • € 1.550 gedurende maximum 5 kwartalen, € 1.050 gedurende maximum 4 kwartalen en nadien € 450 gedurende maximum 4 kwartalen;
  • in een periode van 20 kwartalen die loopt vanaf het kwartaal van indienstneming van de eerste werknemer;
  • tussenkomst in de kosten van een erkend sociaal secretariaat ten belope van € 36,45 per kwartaal waarin hij de doelgroepvermindering geniet.

Tweede werknemer

  • € 1.050 gedurende maximum 5 kwartalen en nadien € 450 gedurende maximum 8 kwartalen;
  • in een periode van 20 kwartalen die loopt vanaf het kwartaal van indienstneming van de tweede werknemer;
  • voor zover de werkgever, gedurende die kwartalen, minstens 2 werknemers tewerkstelt (al dan niet tegelijkertijd);
  • geen tussenkomst in de kosten van een erkend sociaal secretariaat.

Derde werknemer

  • € 1.050 gedurende maximum 5 kwartalen en nadien € 450 gedurende maximum 4 kwartalen;
  • in een periode van 20 kwartalen die loopt vanaf het kwartaal van indienstneming van de derde werknemer;
  • voor zover de werkgever, gedurende die kwartalen, minstens 3 werknemers tewerkstelt (al dan niet tegelijkertijd);
  • geen tussenkomst in de kosten van een erkend sociaal secretariaat.

Vierde werknemer

  • € 1.000 gedurende maximum 5 kwartalen en nadien € 400 gedurende maximum 4 kwartalen;
  • in een periode van 20 kwartalen die loopt vanaf het kwartaal van indienstneming van de vierde werknemer;
  • voor zover de werkgever, gedurende die kwartalen, minstens 4 werknemers tewerkstelt (al dan niet tegelijkertijd);
  • geen tussenkomst in de kosten van een erkend sociaal secretariaat.

Vijfde werknemer

  • € 1.000 gedurende maximum 5 kwartalen en nadien € 400 gedurende maximum 4 kwartalen;
  • in een periode van 20 kwartalen die loopt vanaf het kwartaal van indienstneming van de vijfde werknemer;
  • voor zover de werkgever, gedurende die kwartalen, minstens 5 werknemers tewerkstelt (al dan niet tegelijkertijd);
  • geen tussenkomst in de kosten van een erkend sociaal secretariaat.

 

Welke arbeidsovereenkomst?

Gelijk welk type van arbeidsovereenkomst is toegestaan (contract van onbepaalde of bepaalde duur, vervangingsovereenkomst, ...).

Opmerking: de wetgeving bepaalt geen minimaal arbeidsrooster in de arbeidsovereenkomst. Indien de werknemer echter tijdens het kwartaal minder dan 27,5% van de volledige kwartaalprestaties van een voltijder werkt, zal er geen doelgroepvermindering toegekend worden. Deze minimumgrens geldt echter niet voor bepaalde werknemers.

Welke procedure moet de werkgever naleven?

De werkgever vermeldt op de DmfA (kwartaalaangifte aan de RSZ) individueel voor de eerste, tweede, derde, vierde of vijfde of zesde werknemer de doelgroepvermindering waarop hij recht heeft en, in voorkomend geval, de structurele vermindering. Hij moet ook de codes vermelden die verband houden met deze verminderingen. Ter herinnering, de werkgever kan kiezen voor welke werknemer hij de vermindering wenst te genieten. Dit hoeft dus niet noodzakelijk diegene te zijn die het recht opende te zijn.

Het Sociaal Secretariaat Securex vervult deze formaliteiten automatisch voor de klanten die deze doelgroepvermindering kunnen genieten en die dit gevraagd hebben. Daar deze doelgroepvermindering niet aan een specifieke werknemer gebonden is, zal Securex steeds de tijdens het kwartaal voor de klant meest gunstige berekening maken.

