E.E.S.V. Securex Corporate
Maatschappelijke zetel: Tervurenlaan 43, 1040 Brussel
Ondernemingsnummer: BTW BE 0877.510.104 - RPR Brussel

Contracten/Clausules

Gelegenheidsarbeiders in de landbouw- en tuinbouwsector

Lees eerst even dit…

De regeling van de gelegenheidsarbeid in de land- en tuinbouwsector is een gunstregime voor de tewerkstelling van gelegenheidsarbeiders: de bijdragen die voor de gelegenheidsarbeiders verschuldigd zijn, worden immers niet berekend op basis van het werkelijke loon, maar op basis van een forfaitair dagloon, en dit gedurende een bepaald aantal arbeidsdagen.

Wat is een gelegenheidsarbeider in de landbouwsector?

Principe

Als gelegenheidsarbeider wordt beschouwd:

Opmerking

Als de gelegenheidsarbeider zowel in de tuinbouw- als in de landbouwsector tewerkgesteld is, is het maximum vastgesteld op 65 dagen per kalenderjaar in de 2 sectoren. Hetzelfde geldt voor gelegenheidsarbeiders in de landbouw die parallel hiermee een gelegenheidsactiviteit uitoefenen in de horecasector (PC nr. 302). Werknemers die hun 65 dagen al opgebruikt hebben, kunnen echter nog 35 extra dagen worden tewerkgesteld als gelegenheidsarbeiders in de witloofteelt.

Een handarbeider die ressorteert onder het paritair comité voor de uitzendarbeid (PC nr. 322) kan ook als gelegenheidsarbeider worden beschouwd als hij is tewerkgesteld bij een gebruiker die ressorteert onder het paritair comité voor de landbouw, en dit onder de hierboven vermelde voorwaarden.

Uitzondering

Een werknemer die in de loop van de 180 voorafgaande dagen in een andere hoedanigheid dan als gelegenheidsarbeider in de landbouw- of tuinbouwsector heeft gewerkt, kan niet als een gelegenheidsarbeider worden beschouwd.

Wat is een gelegenheidsarbeider in de tuinbouwsector?

Principe

Als gelegenheidsarbeider wordt beschouwd:

Opmerkingen

Als de gelegenheidsarbeider zowel in de tuinbouw- als in de landbouwsector tewerkgesteld is, is het maximum vastgesteld op 65 dagen per kalenderjaar in de 2 sectoren. Hetzelfde geldt voor gelegenheidwerkers  in de tuinbouw die parallel hiermee een gelegenheidsactiviteit uitoefenen in de horecasector (PC nr. 302). Werknemers die hun 65 dagen al opgebruikt hebben, kunnen echter nog 35 bijkomende dagen worden tewerkgesteld als gelegenheidsarbeiders in de witloofteelt.

Een handarbeider die ressorteert onder het paritair comité voor de uitzendarbeid (PC nr. 322) kan ook als gelegenheidsarbeider worden beschouwd als hij is tewerkgesteld bij een gebruiker die ressorteert onder het paritair comité voor het tuinbouwbedrijf, en dit onder de hierboven vermelde voorwaarden.

Uitzondering

Een werknemer die in de loop van de 180 voorafgaande dagen in een andere hoedanigheid dan als gelegenheidsarbeider in de landbouw- of tuinbouwsector heeft gewerkt, kan niet als een gelegenheidsarbeider worden beschouwd. 

Wat is een gelegenheidsarbeider in de witloofsector?

Principe

Een gelegenheidsarbeider in de witloofsector is:

Opmerking

De gelegenheidsarbeider mag in deze sector alleen gedurende de 35 extra dagen worden tewerkgesteld als aan bepaalde voorwaarden is voldaan  (bewijs van de omzet en naleving van de algemene voorwaarden - zie verder).

Het aantal bijkomende dagen (100 - 65 = 35 dagen) mag alleen worden gebruikt voor de witloofteelt, zelfs als de werkgever nog andere activiteiten heeft.

Als de gelegenheidsarbeider ook tewerkgesteld is in de landbouw- en tuinbouwsector, mag hij slechts 65 dagen per kalenderjaar worden tewerkgesteld, tenzij de tewerkstelling als gelegenheidsarbeider vanaf de 66ste dag uitsluitend in de witloofsector wordt uitgeoefend.

Werknemers die in de witloofteelt tewerkgesteld zijn, mogen tijdens de 35 laatste dagen (van de 100 dagen) niet als gelegenheidsarbeiders in de hoedanigheid van uitzendarbeiders worden tewerkgesteld.

