E.E.S.V. Securex Corporate
Maatschappelijke zetel: Tervurenlaan 43, 1040 Brussel
Ondernemingsnummer: BTW BE 0877.510.104 - RPR Brussel

Fiscaal

Grensarbeiders - Fiscale aspecten vanaf 1 januari 2011

Lees eerst even dit…

In het domein van de internationale fiscaliteit is de overeenkomst tussen België en Frankrijk tot voorkoming van dubbele belasting (hierna het dubbelbelastingverdrag genoemd) een vreemde eend in de bijt.  Het is immers nog de enige overeenkomst gesloten door de Belgische staat die de grensarbeidersregeling behoudt[1].

Naar aanleiding van een hervorming van het dubbelbelastingverdrag (aanvullend protocol bij de overeenkomst ondertekend op 12 december 2008[2]) moest de situatie volledig herbekeken worden. De wijzigingen in de grensarbeidersregeling hebben de toepassingsregels immers zowel op het vlak van de basisvoorwaarden als op dat van de administratieve verplichtingen grondig dooreen geschud.

Het avenant bij het dubbelbelastingverdrag schaft de Belgische grensarbeidersregeling met terugwerkende kracht af en laat de regeling voor de Franse grensarbeiders tijdelijk en voorwaardelijk bestaan.

We herhalen even dat de grensarbeidersregeling enkel van toepassing is op de bezoldigingen[3] geïnd door een werknemer die een werkzaamheid in loondienst uitoefent[4].

Het aanvullend protocol, dat wil zeggen het avenant bij het Frans-Belgisch verdrag is op 17 december 2009 in werking getreden terwijl de instemmingswet op 18 januari 2010 van kracht is geworden.


[1] Sinds 1 januari 2003 is de Belgisch-Nederlandse grensarbeidsregeling afgeschaft en sinds 1 januari 2004 de Belgisch-Duitse grensarbeidersregeling.

[2] Dit aanvullend protocol, ook avenant bij de overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting genoemd, werd goedgekeurd door de wet van 7 mei 2009, Belgisch Staatsblad van 8 januari 2010, 1ste editie.

[3] Het gaat meer bepaald om de salarissen, lonen, commissielonen, gratificaties, premies, vergoedingen met inbegrip van de fooien en andere toevallige vergoedingen … zonder de voordelen van alle aard te vergeten.  De bezoldigingen van de artiesten-werknemers en de sportbeoefenaars vallen eveneens onder dat begrip.

[4] In de internationale fiscaliteit gebruikt men de begrippen inkomsten uit arbeid.

Enkele essentiële definities uit de internationale fiscaliteit

Vooraleer we dit specifieke statuut bespreken, moeten we eerst vertrouwd raken met een aantal begrippen uit de internationale fiscaliteit.

Dubbelbelastingverdrag (afgekort DBV)

Het Frans-Belgisch verdrag dat de specifieke bepalingen bevat voor de grensarbeiders is een voorbeeld van een dubbelbelastingverdrag.

Het gaat om internationale overeenkomsten die België met andere landen heeft gesloten met als doel enerzijds een dubbele belasting van de inkomsten tussen de twee verdragsluitende staten te vermijden (een eerste maal in de bronstaat, dat wil zeggen het werkland, bron van inkomsten, en een tweede maal in de woonstaat van de belastingplichtige) en anderzijds belastingontduiking te bestrijden (dat wil zeggen vermijden dat een inkomen afkomstig uit één van de verdragsluitende staten aan belasting zou ontsnappen).

Daarom bevat het verdrag de regels die bepalen of de woonstaat van de belastingplichtige of de bronstaat van de inkomsten de belastingen mag heffen (voor de inkomsten uit een werkzaamheid in loondienst gaat het meestal om het werkland).

Duurzaam tehuis

Het begrip duurzaam tehuis[1] verwijst naar de plaats waar de belastingplichtige gewoonlijk woont, in voorkomend geval met zijn/haar echtgenoot/echtgenote of wettelijk samenwonende partner en met de kinderen. De woning moet te allen tijde, op een onafgebroken wijze en niet enkel bij gelegenheid, tot de beschikking van de belastingplichtige staan; ze bevat alle voorzieningen die vereist zijn voor een permanente bewoning onder omstandigheden die toereikend zijn wat comfort betreft.

Voor gehuwden en wettelijk samenwonenden bevindt het enig duurzaam tehuis zich, behoudens tegenbewijs, in de staat waar het gezin gevestigd is, dit wil zeggen de staat waar de echtgenoot/echtgenote of de wettelijk samenwonende partner gewoonlijk verblijft met de kinderen.