Er is geen enkel specifiek document vereist voor de aanwerving van de werknemers die in aanmerking komen voor deze doelgroepvermindering. Er is namelijk geen enkele voorwaarde wat betreft het profiel van de werknemer.

Wat indien de arbeidsovereenkomst beëindigd wordt?

Geen vervangingstermijn maar behoud van de doelgroepvermindering

Aangezien hij zelf mag kiezen voor welke kwartalen hij de vermindering wenst te genieten, kan de werkgever kiezen de doelgroepvermindering niet toe te passen tijdens de periode waarin hij een andere werknemer zoekt en de toepassing van de vermindering opnieuw vragen zodra hij een vervanger heeft aangeworven. Maar opgelet! De totale periode van 20 kwartalen vangt aan vanaf het kwartaal van de indienstneming van de werknemer die de onderneming verlaten heeft[1]!

Twee opmerkingen weliswaar:

  • de doelgroepvermindering is niet gebonden aan een bepaalde werknemer. Indien mogelijk zal de werkgever bij de uitdiensttreding van de werknemer eventueel de vermindering via een andere werknemer die nog in dienst is, kunnen genieten;
  • indien de werkgever gedurende 4 volledige kwartalen zoekt naar een geschikte vervanger, is het mogelijk dat aan de voorwaarden voldaan is om een nieuwe verminderingsperiode te starten.

Opzegtermijn of verbrekingsvergoeding

De doelgroepvermindering blijft tijdens de gepresteerde opzegtermijn gewoon doorlopen. Ze is daarentegen niet van toepassing op de verbrekingsvergoeding. Aangezien de doelgroepvermindering niet aan een bepaalde werknemer gebonden is, kan de werkgever ze eventueel wel voor een andere werknemer genieten.


[1] Voor eerste aanwervingen vanaf 1 januari 2016 is er evenwel geen beperking in de tijd!

 

Wat gebeurt er in geval van wijziging van het statuut van de werkgever?

Wanneer de werkgever, natuurlijk of rechtspersoon, zijn activiteit stopzet, worden de verminderingen van de socialezekerheidsbijdragen die hij geniet in principe ook beëindigd, zelfs indien de onderneming met personeel aan een nieuwe werkgever (juridische entiteit) die de rechten en plichten overneemt, overgedragen werd.

De doelgroepvermindering "Eerste aanwervingen" kan in bepaalde, strikte hypotheses van wijziging van de juridische structuur van de werkgever echter behouden blijven[1]. Klik hier voor meer informatie.

 


[1] Programmawet van 27 december 2004, Belgisch Staatsblad van 31 december 2004, 2de editie.

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?

  • Wet van 29 juni 1981
  • Programmawet van 24 december 2002
  • Programmawet van 22 december 2003
  • Koninklijk besluit van 16 mei 2003
  • Koninklijk besluit van 21 januari 2004
  • Koninklijk besluit van 22 februari 2015
  • Koninklijk besluit van 26 januari 2016
  • Koninklijk besluit van 31 januari 2017

Federaal > Doelgroepverminderingen > Gesubsidieerde contractuelen (gesco’s)

Inhoudstafel - Gesubsidieerde contractuelen

Wat houdt de doelgroepvermindering voor de gesubsidieerde contractuelen in?

Algemeen

De werkgever kan gelijktijdig twee soorten verminderingen van werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid genieten: de structurele vermindering van de sociale lasten en, onder bepaalde voorwaarden, een doelgroepvermindering.

De werkgever die een werknemer in dienst neemt wiens profiel overeenstemt met dat van een doelgroep kan inderdaad gedurende een aantal kwartalen een forfaitaire trimestriële vermindering van zijn basisbijdragen voor de sociale zekerheid genieten.

In deze fiche bespreken wij enkel de doelgroepvermindering voor de gesubsidieerde contractuelen (gesco’s).

