E.E.S.V. Securex Corporate
Maatschappelijke zetel: Tervurenlaan 43, 1040 Brussel
Ondernemingsnummer: BTW BE 0877.510.104 - RPR Brussel

Stage/Leertijd

Werkzoekenden

Werkzoekenden > Brussel

Wat is een individuele beroepsopleiding (IBO)?

De individuele beroepsopleiding (IBO) is een stage die een werkzoekende in een onderneming verricht. Voor deze stage wordt een individuele beroepsopleidingsovereenkomst gesloten.

De IBO heeft twee doelstellingen: de werkzoekenden helpen om de nodige vaardigheden te verwerven zodat zij daarna een beroepsactiviteit kunnen uitoefenen en de ondernemingen arbeidskrachten ter beschikking stellen aangepast aan hun behoeften vermits ze een voorafgaande opleiding hebben genoten.

Na afloop van de opleiding is de werkgever verplicht om de stagiair in dienst te nemen met een arbeidsovereenkomst waarvan de looptijd minstens gelijk is aan de opleidingsduur.

Ook in het Vlaamse Gewest en in het Waalse Gewest bestaat er een equivalent voor deze beroepsopleiding.

Werkzoekenden >

Wie kan een IBO afsluiten?

Profiel van de stagiairs

De IBO is bedoeld voor de personen die:

Profiel van de werkgevers

Elke onderneming die op het grondgebied van Brussel-Hoofdstad gevestigd is.



[1] De werkzoekende moet niet noodzakelijk voltijds werkloos zijn.

Hoe sluit men een IBO?

De werkgever die een stagiair wil opleiden, moet zich wenden tot “Bruxelles Formation[1]. De beroepsopleidingsovereenkomst moet worden gesloten tussen de onderneming, de stagiair en Bruxelles Formation op basis van een modelovereenkomst die door Bruxelles Formation werd opgemaakt.

Opgelet: de werkgever is verplicht om deze overeenkomst met Bruxelles Formation te sluiten. Wanneer ze enkel met de stagiair wordt gesloten, is ze ongeldig en zou ze als een arbeidsovereenkomst kunnen worden beschouwd. De stagiair mag niet in de onderneming tewerkgesteld zijn vóór het sluiten van de IBO.

Na afloop van de opleiding moet de werkgever de stagiair in dienst nemen met een arbeidsovereenkomst waarvan de looptijd minstens gelijk is aan de duur van de opleiding.



[1] Dit is de nieuwe naam van het ”Institut bruxellois francophone pour la formation professionnelle”.

Werkzoekenden > Brussel

Welke voordelen worden er tijdens de opleiding toegekend?

Productiviteitspremie ten laste van de werkgever

De werkgever is enkel een productiviteitspremie verschuldigd die gelijk is aan het verschil tussen het belastbaar loon van het aan te leren beroep (brutoloon - 13,07%) en de eventuele inkomsten van de stagiair (werkloosheidsuitkeringen, inschakelingsuitkeringen, opleidingsuitkeringen of leefloon).

De premie wordt progressief uitbetaald: 80, 90 of 100% van de premie naargelang men zich in het eerste, tweede of derde deel van de opleiding bevindt.

Op dat bedrag moeten er geen (persoonlijke en patronale) sociale-zekerheidsbijdragen worden afgehouden. Er is wel een bedrijfsvoorheffing van 11,11% verschuldigd.

Werkloosheidsuitkeringen of leefloon

Tijdens de opleidingsovereenkomst blijft de stagiair ingeschreven als werkzoekende en blijft hij, naargelang van zijn situatie, de werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen of het leefloon ontvangen dat hij voor de stage genoot.

De wettelijke bepalingen voorzien niet in het behoud van de financiële maatschappelijke hulp, maar in de praktijk blijven de meeste OCMW's ze tijdens de stage wel doorbetalen.

Opleidingsuitkeringen

In sommige gevallen kan de werkloze die niet aan de voorwaarden voldoet om werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen te genieten een opleidingsuitkering van de RVA ontvangen. Dat is met name het geval wanneer de werkloze die in het kader van een IBO tewerkgesteld wordt geen werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen geniet omdat hij:

Om voor deze opleidingsuitkering in aanmerking te komen, moeten de volgende voorwaarden vervuld zijn:

Formaliteiten

De stagiair die de opleidingsuitkering wil genieten, moet hiertoe een aanvraag indienen bij de RVA via het formulier 63-IBO. Dit formulier kan gedownload worden op de site van de RVA (www.rva.be).

Verplaatsingskosten ten laste van de werkgever

De werkgever kent een tussenkomst in de verplaatsingskosten toe conform de regels die in de onderneming van toepassing zijn voor de werknemers met een arbeidsovereenkomst. Ongeacht het gebruikte transportmiddel, blijft de terugbetaling van de onkosten beperkt tot de laagste kost van het openbaar vervoer. Opgelet! Enkel de uitkeringsgerechtigde volledig werklozen kunnen aanspraak maken op deze tussenkomst.

Verblijfsvergoeding ten laste van de werkgever

De werkgever kent aan de stagiair ook een verblijfsvergoeding toe indien deze langer dan 13 uur per dag afwezig is van thuis en slechts één maal per week naar zijn woonplaats kan terugkeren.

Welke voordelen kunnen er tijdens de arbeidsovereenkomst genoten worden?

Na afloop van de opleiding dient de werkgever een arbeidsovereenkomst te sluiten voor een duur die minstens gelijk is aan de duur van de opleiding en moet hij de werknemer vergoeden volgens het barema van het aangeleerde beroep.

Tijdens deze overeenkomst kan de werkgever aanspraak maken op de verschillende tewerkstellingsmaatregelen (zie hiervoor de fiche “Algemeen overzicht van de federale tewerkstellingsmaatregelen”). De stagiair behoudt immers gedurende de volledige opleidingsperiode het statuut dat hij reeds voor de opleiding bezat (werkzoekende, uitkeringsgerechtigde volledig werkloze, rechthebbende op maatschappelijke integratie).

Welke regels moeten tijdens de opleidingsperiode worden nageleefd?

Beroepsopleidingsovereenkomst

Vooraleer hij de stagiair tewerkstelt, moet de werkgever een opleidingsovereenkomst met de stagiair EN Bruxelles Formation sluiten. Bruxelles Formation zal deze opleidingsovereenkomst aanvaarden indien de werkgever aan bepaalde voorwaarden voldoet, de opleiding tot een job leidt waarvoor er een tekort aan geschoolde arbeidskrachten bestaat en Bruxelles Formation geen opleidingen voor dat beroep organiseert.

De IBO-overeenkomst is geen arbeidsovereenkomst: ze is een opleidingsovereenkomst en de stagiair is geen werknemer, maar een stagiair in opleiding ook al voert hij de taken uit om een beroep aan te leren. De IBO is onderworpen aan specifieke regels die verschillen van die welke van toepassing zijn op de arbeidsovereenkomsten (ziekte, vakantie, enz.…).

Het opleidingsprogramma wordt in gemeenschappelijk overleg tussen de werkgever en Bruxelles Formation opgemaakt en bij de IBO-overeenkomst gevoegd.

Om aanspraak te kunnen maken op de beroepsoverstappremie raden wij aan om de beroepsopleidingsovereenkomst op de eerste dag van de maand te laten ingaan.

Duur van de opleiding

De opleiding duurt minimum één maand en maximum 6 maanden.

De duur van de overeenkomst wordt verlengd met de periodes van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte, arbeidsongeval of ongeval op de weg van en naar het werk, de periodes van jaarlijkse vakantie alsook met de periodes van schorsing wegens economische werkloosheid, slechte weersomstandigheden en overmacht. De overeenkomst wordt echter enkel verlengd wanneer ze in totaal voor ten minste 14 dagen geschorst werd en voor zover de werkgever hiertoe een aanvraag bij Actiris ingediend heeft. Er moet een bijlage bij de opleidingsovereenkomst opgemaakt worden die door de 3 partijen ondertekend moet worden.

Proefperiode

In de individuele beroepsopleidingsovereenkomst kan geen proefbeding ingevoerd worden, maar Bruxelles Formation kan het contract verbreken indien de ongeschiktheid van de stagiair vastgesteld wordt voor het einde van de eerste helft van de opleiding.

Verplichtingen van de werkgever

De werkgever is ertoe gehouden:

Schorsing van de opleidingsovereenkomst

Volgens Actiris worden tijdens de opleidingsovereenkomst enkel de effectief gepresteerde dagen betaald. Dit houdt in dat de werkgever voor de feestdagen, gewettigde of ongewettigde afwezigheden, dagen van tijdelijke werkloosheid, dagen klein verlet, dagen arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of (arbeids-)ongeval geen aanmoedigingspremie aan de stagiair verschuldigd is.