Woonstaat

De woonstaat is de verdragsluitende staat op wiens grondgebied de werknemer zijn duurzaam tehuis bezit, dat wil zeggen de plaats waar de werknemer gewoonlijk woont, in voorkomend geval met zijn/haar echtgenoot/echtgenote of wettelijk samenwonende partner en met de kinderen. Het is dus de plaats waarnaar hij terugkeert na elke beroepsmatige verplaatsing.

Voor de toepassing van de grensarbeidersregeling moet de werknemer zijn (enig) duurzaam tehuis gedurende het ganse belastbare tijdperk in deze Staat behouden hebben.

Bronstaat (werkland)

De bronstaat die vaak ook "de andere verdragsluitende Staat" wordt genoemd, is deze op wiens grondgebied de werknemer zijn economische beroepswerkzaamheid, bron van zijn (beroeps)inkomsten, uitoefent.

De belastingadministratie preciseert dat de plaats van de persoonlijke werkzaamheid, bron van zijn inkomsten, de plaats is waar hij de beroepswerkzaamheid daadwerkelijk uitoefent. Dat vereist dus onvermijdelijk een fysieke aanwezigheid van de werknemer op het grondgebied van die staat.

Voor de toepassing van het grensarbeidersstatuut moet de beroepswerkzaamheid in die staat worden uitgeoefend.



[1] Artikel 3, a) van de instemmingswet.

 

Algemeen principe belastbaarheid - Heffingsbevoegdheid in de bronstaat

In de meeste internationale dubbelbelastingverdragen is het algemeen principe identiek, zij het lichtjes anders geformuleerd. Het uitgangspunt is dat de bezoldigingen van een loontrekkende uitsluitend worden belast in de staat op wiens grondgebied de werkzaamheid, bron van zijn inkomsten, wordt uitgeoefend, dus met andere woorden in de bronstaat[1].

Op dit principe bestaan een aantal uitzonderingen, m.n. de 183-dagenregel, de bijzondere regels betreffende de bezoldiging van de loontrekkers tewerkgesteld in het internationaal verkeer en de grensarbeidersregeling. Op dit laatste punt zal verder in detail worden teruggekomen.


[1] Art. 11 §§ 1er en 2 a) en b) DBV.

Grensarbeidersregeling als uitzondering - Heffingsbevoegdheid in de woonstaat

Principe

Een grensarbeider is een natuurlijke persoon die, ongeacht zijn nationaliteit, verblijft in de grensstreek van een verdragsluitende staat (woonstaat) en uitsluitend werkt in de grensstreek van een andere verdragsluitende staat (werkstaat, bronstaat). Bovendien mag hij zijn werkzaamheid niet meer dan een bepaald aantal dagen per kalenderjaar buiten de grensstreek van de andere staat uitoefenen.

Wanneer deze basisvoorwaarden vervuld zijn, dan zijn de bezoldigingen die de grensarbeider verdient, bij wijze van uitzondering, enkel belastbaar in de woonstaat[1].

Toegepast op de huidige situatie, is de grensarbeidersregeling dus van toepassing wanneer:

Betrokkene zal dan bedrijfsvoorheffing en belastingen betalen in Frankrijk (woonstaat).

België- Frankrijk als enige overblijver

Momenteel is Frankrijk het enige land waarmee België nog een grensarbeidersregeling heeft.

Het dubbelbelastingverdrag tussen beide landen werd met betrekking tot dit punt bovendien grondig aangepast via het avenant van 12 december 2008[2].  

Concreet werden volgende wijzigingen doorgevoerd:

Wij gaan onderstaand uitvoerig in op elk van deze drie wijzigingen.

Grensstreek

De grensstreek van elke Staat omvat alle gemeenten die gelegen zijn in de streek die wordt begrensd door de gemeenschappelijke grens van de overeenkomstsluitende staten en een lijn getrokken op een afstand van 20 kilometer van die grens. De gemeenten die door deze lijn worden doorsneden worden in de grensstreek opgenomen.

U vindt de lijst van de Belgische en Frans grensgemeenten door hier te klikken.


[1] Art. 11 § 2 c) DBV.en art. 2 § 1er van het avenant.

[2]Aanvullend protocol (avenant) bij  de voornoemde Overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting, ondertekend op 12 december 2008 (instemmingswet van 7 mei 2009, Belgisch Staatsblad van 8 januari 2010).