Opgelet! Hoewel deze doelgroepvermindering intussen geregionaliseerd is, hanteren de verschillende gewesten hier momenteel nog steeds dezelfde regels, behoudens in het Vlaams Gewest en in de Duitstalige Gemeenschap waar deze korting niet meer wordt toegekend.

Meer informatie over de overige doelgroepverminderingen vindt u in het dossier "Tewerkstellingsmaatregelen".

Gesubsidieerde contractuelen

De werkgevers die gesubsidieerde contractuelen met een arbeidsovereenkomst aanwerven, kunnen onder bepaalde voorwaarden aanspraak maken op:

  • enerzijds, een premie binnen de grenzen van de daartoe voorziene begrotingskredieten;
  • anderzijds, een vrijstelling van de basiswerkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid voor die werknemers. 

De bedoeling is om werknemers die ten minste 6 maanden volledig uitkeringsgerechtigd zijn, en andere bijzonder kwetsbare personen op de arbeidsmarkt bij de openbare besturen of sommige welbepaalde werkgevers in de non-profitsector tewerk te stellen om het hoofd te bieden aan personeelsbehoeften.

Deze tewerkstellingsmaatregel is aanvankelijk ontstaan ter vervanging van het “Bijzonder Tijdelijk Kader (BTK)”, het “Derde Arbeidscircuit (DAC)” en de maatregelen voor “tewerkgestelde werklozen (TWW)”. De vrijstelling van de socialezekerheidsbijdragen werd omgezet in een doelgroepvermindering om de regionalisering van de doelgroepverminderingen voor te bereiden.

In deze fiche zullen wij vooral dit luik bespreken. Indien u meer informatie wenst over de wijze waarop u de subsidie voor de tewerkstelling van deze contractuelen kunt verkrijgen, dan kunt u zich wenden tot de bevoegde administratie (bij de federale overheid, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest of Brussel-Hoofdstad).

 

Welke werkgevers komen in aanmerking?

De volgende werkgevers kunnen de doelgroepvermindering voor gesubsidieerde contractuelen genieten:

  • de administraties en andere overheidsdiensten alsook de overheidsorganismen die onder haar gezag, controlebevoegdheid of voogdij vallen;
  • de administraties en diensten van de Gemeenschappen, de Gewesten en gemeenschapscommissies en de openbare instellingen die ervan afhangen;
  • de onderwijsinstellingen die door de Gemeenschappen ingericht, erkend of gesubsidieerd worden.

 

Zijn gelijkgesteld met overheidsbesturen:

  • de instellingen van openbaar nut en de verenigingen zonder winstoogmerk die een sociaal, humanitair of cultureel doel nastreven;
  • de plaatselijke maatschappijen voor sociale huisvesting.  

Zijn uitgesloten van de doelgroepvermindering omwille van het feit dat ze uitgesloten zijn van de regeling voor de gesubsidieerde contractuelen:

  • de verenigingen zonder winstoogmerk waarin de plaatselijke overheid een overwegende rol speelt in de oprichting of de leiding ervan;
  • de ziekenhuizen;
  • de openbare kredietinstellingen.

Tenslotte kan de doelgroepvermindering ‘gesubsidieerde contractuelen' niet langer toegepast worden voor werknemers tewerkgesteld in het Duitstalige landsgedeelte. Er worden geen gesubsidieerde contractuelen meer tewerkgesteld in het Vlaams Gewest bij de plaatselijke en provinciale besturen.

Welke werknemers komen in aanmerking?

De wet bepaalt dat de werkgevers kunnen genieten van een doelgroepvermindering voor:

  • de gesubsidieerde contractuelen bedoeld in hoofdstuk II van titel III van de programmawet van 30 december 1988. Het betreft voornamelijk de volledige werklozen die sinds ten minste 6 maanden uitkeringsgerechtigd zijn of de volledige uitkeringsgerechtigde werklozen die ten minste 6 maanden volledige uitkeringsgerechtigde werkloosheid in de loop van het jaar voorafgaand aan hun indienstneming gekend hebben[1] ;
  • de contractuele werknemers ter vervanging van ambtenaren die genieten van de onderbreking van de beroepsloopbaan ingevoerd door de artikelen 99 tot 107 van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen;
  • de contractuele werknemers bedoeld in artikel 9, § 1, artikel 10quater, § 1, en artikel 12, § 1, van de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
  • de contractuele werknemers tewerkgesteld ter vervanging van de personeelsleden bedoeld in artikel 4 van de wet van 19 juli 2012 betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector.

