E.E.S.V. Securex Corporate
Maatschappelijke zetel: Tervurenlaan 43, 1040 Brussel
Ondernemingsnummer: BTW BE 0877.510.104 - RPR Brussel

Contracten/Clausules

Kunstenaars

Lees eerst even dit…

Kunstenaars hebben een specifiek sociaal statuut.  Het eigen sociaal statuut voor de kunstenaars heeft onder meer tot doel hen, net als alle andere werknemers en zelfstandigen, een afdoende bescherming te bieden tegen de verschillende sociale risico’s zoals ziekte, ouderdom, werkloosheid enz.  Om van deze bescherming te genieten, dienen er wel bijdragen betaald te worden die gelinkt zijn aan het inkomen en het statuut van de begunstigde.  Voor de loontrekkende kunstenaars werden evenwel specifieke verminderingen van de socialezekerheidsbijdragen en van belastingen gecreëerd.

Wanneer heeft de kunstenaar een werknemersstatuut?

Arbeidsovereenkomst

De kunstenaar heeft in de eerste plaats een werknemersstatuut wanneer hij met een arbeidsovereenkomst tewerkgesteld is.

Kunstenaarsvisum

Daarnaast wordt een kunstenaar eveneens vermoed werknemer te zijn indien hij, buiten een arbeidsovereenkomst om, tegen betaling van een loon prestaties levert of werken produceert van artistieke aard, in opdracht van een natuurlijke persoon of rechtspersoon[1].  De opdrachtgever wordt dan als werkgever beschouwd.

Om aan te tonen dat hij onder dit vermoeden valt, moet hij over een kunstenaarsvisum beschikken.

Opmerking: We willen er de nadruk op leggen dat de werkgevers uit de kunst- en cultuursector bij voorrang een arbeidsovereenkomst moeten sluiten met de werknemers. Enkel indien het sluiten van een arbeidsovereenkomst niet mogelijk is, omdat een of meerdere essentiële elementen voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst ontbreken, mag men beroep doen op dit vermoeden van werknemerschap.

Artistieke prestaties of werken

De artistieke aard van deze prestaties of werken moet worden aangetoond via een kunstenaarsvisum.

Dit visum wordt door de Commissie Kunstenaars afgeleverd indien de aanvrager “prestaties levert of werken produceert van artistieke aard”.  Onder het leveren van artistieke prestaties en/of het produceren van artistieke werken verstaat men “de creatie en/of uitvoering of interpretatie van artistieke oeuvres in de audiovisuele en de beeldende kunsten, in de muziek, de literatuur, het spektakel, het theater en de choreografie”.

De Commissie Kunstenaars beoordeelt op basis van deze definitie en op basis van een methodologie bepaald in haar huishoudelijk reglement of de betrokkene "prestaties levert of werken produceert van artistieke aard".

Modaliteiten

Oordeelt de Commissie dat er artistieke prestaties of werken geleverd worden, dan levert  de commissie gratis een kunstenaarsvisum af dat de volgende gegevens bevat:


De aanvragen voor kunstenaarsvisa kunnen vanaf nu ook elektronisch ingediend worden via het platform artist@work. 

De kunstenaar moet het visum op zijn werkplaats ter beschikking houden van de inspectiediensten.  Het geldt voor een periode van 5 jaar en kan telkens hernieuwd worden[2].

De kunstenaar is tijdens de hele geldigheidsduur verantwoordelijk voor het bewaren van het visum.
In geval van verlies moet hij het secretariaat onmiddellijk op de hoogte brengen, zodat hij een duplicaat kan verkrijgen[3].

Vermoeden van werknemerschap

Indien de kunstenaar over dit visum beschikt, wordt hij vermoed werknemer te zijn. 

Tijdens de aanvraagprocedure van het kunstenaarsvisum wordt de kunstenaar ook al vermoed werknemer te zijn, indien hij bij zijn aanvraag op erewoord verklaart dat hij ‘prestaties levert of werken produceert van artistieke aard’. Dit vermoeden geldt voor een duur van drie maanden en kan eenmaal hernieuwd worden, na ontvangst van een ontvangstbewijs van de Commissie Kunstenaars waarbij de aanvraag ontvankelijk wordt verklaard. In geval van weigering van het visum voor het verstrijken van deze termijn, vervalt het vermoeden vanaf de datum van de weigering.