De stagiair zal voor de dagen van gewettigde afwezigheid wel worden vergoed door de RVA of de mutualiteit, op voorwaarde uiteraard dat de stagiair beantwoordt aan de vereiste voorwaarden. De dagen arbeidsongeschiktheid wegens arbeidsongeval zullen ten laste vallen van de arbeidsongevallenverzekeraar van de werkgever.

Het einde van de overeenkomst tot beroepsopleiding

Tijdens de eerste helft van de opleiding

De overeenkomst tot beroepsopleiding voorziet niet in een beding van proeftijd, maar geeft Bruxelles Formation wel de mogelijkheid om de opleidingsovereenkomst vóór het einde van de eerste helft van de opleiding te beëindigen:

Deze verbreking moet door de werkgever en/of de stagiair bij Bruxelles Formation aangevraagd worden via de persoon die bij Actiris het dossier beheert.

Andere hypothesen

De opleidingsovereenkomst kan tevens voortijdig beëindigd worden:

Wanneer de werkgever zijn verplichting om de stagiair in dienst te nemen, niet naleeft, zal deze een schadevergoeding kunnen eisen om de door hem geleden schade te dekken. De rechters kennen doorgaans een bedrag toe gelijk aan de bezoldiging die de stagiair verdiend zou hebben indien de opleiding en de arbeidsovereenkomst met een zelfde looptijd tot het einde voortgezet zouden zijn.

Moet er een arbeidsovereenkomst na de IBO worden gesloten?

Ja, zodra de IBO afgelopen is.

Welk soort van arbeidsovereenkomst?

De werkgever mag kiezen tussen een overeenkomst voor onbepaalde duur of één voor bepaalde duur waarvan de looptijd minstens overeenstemt met de duur van de opleiding.

Deze overeenkomst moet de bepalingen van de wet van 3 juli 1978 naleven en de werknemer moet in dienst worden genomen in een functie die overeenstemt met het beroep dat hij tijdens de IBO heeft aangeleerd. Hij moet de loonschaal krijgen die de onderneming voor deze functie toekent, waarbij de toepasbare sectorale CAO's worden nageleefd.

De arbeidsregeling mag verschillen van die welke van kracht was tijdens de IBO, maar we raden toch aan om een arbeidsovereenkomst te sluiten die in een zelfde arbeidsregeling voorziet als die welke tijdens de IBO werd toegepast (voltijdse IBO wordt gevolgd door een voltijdse arbeidsovereenkomst), tenzij de afwijking kan worden verantwoord.

Er moet een kopie van de arbeidsovereenkomst naar Bruxelles Formation worden opgestuurd.

Indien de werknemer aan de voorwaarden voldoet, mag deze arbeidsovereenkomst worden beschouwd als een startbaanovereenkomst.

Mag men een proefbeding in de arbeidsovereenkomst inlassen?

Ja, de werkgever mag een proefbeding aan de arbeidsovereenkomst toevoegen. Hij is er evenwel toe gehouden om de werknemer tewerk te stellen voor een duur die minstens gelijk is aan deze van de opleiding. Dat betekent dat zolang de looptijd van de overeenkomst de opleidingsduur niet heeft bereikt de werkgever de arbeidsovereenkomst niet mag verbreken door zich op het proefbeding te beroepen[1].

Tijdens die periode verloopt de duur van de proefperiode normaal, maar ze kan niet door de werkgever worden gebruikt.

Concreet houdt dat in dat de proefperiode enkel uitwerking heeft na de verplichte minimum tewerkstellingsduur (duur van de IBO).

Wanneer de IBO 6 maanden duurde, is het beter om een contract van bepaalde duur van 6 maanden af te sluiten dan een contract van onbepaalde duur met een proefperiode van 6 maanden. In dat geval zal de werkgever die de werknemer na deze periode van 6 maanden niet wil behouden, geen opzegvergoeding van 3 maanden dienen te betalen.

Indien het om een werkliedencontract gaat, kan het proefbeding nooit uitwerking hebben vermits de maximum proeftermijn van 14 dagen steeds korter zal zijn dan de duur van de IBO.

Voorbeeld 1

Vennootschap A sluit een IBO met een niet werkende werkzoekende van 26 jaar. Deze IBO heeft een looptijd van 26 weken (6 maanden) en moet de stagiair de kans geven om de vaardigheden te verwerven die vereist zijn om de functie van administratief assistent uit te oefenen.

De IBO vangt aan op 1 maart 2012 en eindigt op 31 augustus 2012.

Oplossing 1: Op 1 september 2012 sluit vennootschap A een bediendencontract voor een bepaalde duur van 6 maanden gekoppeld aan een proefperiode van 3 maanden. De proefperiode is geldig, maar kan niet echt worden toegepast vermits de arbeidsovereenkomst voor een minimumperiode van 6 maanden moet worden uitgevoerd.

Oplossing 2: Op 1 september 2012 sluit vennootschap A een bediendencontract voor een onbepaalde duur gekoppeld aan een proefperiode van 6 maanden. De proefperiode is geldig, maar kan niet echt worden toegepast vermits de arbeidsovereenkomst voor een minimumperiode van 6 maanden moet worden uitgevoerd.

Voorbeeld 2

Vennootschap B sluit een IBO met een niet werkende werkzoekende van 30 jaar. Deze IBO heeft een looptijd van 13 weken (3 maanden) en moet de stagiair de kans geven om de vaardigheden te verwerven die vereist zijn om een administratieve functie uit te oefenen.

De IBO vangt aan op 1 september 2012 en eindigt op 30 november 2012.

Na afloop van de IBO is de beste oplossing om een bediendencontract voor onbepaalde tijd te sluiten gekoppeld aan een proefbeding van 6 maanden. In dat geval zal de werkgever de overeenkomst indien nodig tijdens de proefperiode kunnen verbreken, d.w.z. na de derde maand van uitvoering van de arbeidsovereenkomst, wat overeenstemt met de verplichte minimum tewerkstellingsduur.


[1] Het Hof van Cassatie heeft aldus geoordeeld in een arrest van 2 januari 2006. Het ging in die zaak over een “Plan formation-insertion” (Waals Gewest).

Kan men de arbeidsovereenkomst volgend op een IBO verbreken?

Verplichting om de werknemer gedurende een minimumperiode in dienst te houden

Na de IBO moet de werkgever de stagiair in dienst nemen met een arbeidsovereenkomst voor een periode die minstens gelijk is aan de duur van de opleiding.

De arbeidsovereenkomst, gekoppeld aan een proefperiode, is onderworpen aan de gewone regels voor de verbreking van de arbeidsovereenkomst[1], onder voorbehoud van de verplichting om de werknemer gedurende een minimumperiode tewerk te stellen. De werkgever die de overeenkomst voor het verstrijken van deze minimumperiode verbreekt, moet de verbrekingsregels naleven maar stelt zich wel bloot aan een eis tot schadevergoeding vanwege de werknemer[2].

De verbreking van de arbeidsovereenkomst wegens een zware fout of overmacht is mogelijk mits naleving van de voorwaarden verbonden aan deze verbrekingsoorzaken.

Indien de verbreking van de overeenkomst ongegrond wordt bevonden door een rechtbank, kan Actiris de werkgever verzoeken om de voordelen die Bruxelles Formation tijdens de IBO aan de stagiair heeft toegekend, terug te betalen.

De verbreking van de overeenkomst na de minimum tewerkstellingsperiode

De werkgever mag de arbeidsovereenkomst verbreken volgens de gebruikelijke redenen en regels. De werknemer kan dan geen schadevergoeding wegens contractuele tekortkoming eisen door zich te beroepen op de niet-naleving van de verbintenissen die bij het afsluiten van de IBO zijn aangegaan.


[1] Zie ons dossier met betrekking tot de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

[2] De niet-naleving van de minimum tewerkstellingsperiode vormt geen tekortkoming aan de arbeidsovereenkomst, maar wel een contractuele verbintenis voortvloeiend uit het burgerlijk recht.

Verplichting om de werknemer gedurende een minimumperiode in dienst te houden

Na de IBO moet de werkgever de stagiair in dienst nemen met een arbeidsovereenkomst voor een periode die minstens gelijk is aan de duur van de opleiding.