Uitzondering

Een werknemer die in de loop van de 180 voorafgaande dagen in een andere hoedanigheid dan als gelegenheidsarbeider in de landbouw- of tuinbouwsector heeft gewerkt, kan niet als een gelegenheidsarbeider worden beschouwd.

Voorwaarden

Bewijs van 75% van de omzet door witloofteelt

In een eerste fase moet een werkgever die de voordelen wenst te genieten die aan gelegenheidswerknemers in de witloofsector worden toegekend, aan de identificatiedienst van de RSZ een verklaring op erewoord sturen waarin hij bevestigt dat de voorwaarde dat 3/4 van de omzet gerealiseerd wordt door de witloofteelt, vervuld is. Hij moet daarbij de volgende documenten voegen:

Een kopie van de verklaring op eer en de bijlagen moet naar de voorzitter van het paritair comité van het tuinbouwbedrijf gestuurd worden.

Vervolgens moet de werkgever aan de voorzitter van het paritair comité van het tuinbouwbedrijf de volgende documenten versturen:

Opgelet! Aangezien de landbouwtelling werd afgeschaft, wachten we nog op enkele verduidelijkingen over de nieuwe modaliteiten die zullen worden ingevoerd om dit bewijs te vervangen.

Naleving van de algemene voorwaarden

De werkgevers moeten ook de algemene voorwaarden naleven om in aanmerking te komen voor de afwijkende regelingen inzake socialezekerheidsbijdragen.

Deze algemene voorwaarden moeten zware inbreuken, gepleegd door werkgever beteugelen. Laatstgenoemde zal het voordeel van het gunstregime verliezen, als hij in één van de 8 hierna vermelde situaties verkeert:

 


[1] Als de omzet onder de grens van 75% daalt, worden de extra dagen opnieuw als gewone werkdagen beschouwd.

[2] Zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 2 april 2001 betreffende de organisatie van een jaarlijkse landbouwtelling.

Wat is een gelegenheidsarbeider in de sector van de champignonteelt?

Principe

Een gelegenheidsarbeider in de sector van de champignonteelt is:

Opmerkingen

Een handarbeider die ressorteert onder het paritair comité voor de uitzendarbeid (PC nr. 322) kan ook als gelegenheidsarbeider worden beschouwd als hij is tewerkgesteld bij een werkgever die ressorteert onder het paritair comité voor het tuinbouwbedrijf. In de sector van de champignonteelt mogen uitzendkrachten tijdens de laatste 35 dagen (van de 100 dagen) echter niet als gelegenheidsarbeiders worden tewerkgesteld.

Er is geen cumul voorzien bij overschrijding van de eerste 65 dagen met een andere vorm van gelegenheidsarbeid in de land- of tuinbouw. Dit wil dus zeggen dat enkel gebruik kan gemaakt worden van de extra 35 dagen als de gelegenheidswerknemer de 65 dagen daarvoor ook in de champignonteelt actief was.

Voorwaarden

De tewerkstelling tijdens 35 extra dagen per gelegenheidsarbeider (met uitzondering van uitzendkrachten) en per kalenderjaar is alleen mogelijk als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

1° de werkgever verbindt zich ertoe het werk in zijn onderneming uit te voeren met eigen personeel dat is ingeschreven en aangegeven bij de RSZ, en in het kader van het paritair comité voor het tuinbouwbedrijf;

2° de werkgever mag die 35 extra dagen enkel voor de champignonteelt gebruiken, zelfs indien hij andere activiteiten heeft, en mag de werknemer niet inzetten voor aanpassingen of herstellingen aan de infrastructuur van de onderneming;

3° de werkgever toont ieder jaar een tewerkstellingsvolume aan, uitgedrukt in voltijdse equivalenten, dat minstens gelijk is aan het gemiddelde van de vier DMFA’s die bij de RSZ werden ingediend voor het kalenderjaar 2011;

4° het paritair comité voor het tuinbouwbedrijf bekijkt jaarlijks of voldaan is aan de voorwaarden onder 1°, 2° en 3°, evenals aan het naleven van de sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten. Om na te gaan of de tewerkstellingsnorm bedoeld in 3° is nageleefd, vergelijkt het per werkgever het tewerkstellingsvolume van het afgelopen jaar met het tewerkstellingsvolume van het jaar 2011;

5° de werkgever richt een schriftelijke aanvraag aan de voorzitter van het paritair comité voor het tuinbouwbedrijf, waarbij hij de cijfergegevens bedoeld onder 3° hierboven toevoegt en een verbintenis aangaat zoals vermeld onder 1°. Voor de ondernemingen waar een overlegorgaan bestaat, zoals een ondernemingsraad, een comité voor preventie en bescherming op het werk of een vakbondsafvaardiging, moet het akkoord van de werknemersvertegenwoordiging toegevoegd worden.