Uitsluitingen

Wanneer de artistieke prestaties niet worden geleverd in gelijkaardige socio-economische omstandigheden als die waarin een werknemer zich ten opzichte van zijn werkgever bevindt, kan de Commissie Kunstenaars de betrokkene die daarom verzoekt een verklaring van zelfstandige activiteiten afleveren[4]. De verklaring van zelfstandige activiteiten kan vanaf nu ook aangevraagd worden via het nieuwe platform artist@work.

Het vermoeden zal daarenboven ook niet spelen indien de persoon de prestatie van artistieke aard levert ter gelegenheid van gebeurtenissen van zijn of haar familie.

 


[1] Artikel 1bis van de wet van 27 juni 1969.

[2] Het visum wordt evenwel ingetrokken in geval van misbruik of indien de voorwaarden ervan niet worden nageleefd.

[3] Voor dit duplicaat kan een bijdrage van maximum 20 euro aan de kunstenaar gevraagd worden.

[4] In dit geval geeft de erkenning van de artistieke activiteit waarvoor de verklaring van zelfstandige activiteiten werd toegekend, geen aanleiding tot de aflevering van een kunstenaarsvisum.

 

Welk soort arbeidsovereenkomst kan de werkgever met de bezoldigde kunstenaar afsluiten?

Principe

De partijen kunnen een gewone arbeidsovereenkomst sluiten: onbepaalde duur, bepaalde duur, duidelijk omschreven werk of vervangingsovereenkomst.

Bijzonderheid: de overeenkomst voor tijdelijke arbeid

De partijen kunnen onder bepaalde voorwaarden en voor bepaalde artistieke prestaties een arbeidsovereenkomst voor de uitvoering van tijdelijke arbeid sluiten.

De overeenkomst voor tijdelijke arbeid moet schriftelijk opgesteld worden uiterlijk op het moment van de indiensttreding en moet de reden en in voorkomend geval de duur van de overeenkomst bevatten. Indien deze regels niet nageleefd worden, wordt de overeenkomst als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur beschouwd. Daarentegen is het wel mogelijk opeenvolgende arbeidsovereenkomsten te sluiten zonder dat deze als opeenvolgende contracten voor bepaalde duur beschouwd worden en omgezet zouden worden in een overeenkomst voor onbepaalde tijd.

Om het voorwerp van een arbeidsovereenkomst voor tijdelijke arbeid uit te maken, moeten de artistieke prestaties tegen betaling van een loon bij een occasionele werkgever of gebruiker geleverd worden.

Onder "het leveren van artistieke prestaties en/of het produceren van artistieke werken" moet worden verstaan “de creatie en/of uitvoering of interpretatie van artistieke oeuvres in de audiovisuele en de beeldende kunsten, in de muziek, de literatuur, het spektakel, het theater en de choreografie” of de prestaties van podiumtechnici[1].

Een occasionele werkgever of gebruiker is diegene:

    • die het organiseren van culturele manifestaties en het commercialiseren van artistieke prestaties niet als hoofdactiviteit heeft;
    • of die geen ander personeel tewerkstelt waarvoor hij onderworpen is aan het socialezekerheidsstelsel van de werknemers.


[1] De podiumtechnici worden enkel als kunstenaars beschouwd in die zin dat zij ook een overeenkomst voor tijdelijke arbeid kunnen sluiten en een beroep kunnen doen op de Sociale Bureaus voor Kunstenaars, maar ze worden in principe niet als kunstenaars beschouwd in de zin van de socialezekerheidswetgeving, tenzij ze aan de Commissie Kunstenaars kunnen aantonen dat hun prestaties van artistieke aard zijn.

Welke socialezekerheidsbijdragen moeten de bezoldigde kunstenaar en zijn werkgever betalen?

Principe

Het loon van de bezoldigde kunstenaar is onderworpen aan de gewone socialezekerheidsbijdragen. De werkgever kan echter wel aanspraak maken op een doelgroepvermindering kunstenaars. Voor alle informatie hieromtrent kan u terecht in ons dossier “Tewerkstellingsmaatregelen”.

Welke sociale bescherming geniet de bezoldigde kunstenaar?