De gesubsidieerde contractuelen die onder het gesco-stelsel worden tewerkgesteld bij sommige plaatselijke besturen[2], genieten een andere doelgroepvermindering die we in deze fiche niet bespreken.

Merken we op dat in deze materie de gewesten bevoegd zijn om op hun eigen grondgebied te bepalen welke personen een betrekking als gesubsidieerde contractueel mogen uitoefenen. De toegang tot het statuut van gesubsidieerde contractueel voor andere categorieën van werklozen en werkzoekenden werd dus verruimd. Voor meer inlichtingen hierover wendt u zich best tot de bevoegde administratie.

Opmerkingen:

  • in Vlaanderen zal het stelsel van de gesco's geleidelijk aan verdwijnen. Bepaalde werknemers kunnen echter wel onder het statuut blijven. Voor meer informatie verwijzen we u naar de site vlaanderen.be;
  • in de Duitstalige Gemeenschap werd deze vermindering afgeschaft zonder overgangsmaatregelen.

 


[1] Opgelet! Wanneer deze gesubsidieerde contractuelen tewerkgesteld worden bij werkgevers die aangesloten zijn bij de provinciale en locale administraties, is een andere doelgroepvermindering van toepassing, die we in deze fiche niet bespreken.

[2] Koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986.

 

Welke voordelen worden dankzij de doelgroepvermindering toegekend?

De werkgevers die gesubsidieerde contractuelen tewerkstellen, zijn tijdens de volledige duur van de tewerkstelling vrijgesteld van de basiswerkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid.

Concreet genieten zij de structurele vermindering van de sociale lasten en een vermindering die het saldo van de basisbijdragen voor de sociale zekerheid dekt na toepassing van de structurele vermindering.

Voor de doelgroepvermindering gesubsidieerde contractuelen (maar niet voor de structurele vermindering) zijn geen minimumprestaties van 27,5% van de volledige prestaties van een voltijdse werknemer vereist.

Zie ook onze toelichtingen bij de toegestane cumuls.

Welke arbeidsovereenkomst moet u sluiten?

De gesubsidieerde contractuelen worden in dienst genomen met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd. Het statuut van werknemer (arbeider, bediende, handelsvertegenwoordiger, …) of het arbeidsregime (voltijds of deeltijds) spelen geen rol.

Opmerking: de wet eist geen minimum arbeidsregime voor de arbeidsovereenkomst. Zelfs het minimum van 27,5% van de volledige prestaties van een voltijdse werknemer dat, in principe, vereist is om recht te hebben op een doelgroepvermindering is niet van toepassing op de gesubsidieerde contractuelen.

Welke procedure moet u volgen?

U moet geen bijzondere formaliteiten vervullen. Deze werknemers worden onder een specifieke code vermeld in de Dmfa (kwartaalaangifte aan de RSZ).

Vergeet niet uw client advisor in te lichten over het statuut van uw werknemer zodat we hem onder de correcte DmfA-code kunnen aangeven. Dankzij deze werknemerscode wordt de corresponderende doelgroepvermindering automatisch toegepast.

Wat gebeurt er bij wijziging van de juridische structuur van de werkgever?

U vindt het antwoord door hier te klikken.

Welke cumuls zijn toegestaan?

Cumul met maatregelen die in een vermindering van werkgeversbijdragen bestaan

Indien de werknemer voor eenzelfde tewerkstelling in aanmerking komt voor meerdere doelgroepverminderingen, moet de werkgever een keuze maken. Uiteraard mag hij de meest voordelige oplossing kiezen.