Afschaffing van de grensarbeidersregeling voor de Belgische grensarbeiders

Wat is het gevolg van deze wijziging?

De grensarbeidersregeling die van toepassing was op de Belgische grensarbeiders werd met terugwerkende kracht tot 1 januari 2007 (aanslagjaar 2008) afgeschaft[1]

Concreet worden de bezoldigingen van de werknemers die ten minste sedert 1 januari 2007:

belast in de bronstaat, dat wil zeggen Frankrijk, net zoals de bezoldigingen van alle werknemers/Belgische inwoners die hun werkzaamheid in loondienst in Frankrijk uitoefenen[2].


[1] Artikel 2 §3 van het avenant.

[2] Artikel 11 §1 DBV en, in voorkomend geval, artikel 11 §2a) of b) DBV (regel van de 183 dagen of regels inzake het internationaal verkeer).

Franse grensarbeidersregeling: tijdelijk en voorwaardelijk behoud

Het avenant van 12 december 2008 voorzag in een geleidelijke afschaffing van de grensarbeidersregeling om de Franse grensarbeiders op termijn volgens het gewone stelsel te belasten, dat wil zeggen op het grondgebied van de bronstaat. 

Deze afschaffing verloopt in 3 overgangsperiodes:

Vanaf 1 januari 2034 zal de grensarbeidersregeling worden afgeschaft. De bezoldigingen zullen vanaf dan in België worden belast (staat van tewerkstelling) en de bedrijfsvoorheffing zal dan in België worden ingehouden.

Tijdens deze 3 overgangsperiodes blijven de bezoldigingen onderworpen aan de grensarbeidersregeling en worden ze dus in Frankrijk belast.

Aangezien de twee eerste overgangsperiodes verstreken zijn, bespreken we onderstaand enkel de bijzondere voorwaarden die specifiek gelden voor de huidige (3de) overgangsperiode.

Meer informatie over de algemene basisvoorwaarden die tijdens elke overgangsperiode voor de Franse grensarbeiders golden, vindt u bij wijze van historiek in bijlage.

Franse grensarbeiders: Specifieke voorwaarden - 3de overgangsperiode (2012 tot 2033)

Definitie

De grensarbeider is een natuurlijke persoon die (ongeacht zijn nationaliteit):

Behoud van het enig duurzaam tehuis in de Franse grensstreek

Deze voorwaarde vraagt geen verdere commentaar.

Voortgezette uitoefening van de werkzaamheid in loondienst in de Belgische grensstreek[3]

Dat betekent dat de bezoldigde werknemer zich fysiek in de grensstreek moet bevinden om zijn werkzaamheid in loondienst ononderbroken uit te voeren. 

In principe vormt een afwezigheid in de grensstreek of een onderbreking van de werkzaamheid in loondienst binnen de grensstreek (sabbatjaar, uitvoering gedurende één jaar van de werkzaamheid buiten de Belgische grensstreek, …) een niet-naleving van de verplichting om de uitoefening van de werkzaamheid in loondienst voort te zetten en leidt ze tot het definitieve verlies van de regeling.

Het avenant zwakt dit principe echter af door te oordelen dat sommige afwezigheden of onderbrekingen van de werkzaamheid in loondienst in de Belgische grensstreek het doorlopend karakter van de uitoefening van de activiteit niet in gevaar brengen. 

Het gaat o.a. om de afwezigheden te wijten aan[4]:

  • ziekte;
  • ongeval;
  • betaald educatief verlof;
  • vakantie;
  • werkloosheid[5];
  • geval van overmacht buiten de wil van de werkgever en de werknemer[1]. 

Een verandering van werkgever zal evenmin leiden tot het verlies van het voordeel van de grensarbeidersregeling voor zover de bezoldigde werkzaamheid zonder onderbreking verder wordt uitgeoefend in de Belgische grensstreek.

Verlaten van de grensstreek

Tot slot zal de werknemer elk jaar de limiet van 30 dagen die is toegestaan voor het verlaten van de grensstreek moeten naleven.

Niet-naleving van één van de voorwaarden: definitief verlies van de regeling 

De verplichting om de basisvoorwaarden ononderbroken na te leven heeft tot gevolg dat wanneer één ervan tijdens een bepaald jaar niet wordt nageleefd, het genot van de regeling niet alleen verloren gaat voor het jaar in kwestie, maar voor eens en voor altijd.