Als aan diezelfde voorwaarden is voldaan, kan de werkgever zelfs gelegenheidsarbeiders tewerkstellen buiten de 130 dagen van de piekperiode.

Uitzondering

Een werknemer die in de loop van de 180 voorafgaande dagen in een andere hoedanigheid dan als gelegenheidsarbeider in de landbouw- of tuinbouwsector heeft gewerkt kan niet als een gelegenheidsarbeider worden beschouwd.

Welke bijzonderheden gelden er voor de arbeidsovereenkomst?

In afwijking van de verplichting dat een arbeidsovereenkomst voor een bepaalde tijd of voor een duidelijk omschreven werk schriftelijk moet worden vastgesteld, hebben de setoren bepaald dat er geen afzonderlijke schriftelijke arbeidsovereenkomst moet worden opgesteld voor de arbeidsprestaties van seizoens- en gelegenheidsarbeiders. Die arbeidsprestaties worden immers al vermeld op het gelegenheidsformulier [1]


[1] Collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2000 en koninklijk besluit van 11 november 2000, Belgisch Staatsblad van 3 januari 2003. Zie voor meer informatie Sectoraal/PC nr. 144/Arbeidsovereenkomsten.
Collectieve arbeidsovereenkomst van 18 april 1995 en koninklijk besluit van 10 juni 1996, Belgisch Staatsblad van 23 augustus 1996. Zie voor meer informatie Sectoraal/PC nr. 145/Arbeidsovereenkomsten.

Hoe worden de socialezekerheidsbijdragen berekend?

Werkgeversbijdragen dubbel beperkt

De aanwerving van gelegenheidsarbeiders is voordelig, aangezien voor hun onderwerping aan de sociale zekerheid een dubbele beperking geldt.

Enerzijds worden de werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid niet berekend op het werkelijke loon dat op 108% werd gebracht, maar op een forfaitair dagloon[1] van:

Anderzijds zijn de werkgeversbijdragen lager dan de bijdragen die voor een gewone werknemer verschuldigd zijn, omdat de bijdragen voor de jaarlijkse vakantie en voor loonmatiging niet verschuldigd zijn[2]. De bijzondere bijdragen (bijvoorbeeld de bijdrage die bestemd is voor het Sluitingsfonds, het Fonds voor Bestaanszekerheid, enz.) blijven echter wel verschuldigd.

Persoonlijke bijdragen beperkt

De persoonlijke bijdragen voor de sociale zekerheid (13,07% - verminderde persoonlijke bijdragen bestaan niet) worden niet berekend op het werkelijke loon dat op 108% werd gebracht, maar eveneens op het hierboven bedoelde forfaitair dagloon[3].  Dit geeft een resultaat van:

Door de toepassing van de werkbonus hoeft de werkgever deze persoonlijke bijdrage op het loon van de werknemer echter in de meerderheid van de gevallen niet in te houden.

Sancties

De werkgever verliest de voordelen inzake sociale zekerheid als hij:

 


[1] Bedragen van toepassing sinds 1 oktober 2018.

[2] Op gelegenheidsarbeiders zijn alleen de volgende socialezekerheidssectoren van toepassing: ziekte-/invaliditeitsverzekering, werkloosheid, pensioen, kinderbijslag. Het dagforfait moet dan ook niet met 8% verhoogd worden voor de vakantiebijdragen.

[3] Bedragen van toepassing sinds 1 oktober 2018 .

Wat met de Dimona?

Specifieke Dimona

Voor gelegenheidsarbeiders moet een specifieke Dimona (Dimona ‘EXT’) worden verricht, die nodig is om de bijdragen op de beperkte forfaitaire bedragen te berekenen. Naast de gebruikelijke vermeldingen van de Dimona (gegevens met betrekking tot de werkgever en tot de werknemer en datum van de arbeidsprestaties), moeten werkgevers die gelegenheidsarbeiders tewerkstellen het (geraamde) begin- en einduur van de arbeidsprestaties meedelen.

