E.E.S.V. Securex Corporate
Maatschappelijke zetel: Tervurenlaan 43, 1040 Brussel
Ondernemingsnummer: BTW BE 0877.510.104 - RPR Brussel

Loon

Sport- en cultuurcheques

Lees eerst even dit…

Sport- en cultuurcheques zijn een alternatieve loonsvorm die het een werkgever/ onderneming mogelijk maakt zijn werknemers of bedrijfsleiders op een fiscaal en parafiscaal vriendelijke wijze te verlonen.

In deze fiche bespreken we in hoofdzaak de voorwaarden waaronder sport- en cultuurcheques niet als loon beschouwd worden en dus vrijgesteld zijn van socialezekerheidsbijdragen en belasting.

Moeten de sport- en cultuurcheques als loon worden beschouwd?

Principe

In principe vormen de sport- en cultuurcheques loon dat onderworpen is aan socialezekerheidsbijdragen en aan belasting.  Enkel de cheques die aan een aantal strikte voorwaarden voldoen, ontsnappen aan het begrip loon en bijgevolg ook aan de (patronale en persoonlijke) socialezekerheidsbijdragen en aan de belasting.

Alle voorwaarden die wij hierna bespreken, gelden zowel op het sociale als op het fiscale vlak.

Algemene voorwaarden

Opdat zij niet als loon aangemerkt zouden worden, moeten de sport- en cultuurcheques tegelijkertijd aan 6 voorwaarden beantwoorden: 3 toekenningsvoorwaarden en 3 verplichte vermeldingen.

De toekenningsvoorwaarden zijn de volgende:

Daarnaast moeten de cheques uitdrukkelijk het volgende vermelden:

Deze voorwaarden worden hierna in detail besproken

Bijkomende voorwaarde: niet ter vervanging van een bestaand loon

Opgelet! Indien de sport- en cultuurcheques verleend worden ter vervanging of omzetting van bestaand loon, premies, voordelen in natura, of enig ander voordeel (ongeacht of daar socialezekerheidsbijdragen op verschuldigd zijn), beantwoorden ze steeds aan het loonbegrip. 

De sport- en cultuurcheques moeten dus steeds toegekend worden bovenop de normale bezoldiging die de werknemer reeds krijgt op het moment van de toekenning van de cheques.

Wat zijn de toekenningsvoorwaarden?

Toekenning via collectieve arbeidsovereenkomst of schriftelijke individuele overeenkomst

Sport- en cultuurcheques moeten toegekend worden via een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) op sectoraal of op ondernemingsniveau.

In de ondernemingen waar geen ondernemings-cao gesloten kan worden bij gebrek aan een syndicale afvaardiging of wanneer het gaat om een personeelscategorie waarvoor het sluiten van een collectieve arbeidsovereenkomst niet de gewoonte is[1], dan mag de toekenning van de sport- en cultuurcheques geregeld worden door een individuele overeenkomst. Deze overeenkomst moet schriftelijk opgemaakt zijn voor elke werknemer afzonderlijk (arbeidsovereenkomst of bijlage bij de overeenkomst).

Opgelet! Een dergelijke individuele overeenkomst moet ofwel voor alle werknemers ofwel voor bepaalde (objectieve) categorieën van werknemers opgemaakt worden. Het is dus niet toegelaten om enkel aan bepaalde willekeurige werknemers sport- en cultuurcheques toe te kennen.

Opmerking: De uitreiking van sport- en cutuurcheques mag dus niet voortvloeien uit een mondeling akkoord of uit een praktijk die de werknemer stilzwijgend aanvaard heeft. Een loutere vermelding in het arbeidsreglement volstaat evenmin.

Maximumbedrag

Een werkgever mag per werknemer en per jaar maximum 100 euro aan sport- en cultuurcheques toekennen. Het toegekende bedrag mag wel over verschillende cheques gespreid worden.

Indien het maximumbedrag overschreden wordt, is het volledige bedrag onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen en belastingen.

Opmerking: Het maximumbedrag wordt per werkgever bekeken. Indien een werknemer bij twee werkgevers werkt en bij elk van die werkgevers sport- en cultuurcheques krijgt ter waarde van 100 euro, zal het feit dat hij in totaal voor 200 euro aan sport- en cultuurcheques heeft gekregen, er niet toe leiden dat dit bedrag als loon beschouwd zal worden, aangezien elke werkgever afzonderlijk zich aan het maximumbedrag gehouden heeft.

Geen omruiling in geld

De wet bepaalt uitdrukkelijk dat de sport- en cultuurcheques noch geheel noch gedeeltelijk in geld omgeruild mogen worden.


[1] Zoals het kaderpersoneel bijvoorbeeld.

Wat zijn de verplichte vermeldingen?

Uitreiking op naam

De sport- en cultuurcheques moeten op naam van de werknemer worden uitgereikt.

Deze voorwaarde wordt geacht vervuld te zijn als de toekenning van de sport- en cultuurcheques en de daarop betrekking hebbende gegevens (aantal cheques en bedrag van de cheques) op de individuele rekening van de werknemer voorkomen, overeenkomstig de reglementering betreffende het bijhouden van de sociale documenten.

Beperking van de geldigheidsduur

De sport- en cultuurcheques moeten duidelijk vermelden dat hun geldigheidsduur beperkt is tot 15 maanden, en meer bepaald van 1 juli van het jaar van toekenning tot 30 september van het volgende jaar.

Deze geldigheidsperiode vloeit voor uit de periodes voor vernieuwing van de meeste sport- en cultuurabonnementen.

Enkel inwisselbaar bij erkende instellingen

De sport- en cultuurcheques moeten uitdrukkelijk vermelden dat ze enkel ingewisseld mogen worden bij erkende, goedgekeurde of gesubsidieerde cultuuroperatoren (musea, theaters,…) of bij sportorganisaties die aangesloten zijn bij een erkende federatie of een van de 4 nationale federaties (boksen, voetbal, hockey en golf).

De bevoegde autoriteiten kunnen een lijst opstellen van de operatoren en deze aan de uitgevers van de cheques overmaken.

Hoe worden de sport- en cultuurcheques op sociaal en fiscaal vlak behandeld?

De sport- en cultuurcheques die aan de toekenningsvoorwaarden voldoen en de verplichte vermeldingen bevatten, worden niet als loon beschouwd en zijn bijgevolg vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen en van belastingen. Er moet dan ook geen bedrijfsvoorheffing op ingehouden worden.

LINK naar de betreffende vragen in deze fiche

Aangezien de sport- en cultuurcheques fiscaal gezien als een sociaal voordeel beschouwd worden, zijn ze niet aftrekbaar in hoofde van de werkgever[1].

Sanctie

De sport- en cultuurcheques die niet aan de voorwaarden voldoen of waarop de verplichte vermeldingen ontbreken, worden als loon beschouwd en zullen als dusdanig onderworpen zijn aan de sociale zekerheid en de belastingen. In dat geval moet er dan ook bedrijfsvoorheffing op ingehouden worden.


[1] Artikel 53, 14° van het WIB 92.

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?

Artikel 19ter § 2 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 betreffende de sociale zekerheid voor werknemers

Artikel 38 §1 25° en artikel 38/1 §3 WIB

Omzendbrief n° Ci.RH.242/579.489 (AFER 29/2009) van 2 juni 2009