De arbeidsovereenkomst, gekoppeld aan een proefperiode, is onderworpen aan de gewone regels voor de verbreking van de arbeidsovereenkomst[1], onder voorbehoud van de verplichting om de werknemer gedurende een minimumperiode tewerk te stellen. De werkgever die de overeenkomst voor het verstrijken van deze minimumperiode verbreekt, moet de verbrekingsregels naleven maar stelt zich wel bloot aan een eis tot schadevergoeding vanwege de werknemer[2].

De verbreking van de arbeidsovereenkomst wegens een zware fout of overmacht is mogelijk mits naleving van de voorwaarden verbonden aan deze verbrekingsoorzaken.

Indien de verbreking van de overeenkomst ongegrond wordt bevonden door een rechtbank, kan Actiris de werkgever verzoeken om de voordelen die Bruxelles Formation tijdens de IBO aan de stagiair heeft toegekend, terug te betalen.

De verbreking van de overeenkomst na de minimum tewerkstellingsperiode

De werkgever mag de arbeidsovereenkomst verbreken volgens de gebruikelijke redenen en regels. De werknemer kan dan geen schadevergoeding wegens contractuele tekortkoming eisen door zich te beroepen op de niet-naleving van de verbintenissen die bij het afsluiten van de IBO zijn aangegaan.


[1] Zie ons dossier met betrekking tot de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

[2] De niet-naleving van de minimum tewerkstellingsperiode vormt geen tekortkoming aan de arbeidsovereenkomst, maar wel een contractuele verbintenis voortvloeiend uit het burgerlijk recht.

Wat is de belangrijkste wettelijke referentie?

Werkzoekenden > Brussel > Stage eerste werkervaring (First stage)

Lees eerst even dit…

De Brusselse regering heeft voor jonge werkzoekenden de stage eerste werkervaring (ook ‘First stage’ genoemd) op poten gezet. Deze stage is op 1 januari 2017 in de plaats gekomen van de instapstage en past binnen het juridisch kader dat de Brusselse regering creëerde voor stages voor werkzoekenden[1].

De stage eerste werkervaring is bedoeld om jonge niet-werkende werkzoekende die zich na hun studies bij Actiris inschrijven, een eerste werkervaring te laten opdoen. De finale doestelling is uiteraard om deze jongeren na afloop van de stage rechtstreeks en duurzaam in te schakelen op de arbeidsmarkt door de belemmeringen op te heffen die hij zou ondervinden om toegang te vinden tot de arbeidsmarkt.

 


[1] Voor stages die reeds liepen vóór 1 januari 2017 blijven de regels van de instapstage van toepassing. Opgelet! Als enkel de datum van ondertekening van de overeenkomst voor 1 januari lag, maar de aanvangsdatum niet, dan zijn wel de regels van de stage eerste werkervaring van toepassing.

Wie kan stagegever zijn?

De stage kan plaatsvinden in een onderneming, een VZW of in de publieke sector.  Elke werkgever die een stagiair onthaalt en begeleidt, wordt als stagegever aangemerkt.

Een stagegever moet zijn stage-aanbiedingen meedelen aan Actiris.

Wie kan stagiair zijn?

De jongere die een stage eerste werkervaring wil volgen, moet tegelijk aan de volgende voorwaarden voldoen:

Wat zijn de kenmerken van een stage eerste werkervaring?

Duur en uurrooster

De stage eerste werkervaring heeft een looptijd van ten minste 3 maanden en ten hoogste 6 maanden[1].

Het werkrooster moet overeenstemmen met een voltijds equivalent dat van toepassing is op de betrokken functie in de activiteitensector van de onderneming waar de jongere stage loopt.

Stageovereenkomst

De stage eerste werkervaring wordt geregeld door een stageovereenkomst die wordt gesloten tussen de stagiair, de stagegever en Actiris (driepartijenovereenkomst).  De onderneming moet een begeleider aanduiden die verantwoordelijk is voor de stagiair gedurende de hele First stage.  Actiris van zijn kant staat in voor de opvolging van de stage (zowel voor de stagiair als voor de stagegever).

Bij de overeenkomst wordt als bijlage een begeleidingsplan van de stagiair gevoegd. Het begeleidingsplan omvat ten minste de relevante informatie over de stagegever, de stagemodaliteiten en de respectievelijke verbintenissen van de stagegever, Actiris en de stagiair.

Dimona en DmfA

De stage eerste werkervaring valt niet onder de definitie van alternerende opleiding, zoals voorzien in artikel 1bis van de RSZ-wet.  De stagiairs zijn dan ook niet onderworpen aan de sociale zekerheid en de werkgever hoeft geen trimestriële aangifte (DmfA) te verrichten.

Hij moet daarentegen wel een Dimona-aangifte voor de stagiair doen, en meer bepaald een Dimona STG.

Aansprakelijkheid en welzijn

De stagegever moet de stagiair vóór de aanvang van de stage door middel van een burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering verzekeren tegen arbeidsongevallen en ongevallen op de weg van en naar het werk, alsook voor alle schade die de stagiair tijdens de uitoefening van zijn taken zou kunnen berokkenen aan derden.

Op de stagiair is dezelfde beperkte aansprakelijkheidsregeling van toepassing als op een werknemer die verbonden is door een arbeidsovereenkomst.

Tot slot zijn ook de welzijnswet van 4 augustus 1996 en de uitvoeringsmaatregelen ervan van toepassing op de relatie tussen de stagegever en de stagiair.

 


[1] Wanneer de stage slechts 3 maanden duurt, kan Actiris beslissen om hetzij de stage te hernieuwen, hetzij een nieuwe stage voor te stellen en dit voor een nieuwe periode van 3 maanden. De totale duur mag de 6 maanden niet overschrijden.

 

Op welke vergoedingen kan de stagiair aanspraak maken?

Stage-uitkering

De stagiair ontvangt een stage-uitkering van 26,82 euro per dag.  Die uitkering wordt maandelijks gestort door Actiris[1]. Hiertoe moet de stagiair bij Actiris een bewijs van aanwezigheid op de stage indienen, dat door de stagegever is ondertekend.

De stage-uitkering wordt niet toegekend voor de dagen waarop de stagiair (ongewettigd) afwezig is.

Uitsluiting

De stagiair zal geen stage-uitkering ontvangen wanneer hij werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt[2].

Hij kan evenwel een toeslag bovenop de bedoelde uitkeringen ontvangen die gelijk is aan het verschil tussen het dagbedrag van de stage-uitkering en de bedoelde uitkering, indien deze laatste lager is.

Stagevergoeding

De stagegever moet aan de stagiair, bovenop de stage-uitkering, een stagevergoeding van 200 euro per maand betalen. 

Voor de dagen waarop de stagiair ongewettigd afwezig is, is geen stagevergoeding verschuldigd.  In dat geval wordt het bedrag dus geproratiseerd.

Bijvoorbeeld, bij ziekte:

Opmerking: Hoewel de wetgeving het enkel over een pro rata heeft in geval van ongewettigde afwezigheid, geeft Actiris mee dat om de maandelijkse uitkering te berekenen, de werkgever het aantal uren van effectieve aanwezigheid in de betrokken maand met 200 moet vermenigvuldigen en vervolgens het resultaat delen door het theoretische aantal uren in diezelfde maand.  Ook in geval van gewettigde afwezigheid mag dus een pro rata gebeuren.

De stagevergoeding is niet onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen, maar er is wel bedrijfsvoorheffing van 11,11% op verschuldigd (vergoedingen verkregen als volledige of gedeeltelijke schadeloosstelling van een tijdelijke derving van bezoldigingen).

Verplaatsingskosten

De stagiair heeft ook recht op een terugbetaling van zijn verplaatsingskosten.

 


[1] De uitbetaling van de stage-uitkering door Actiris betreft een tijdelijke oplossing, in afwachting van de nodige wetswijzingen die het mogelijk moeten maken dat de uitbetalingsinstellingen deze taak voor het Brussels Gewest mogen uitvoeren.

[2] Of kan ontvangen, omdat hij de voorwaarden daartoe vervult. In dat geval moet hij deze uitkeringen aanvragen.

[3] Deze ziekteperiode zal echter niet op dezelfde manier behandeld worden als bij gewone werknemers (werknemers ontvangen een gewaarborgd loon, en nadien vallen ze ten laste van hun ziekenfonds). De werkgever neemt de stagiair ten laste. Na 2 weken kunnen de werkgever en de stagiair overeenkomen om de stage te schorsen en deze met de schorsingsperiode te verlengen.  De schorsingsperiode wordt niet betaald, want de prestaties worden uitgesteld.