De doelgroepvermindering voor gesubsidieerde contractuelen is enkel cumuleerbaar met de structurele vermindering van de sociale lasten.

De vermindering sociale Maribel wordt nooit gecombineerd met de doelgroepvermindering voor gesubsidieerde contractuelen. Maar als de werkgever onder een paritair comité valt dat in de sociale Maribel voorziet, moet de structurele vermindering van categorie 2 of 3 berekend worden.

Cumul met tewerkstellingsmaatregelen die niet in een vermindering van werkgeversbijdragen bestaan

Cumul met tewerkstellingsmaatregelen die niet in een vermindering van werkgeversbijdragen voor sociale zekerheid bestaan (bijvoorbeeld de activering van de werkloosheidsuitkeringen, de werkbonus, sommige gewestpremies, …), is steeds mogelijk. Opgelet! Verifieer altijd de cumulregels voor deze andere tewerkstellingsmaatregelen!

Wanneer wordt de doelgroepvermindering geweigerd?

Het antwoord op die vraag vindt u door hier te klikken.

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?

  • Programmawet (I) van 24 december 2002
  • Koninklijk besluit van 16 mei 2003

Federaal > Doelgroepverminderingen > Herstructureringen

Lees eerst even dit …

Voor een algemene informatie over dit onderwerp, klik hier.

Voor meer gedetailleerde informatie of een studie, contacteer uw Legal Advisor.

Federaal > Doelgroepverminderingen > Huispersoneel

Inhoudstafel - Huispersoneel

Lees eerst even dit…

De werkgever kan gelijktijdig twee soorten verminderingen van werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid genieten: de structurele vermindering van de sociale lasten en, onder bepaalde voorwaarden, een doelgroepvermindering. 

De werkgever die een werknemer in dienst neemt wiens profiel overeenstemt met dat van een doelgroep kan inderdaad gedurende een aantal kwartalen een forfaitaire trimestriële vermindering van zijn basisbijdragen voor de sociale zekerheid genieten.

In deze fiche bespreken wij enkel de doelgroepvermindering voor het huispersoneel. 

Opgelet! Hoewel deze vermindering intussen geregionaliseerd is, hanteren de verschillende gewesten hier momenteel nog steeds dezelfde regels. Deze vermindering is echter afgeschaft in het Franstalig Waals Gewest.

Ook het stelsel van de fiscale aftrek van een deel van de bezoldigingen van het huispersoneel komt in deze fiche aan bod.

Meer informatie over de overige doelgroepverminderingen vindt u in het dossier "Tewerkstellingsmaatregelen".

Waarover gaat het?

Wanneer de werkgever voor het eerst een werknemer als huispersoneel aanwerft en bij de RSZ aangeeft, kan hij een vermindering van de patronale basisbijdragen genieten tijdens de volledige duur van de arbeidsovereenkomst.

Naast deze doelgroepvermindering kan de werkgever ook aanspraak maken op een beperkte fiscale aftrek van de bezoldigingen van deze werknemer.

Opgelet! De doelgroepvermindering kan uiteraard slechts genoten worden indien de werknemer bij de RSZ aangegeven moet worden. Vanaf 1 oktober 2014 is dit in principe voor alle huispersoneel (dienstboden en anderen) het geval, met een uitzondering voor occasionele arbeid. Tot 30 september 2014 moesten sommige werknemers met de hoedanigheid van huispersoneel daarentegen niet bij de RSZ aangegeven worden[1].


[1] Voor meer informatie hieromtrent verwijzen we u naar de fiches “Ander huispersoneel” en “Dienstboden” in de rubriek Sociaal/Info+.

Voor welke werkgever?

De betrokken werkgevers zijn de natuurlijke personen die, sedert 1 januari 1980, niet wegens tewerkstelling van dienstboden aan de socialezekerheidswetgeving onderworpen geweest zijn en die een eerste werknemer als huispersoneel onderworpen aan de sociale zekerheid in dienst nemen.