De bezoldigde kunstenaar krijgt een sociale dekking op grond van de gestorte bijdragen en van het aantal werkdagen dat hij bij de RSZ aangegeven heeft. Hij geniet sociale rechten in de volgende sectoren: ziekte en invaliditeit, werkloosheid[1], pensioen, kinderbijslag, arbeidsongevallen en beroepsziekten.

De uitkeringen en vergoedingen worden uitgekeerd via de betalingsinstellingen die de gewone bezoldigde werknemers behandelen, met uitsluiting van het vakantiegeld. Dat wordt namelijk rechtstreeks betaald door de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV), niettegenstaande kunstenaars het statuut van bediende hebben.

Elke werkgever die een kunstenaar tewerkstelt, moet voor deze werknemer bij FAMIFED aangesloten zijn. Het zal dus niet het gewone, private kinderbijslagfonds van de werkgever zijn dat het dossier van de kunstenaar behandelt[2].

 


[1] Omdat kunstenaars vaak per prestatie betaald worden, zijn er voor hen specifieke regels opgenomen in de werkloosheidsreglementering. Voor meer informatie over de werkloosheidsrechten van kunstenaars kan u het infoblad T53 op de website van de RVA raadplegen. U vindt dit terug in de rubriek Documentatie / Infobladen werknemers.

[2] Ook na de zesde staatshervorming blijft FAMIFED bevoegd voor de kinderbijslag voor kunstenaars.

Wat met de jaarlijkse vakantie van de bezoldigde kunstenaars?

Elke werkgever die een kunstenaar tewerkstelt, moet zich bij de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) aansluiten[1].

De kunstenaars zijn steeds onderworpen aan de bepalingen inzake jaarlijkse vakantie die gelden voor de arbeiders, zelfs indien ze een bediendestatuut hebben. De gelijkstelling van bepaalde schorsingsgronden van de arbeids- of leerovereenkomst voor de berekening van het aantal vakantiedagen waarop de kunstenaars recht hebben, is van toepassing onder de volgende voorwaarden:

  • de kunstenaars moeten door een arbeids- of leerovereenkomst verbonden zijn;
  • ze moeten door deze overeenkomst verbonden zijn vanaf de eerste dag van de gelijkstelbare periode.

Het koninklijk besluit bepaalt ook het plafond voor het fictief dagloon van de inactiviteitsdagen die met effectieve arbeidsdagen gelijkgesteld worden.

De RJV betaalt het vakantiegeld per overschrijving[2].

 


[1] Koninklijk besluit van 16 december 2003, Belgisch Staatsblad van 21 januari 2004.

[2] Voor de kunstenaars die niet over een zichtrekening beschikken, is een betaling via circulaire cheque mogelijk. De kunstenaar moet hier uitdrukkelijk om verzoeken. Voor meer informatie over de te volgen procedure verwijzen we u naar de website van de RJV (http://rjv.be/nl/content/mijn-vakantiegeld-ontvangen).

Wat is de regeling van de kleine vergoedingen?

Principe

De kunstenaars worden verondersteld loontrekkende werknemers te zijn, tenzij ze bewijzen dat hun economische situatie overeenstemt met deze van een zelfstandige. Daarnaast kunnen bepaalde kunstenaars een afwijking op dit vermoeden bekomen, wanneer ze aan de voorwaarden voor de regeling van de kleine vergoedingen voldoen[1].

Deze voorwaarden zijn niet volledig hetzelfde op sociaal en fiscaal vlak.

Waarom deze maatregel?

Elke vergoeding die de kunstenaar in ruil voor zijn prestatie ontvangt, moet als een loon beschouwd worden dat onderworpen is aan de gewone socialezekerheidsbijdragen en aan belastingen, vermits hij verondersteld wordt loontrekkende te zijn. De benaming, de vorm, de frequentie of het bedrag van deze vergoeding speelt hierbij geen enkele rol. De geringe vergoedingen die kunstenaars soms ontvangen in het kader van “kleinschalige” artistieke activiteiten[2] zouden dus eveneens als loon beschouwd moeten worden, terwijl het hier eerder om een terugbetaling van onkosten gaat.

