E.E.S.V. Securex Corporate
Maatschappelijke zetel: Tervurenlaan 43, 1040 Brussel
Ondernemingsnummer: BTW BE 0877.510.104 - RPR Brussel

Privacy

6. De registratie van telefoongesprekken

Lees eerst even dit…

In België kenden we reeds een strenge privacybescherming waarmee werkgevers rekening moesten houden: het recht op eerbieding van het privéleven, erkend door artikel 8, 1° van het EVRM[1] en door artikel 22 van de Grondwet, moet gewaarborgd worden gedurende de ganse duur van de arbeidsovereenkomst en niet enkel op het moment van de aanwerving en het ontslag.

Op 4 mei 2016 is bovendien de Europese verordening 2016/679 (“General Data Protection Regulation”, hierna GDPR) verschenen[2]. Deze verordening is sinds 25 mei 2018 rechtstreeks van toepassing binnen heel Europa, en dus ook in België. Deze verordening is ook van toepassing op de arbeidsrelatie[3].

De context van de arbeidsrelaties is echter een specifieke context voor de toepassing van de bescherming van persoonsgegevens. Hier botsen immers twee principes op elkaar:

Hoewel de GDPR de regelgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens wenst te harmoniseren in heel Europa[4], voorziet het juist omwille van bovenstaande reden in een uitzondering voor de context van de arbeidsrelaties. Lidstaten of collectieve arbeidsovereenkomsten mogen op sectoraal of ondernemingsniveau specifieke regels opleggen over de verwerking van de persoonsgegevens van werknemers in het kader van de arbeidsverhoudingen. Het gaat, meer bepaald, om de voorwaarden waarin de persoonsgegevens in het kader van de arbeidsverhoudingen verwerkt mogen worden met het oog op:

Voor meer duidelijkheid is het dossier opgesplitst in 9 delen:

Dit zesde deel behandelt de principes op het vlak van de registratie van telefoongesprekken..

 


[1] Europees verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

[2] Verordening van het Europees parlement en de raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens: http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:32 016R0679&from=EN.

[3] Aangezien de werkgever én de Belgische wetgever vanaf 25 mei 2018 de GDPR moeten naleven, zal de Belgische regelgeving vervangen worden door een kaderwet.

[4] Zo is er een Working Group 29, een onafhankelijke Europese advies -en overlegorgaan dat is samengesteld uit de nationale toezichthouders en de uniforme toepassing van Europese privacywetgeving binnen de lidstaten wil bevorderen door bijvoorbeeld aanbevelingen over het interpreteren van bepaalde verplichtingen van de verwerkingsverantwoordelijke.

Wat is het wettelijk kader?

Een principieel verbod

Met een wet van 30 juni 1994 voegde de wetgever het principieel verbod om telefoongesprekken op te nemen in het Strafwetboek in (artikel 314bis).

Artikel 314bis van het Strafwetboek verbiedt het opnemen door een persoon van privécommunicatie of -telecommunicatie waaraan hij niet deelneemt, tenzij hij de toestemming heeft van alle deelnemers aan de communicatie.

De wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie bevat in artikel 124 een bepaling in dezelfde zin in.

Dit artikel verbiedt eenieder om met opzet kennis te nemen van informatie van alle aard die via elektronische weg is verstuurd en die niet persoonlijk voor hem bestemd is, tenzij hij daartoe de toestemming heeft gekregen van alle direct of indirect betrokken personen.

Uitzonderingen op het wettelijk verbod

Op het principieel verbod om telefoongesprekken op te nemen, bestaan echter enkele uitzonderingen:

We bespreken deze uitzonderingen in detail in de volgende vragen.

Wat als de werkgever zelf deelneemt aan het telefoongesprek?

Alle hierboven vermelde regels gelden enkel voor zover de werkgever zelf niet deelneemt aan het telefoongesprek.

Als de werkgever wel deelneemt aan het telefoongesprek, zijn noch artikel 314bis van het Strafwetboek, noch artikel 124 van de wet betreffende de elektronische communicatie van toepassing.

In dat geval wordt verwezen naar artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens, dat het recht op eerbieding van het privéleven bekrachtigt.