Afzwakking : tijdelijk verlies van het stelsel

Het avenant voorziet niettemin in een uitzondering op het definitieve verlies van de regeling[7].  Het gaat om de situatie waarin het genot van de regeling verloren gaat wegens de eerste overschrijding van de 30 dagen waarop de grensstreek mag worden verlaten in het kader van de werkzaamheid in loondienst.

Op voorwaarde dat de andere basisvoorwaarden worden nageleefd, gaat het genot van de regeling enkel verloren voor het beschouwde jaar en kan ze het daaropvolgende jaar opnieuw worden verworven.

De tekst preciseert dat deze "tweede" kans slechts één maal in de volledige 3de overgangsperiode wordt gegeven.  Met andere woorden, een tweede overschrijding van het aantal toegestane dagen tijdens één van de volgende jaren zal ditmaal leiden tot het definitieve verlies van het grensarbeidersstatuut.


[1] Diegenen die op 31 december 2008 hun duurzaam tehuis wel in België hadden zijn al sinds 1 januari 2009 van de regeling uitgesloten.

[2] Art. 2 §5 van het avenant.

[3] De grensarbeider die zijn baan verloren had op 31 december 2011, maar die drie maanden activiteit kon aantonen in de Belgische grensstreek in 2011, kan de grensarbeidersregeling blijven genieten.

[4] Art. 2 §5, 3de lid van het avenant.

[5] Het is in dit verband niet vereist dat er een recht is op werkloosheidsuitkeringen om als werkloze beschouwd te worden.

[6] Telewerken in het kader van de Covid-19-maatregelen wordt vanaf 14 maart 2020 tot nader order beschouwd als een geval van overmacht.

[7] Art. 2 §5, 2de lid van het avenant.

Specifieke Franse grensarbeider: de "seizoengrensarbeider"

Definitie

Het bijzondere statuut van “seizoengrensarbeider” werd ingevoerd door het avenant[1] en slaat op een werknemer-Franse inwoner:

  • die zijn enig duurzaam tehuis in de Franse grensstreek heeft en;
  • die in de Belgische grensstreek een werkzaamheid in loondienst uitoefent waarvan de tijdsduur beperkt is, hetzij wegens het seizoensgebonden karakter van het werk, hetzij omdat hij voor een bepaalde periode van het jaar in dienst is genomen als versterking of uitzendkracht;
  • die de werkzaamheid niet meer dan 90 effectieve werkdagen per kalenderjaar in de Belgische grensstreek voor één of meer werkgevers mag uitvoeren[2];
  • die de Belgische grensstreek niet meer dan 15% van het aantal gepresteerde dagen in het beschouwde jaar verlaat[3].
Tijdelijke activiteit

Terwijl het Verdrag van de gewone grensarbeider eist dat zijn werkzaamheid in loondienst het hele jaar door wordt uitgeoefend, mag de seizoensgrensarbeider daarentegen maar een deel van het jaar in die hoedanigheid werken. De ‘niet-doorlopende’ aard van het werk moet blijken uit het seizoensgebonden karakter van het werk of uit het feit dat de aanwerving van de werknemer nodig was als versterking van het personeel (als tijdelijk personeelslid of uitzendkracht).

Een gewone vervangingsovereenkomst is bijgevolg niet voldoende om te kunnen spreken van een seizoensgrensarbeider. De gedeeltelijke uitvoering van een arbeidsovereenkomst ten gevolge van een onvrijwillige gebeurtenis (ziekte, ongeval, enz.) kan evenmin aanleiding geven tot dat statuut.

Volgens de fiscus gaat het voornamelijk om de Franse werknemers die actief zijn in de sector van de landbouw, tuinbouw of banketbakkerij.

De telling van de dagen waarop de grensstreek wordt verlaten gebeurt op dezelfde wijze als voor de gewone grensarbeiders tijdens de 2de en 3de overgangsperiode.

Versoepelde voorwaarden in vergelijking met het gewone grensarbeidersstatuut

Gevolgen van een beoordeling op jaarbasis

De seizoensgrensarbeidersregeling wordt op jaarbasis beoordeeld. Dat betekent dat, in tegenstelling tot de gewone Franse grensarbeiders, de toepassing van de seizoensgrensarbeidersregeling geen specifieke bijkomende basisvoorwaarden vereist. Het heeft weinig belang dat:

  • het enig duurzaam tehuis op 31 december 2008 al dan niet in België gelegen is;
  • de grensarbeider voordien al dan niet al de seizoensgrensarbeidersregeling heeft genoten.Bovendien is deze regeling van toepassing vanaf de inwerkingtreding van het avenant (17 december 2009) tot het einde van de laatste overgangsperiode (31 december 2033).
Een activiteit in loondienst in Frankrijk is toegestaan

Naast hun seizoensactiviteit in België kunnen seizoensgrensarbeiders de rest van de tijd een winstgevende activiteit uitoefenen in Frankrijk of in een derde land, zonder dat ze het voordeel van hun grensarbeiderstatuut verliezen.