Deze aangifte moet vóór het begin van de arbeidsprestaties worden verricht.

Sancties

Net als voor de gewone Dimona, kan een werkgever die geen specifieke Dimona verricht zowel een forfaitaire solidariteitsbijdrage verschuldigd zijn aan de RSZ als een in het Sociaal Strafwetboek bepaalde sanctie van niveau 4 oplopen.

Opgelet! De werkgever verliest in elk geval de voordelen inzake sociale zekerheid indien hij:

Praktische informatie

U vindt alle informatie over de specifieke ‘full Dimona’ voor de land- en tuinbouwsector in ons dossier over Dimona.

Tip: werkgevers (met inbegrip van uitzendkantoren) die gelegenheidsarbeiders tewerkstellen in die sectoren, kunnen via de Multi-Dimona nagaan of deze gelegenheidsarbeiders al dan niet al in de loop van het kalenderjaar werden tewerkgesteld als gelegenheidsarbeiders. Deze mogelijkheid vervangt het gelegenheidsformulier niet. Het is alleen een indicatie van het feit of de werknemer al dan niet over een dergelijk formulier beschikt.   

Wat is het gelegenheidsformulier?

Om in aanmerking te komen voor de voordelen inzake sociale zekerheid moeten de gelegenheidsarbeiders in het bezit zijn van een specifiek gelegenheidsformulier[1].

Principe

De gelegenheidswerknemers moeten in het bezit zijn van een gelegenheidsformulier, waarvan het model in overeenstemming moet zijn met het model dat door het ministerieel besluit werd vastgesteld.  Het dient om het aantal tewerkstellingsdagen van de werknemer in de verschillende sectoren vast te stellen en zo te controleren dat het maximaal aantal dagen van beperkte onderwerping niet werd overschreden[2].

Voor de gelegenheidswerknemers die worden tewerkgesteld in de sector van de witloofteelt moet ook een gelegenheidsformulier worden bijgehouden met betrekking tot het extra aantal dagen (zie de vraag ‘Wat is een gelegenheidsarbeider in de witloofsector?’).

Dit formulier wordt uitgereikt door het Fonds voor Bestaanszekerheid van de eerste werkgever of gebruiker bij wie de werknemer als gelegenheidsarbeider in dienst wordt genomen, en dit vóór het begin van de tewerkstelling. Als de werknemer arbeidsprestaties verricht bij meerdere werkgevers of gebruikers die onder een verschillend paritair comité ressorteren, dan moet hij beschikken over een gelegenheidsformulier per betrokken paritair comité.

Het gelegenheidsformulier wordt vervolgens aan de betrokken werknemer bezorgd. Hij moet het in zijn bezit hebben gedurende het maximaal aantal dagen van beperkte onderwerping aan de sociale zekerheid. Hij is verantwoordelijk voor het bijhouden van het formulier. De werkgever moet het ten minste één keer per week ondertekenen. Zonder wekelijkse handtekening worden de vermeldingen die door de werknemer op het formulier zijn aangebracht, tot bewijs van het tegendeel geacht met de werkelijkheid overeen te komen.

Het fonds mag per gelegenheidswerknemer slechts één enkel gelegenheidsformulier bezorgen per kalenderjaar. Hiertoe wordt het gelegenheidsformulier genummerd en vermeldt het de juiste benaming en adres van het eerste fonds dat de aanvraag tot afgifte van dit formulier ontvangt en eveneens het jaar waarop dit formulier betrekking heeft. Het formulier wordt vervolgens geregistreerd met vermelding van de naam en het adres van de werkgever die het gelegenheidsformulier aanvraagt en van de gegevens van de betrokken werknemer. Er wordt geen duplicaat uitgereikt.

Adressen van de Fondsen voor Bestaanszekerheid

Het gelegenheidsformulier kan worden aangevraagd bij het Waarborg en Sociaal Fonds voor respectievelijk de Landbouw of het Tuinbouwbedrijf. Deze zijn gevestigd op hetzelfde adres.  De contactgegevens zijn de volgende:

Opgelet! Er kunnen geen formulieren afgehaald worden in de kantoren van het Waarborgfonds. Ze kunnen enkel besteld worden via de daartoe voorziene procedure:

Vermeldingen op het formulier

De volgende vermeldingen moeten op het formulier worden opgenomen:

De werkgever of de gebruiker moeten die vermeldingen optekenen. De eerste 3 vermeldingen moeten uiterlijk op de dag zelf op het gelegenheidsformulier worden vermeld. De datum moet op het ogenblik zelf worden vermeld en de handtekening moet na de inschrijving van de datum van de tewerkstellingsdag worden aangebracht en minstens éénmaal per week. 