 

Hoe wordt een stageaanvraag ingediend?

De werkgever moet een First Stage aanvragen door het formulier 'Begeleidingsplan van de stagiair' in te vullen en op te sturen naar first@actiris.be of naar zijn werkgeversconsulent bij Actiris.

 

Wat gebeurt er na afloop van de stage?

Op het einde van de stage objectiveert de stagegever samen met de stagiair de verworvenheden van deze laatste en vult hij de evaluatiefiche van de stagiair in. Hij bezorgt die fiche aan Actiris en aan de stagiair.  Hij is niet verplicht om de stagiair na afloop van de stage in dienst te nemen.

Op basis van de evaluatiefiche maakt Actiris een gepersonaliseerde balans op van de stage om een zo goed mogelijke doorstroming van de jongere naar de arbeidsmarkt te verzekeren.

Wat in geval van voortijdige beëindiging van de stage?

Gevolgen voor de stagiair

Doorbetaling van de stagevergoeding

Wanneer de stage vroegtijdig beëindigd wordt en Actiris oordeelt dat de stopzetting onvoldoende gerechtvaardigd is en te wijten aan de stagegever, dan heeft de stagiair, ten laste van de stagegever, recht op de doorbetaling van zijn stagevergoeding voor de overblijvende, niet-uitgevoerde duur van de stage.

Recht op nieuwe stage

De stagiair kan aanspraak maken op een nieuwe stage als de eerste stage voortijdig beëindigd werd:

Dit recht geldt wel enkel als de resterende periode ten minste gelijk is aan 3 maanden.

Gevolgen voor de stagegever

Doorbetaling van de stagevergoeding

Wanneer de stage vroegtijdig beëindigd wordt en Actiris oordeelt dat de stopzetting onvoldoende gerechtvaardigd is en te wijten aan de stagegever, dan moet de stagegever aan de stagiair de vergoeding betalen die verschuldigd is voor de overblijvende, niet-uitgevoerde duur van de stage, op voltijdse basis.

Geen nieuwe stages

Wanneer de voortijdig stopzetting van een stage uitsluitend aan de stagegever te wijten is, kan aan laatstgenoemde het recht worden ontzegd om stagiairs te onthalen voor een duur van minstens 1, en hoogstens 5 jaar.

Wat zijn de toepasselijke sancties?

Wanneer de stagegever de wettelijke bepalingen of de bepalingen opgenomen in de stageovereenkomst of het begeleidingsplan niet naleeft, kan hem het recht worden ontzegd om stagiairs te onthalen voor een duur van minstens 1, en hoogstens 5 jaar.  Actiris kan eveneens beslissen alle stagiairs die nog door die stagegever begeleid zouden worden, op het moment van deze beslissing onmiddellijk op de stageplaats weg te halen.

Deze regel geldt ook in geval van voortijdige beëindiging van de stage door de stagegever.  In dat geval zal hij er ook toe gehouden zijn de stagevergoeding door te betalen (zie vorige vraag). 

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?

Werkzoekenden > Brussel > Individuele beroepsopleiding (IBO) in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Lees eerst even dit…

Wat is een IBO?

De individuele beroepsopleiding (IBO) is een stage die een werkzoekende in een onderneming verricht. Hierdoor kunnen zij praktijkervaring opdoen en de nodige kwalificaties bereiken om een specifieke beroepsactiviteit bij de werkgever te kunnen uitoefenen. Bovendien beschikken de ondernemingen via de IBO naderhand over een arbeidskracht die aan hun behoeften aangepast is.

Tijdens de IBO is de werkgever enkel een productiviteitspremie aan de stagiair verschuldigd, waarop bovendien geen socialezekerheidsbijdragen (noch patronale, noch persoonlijke) verschuldigd zijn.

De werkgever verbindt zich er daarnaast toe om de stagiair, na het einde van de opleiding, aan te nemen met een gewone arbeidsovereenkomst en hem minstens even lang in dienst te houden als de duurtijd van de IBO.

Belangrijk om weten: deze overeenkomst valt niet onder het toepassingsgebied van de nieuwe definitie van de leerling en de alternerende opleiding die op 1 juli 2015 in werking is getreden.

Welke regels zijn van toepassing?

Voor de individuele beroepsopleiding in Brussel werkt Actiris samen met de VDAB. De regels zijn dan ook dezelfde als diegene die in Vlaanderen van toepassing zijn.  Voor een volledige uitleg over deze opleidingsovereenkomst verwijzen we u dan ook naar onze fiche “Individuele beroepsopleiding in het Vlaams Gewest”.

Enige kanttekening die we hierbij maken, is dat de werkgever zijn exploitatiezetel uiteraard in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest moet hebben en dat de kandidaat-stagiair ingeschreven moet zijn bij Actiris om in aanmerking te komen voor de IBO.

Werkzoekenden > >

Werkzoekenden > Vlaanderen > De werkervaringsstage

Lees eerst even dit…

Om de tewerkstelling van werkzoekenden te bevorderen, heeft de Vlaamse regering sinds 1 januari 2017 een nieuwe manier van werkplekleren onder de vorm van een stage in het leven geroepen, namelijk de werkervaringsstage (WES). De werkervaringsstage vult als werkplekleerinstrument op die manier een leemte in, in het bestaande aanbod van werkplekleren dat door VDAB ingezet kan worden voor de activering en de competentieversterking van werkzoekenden.

De werkervaringsstage is bedoeld voor werkzoekenden voor wie de afstand tot de arbeidsmarkt vooral te wijten is aan een gebrek aan (relevante) werkervaring en een gebrek aan generieke competenties (soft skills of arbeidsattitudes). Na deze stage is de werkgever niet verplicht om de werkzoekende in dienst te nemen.

Gezien de doelgroep en de doelstelling van de werkervaringsstage is deze werkplekleervorm ook één van de belangrijkste om in te zetten in het kader van het traject Tijdelijke werkervaring (TWE). Hierbij kan ervaring worden opgedaan op de reële werkvloer zonder dat de werkgever verplicht is om nadien de werkzoekende in dienst te nemen. Indien de WES deel uitmaakt van een traject tijdelijke werkervaring, zal een partnerorganisatie van de VDAB een aantal taken en beoordelingen op zich nemen. De VDAB komt dan wel nog tussen om de overeenkomst mee te ondertekenen en op die manier een geldige WES te sluiten.

Wat is een werkervaringsstage?

De werkervaringsstage is bedoeld om werkzoekenden op een reële werkvloer generieke competenties te laten opbouwen die van elke werknemer verwacht worden, los van de functie van de werknemer, en om de werkzoekende werkervaring te laten opdoen, zodat een eerste stap naar (her)intrede op de arbeidsmarkt gezet kan worden.

Na deze stage is de werkgever niet verplicht om de werkzoekende in dienst te nemen.

Wie kan stagegever zijn?

In principe komt iedere werkgever uit de private, publieke en non-profit sector in aanmerking om werkgever/stagebedrijf bij een werkervaringsstage te zijn. De werkgever biedt de nodige ondersteuning op de werkvloer aan de werkzoekende tijdens de werkervaringsstage.

Het bedrijf kan optreden als stagebedrijf voor een werkervaringsstage, indien:

Wie kan stagiair zijn?

Het gaat om elke werkzoekende die aan de volgende voorwaarden voldoet:

De VDAB beslist of een werkervaringsstage aangevat en/of verlengd mag worden.

 

Hoe gaat de werkervaringsstage van start?

De stageovereenkomst

Een overeenkomst tussen de VDAB, de werkgever en de stagiair formaliseert deze stage. De VDAB bepaalt het model van overeenkomst.

De werkervaringsstage bedraagt maximaal 6 maanden[1]. Tijdens de duur van de werkervaringsstage zal de VDAB de werkzoekende regelmatig opvolgen.

Het opleidingsplan

Bij de stageovereenkomst wordt een opleidingsplan gevoegd, dat aangeeft welke competenties aangeleerd moeten worden en op welke wijze dit zal gebeuren.

Dimona-aangifte

De VDAB moet een Dimona-aangifte STG voor de stagiair doen.

Aangezien het hier gaat om een vorm van tewerkstelling waarvoor de werkgever geen loon of vergoeding moet betalen, dient er geen DmfA-aangifte te gebeuren.

 


[1] Het is de VDAB die bepaalt hoe lang de stage zal duren.

 

Welke arbeidsduur moet de stagiair naleven?

De WES bedraagt ten minste 20 uur per week en maximum 40 uren per week.

Elk arbeidsregime (ploegen, nacht,…) is toegestaan op voorwaarde dat er begeleiding is voor de stagiair.