Deze andere betrekking mag echter niet in dienst van dezelfde werkgever worden uitgeoefend als degene voor wie de seizoensactiviteit in België wordt uitgeoefend. In dat geval wordt de vereiste dat het om een tijdelijke tewerkstelling of een tewerkstelling als versterking van het personeel gaat immers niet langer nageleefd. 

Onder voorbehoud van de duur van de seizoensgebonden arbeidsprestaties moeten deze werknemers aan de regels die van toepassing zijn op de "gewone" grensarbeiders voldoen.

Seizoensgrensarbeiders: een specifiek formulier 276 Front/Grens

 

Dit is een nieuwe regel sinds begin 2012. Voortaan moeten seizoensgrensarbeiders die aanspraak maken op dit statuut  op eigen initiatief een formulier 276 Front/Grens seizoensarbeiders in tweevoud invullen en laten invullen.


 

[1] Artikel 2 §6 van het avenant.

[2] Het is niet vereist dat de activiteitsperiodes elkaar opvolgen.

[3] Onder gepresteerde dag moet men verstaan de dagen waarop de werkzaamheid daadwerkelijk werd uitgevoerd, met uitsluiting van de dagen waarop gewoonlijk niet wordt gewerkt  (feestdagen, ziekte, ongeval, vakantie,...).

Franse grensarbeiders: nieuwe administratieve verplichtingen

Naast de wijzigingen van de basisvoorwaarden voorzien het avenant en vooral de instemmingswet in strengere administratieve verplichtingen voor de werknemer en voor de werkgever.

Bovendien worden er specifieke sancties opgelegd indien deze verplichtingen niet worden nageleefd.

Verplichtingen van de werknemer

Opdat de Franse grensarbeider vrijstelling van inhouding van bedrijfsvoorheffing op zijn bezoldigingen in België zou genieten, moet hij:

    • een verklaring in tweevoud van het formulier 276 Front/Grens onderschrijven; 
    • Vakken I, II en III moeten respectievelijk door de werknemer, de werkgever[1] en de Franse belastingdienst waarvan de inwoner afhangt, ingevuld worden;
    • enerzijds het eerste ingevulde exemplaar van het voornoemde formulier aan de Franse belastingdienst overmaken en, anderzijds, het tweede exemplaar van dat document aan zijn werkgever overhandigen vóór de betaling van de eerste bezoldiging van het jaar.
    • de documenten tot staving van de daadwerkelijke bewoning van een tehuis in de Franse grensstreek bij het formulier 276 Front/Grens voegen. Voor de werknemers die al lang in de Franse grensstreek wonen, mag dat bewijs louter bestaan uit de afrekening van de woontaks voor de bewoning als hoofdverblijf. De grensarbeider die zich pas onlangs in de Franse grensstreek gevestigd heeft, moet een omstandiger bewijs overmaken. Hij zal bijvoorbeeld ook de water-, gas, elektriciteits- of telefoonfacturen moeten voorleggen. We herinneren eraan dat de Franse grensarbeider geen enig duurzaam tehuis in België mocht hebben op 31 december 2008;
    • op het einde van elk jaar vak IV van het formulier 276 Front/Grens invullen en aanduiden dat hij in de loop van het voorbije jaar de grensstreek niet gedurende meer dan het aantal toegestane dagen door het avenant verlaten heeft[2]. Alle vermeldingen op het formulier 276 Front/Grens moeten ingevuld worden. Bij gebreke van relevante informatie moet hij "Nihil" invullen;
    • elke verandering met betrekking tot zijn duurzaam tehuis onmiddellijk aan zijn werkgever melden;
    • de hiervoor uiteengezette procedure elk jaar herhalen.
Bewijskracht van de documenten tot staving van de daadwerkelijke bewoning van een tehuis in de grensstreek

De circulaire van 21 maart 2011 brengt verschillende verduidelijkingen aan over de aard en de inhoud van de documenten die de daadwerkelijke bewoning van een tehuis door een grensarbeider bewijzen[3]. De vereiste mate van bewijskracht is verschillend naargelang de werknemer al dan niet altijd inwoner is geweest van de grensstreek.