Opgelet, er is geen vermindering meer voor de tewerkstelling van huispersoneel binnen het Franstalig Waals Gewest.

Voor welke werknemer?

De werknemer moet op het tijdstip van de aanwerving sedert ten minste 6 maanden:

    • ofwel volledig uitkeringsgerechtigd werkloos zijn[1];
    • ofwel een leefloon genieten;
    • ofwel in het bevolkingsregister ingeschreven zijn en recht op sociale bijstand hebben[2].

De RSZ preciseert dat deze voorwaarde ook geldt voor de personen die omwille van de toepasselijke wetgeving vanaf 1 oktober 2014 bij de RSZ aangegeven moeten worden, dus ook voor diegenen die reeds langer tijd in dienst zijn. De werkgever moet in dat geval nagaan of zijn werknemer op het moment van zijn aanwerving aan het vereiste profiel beantwoordde[3].

Bovendien moet de werknemer als huispersoneel tewerkgesteld zijn. De werknemer beantwoordt aan deze hoedanigheid wanneer hij zich ertoe verbindt om, tegen loon onder het gezag van de werkgever, en voor de privébehoeften van de werkgever of van zijn gezin:

    • ofwel hoofdzakelijk huishoudelijke werkzaamheden te verrichten (dienstbode);
    • ofwel hoofd- of handenarbeid uit te voeren binnen het onroerend goed, binnenshuis of buitenshuis (ander huispersoneel).

[1] De tewerkstelling met een startbaanovereenkomst van een werknemer die geen getuigschrift of diploma van het hoger middelbaar onderwijs bezit, wordt als een periode van volledige uitkeringsgerechtigde werkloosheid beschouwd.

[2] Hebben recht op sociale bijstand: de personen van buitenlandse nationaliteit ingeschreven in het vreemdelingen die omwille van hun nationaliteit geen recht hebben op het leefloon.

[3] Is dit niet het geval, dan zal de werkgever in ieder geval wel van de structurele vermindering kunnen genieten waardoor het bedrag van de sociale lasten al heel erg vermindert, zeker als het om een werknemer met een laag loon gaat.

Wat zijn de voordelen op het vlak van de sociale zekerheid?

Principe

Voor de indienstneming van een eerste werknemer met de hoedanigheid van huisbediende geniet de werkgever tijdens de volledige duur van de arbeidsovereenkomst, een doelgroepvermindering huispersoneel, waarvan het bedrag gelijk is aan het saldo van de patronale basisbijdragen, na toepassing van de structurele vermindering van de sociale lasten. Concreet wil dit zeggen dat de werkgever volledig vrijgesteld is van de basisbijdragen van de sociale zekerheid.

Hij blijft evenwel wel enkele bijzondere bijdragen verschuldigd, zoals de bijdragen voor jaarlijkse vakantie (voor dienstboden en het arbeiderspersoneel) en voor het betaald educatief verlof.

Vervanging van het eerste huispersoneel

Wanneer deze eerste werknemer zijn ontslag indient of ontslagen wordt, behoudt de werkgever de doelgroepvermindering indien hij de werknemer binnen een termijn van 3 maanden volgend op het einde van de overeenkomst vervangt door een andere werknemer die de hoedanigheid van huispersoneel heeft en beantwoordt aan het profiel beschreven onder de vraag "Voor welke werknemer?".

De verbrekingsvergoeding die aan de ontslagen werknemer toegekend wordt, is echter niet vrijgesteld van werkgeversbijdragen.

Cumulregels

De doelgroepvermindering huispersoneel is cumuleerbaar met de structurele vermindering.

Welke formaliteiten moeten er vervuld worden om de doelgroepvermindering te bekomen?