Tijdens de werkervaringsstage mogen er bovendien geen overuren gepresteerd worden. Een uitzondering is de horeca, waar tot 9 uren per dag gepresteerd mogen worden. Deze overuren dienen echter wel in dezelfde week gecompenseerd te worden zodat de 40 uren per week niet overschreden worden.

Wat bij ongevallen of schade tijdens de werkervaringsstage?

De stagiair is verzekerd tegen ongevallen die zich tijdens de opleiding, de stage of op de weg van en naar de opleidingsplaats of stageplaats voordoen. De VDAB verzekert de werkzoekende tegen ongevallen van en naar de stageplaats. De verzekering verleent dezelfde waarborgen als de arbeidsongevallenverzekering.

Het stagebedrijf zorgt voor de verzekering burgerlijke aansprakelijkheid. Op de stagiair is immers dezelfde beperkte aansprakelijkheidsregeling van toepassing als op een werknemer die verbonden is door een arbeidsovereenkomst. Hij is dus enkel aansprakelijk voor zijn bedrog, zware fout en herhaalde lichte fout.

Hoeveel bedraagt de vergoeding ten laste van de VDAB?

Stagevergoeding

De stagiair ontvangt een maandelijkse forfaitaire stagevergoeding van 200 euro ten laste van de VDAB. Deze vergoeding wordt naar verhouding verminderd voor maanden waarin de stagiair geen volledige prestaties heeft geleverd.

Op deze vergoeding zijn geen sociale bijdragen verschuldigd.  Er wordt wel een bedrijfsvoorheffing van 11,11% op afgehouden.

Kostenvergoedingen

De niet-werkende werkzoekende of de verplicht ingeschreven werkzoekende die een werkervaringsstage volgt, heeft, indien aan de voorwaarden voldaan is[1], bovendien recht op enkele kostenvergoedingen:

 


[1] Zie artikel 6§2 van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009.

Wanneer wordt een werkervaringsstage verlengd, geschorst of gestopt?

De VDAB beslist over de verlenging of de voortijdige beëindiging van de werkervaringsstage.

De WES wordt geschorst gedurende de periodes van ziekte en moederschapsverlof, ongeval of overmacht.  Voor de periodes van schorsing heeft de stagiair geen recht op zijn stagevergoeding.

De WES wordt gestopt indien:

  • de periode van schorsing zo lang duurt dat de re-integratie van de werkzoekende niet zonder moeilijkheden kan verlopen;
  • de stagiair of de werkgever zijn contractuele verplichtingen niet langer nakomt en de VDAB vaststelt dat de verdere uitvoering van de werkervaringsstage onmogelijk is geworden.

Aan welke voorwaarden moet de werkervaringsstage voldoen in het kader van een traject tijdelijke werkervaring?

Binnen een traject van tijdelijke werkervaring (TWE) kunnen verschillende werkplekleerinstrumenten gebruikt worden voor de werkzoekende. Eén van die werkplekleerinstrumenten kan de WES zijn.

Wanneer een werkervaringsstage in het kader van een TWE gebruikt wordt, moet deze stage aan de volgende voorwaarden voldoen[1]:

  • de werkzoekende heeft een grote, maar overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt;
  • de werkzoekende beschikt over voldoende leerpotentieel om baat te hebben bij een werkervaring;
  • een werkervaringsstage op een werkplek in de sociale economie is alleen mogelijk in de eerste twaalf maanden van het traject tijdelijke werkervaring;
  • de werkervaringsstage op een werkplek in de sociale economie mag de gecumuleerde duur van twaalf maanden niet overschrijden;
  • verschillende werkervaringsstages zijn alleen mogelijk op duidelijk verschillende werkplekken of bij duidelijk verschillende functies.

 


[1] Artikel 17 van het uitvoeringsbesluit tijdelijke werkervaring van 23 december 2016.

Overzichtstabel

 

Voorwaarden
stagiair

  • voldoende leerpotentieel om de afstand tot het normale economische circuit te overbruggen
  • gebrek aan competenties en werkervaring

Stageovereenkomst

  • ondertekend door: VDAB, stagegever en stagiair
  • maximumduur: 6 maanden
  • halftijds of voltijds: minstens 20 uur per week

Opleidingsvergoeding

  • maandelijkse vergoeding van 200 euro niet onderworpen aan sociale bijdragen maar wel een bedrijfsvoorheffing van 11,11%
  • verplaatsingskosten, maaltijdvergoeding en kinderopvang

Verplichtingen
werkgever

  • Ondersteuning van de werkzoekende
  • Verzekering burgerlijke aansprakelijkheid

Dimona

VDAB doet Dimona type STG

Schorsingen van
de overeenkomst

Elke niet-gepresteerde dag = niet betaald

Verbreking van
de overeenkomst

De VDAB beslist over de verlenging of de voortijdige beëindiging van de werkervaringsstage.

De WES wordt gestopt indien:

  • de periode van schorsing zo lang duurt dat de re-integratie van de werkzoekende niet zonder moeilijkheden kan verlopen;
  • de stagiair of de werkgever zijn contractuele verplichtingen niet langer nakomt en de VDAB vaststelt dat de verdere uitvoering van de werkervaringsstage onmogelijk is geworden

 

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?

Besluit van 23 december 2016 van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, wat betreft de werkervaringsstage, Belgisch Staatsblad van 3 februari 2017

Besluit van 23 december 2016 van de Vlaamse regering betreffende de tijdelijke werkervaring, Belgisch Staatsblad van 9 februari 2017

Werkzoekenden > Vlaanderen > Individuele beroepsopleiding in het Vlaamse Gewest

Wat is een individuele beroepsopleiding?

De individuele beroepsopleiding (IBO), die enkel in het Vlaamse Gewest van toepassing is, heeft als doel werkzoekenden, begunstigden van OCMW-uitkeringen of jonge schoolverlaters in te schakelen op de arbeidsmarkt via een beroepsopleiding in de onderneming. Hierdoor kunnen zij praktijkervaring opdoen en de nodige kwalificaties bereiken om een specifieke beroepsactiviteit bij de werkgever te kunnen uitoefenen. Bovendien beschikken de ondernemingen via de IBO naderhand over een arbeidskracht die aan hun behoeften aangepast is.

De werkgever verbindt zich er bovendien toe de stagiair, na het einde van de opleiding, aan te nemen met een gewone arbeidsovereenkomst

Deze beroepsopleiding bestaat eveneens in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waalse Gewest

Naast de gewone IBO bestaan er een bijzondere vorm van IBO, namelijk de IBO voor kwetsbare werkzoekenden, of K-IBO. U vindt meer informatie over deze specifieke overeenkomst op het einde van deze fiche.

Deze overeenkomst valt niet onder het toepassingsgebied van de nieuwe definitie van de leerling en de alternerende opleiding die op 1 juli 2015 in werking is getreden.

 

Welke werkgevers en werknemers komen in aanmerking voor een IBO?

Werkgevers

Alle werkgevers uit de private sector, de openbare sector en de vzw's komen in aanmerking voor een IBO. De exploitatiezetel van deze werkgevers moet wel in Vlaanderen gelegen zijn.

Werknemers

Om een stagiair met een IBO aan te werven, moet deze aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • hij moet ingeschreven zijn als niet-werkende werkzoekende bij de VDAB;
  • hij mag z'n vorige job niet hebben opgezegd om met een IBO te starten;
  • hij mag nog niet eerder voor de werkgever gewerkt hebben (tenzij een korte periode als uitzendkracht (maximum 4 werkweken);
  • hij moet, indien het gaat om een buitenlandse stagiair, in het bezit zijn van een geldige verblijfsvergunning en arbeidskaart.

 

Welke voordelen worden tijdens de opleiding toegekend aan de stagiair?

IBO-premie ten laste van de VDAB

Een stagiair die een individuele beroepsopleiding volgt, ontvangt een IBO-premie van de VDAB, en dus geen premie meer van de onderneming. Het bedrag van de premie is afhankelijk van het vervangingsinkomen dat de stagiair ontvangt.

De IBO-premie bedraagt:

  • 20% van het GGMMI bij een vervangingsinkomen van minstens 38,5 euro per dag;
  • 40% van het GGMMI bij een vervangingsinkomen van minstens 25,66 euro per dag en maximaal 38,49 euro per dag;
  • 60% van het GGMMI bij een vervangingsinkomen van maximaal 25,66 euro per dag;
  • 80% van het GGMMI als de stagiair geen inkomen heeft. 