Sancties

Als de gelegenheidsarbeiders niet in het bezit zijn van een passend gelegenheidsformulier of wanneer de regels niet worden nageleefd, worden de bijdragen berekend op de werkelijke lonen en niet op het forfaitair dagloon, en dit gedurende de rest van het kalenderjaar.

 


[1] Ministerieel besluit van 14 oktober 2005, Belgisch Staatsblad van 10 november 2005.

[2] Dankzij een nieuwe onlinedienst van de RSZ kunnen de werkgevers van de tuinbouwsector nagaan hoeveel dagen ze reeds opgebruikt hebben voor hun potentiële werknemer en hoeveel van die 65 dagen die werknemer nog mag presteren.

Wat is de Green@work?

Dankzij deze onlinedienst van de RSZ kunnen de werkgevers uit de tuinbouwsector nagaan hoeveel dagen ze reeds opgebruikt hebben voor hun potentiële werknemer en hoeveel van die 65 dagen die werknemer nog mag presteren.

Ze kunnen er rechtstreeks toegang tot hebben door het nationale nummer van de werknemer (of het “bis” nummer voor niet-Belgen die in het buitenland wonen) in te vullen. Let op: de werkgever moet de toestemming van de werknemer vragen voordat hij zijn of haar teller raadpleegt.

Zoals we dit hebben vermeld, bestaan er 2 uitzonderingen op de 65 dagen-regel in de witloof- en de champignonteelt (mogelijkheid om 35 dagen extra te presteren). De RSZ preciseert dat deze 35 extra dagen voor de witloof- en champignonteelt niet worden meegeteld in het aantal overgebleven dagen dat u in de teller van Green@work ziet staan. De teller neemt alleen de 65 basisdagen in rekening. Dagen die de 65 overschrijden, worden daarentegen wél in rekening gebracht in het aantal gereserveerde dagen vermeld in Green@work.

Voor meer informatie, raadpleeg de portaalsite van de RSZ.

Keuze tussen gelegenheidsarbeid of studentenarbeid

Studenten zijn zeer gegeerde krachten om tijdens drukkere periodes het vast personeel te komen versterken.

Werkgevers uit de land- en tuinbouw kunnen kiezen welk statuut ze geven aan een student: student of gelegenheidswerker. De werknemer moet niet eerst het contingent van 475 uren als student opgebruiken. De werkgever doet er wel goed aan om steeds na te kijken welk van de 2 statuten hem het voordeligst uitkomt.

Welke arbeids- en loonvoorwaarden gelden voor gelegenheidsarbeiders?

De paritaire comités van de landbouw en van het tuinbouwbedrijf hebben bij collectieve arbeidsovereenkomsten bepaalde specifieke bepalingen voor gelegenheidsarbeiders vastgesteld. Die bepalingen hebben onder meer betrekking op:

U kan al die specifieke bepalingen raadplegen als u in de rubriek Sectoraal / Paritaire Comités het nummer van het gewenste paritair comité intikt.  

Wat zijn de regels op het vlak van de bedrijfsvoorheffing?

Werknemers die per stuk worden bezoldigd

Voor de inkomsten van werknemers die per stuk worden bezoldigd in de landbouwsector geldt:

Gelegenheidsarbeiders worden belast op hun werkelijk ontvangen inkomsten van gelegenheidsarbeid, en niet op het forfaitair dagloon.

Niet per stuk bezoldigde werknemers

Voor werknemers die niet voltijds zijn tewerkgesteld bij andere werkgevers en die uitsluitend arbeidsprestaties als gelegenheidsarbeider verrichten (maar niet per stuk worden betaald), moeten de algemene regels voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing worden toegepast.

Voor werknemers die voltijds worden tewerkgesteld door andere werkgevers en die daarnaast occasioneel arbeidsprestaties verrichten als gelegenheidsarbeider (maar niet per stuk worden betaald), wordt de ingehouden bedrijfsvoorheffing berekend op basis van de regels voor toevallig of periodiek en bijkomstig betaalde vergoedingen en toelagen.   