Er moeten geen bijzondere formaliteiten vervuld worden om aanspraak te kunnen maken op de doelgroepvermindering. De werkgever moet echter wel kunnen aantonen dat de werknemer aan het vereiste profiel beantwoordt. Dit kan door middel van een attest dat wordt uitgereikt door:

    • de RVA indien het om een volledige uitkeringsgerechtigde werkloze gaat (C63);
    • het OCMW wanneer het een persoon betreft die een leefloon of financiële, sociale bijstand ontvangt.

Wat zijn de voordelen op fiscaal vlak?

De werkgever kan voor de eerste werknemer met de hoedanigheid van “huispersoneel” een aftrek bekomen die beperkt is tot 50% van de totale bezoldigingen[1] tijdens de volledige duur van de overeenkomst en voor elk belastbaar tijdperk. Dit voordeel is een afwijking op het principe dat bepaalt dat enkel de natuurlijke personen en de rechtspersonen met een professionele activiteit die beroepsinkomsten genereert, het loon van hun werknemers kunnen aftrekken.

De werkgever mag de aftrek slechts toepassen wanneer de totale bezoldigingen van de werknemer minstens 4.060 euro[2] bedragen en onderworpen zijn aan het socialezekerheidsstelsel. De werkgever mag bovendien slechts maximum 7.960 euro[3] aftrekken.

Daarnaast moeten de volgende voorwaarden vervuld zijn:

  • de dienstbode voldoet aan de voorwaarden om de doelgroepvermindering huispersoneel te verkrijgen[4];
  • op het tijdstip van de indienstneming schrijft de belastingplichtige zich in bij de RSZ als werkgever van "huispersoneel" en deze inschrijving is de eerste in deze hoedanigheid sedert 1 januari 1980[5]

Na de verbreking van de arbeidsovereenkomst wordt de aftrek van de betaalde of toegekende bezoldigingen aan een werknemer met de hoedanigheid van "huispersoneel" verder toegekend indien de belastingplichtige binnen 3 maanden een andere huisbediende in dienst neemt die aan de voorwaarden beantwoordt.

 


[1] Het gaat hier om het brutoloon van de werknemer alsook om de verschuldigde socialezekerheidsbijdragen (betaald educatief verlof en, desgevallend, jaarlijkse vakantie).

[2] Deze bedragen zijn geldig voor het aanslagjaar 2021, inkomsten 2020. Voor de latere indexeringen, zie Sleutelbedragen, trefwoord "Huispersoneel - Onderwerping en belastingaftrek".

[3] Deze bedragen zijn geldig voor het aanslagjaar 2021, inkomsten 2020. Voor de latere indexeringen, zie Sleutelbedragen, trefwoord "Huispersoneel - Onderwerping en belastingaftrek".

[4] Behalve indien de belastingplichtige op 1 juli 1986 reeds een huisbediende sedert ten minste één jaar tewerkstelde.

[5] Behalve indien de belastingplichtige op 1 juli 1986 reeds een huisbediende sedert ten minste één jaar tewerkstelde.

 

Welke procedure moet worden gevolgd om de fiscale aftrek te verkrijgen?

Om de fiscale aftrek te verkrijgen, moet de belastingplichtige jaarlijks de volgende documenten bij zijn aangifte voegen:

    • een attest, uitgereikt door de RSZ, dat aantoont dat hij tijdens het inkomstenjaar was ingeschreven als werkgever van "huispersoneel";
    • het formulier C63 uitgereikt door de RVA of het formulier van het OCMW.

Bovendien moet hij ook zijn verplichtingen vervullen op het vlak van de bedrijfsvoorheffing.

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?

  • Koninklijk besluit van 28 november 1969, artikel 5
  • Wet van 29 juni 1981
  • Koninklijk besluit nr. 483 van 22 december 1986
  • Programmawet van 24 december 2002
  • Programmawet van 22 december 2003
  • Koninklijk besluit van 16 mei 2003
  • Koninklijk besluit van 21 januari 2004
  • Wetboek van de Inkomstenbelastingen, artikel 104, 6° en 112