Als de stagiair een deeltijdse IBO volgt, wordt de IBO-premie berekend volgens de tewerkstellingsbreuk. 

Andere vergoedingen ten laste van de VDAB

Verplaatsingsvergoeding

De stagiair heeft recht op een verplaatsingsvergoeding. De stagiair krijgt ofwel een gratis abonnement van De Lijn ofwel een kilometervergoeding.

Deze verplaatsingsvergoeding is van toepassing op de verplaatsingen heen en terug tussen de verblijfplaats en de opleidingsplaats van de stagiair. De kilometervergoeding is een forfaitaire vergoeding die 0,15 euro per kilometer bedraagt.

Als de stagiair zich evenwel met een andere openbare vervoersmaatschappij dan met De Lijn verplaatst en de forfaitaire verplaatsingsvergoeding de abonnementskosten niet dekt, betaalt de VDAB de effectieve abonnementskosten. De stagiair moet dan wel zelf eerst zijn abonnement betalen.

Indien de stagiair zich ver moet verplaatsen, heeft hij recht op een forfaitaire vergoeding van 50 euro per aanwezige dag. Een verre verplaatsing is een verplaatsing waarbij de stagiair voor de enkele afstand een verplaatsingstijd heeft van meer dan 2 uur. Als de afstand tussen de verblijfplaats en de opleidingsplaats meer dan 100 kilometer is, is er eveneens sprake van een verre verplaatsing.

Vergoeding voor de kinderopvang

Als een stagiair tijdens de IBO kinderopvang moet betalen, voorziet de VDAB in de volgende tussenkomst in de kosten van de opvang:

  • Voor baby’s en peuters bij een erkende opvang: volledige terugbetaling van de kosten (luiers en voeding worden evenwel niet terugbetaald);
  • Voor schoolgaande kinderen tot 12 jaar: volledige terugbetaling van de opvangkosten bij een erkende opvang voor schooldagen (de kosten voor eventuele koekjes, dranken, extra activiteiten,… worden niet terugbetaald);
  • Voor schoolgaande kinderen tot 12 jaar: Terugbetaling van de opvangkosten tot maximaal 14,37 euro per dag tijdens schoolvrije dagen. 

Werkloosheidsuitkering, inschakelingsuitkering of leefloon

De stagiair behoudt tijdens de IBO zijn statuut van werkzoekende, OCMW-uitkeringsgerechtigde of jonge schoolverlater en blijft verder zijn werkloosheidsuitkeringen, inschakelingsuitkeringen of leefloon ontvangen indien hij daar voordien al recht op had.

 

Welke vergoeding moet de onderneming waar de stagiair de opleiding volgt betalen?

De onderneming waar de stagiair de IBO volgt, moet geen vergoeding betalen aan de stagiair zelf. De onderneming moet wel een maandelijkse kostprijs betalen aan de VDAB.

Deze kostprijs bedraagt:

  • 650 euro als de loonschaal minder dan 1.734 euro bedraagt;
  • 800 euro als de loonschaal tussen de 1.735 en de 2.040 euro bedraagt;
  • 1000 euro als de loonschaal tussen de 2.041 en de 2.346 euro bedraagt;
  • 1200 euro als de loonschaal tussen de 2.347 en de 2.652 euro bedraagt;
  • 1400 euro als de loonschaal meer dan 2.653 euro bedraagt.

Als de stagiair een deeltijdse IBO volgt, wordt de kostprijs berekend volgens de tewerkstellingsbreuk. Bij langdurige afwezigheid kan deze kostprijs pro-rata berekend worden. Als de cursist meer dan 7 opeenvolgende kalenderdagen afwezig is, wordt de kostprijs vanaf de 8ste kalenderdag pro-rata berekend.

De vermelde loonschaal is het loon dat de stagiair zal ontvangen wanneer hij na de opleiding aangeworven wordt.

 

Wat houdt de individuele beroepsopleiding in?

De overeenkomst voor beroepsopleiding

Een overeenkomst voor een individuele beroepsopleiding in de onderneming moet, voor de aanvang van de prestaties, tussen de volgende 3 partijen gesloten worden:

  • een werkgever van een commerciële onderneming, een vzw of een administratieve overheid;
  • een werkzoekende, een begunstigde van OCMW-uitkeringen of een jonge schoolverlater;
  • de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB).

 

De overeenkomst voor beroepsopleiding moet minstens de volgende bepalingen bevatten:

  • de identiteit en woonplaats van de partijen;
  • de aanvangsdatum en duur van de opleiding;
  • de omschrijving van de opleiding (opleidingsplan);
  • de verplichtingen van de partijen.

 

Deze overeenkomst, die niet als een arbeidsovereenkomst beschouwd dient te worden, kan worden gesloten voor elke opleiding die toegang geeft tot een beroep waarvoor geen arbeidskrachten beschikbaar zijn en waarvoor geen beroepsopleidingscentra van de VDAB opgericht zijn. 

Het is mogelijk om een overeenkomst voor individuele beroepsopleiding te sluiten met deeltijdse prestaties, maar deze moeten dan minstens de helft van het voltijds arbeidsregime in de onderneming bedragen. Het laten presteren van overuren is niet toegestaan.

Tijdens de opleiding krijgt de werkgever hulp van een VDAB-consulent.

Duur van de opleiding

De individuele beroepsopleiding in de onderneming duurt 1 tot 6 maanden al naargelang de opleiding.

De VDAB-consulent bepaalt hoelang de opleiding concreet duurt. Dit hangt af van het gevraagde competentieprofiel, de kennis en vaardigheden van de kandidaat en van het opleidingsplan van de werkgever.

Verlengingen van de maximumduur zijn enkel mogelijk indien de opleiding door overmacht geschorst werd, bijvoorbeeld in geval van ziekte of arbeidsongeval.

Verplichtingen van de werkgever

De werkgever is verplicht:

  • een Dimona-aangifte voor de stagiair te doen;
  • voor de start van de IBO, de stagiair een exemplaar van het arbeidsreglement te geven (en met hem de belangrijke punten ervan te overlopen);
  • een opleidingsplan op te stellen en de stagiair op te leiden zodat hij de noodzakelijke professionele vaardigheden om de bedoelde beroepsactiviteit te kunnen uitoefenen, verwerft (een eenvoudige aanpassing van de werkpost is niet voldoende);
  • de stagiair geen taken toe te vertrouwen die niet in het opleidingsplan voorzien zijn;
  • de verplichtingen van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van werknemers na te leven en op voorhand een gezondheidsevaluatie te houden;
  • de kosten van de stagiair op tijd te betalen aan de VDAB;
  • een arbeidsongevallenverzekering voor de stagiair af te sluiten;
  • elke maand aan de VDAB de prestaties van de stagiair door te geven via een online IBO-systeem waartoe hij toegang krijgt;
  • elke maand een aanwezigheidsattest (C98) in te vullen voor de stagiair (dit attest heeft hij nodig voor zijn uitbetalingsinstelling);
  • gratis het werkmateriaal dat de stagiair nodig heeft ter beschikking te stellen;
  • de nodige bijstand te verlenen voor de opvolging en de controle van het opleidingsprogramma (bijvoorbeeld door de noodzakelijke stukken te tonen);
  • de VDAB onmiddellijk op de hoogte te brengen indien er omstandigheden zijn die ertoe zouden kunnen leiden dat de VDAB een einde maakt aan het contract;
  • wanneer de stagiair zijn opleiding succesvol heeft afgerond, het document "Kennisgeving van het einde van een individuele opleiding" in te vullen en het te bezorgen aan de VDAB-consulent;
  • de stagiair bij het einde van de opleiding een attest te bezorgen waarop de verworven competenties vermeld zijn;
  • onmiddellijk na het einde van de opleiding met de stagiair een arbeidsovereenkomst te sluiten en dit onder de voor dat beroep geldende voorwaarden en in een arbeidsregime dat minstens gelijk is aan het regime tijdens de opleiding (opgelet, er dient een nieuwe DIMONA-aangifte te gebeuren voor de tewerkstelling van de stagiair na zijn IBO).

De VDAB-consulent waakt erover dat deze verplichtingen nageleefd worden.

 

Wat gebeurt er in geval van schorsing van de opleidingsovereenkomst?

Principe

Volgens de VDAB worden tijdens de opleidingsovereenkomst enkel de effectief gepresteerde dagen betaald

De stagiair zal voor de dagen van gewettigde afwezigheid wel worden vergoed door de RVA of de mutualiteit, op voorwaarde uiteraard dat de stagiair beantwoordt aan de vereiste voorwaarden.  De dagen arbeidsongeschiktheid wegens arbeidsongeval zullen ten laste vallen van de arbeidsongevallenverzekeraar van de werkgever.