Uitzonderingen

In bepaalde gevallen kan de administratie in overleg met de betrokken beroepsgroeperingen, forfaitaire grondslagen van aanslag vaststellen voor bepaalde handels-, ambachts-, landbouw, en tuinbouwactiviteiten[2]. Die akkoorden worden jaarlijks herzien en stellen de volgende gegevens forfaitair vast :

Gelegenheidsarbeiders die worden tewerkgesteld door producenten die gebruik maken van die grondslagen van aanslag zijn vrijgesteld van aangifte van die inkomsten aan de administratie.

De producent moet echter:

Op de site van de FOD Financiën kunt u deze akkoorden raadplegen in de taal van het gewest waarvoor ze werden gesloten.

 


[1] Com.IB 275/97.1

[2] Art 342 van het WIB voorziet in die mogelijkheid.  

Wat met de hop-, tabak- en teenwilgteelt?

Bepaalde werknemers uit de landbouwsector hoeven niet aan de RSZ te worden aangegeven. Het gaat hierbij om de werknemers die zijn tewerkgesteld voor het aanleggen van hopplanten en het plukken van hop, het plukken van tabak, het kuisen en sorteren van teenwilgen, op voorwaarde dat:

Deze werknemers vallen niet binnen het toepassingsgebied van de Dimona[1]. De werkgever moet de indiensttreding en de uitdiensttreding van die werknemers dus niet onmiddellijk melden.


[1] Koninklijk besluit van 27 maart 2003, Belgisch Staatsblad van 30 april 2003, 2e uitgave.

Overzichtstabel

 

Werknemer

Aantal dagen

RSZ-voordeel

Dimona-verplichting

Sociale documenten

Landbouwsector (PC nr. 144)

30

  • specifieke werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid;
  • socialezekerheidsbijdragen berekend op basis van een forfait  
    (€ 20,69 per dag)

Specifieke Dimona

Gelegenheidsformulier

Sector van het tuinbouwbedrijf (PC nr. 145)

65

  • specifieke werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid;
  • socialezekerheidsbijdragen berekend op basis van een forfait
    (€ 20,22 per dag)

Specifieke Dimona

Gelegenheidsformulier

Sector van de witloofteelt (PSC nr. 145.060)

100    (65+35)

  • specifieke werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid;
  • socialezekerheidsbijdragen berekend op basis van een forfait
    (€ 20,22 per dag voor de 1ste 65 dagen)
  • socialezekerheidsbijdragen berekend op basis van een forfait
    (€ 25,28 per dag voor de 35 extra dagen)

Specifieke Dimona

Gelegenheidsformulier

Landbouwsector : hop, tabak en teenwilgen

25

Geen onderwerping aan de RSZ

/

/

 

Mogelijke toekomstige wijzigingen…

Tenlasteneming van de kosten van een sociaal secretariaat: in afwachting

Naar het voorbeeld van wat al bestaat voor de aanwerving van een eerste werknemer[1] werd in 2007 in een programmawet opgenomen dat de administratiekosten die werkgevers, die gelegenheidsarbeiders tewerkstellen die aan het geheel van de socialezekerheidsregelingen zijn onderworpen, aan een erkend sociaal secretariaat betalen, ten laste worden genomen door de RSZ[2].

Het principe van deze tegemoetkoming, de betrokken werknemerscategorieën, de modaliteiten, de bedragen en de periode waarin de tegemoetkoming wordt toegekend, moeten echter nog bij koninklijk besluit worden vastgesteld en dit is tot op heden nog altijd niet gebeurd.

Vrijstelling van storting van bepaalde bijdragen: in afwachting

Voor werkgevers die ressorteren onder sectoren die gelegenheidsarbeiders tewerkstellen die aan het geheel van de socialezekerheidsregelingen onderworpen zijn, kan een koninklijk besluit ook voorzien in:

De werknemerscategorieën waarop deze maatregelen betrekking hebben, moeten bij koninklijk besluit worden vastgesteld. Hoewel de inwerkingtreding van deze bepalingen werd vastgesteld op 1 april 2007, zijn ze in de praktijk dus niet van toepassing, omdat er tot op heden hierover nog geen koninklijke besluiten werden goedgekeurd.

 


[1] Programmawet (I) van 24 december 2002, artikel 345.

[2] Programmawet van 27 april 2007, Belgisch Staatsblad van 8 mei 2007, 3de uitgave.

[3] Wet van 27 juni 1969, artikel 17.

[4] Wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I), artikel 188.

[5] Wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I), artikel 192.

[6] Programmawet (I) van 24 december 2002, artikel 332.

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?