Voor de eerste categorie van werknemers aanvaart de Fiscus als voldoende bewijs het attest van betaling van de ‘taxe d'habitation' voor een hoofdverblijfplaats samen met het bewijs dat hij uit de streek afkomstig is (geboorteakte, getuigschrift van lager of middelbaar onderwijs).

Voor grensarbeiders die ‘geïmmigreerd' zijn naar de grensstreek, zijn de eisen echter strenger. De doelstelling van de regels is immers om fictieve domiciliëringen te bestrijden. Voor deze werknemers worden alleen documenten aanvaard die het bewijs leveren van het daadwerkelijk wonen in de woning. De Fiscus illustreert de bovenvermelde vereisten aan de hand van verschillende voorbeelden van facturen die naargelang van de feitelijke omstandigheden als al dan niet bewijskrachtig worden beschouwd.

De facturen van water-, gas- of elektriciteitsverbruik moeten op naam van de werknemer of van een gezinslid (echtgenoot, ouder) zijn opgesteld en een normaal verbruik aantonen, rekening houdend met de omvang van het gezin en van de bijzondere omstandigheden. Wanneer de factuur op naam van de echtgenoot of een ouder is opgesteld, raadt de circulaire aan een bewijs bij te voegen dat de werknemer samenwoont met de persoon die op de factuur is vermeld.

Voor huurcontracten waarin alle kosten zijn inbegrepen[4], worden verbruiksfacturen die opgesteld zijn op naam van de verhuurder of van een medehuurder die geen deel uitmaakt van het gezin van de werknemer in principe niet als voldoende beschouwd. Opdat dergelijk facturen als bewijskrachtig zouden worden beschouwd, eist de belastingcirculaire dat ze gepaard gaan met andere documenten die aantonen dat het om een eigen woonruimte gaat (appartement of huis), dat de huurder alleen of samenwonend werkelijk de woonruimte betrekt en tot slot dat het verbruik normaal is voor de omvang van het gezin.

Andere documenten dan facturen kunnen, afzonderlijk of samen met andere documenten, als bewijskrachtig worden beschouwd. Het gaan onder meer over de inschrijving van de kinderen in een school in de Franse grenszone.

Wanneer de werknemer geen of onvoldoende geachte bewijsstukken bezorgt, moet de werkgever bedrijfsvoorheffing inhouden aangezien de wettelijke voorschriften niet zijn vervuld[5].

Specifieke sanctie

Naast de "gewone" administratieve en strafrechtelijke sancties voorzien door het Wetboek van inkomstenbelastingen[6] kan de grensarbeider ook een specifieke verhoging oplopen van:

    • 100% van de ontdoken belasting der niet-inwoners of personenbelasting bij de eerste overtreding;
    • 200% van deze belasting bij de tweede en volgende overtredingen[7].

Verplichtingen van de werkgever

Administratieve verplichtingen

Voor de toepassing van de regels inzake grensarbeid is de werkgever verplicht om:

    • gedurende het ganse jaar het tweede exemplaar van het formulier 276 Front/Grens ter beschikking van de fiscus te houden op de plaats waar de werkzaamheid gewoonlijk door de grensarbeider(s) uitgeoefend wordt samen met de documenten die de daadwerkelijke bewoning van een tehuis in de Franse grensstreek bewijzen;
    • dagelijks een telling bij te houden van de dagen waarop de werknemer de grensstreek in het kader van zijn werkzaamheid verlaat. Deze laatste vermeldt voor alle vertrekken uit de grensstreek (ongeacht of ze al dan niet toegestaan zijn) de plaats van dat vertrek of het afgelegde traject en de reden voor het vertrek. Deze telling moet eveneens ter beschikking van de fiscus gehouden worden op de plaats waar de werkzaamheid gewoonlijk door de grensarbeider(s) uitgeoefend wordt. Deze formaliteit moet sedert 18 januari 2010 vervuld worden;
    • op het einde van het jaar vak IV van het formulier door de grensarbeider laten invullen;
    • de vermelding "FRANSE GRENSARBEIDER" of “Franse seizoensgrensarbeider”[8] op de individuele belastingfiches 281.10 aan te brengen en er het aantal dagen op in te vullen waarop de Belgische grensstreek in het kader van de werkzaamheid in loondienst verlaten werd.