De onderneming die de stagiair tewerkstelt in het kader van de IBO moet wel steeds dezelfde kostprijs betalen onafhankelijk van de aan- of afwezigheid van de stagiair.

Ziekte

Zoals hiervoor werd toegelicht, heeft de stagiair geen recht op de IBO premie als hij ziek is. De werkgever vult in het IBO-systeem de code 4 in (ziekte). 

Indien de stagiair werkloosheids- of opleidingsuitkeringen ontvangt, vult de werkgever op het aanwezigheidsattest dat aan de stagiair wordt overhandigd de code Z in op de ziektedagen.

Onwettige afwezigheid

De werkgever moet in geval van onwettige afwezigheid de VDAB-consulent onmiddellijk op de hoogte brengen. 

Via het online IBO-systeem dient de code 8 te worden ingegeven (andere afwezigheden).  Op het aanwezigheidsattest vult de werkgever de code 'O' in.

Vakantie

Lees hierover onze volgende vraag

 

Heeft de stagiair recht op vakantie tijdens de opleidingsovereenkomst?

De stagiair mag, als hij in het vakantiedienstjaar vakantiedagen heeft verworven en,  in overleg met de werkgever vakantie plannen. Als de werkgever reeds voor de start van de opleiding weet dat de stagiair vakantie wil nemen, meldt hij dit best aan de VDAB-consulent.  Deze houdt hier dan rekening mee bij het opstellen van de opleidingsovereenkomst.

De werkgever geeft voor die dagen in het online systeem van de VDAB de code 3 (verlof) in.  Hij laat deze dagen ook blanco staan in het aanwezigheidsattest dat hij maandelijks aan de stagiair overhandigt.

Indien er tijdens de IBO een collectieve sluiting wegens jaarlijkse vakantie valt, geeft de werkgever voor die dagen in het online systeem van de VDAB ook de code 3 (verlof) in.

 

Wat gebeurt er als de stagiair een arbeidsongeval heeft?

De werkgever dient onmiddellijk een aangifte te doen aan zijn verzekeraar. Via het IBO-systeem dient de code 5 te worden ingevuld. Op het aanwezigheidsattest dat maandelijks aan de stagiair wordt overhandigd dient de code X te worden ingevuld op de dagen afwezigheid wegens arbeidsongeval.

Kan de werkgever beslissen over de stopzetting van de opleidingsovereenkomst?

Neen. Enkel de VDAB kan beslissen over de stopzetting van de individuele opleidingsovereenkomst. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de stagiair langdurig ziek is en de re-integratie in de onderneming nadien teveel moeilijkheden met zich mee zou brengen of wanneer blijkt dat de stagiair niet geschikt is voor de te volgen opleiding.

Wanneer de werkgever of de stagiair een einde aan de overeenkomst wensen te maken, dienen zij hierover met de VDAB te onderhandelen. Wanneer de werkgever de opleiding zonder toestemming van de VDAB stopzet, kan de VDAB beslissen geen individuele beroepsopleidingen meer toe te staan gedurende een periode van 3 jaar, tenzij de werkgever de overeenkomst beëindigd heeft omwille van een dringende reden.

De stagiair die zich wegens een niet-gerechtvaardigde stopzetting benadeeld voelt, kan een schadevergoeding eisen. De rechtbanken oordelen in dit geval meestal dat de stagiair recht heeft op een vergoeding die gelijk is aan wat hij verdiend zou hebben indien de overeenkomst niet beëindigd geweest was.

Welke arbeidsovereenkomst moet er na de beroepsopleiding gesloten worden?

Wanneer de opleidingsovereenkomst afgelopen is, moet de werkgever met de stagiair een arbeidsovereenkomst sluiten.  Hij dient in dat contract de collectieve arbeidsovereenkomsten die in de betrokken sector gelden, na te leven.

Duur

Deze arbeidsovereenkomst moet in principe voor onbepaalde duur gesloten worden.  De  werkgever kan de stagiair echter ook een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur aanbieden.  Hij zal in dat geval wel moeten kunnen aantonen dat het sluiten van contracten van bepaalde duur in overeenstemming is met het gangbare aanwervingsbeleid van de onderneming.

De arbeidsovereenkomst moet betrekking hebben op het aangeleerde beroep en minstens dezelfde arbeidsvoorwaarden bevatten die voor het sluiten van de opleidingsovereenkomst afgesproken werden. 

Als bewijs van aanwerving dient een kopie van deze arbeidsovereenkomst naar de VDAB gezonden te worden.

Sanctie

Wanneer de werkgever na afloop van de IBO geen arbeidsovereenkomst met de stagiair sluit, kan de VDAB beslissen geen individuele beroepsopleidingen meer toe te staan gedurende een periode van 3 jaar.

De stagiair kan eventueel ook een schadevergoeding van de werkgever eisen omwille van het niet-respecteren van de aanwervingsbelofte (zie ook de vraag “Hoe kan men de arbeidsovereenkomst verbreken?”).

Welke verminderingen van de socialezekerheidsbijdragen kunnen er tijdens de arbeidsovereenkomst genoten worden?

Na het einde van de opleiding is de werkgever verplicht de stagiair in dienst te nemen met een arbeidscontract en hem een loon te betalen dat overeenstemt met het barema van het aangeleerde beroep.

Tijdens dit contract kan de werkgever in principe van verschillende tewerkstellingsmaatregelen genieten (raadpleeg hiervoor ons dossier "Tewerkstellingsmaatregelen"), daar de stagiair tijdens de opleiding zijn statuut als werkzoekende, begunstigde van OCMW-uitkeringen of jonge schoolverlater, behouden heeft.

Hoe kan men de arbeidsovereenkomst verbreken?

Tijdens de periode van gewaarborgde tewerkstelling

De werkgever mag de arbeidsovereenkomst in principe slechts beëindigen na verloop van een periode overeenstemmend met de duur van de opleiding, tenzij omwille van dringende reden. 

Wenst hij de arbeidsovereenkomst toch vroeger te verbreken, dan dient hij de normale beëindigingsregels uit de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten te respecteren.

Daarenboven kan de werknemer eventueel ook een schadevergoeding van de werkgever eisen wegens het niet-respecteren van de periode van gewaarborgde tewerkstelling. Indien het bedrag van deze schadevergoeding niet door de partijen werd overeengekomen, zal de rechter dit moeten begroten. Hetgeen hierbij vergoed moet worden, is het verlies van de kans om tijdens de periode van gewaarborgde tewerkstelling tewerkgesteld te blijven. De rechter kan hierbij rekening houden met het feit dat de schade al geheel of gedeeltelijk vergoed werd door het betalen van een opzegvergoeding.

Na de periode van gewaarborgde tewerkstelling

Nadat deze periode van ‘gewaarborgde tewerkstelling’ verstreken is, zijn de normale verbrekingsregels uit de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten van toepassing.

 

Wat houdt de IBO voor kwetsbare werkzoekenden of K-IBO in?

De  K-IBO is een specifieke IBO voor kwetsbare werkzoekenden

Wie komt in aanmerking voor de K-IBO?

Voor een gewone IBO volstaat het dat de aangeworven medewerker één dag als niet-werkende werkzoekende ingeschreven is bij de VDAB. Om een K-IBO te sluiten, moet de niet-werkende werkzoekende:

  • indien hij/zij jonger is dan 25 jaar: ten minste 12 maanden onmiddellijk voorafgaand aan de start van de K-IBO bij de VDAB ingeschreven zijn;
  • indien hij/zij 25 jaar is of ouder: ten minste 24 maanden onmiddellijk voorafgaand aan de start van de K-IBO bij de VDAB ingeschreven zijn;
  • een indicatie van arbeidshandicap hebben;

Ook personen ten laste van het RIZIV die actieve stappen naar tewerkstelling zetten, komen in aanmerking voor een K-IBO

Duur van de opleiding

De VDAB bepaalt de duur van de opleiding gegeven in het kader van deze specifieke IBO. Deze bedraagt ten minste 1 maand en ten hoogste 1 jaar

K-IBO premie

Bij een K-IBO heeft de stagiair recht op een K-IBO premie. Deze K-IBO premie bedraagt evenveel als de gewone IBO premie.

Vergoeding te betalen door de onderneming

Indien de stagiair een K-IBO volgt, is de onderneming waar hij de opleiding volgt geen maandelijks bedrag aan de VDAB verschuldigd.