Het Hof van Cassatie deed uitspraak over een dergelijke situatie in een arrest van 9 september 2008. Het Hof verwees uitdrukkelijk naar artikel 8 van het EVRM en oordeelde dat het aan de rechter toekomt om zijn beslissing te nemen op grond van de feitelijke gegevens van de zaak, rekening houdend met de redelijke verwachting van eerbiediging van de privacy die de deelnemers konden hebben, en die meer bepaald betrekking had op de omstandigheden waaronder het gesprek plaatsvond.

Toestemming van alle deelnemers aan het telefoongesprek

Er is geen sprake van schending van artikel 314bis van het Strafwetboek noch van artikel 124 van de wet betreffende de elektronische communicatie wanneer de werkgever de toestemming verkrijgt van alle deelnemers aan het gesprek.

Deze uitzondering is echter erg theoretisch als het om telefoongesprekken gaat. We kunnen ons misschien nog voorstellen dat de werkgever de toestemming verkrijgt van zijn werknemers, maar het lijkt echter onmogelijk dat hij de toestemming verkrijgt van de andere deelnemers aan het telefoongesprek.

Bovendien is het geven van de toestemming strikter geworden door de GDPR, aangezien deze geïnformeerd, ondubbelzinnig, vrij, specifiek en persoonlijk moet zijn. De werknemer moet een actieve handeling stellen zoals het aanvinken van een vakje of het ondertekenen van een clausule. Tenslotte, kan de werknemer deze toestemming op ieder ogenblik intrekken.

Technische uitzonderingen

De wet betreffende de elektronische communicatie bevat daarnaast bepaalde ‘technische’ uitzonderingen op het verbod tot kennisname van elektronische communicatie.

Deze situaties zijn aangepast aan de behoeften van specifieke bedrijfssectoren:

In die situaties kan de werkgever de telefoongesprekken waaraan zijn werknemers deelnemen opnemen indien hij de volgende voorwaarden in acht neemt:

 


[1] Artikel 128, 2de lid van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.

[2] Artikel 128, 1ste lid van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.

Toegestaan door een specifieke wet

Artikel 125 van de wet betreffende de elektronische communicatie bepaalt dat het verbod om kennis te nemen van een telefoongesprek evenmin van toepassing is ’wanneer de wet het stellen van de bedoelde handelingen toestaat of oplegt’.

Een deel van de rechtspraak is van mening dat de wet betreffende de arbeidsovereenkomsten hiervoor een voldoende wettelijke grondslag vormt, omdat deze wet bepalingen bevat met betrekking tot het gezag van de werkgever (artikelen 2, 3, 4 en 5) en over de plicht tot wederzijds respect (artikelen 16 en 17).

Hoewel dit standpunt onder vuur wordt genomen door de rechtsleer, die erop wijst dat deze twee bepalingen te vaag zijn om een geldige uitzondering te vormen op artikel 124 van de wet van 13 juni 2005, werd dit toch gevolgd door de Privacycommissie, de voorganger van de Gegevensbeschermingsautoriteit (hierna GBA), in haar advies nr. 18/2013 van 15 juni 2013.

Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten

De GBA is immers van oordeel dat het opnemen van telefoongesprekken van werknemers toegelaten is op grond van de wet van 3 juli 1978 waarin het werkgeversgezag verankerd is (artikel 17). Ze heeft er wel op aangedrongen dat de wet tot instelling van de arbeidsreglementen hierbij gerespecteerd moet worden.

Context

Het advies werd geformuleerd naar aanleiding van een klacht ingediend tegen de installatie van een kwaliteitsgarantieplatform om telefoongesprekken op te nemen tussen werknemers en potentiële klanten van de werkgever.

Dit systeem houdt hoofdzakelijk in dat per Belgische winkel elke maand 50% van de reële inkomende gesprekken van prospecten (zij die zich voor het eerst als nieuwe klant melden) opgenomen wordt, waarvan er enkele worden beluisterd en geëvalueerd op hun kwaliteit (mate waarin het winkelpersoneel zich houdt aan het verkoopscript) om op basis daarvan te bepalen of training/coaching van het winkelpersoneel aangewezen is.

De GBA is van oordeel dat het kunnen opnemen van werkelijke gesprekken en de analyse achteraf coaching mogelijk maakt op basis van “real life” experiences met een groter leereffect tot gevolg. De concrete omstandigheden en restricties onder dewelke die reële gesprekken worden geregistreerd, beluisterd en geëvalueerd verdragen zich in beginsel met de Privacywet.