Voor de inkomsten van een betrokken jaar moet de werkgever - ten laatste tegen 31 maart van het jaar dat volgt op het jaar van de betrokken inkomsten - de volgende documenten overmaken aan de Belgische belastingadministratie (Documentatiecentrum van de bedrijfsvoorheffing[9]):

    • het exemplaar van het formulier 276 Front/Grens alsook de documenten die de daadwerkelijke bewoning van een tehuis in de grensstreek bewijzen;
    • een verklaring van de werkgever waarin het aangegeven is dat de werknemer de grensstreek niet gedurende niet meer dan het aantal toegestane dagen heeft verlaten;
    • een lijst van de precieze dagen waarop de werknemer de grensstreek verlaten heeft, ongeacht of dit binnen of buiten het kader van de werkzaamheden gebeurd is. Ook de reden hiervoor moeten worden verduidelijkt;
    • een lijst van de werknemers die in de loop van het inkomstenjaar voor het eerst aanspraak maken op de grensarbeidersregeling[10].
Verplichting om de bedrijfsvoorheffing te betalen

Tenzij de partijen iets anders overeengekomen zijn, moet de werkgever de verschuldigde bedrijfsvoorheffing afhouden:

    • zolang de grensarbeider hem het formulier 276 Front/Grens en de documenten die de daadwerkelijke bewoning van een tehuis in de Franse grensstreek bewijzen niet tijdig overmaakt[11];
    • wanneer hij verneemt dat de grensarbeider het aantal dagen waarop hij de Belgische grensstreek mag verlaten, overschreden heeft, of, meer algemeen, de werknemer niet langer voldoet aan de voorwaarden om het grensarbeiderstatuut te kunnen genieten.

Indien de wettelijk verschuldigde bedrijfsvoorheffing niet afgehouden werd, moet de werkgever ze doorstorten[12]. Zo niet kan de administratie ze binnen een termijn van 12 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de overtreding vastgesteld wordt, inkohieren. De overtreding in dat domein moet zich in de loop van één van de 5 jaren die de datum van de vaststelling voorafgaan, voordoen.

Sancties

Specifieke sanctie

Naast de "gewone" administratieve en strafrechtelijke sancties voorzien in het Wetboek van inkomstenbelastingen[13] legt de wet een specifieke sanctie op wanneer de werkgever:

    • het formulier 276 Front./Grens. niet vóór 31 maart van het volgende jaar voor alle grensarbeiders overmaakt;
    • onvolledige of onjuiste verklaringen aflegt over het aantal keren waarop zijn werknemers de grensstreek verlaten hebben.

Deze sanctie bestaat uit een specifieke verhoging vastgelegd op:

    • 100% van het bedrag van de ontdoken bedrijfsvoorheffing, voor de eerste overtreding;
    • 200% van datzelfde bedrag voor de tweede en de volgende overtredingen.

Voor de toepassing van deze sanctie moet de administratie aantonen dat de werkgever het opzet had om de belasting te ontduiken.

Wat de bewijsvoering betreft preciseert de wet dat de processen-verbaal die opgemaakt zijn door ambtenaren van de FOD Financiën bewijskracht hebben tot bewijs van het tegendeel om het bestaan van de belastingschuld vast te stellen[14].

Andere sancties

De administratieve, strafrechtelijke sancties en de verhogingen[15] zullen toegepast worden indien de werkgever verzuimt om:

    • dagelijks een telling van de dagen waarop de grensstreek verlaten wordt, bij te houden;
    • het aantal dagen van vertrek uit de grensstreek te vermelden op de fiche 281.10;
    • uiterlijk op 31 maart van het jaar dat volgt op het jaar van de betrokken inkomsten een lijst te versturen van de grensarbeiders die die het voordeel van de grensarbeidersregeling na 12 december 2009 vragen[16].

Weet bovendien dat:

    • de administratie de verhogingen niet mag toepassen indien er geen kwaad opzet in het spel is[17];
    • het totale bedrag van de geïnde belastingen en van de verhogingen het bedrag van de niet aangegeven inkomsten niet mag overschrijden;
    • de minimumdrempel van de niet aangegeven inkomsten € 2500 moet bereiken[18];
    • er een geldboete gaande van € 50 tot € 1250 kan opgelegd worden[19].
    • elke overtreder (werknemer en werkgever) gestraft kan worden met een gevangenisstraf van 8 dagen tot 2 jaar en met een geldboete van € 250 tot € 125.000.

[1] Wanneer de persoon die de grensarbeider "tewerkstelt" een uitzendkantoor is, moet het, indien nodig, de namen en adressen opgeven van de personen die tijdens het beschouwde jaar een beroep op de grensarbeider gedaan hebben.