Om te vermijden dat deze kleinschalige artistieke activiteiten financieel afgeremd zouden worden, maar vooral om zwartwerk te vermijden, worden bepaalde artistieke activiteiten automatisch bevrijd van het vermoeden van loontrekkende.



[1] Programmawet van 9 juli 2004, Belgisch Staatsblad van 15 juli 2004, 2de editie.

[2] De memorie van toelichting spreekt over "free podium in een café, een optreden van een amateur-theatergezelschap, een occasionele tentoonstelling van een tekenacademie".

De regeling van de kleine vergoedingen op sociaal vlak

Principe

De regeling van de kleine vergoedingen kan niet alleen door de kunstenaars in loondienst ingeroepen worden, maar ook door de kunstenaars die in het bezit zijn van een zelfstandigheidsverklaring.

Wanneer alle voorwaarden vervuld zijn, worden de aan de kunstenaar betaalde bedragen als kostenvergoedingen (terugbetaling van kosten) aangemerkt[1].  Deze bedragen zijn dan vrijgesteld van (persoonlijke of patronale) socialezekerheidsbijdragen. Daar op deze kleine vergoedingen geen bijdragen betaald worden, worden er uiteraard ook geen sociale rechten, zoals gezondheidszorg, kinderbijslag en pensioen, mee opgebouwd.

Voorwaarden

Om de ontvangen vergoedingen als een terugbetaling van kosten te kunnen aangeven, moeten de volgende voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn:

  • deze vergoedingen bedragen niet meer dan 132,13 euro per dag[2];
  • deze vergoedingen bedragen niet meer dan 642,53 euro per jaar[3];
  • de kunstenaar doet gedurende maximum 30 kalenderdagen per jaar een beroep op deze regeling;
  • de kunstenaar maakt er maximum 7 opeenvolgende dagen gebruik van bij dezelfde werkgever;
  • indien de kunstenaar op een zelfde dag bij meerdere werkgevers tewerkgesteld is, overschrijden de vergoedingen geen 132,13 euro per werkgever (het jaarbedrag blijft ongewijzigd).

Kunstenaarskaart en prestatieoverzicht

Om aanspraak op deze regeling te kunnen maken, moet de kunstenaar in het bezit zijn van een kunstenaarskaart en een overzicht van zijn prestaties. 

Kunstenaarskaart

De kunstenaarskaart moet aangevraagd worden bij de Commissie Kunstenaars via het platform artist@work. Ze wordt gratis uitgereikt  gelijktijdig met de kennisgeving van een positieve beslissing van de Commissie en bevat de volgende gegevens:

  • het identificatienummer van de sociale zekerheid, of het bisnummer, of gelijk welk gegeven als bewijs van de identiteit van de kunstenaar;
  • de begindatum van geldigheid, de einddatum van geldigheid en het unieke identificatienummer van de kaart;
  • het logo, het telefoonnummer van het secretariaat en de handtekening van de Voorzitter van de Commissie Kunstenaars;
  • de vermelding dat de kaart wordt uitgereikt in het kader van de kleinevergoedingsregeling.

Prestatieoverzicht

In het verleden werd het overzicht van prestaties  door de Commissie op papier afgeleverd en door de kunstenaar ingevuld, zodat voor elke prestatie het volgende vastgesteld kan worden:

  • de aard van de prestatie;
  • de datum van de prestatie;
  • de duur van de prestatie bij eenzelfde opdrachtgever;
  • het bedrag dat ontvangen werd als vergoedingen;
  • de naam van de opdrachtgever of zijn KBO-nummer;
  • de handtekening van de opdrachtgever.

De prestaties kunnen vanaf nu ingegeven worden via het platform artist@work. Dankzij dit platform is het voor de kunstenaar eenvoudiger om zijn contingent in het kader van de kleinevergoedingsregeling te beheren en zijn opdrachtgever correct te informeren.

Modaliteiten

De kunstenaar moet de kaart en het prestatieoverzicht op zijn werkplaats ter beschikking houden van de inspectiediensten. De kaart geldt voor een periode van 5 jaar en kan telkens hernieuwd worden.

Het prestatieoverzicht moet per kalenderjaar bijgehouden worden en de vermeldingen moeten opgenomen worden in het overzicht uiterlijk op het moment waarop de uitvoering van de prestatie van start gaat. De kunstenaar stelt dit overzicht van de prestaties ter beschikking van de Commissie wanneer hij een aanvraag tot vernieuwing van zijn kaart indient.