Bovendien kon op grond van de door de partijen aan de GBA ter kennis gebrachte informatie en feitelijke elementen, geen enkele inbreuk op de Privacywet worden vastgesteld of aangetoond, behoudens, vanuit sociaalrechtelijk oogpunt, de niet opname van het systeem in het arbeidsreglement van de werkgever.

Waarborgen

Er moeten wel een aantal waarborgen nageleefd worden:

Enkele rechterlijke uitspraken

Arbeidsrechtbank van Brussel, 16 september 2004

In deze zaak ging het om een nachtwaker die van zijn werkgever een gsm voor professionele doeleinden had gekregen, die hij enkel mocht gebruiken voor de behoeften van de dienst en voor de veiligheid van de vestiging. Op een bepaald moment stelde een collega van die werknemer die diezelfde gsm overdag gebruikte vast dat twee dagelijkse berichten in de vorm van pornografische beelden op dat toestel werden verstuurd. De werkgever besliste vervolgens om de mobiele operator de nodige verduidelijking te vragen om de data en tijdstippen te kunnen vaststellen waarop de betwiste oproepen waren gebeurd, zodat hij zich kon vergewissen van de identiteit van de verzender. Vervolgens ondervroeg de werkgever de werknemer om uitleg van hem te vragen over de vastgestelde feiten. Na dit gesprek ontsloeg de werkgever de werknemer om dringende reden.

De rechtbank erkende de dringende reden niet, maar aanvaardde het ontslag en was van mening dat het niet willekeurig was. In zijn betoog baseerde de rechtbank zich meer bepaald op de artikelen 16 en 17 van de wet betreffende de arbeidsovereenkomsten, die volgens de rechtbank het recht van eenieder op privacy matigen. De rechtbank was dus van mening dat de werkgever het recht had om de mobiele operator bepaalde details te vragen over de telefoonoproepen die zijn werknemers met een beroepsmatige gsm uitvoerden.

Arbeidshof van Luik, 25 oktober 2001

In dit arrest erkent het Arbeidshof dat de werkgever het recht heeft om de oproepoverzichten van zijn telefoniste te gebruiken om het bestaan van een fout aan te tonen en het ontslag van die receptioniste te rechtvaardigen. Het Hof is echter van mening dat de omstandigheden van de zaak (vele gesprekken naar Zwitserland tijdens de werkuren, waarbij de werkneemster echter had voorgesteld om haar werkgever voor de telefoonkosten te vergoeden) geen dringende reden uitmaken.

Arbeidshof van Gent, 22 oktober 2001

In dit arrest erkende het Arbeidshof dat de werkgever het recht heeft om het bewijs van het privégebruik van een professionele gsm aan te leveren door telefoonfacturen en de naam van de bestemmelingen voor te leggen. In zijn uitspraak was het Hof van mening dat een werknemer die een professionele gsm gebruikt, moet weten dat bepaalde gegevens via de facturatie aan zijn werkgever zullen worden doorgegeven. 

De rechtspraak is dus over het algemeen van mening dat de werkgever gebruik mag maken van een gedetailleerd overzicht van de oproepen die de werknemer heeft gedaan met een telefoontoestel dat hem voor beroepsmatig gebruik ter beschikking werd gesteld om het bewijs te leveren dat het telefoontoestel voor ander dan beroepsmatig gebruik werd aangewend[1].

Zoals we hebben gezien, wordt dit standpunt echter onder vuur genomen door de rechtsleer[2].

 



[1] In dezelfde richting: arrest van het Arbeidshof van Gent van 12 mei 2014.

[2] O. RIJCKAERT, N. LAMBERT, Le respect de la vie privée dans la relation de travail, Kluwer, 2012; S. GILSON, F. LAMBINET, K. ROSIER, Le droit au respect de la vie privée du travailleur, Anthémis, 2012.

Tot besluit

De wettelijke regels over het registreren van telefoongesprekken zijn heel strikt. Hoewel de rechtspraak soms een zekere soepelheid aan de dag legt, is het beter om uiterst voorzichtig te werk te gaan.

Slechts twee situaties staan niet ter discussie:

Ondanks de kritiek van de rechtsleer wordt het gebruik van oproepoverzichten over het algemeen aanvaard door de rechtspraak.

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?