[2] Art. 4 §2 van de instemmingswet van 7 mei 2009, Belgisch Staatsblad van 8 januari 2010.

[3] Punten 33 e.v. van de bovenvermelde circulaire nr. Ci.R9. R9.F/608.871.

[4] Punt 38 van de bovenvermelde circulaire van 21 maart 2011.

[5] Art. 4 § 1 et 5 § 5 van de instemmingswet.

[6] Art. 444 tot 449 van het WIB 92.

[7] Art. 6 §2 van de instemmingswet van 7 mei 2009, Belgisch Staatsblad van 8 januari 2010.

[8] Bericht aan de werkgevers en aan de andere schuldenaars van aan bedrijfsvoorheffing onderworpen inkomsten, pg. 13

[9] U vindt de territoriaal bevoegde Centra via deze link.

[10] Circulaire nr. Ci.R9.F/602.029 (AOIF nr. 7/2010) van 27 januari 2010.

[11] De grensarbeider moet immers het tweede exemplaar van het formulier aan zijn werkgever overhandigen vóór de betaling van de eerste bezoldiging.

[12] Art. 358 §1 1° en §2 1° van het WIB 1992.

[13] Art. 444 tot 449 van het WIB 92.

[14] Art. 6 §3 van de instemmingswet van 7 mei 2009, Belgisch Staatsblad van 8 januari 2010.

[15] Art. 6 §2 3de lid van de instemmingswet van 7 mei 2009, Belgisch Staatsblad van 8 januari 2010.

[16] Art. 6 §1 van de instemmingswet van 7 mei 2009, Belgisch Staatsblad van 8 januari 2010.

[17] Art. 444, 2de lid van het WIB 92.

[18] Art. 444, 3de en 4de lid van het WIB 92.

[19] Art. 445 van het WIB 92.

Belgische aanvullende belastingen

Hoewel het avenant de grensarbeidersregeling heeft afgeschaft voor de werknemers die in de Belgische grensstreek wonen, verleent het avenant[1] de Belgische plaatselijke besturen (gemeenten en agglomeraties) de bevoegdheid om een lokale belasting te heffen op de inkomsten die bij overeenkomst vrijgesteld zijn van belasting in België.

Deze bepaling overschrijdt het strikte kader van de grensarbeidersregeling vermits zij van toepassing is op:

  • alle Belgische inwoners ongeacht of ze in de Belgische grensstreek of elders in België wonen;
  • alle beroepsinkomsten[2] in de zin van artikel 23 WIB 92 en niet alleen de bezoldigingen van de werknemer in loondienst.

Het bedrag van deze belasting wordt berekend op het bedrag van de Belgische belasting die op de beroepsinkomsten zou zijn gevestigd indien zij in België waren belast.


[1] Art. 3 van het avenant..

[2] De fiscus voegt er nog aan toe dat het om de beroepsinkomsten van alle aard gaat in de zin van artikel 23 WIB 92 (winsten, baten, winsten of baten van een vorige beroepswerkzaamheid, de bezoldigingen, pensioenen, renten en als zodanig geldende uitkeringen).

Financiële compensatie ten voordele van België

Frankrijk zal jaarlijks een initieel bedrag van € 25 miljoen (dat bedrag kan om de drie jaar worden gewijzigd) uitkeren aan België als compensatie voor de inkomsten die ons land moet derven door de afschaffing van de Belgische grensarbeidersregeling (dat wil zeggen, de verliezen van de aanslagen in de PB).

Deze bijdrage wordt gestort vanaf het jaar 2012.

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?

    • Artikel 11 §2c) van de Overeenkomst tussen België en Frankrijk tot voorkoming van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse administratieve en juridische bijstand inzake inkomstenbelastingen, ondertekend op 10 maart 1964 (gewijzigd door de avenanten van 15 februari 1991 en 8 februari 1999).
    • Aanvullend protocol (avenant) bij de voornoemde Overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting, ondertekend op 12 december 2008 (instemmingswet van 7 mei 2009, Belgisch Staatsblad van 8 januari 2010).
    • Circulaire nr. AFZ / 2008-0408 (AFZ 17/2009) van 17 december 2009 (en haar addendum van 8 januari 2010) (www.fisconet.fgov.be);
    • Circulaire nr. Ci.R9.F / 602.029 (AOIF 7/2010) van 27 januari 2010 (www.fisconet.fgov.be);
    • Circulaire nr. Ci.R9.F / 608.871 (AG Fiscus 17/2011) van 21 maart 2011 (www.fisconet.fgov.be).