Verplichtingen van de werkgever

De verplichtingen van de werkgever die een K-IBO heeft gesloten, zijn dezelfde als diegene die gelden in het kader van een gewone IBO. Zo is de werkgever onder andere verplicht om onmiddellijk na het einde van de opleiding een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur met de IBO-medewerker te sluiten.

 

Wat houdt de IBOT in?

De instapstage is een beroepsopleiding op de werkvloer, die tijdens de beroepsinschakelingstijd verstrekt wordt aan de niet-werkende werkzoekende jonger dan 25 jaar die geen diploma heeft van het secundair onderwijs.

Hiertoe wordt een instapstageovereenkomst gesloten tussen de jongere, de werkgever en de VDAB.

Wat zijn de voorwaarden?

De voorwaarden die nageleefd moeten worden om een instapstage te volgen, zijn:

    • de instapstage begint ten vroegste op de 156ste dag van de beroepsinschakelingstijd en uiterlijk op de 310de dag;
    • de instapstage is halftijds of voltijds;
    • de duur van de stage is minimaal 3 maanden;
    • de jonge niet-werkende werkzoekende mag maximaal 2 instapstages volgen, waarvan één enkele bij dezelfde werkgever.

Productiviteitspremie en stage-uitkering

De stagiair ontvangt een maandelijkse productiviteitspremie ten laste van de werkgever. De premie bedraagt 200 euro per maand. Dit bedrag wordt gehalveerd bij een deeltijdse stage. De stagiair heeft ook recht op een tegemoetkoming van de werkgever in zijn verplaatsingskosten. Hij is bovendien verzekerd tegen arbeidsongevallen.

Op de productiviteitspremie wordt een bedrijfsvoorheffing van 11,11% ingehouden (vergoedingen verkregen als volledige of gedeeltelijke schadeloosstelling van een tijdelijke derving van bezoldigingen). Er worden daarentegen geen RSZ-bijdragen op geheven.

De stagiair ontvangt ook een stage-uitkering die door de RVA wordt betaald. Deze uitkering bedraagt 26,82 euro per dag. Ze wordt gelijkgesteld met een inschakelingsuitkering en er wordt bijgevolg een bedrijfsvoorheffing van 10,09% op ingehouden.

Wat zijn de verplichtingen van de werkgever?

De verplichtingen van de werkgever zijn dezelfde als bij een gewone IBO, met als grote uitzondering dat de werkgever niet verplicht is de stagiair na afloop van de instapstage in dienst te nemen.

Kan de instapstage voortijdig beëindigd worden?

Net zoals het de VDAB is die beslist of de werkzoekende een instapstage mag volgen, is het ook de VDAB die beslist om de stage vroegtijdig stop te zetten. In dat geval moet de VDAB geen enkele vergoeding betalen aan de stagiair, noch aan de werkgever.

Als de vroegtijdige stopzetting bovendien te wijten is aan de werkgever en onvoldoende gerechtvaardigd is, moet de werkgever zijn stagiair voor de resterende duur van de stage de vergoeding van 200 euro betalen.

 

Overzichtstabel

 

Voorwaarde voor de stagiair

Geen leeftijdsvoorwaarde

Minimum 1 dag werkzoekend

Opleidingscontract ≠ arbeidscontract

  • typecontract
  • tussen werkgever, stagiair en VDAB
  • duur: min 1 maand , max. 6 maanden

Vergoeding

Ten laste van de VDAB

De werkgever betaalt de VDAB een kostprijs. Deze kostprijs is afhankelijk van het loon dat de stagiair na de beëindiging van de IBO zal ontvangen.

Behoud van de werkloosheidsuitkeringen of inschakelingsuitkeringen

Sociale en fiscale behandeling van de vergoeding

Geen socialezekerheidsbijdragen

Bedrijfsvoorheffing: 11,11%

Verplichtingen van de werkgever

  • Dimona type IVT
  • Arbeidsongevallenverzekering
  • Na de opleidingsovereenkomst: sluiten van een arbeidsovereenkomst (kan ook met een derde onderneming)

Schorsingen van het opleidingscontract

Elke niet gepresteerde dag = niet betaald

Beëindiging van het opleidingscontract

  • Beslissing van de VDAB

 

Indien onregelmatig ontslag:

  • terugbetaling tussenkomst VDAB
  • betaling loon garantieperiode

Arbeidsovereenkomst

  • AOBT (indien normaal in de onderneming) of AOOT
  • min. gedurende duur gelijk aan opleiding

 

Indien onregelmatig ontslag:

  • naleving normale ontslagregels
  • terugbetaling tussenkomst VDAB
  • eventuele schadevergoeding via rechtbank (betaling loon garantieperiode)

Functie die overeenstemt met het aangeleerde beroep

Barema van het PC

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?

Koninklijk besluit van 13 maart 2006 (opleidingsuitkeringen)

Besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009

Werkzoekenden > Vlaanderen > Tijdelijke werkervaring in Vlaanderen

Lees eerst even dit…

Het stelsel van tijdelijke werkervaring beoogt langdurige werkzoekenden terug in het normaal economisch circuit te krijgen. Dit stelsel heeft als doel werkzoekenden die door een gebrek aan (recente) werkervaring en juiste arbeidsattitudes niet onmiddellijk aan de slag kunnen.

Belangrijk is dat het decreet het nieuwe stelsel van de Tijdelijke Werkervaring (TWE) invoert met de mogelijkheid tot verschillende werkplekleerinstrumenten, waaronder de werkervaringsstage.

Wat is het traject tijdelijke werkervaring?

Het traject TWE is een competentieversterkend individueel traject dat erop gericht is werkervaring te verwerven binnen een reële arbeidsmarktomgeving. Werkzoekenden met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt, waaronder langdurig werkzoekenden, die beschikken over voldoende leervermogen en ontwikkelpotentieel kunnen instromen in dit traject.

Hoelang duurt dit traject?

De duurtijd van dit traject bedraagt in beginsel maximaal vierentwintig maanden. De regels betreffende de duurtijd, verlenging, intrekking en schorsing van het traject tijdelijke werkervaring worden in een uitvoeringsbesluit nader uitgewerkt.

Welke vergoeding ontvangt de persoon in een traject tijdelijke werkervaring?

Vergoeding door de VDAB

De financiële incentives voor de persoon in tijdelijke werkervaring alsook de eventuele vergoeding die door de werkplekaanbieder betaald moet worden, worden geregeld per instrument.

Het algemeen principe van de TWE probeert personen in tijdelijke werkervaring toenemende financiële incentives te geven naargelang de afstand tot de arbeidsmarkt kleiner wordt en probeert de vergoeding die werkplekaanbieders moeten betalen afhankelijk te maken van de productiviteitsbijdrage op de werkplek (deze kan op nul liggen in het begin van een traject).

Het beheer en het toekennen van tegemoetkomingen voor een opleiding  en stages met het oog op de inschakeling wordt aan de VDAB toegekend.

Vrijstelling van beschikbaarheid

De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen geniet, kan in aanmerking komen voor een vrijstelling van beschikbaarheid voor de duurtijd van de werkervaringsovereenkomst.

Welke werkplekleerinstrumenten kan de VDAB inzetten in het TWE?

In het kader van dit traject voor tijdelijke werkervaring kan de VDAB een limitatief aantal werkplekleerinstrumenten ter beschikking stellen die tijdens dit traject kunnen worden ingezet. Het gaat om de volgende instrumenten:

Is er sprake van een arbeidsovereenkomst?

De werkervaringsovereenkomst tussen de werkzoekende en zijn begeleider is geen arbeidsovereenkomst. Onder deze overkoepelende overeenkomst kunnen verschillende instrumenten worden ingezet en dus ook aparte overeenkomsten worden gesloten. Deze overeenkomsten vallen dan binnen het kader van de overkoepelende overeenkomst van tijdelijke werkervaring.

Opgelet! Afhankelijk van het werkplekleerinstrument kan er na afloop van de stage of opleiding een arbeidsovereenkomst volgen.  Na een individuele beroepsopleiding in de onderneming is de werkgever bijvoorbeeld verplicht om de stagiair een arbeidsovereenkomst aan te bieden.

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?

Decreet van 9 december 2016 betreffende de tijdelijke werkervaring, het regelen van stages en diverse bepalingen in het kader van de zesde staatshervorming, Belgisch Staatsblad van 17 januari 2017

Besluit van 23 december 2016 van de Vlaamse regering betreffende de tijdelijke werkervaring, Belgisch Staatsblad van 9 februari 2017