De kunstenaar is tijdens de hele geldigheidsduur verantwoordelijk voor het bewaren van de kaart en het prestatieoverzicht. In geval van verlies moet hij het secretariaat onmiddellijk op de hoogte brengen, zodat hij een duplicaat kan verkrijgen[4].

Dimona

Er moet geen Dimona-aangifte gedaan worden voor de prestaties die beantwoorden aan de voorwaarden van de regeling van de kleine vergoedingen.

Cumulatieverbod

De kunstenaar kan geen beroep doen op de regeling van de kleine vergoedingen indien hij:

  • met dezelfde opdrachtgever verbonden is door een arbeidsovereenkomst, een aannemingsovereenkomst of een statutaire aanstelling op het ogenblik dat hij een artistieke prestatie verstrekt en/of een kunstwerk produceert, behalve wanneer de kunstenaar en de opdrachtgever het bewijs leveren dat de prestaties van beide activiteiten van totaal verschillende aard zijn;
  • voor diezelfde dag aanspraak kan maken op een vrijwilligersvergoeding voor niet-artistieke prestaties;
  • gedurende het betrokken kalenderjaar aanspraak kan maken op een vrijwilligersvergoeding voor artistieke prestaties en/of kunstwerken.

Sancties

Wanneer het vastgestelde maximumbedrag per dag bij een werkgever overschreden is, moeten alle vergoedingen die in de loop van het kalenderjaar door deze werkgever betaald werden, als loon aangemerkt worden.

Wanneer het vastgestelde maximumbedrag per jaar overschreden is, moeten alle vergoedingen die tijdens het kalenderjaar betaald werden door de werkgever bij wie het maximumbedrag overschreden werd als loon aangemerkt worden.  Bovendien worden alle vergoedingen die andere werkgevers nadien tijdens het kalenderjaar betalen, eveneens als loon beschouwd.

Wanneer de kunstenaar meer dan 30 dagen of 7 opeenvolgende dagen bij dezelfde werkgever werkt, moeten alle vergoedingen die tijdens het kalenderjaar betaald werden door de werkgever bij wie het maximum aantal dagen overschreden werd als loon aangemerkt worden.  Bovendien worden alle vergoedingen die andere werkgevers nadien tijdens het kalenderjaar betalen eveneens als loon beschouwd.

In geval van cumul met een vrijwilligersvergoeding wordt de vergoedingen voor de artistieke prestatie en/of de kunstwerken als loon beschouwd.

Bij gebreke van een kaart en/of van het prestatieoverzicht of indien de opgegeven vermeldingen onjuist of onvolledig zijn, kunnen de kunstenaar en de werkgever de regeling van de kleine vergoedingen niet genieten gedurende het beoogde kalenderjaar.

In al deze gevallen worden de vergoedingen die als loon geherkwalificeerd worden, onderworpen aan de (persoonlijke en patronale) socialezekerheidsbijdragen en aan belasting.  De werkgever zal in dat geval wel de doelgroepvermindering kunstenaars kunnen genieten.

Schematisch overzicht van de sancties

 

Herkwalificatie als loon van

Meer dan € 132,13 per dag bij een werkgever

Alle vergoedingen die de werkgever in de loop van het kalenderjaar betaald heeft

Meer dan € 2.642,53 per jaar

Alle vergoedingen die de werkgever bij wie de overschrijding gebeurd is gedurende het kalenderjaar betaald heeft

+ alle vergoedingen die latere werkgevers gedurende het kalenderjaar betaald hebben

Meer dan 30 dagen per jaar

Alle vergoedingen die de werkgever bij wie de overschrijding gebeurd is gedurende het kalenderjaar betaald heeft

+ alle vergoedingen die latere werkgevers gedurende het kalenderjaar betaald hebben

Meer dan 7 opeenvolgende dagen bij dezelfde werkgever

Alle vergoedingen die de werkgever bij wie de overschrijding gebeurd is gedurende het kalenderjaar betaald heeft

+ alle vergoedingen die latere werkgevers gedurende het kalenderjaar betaald hebben

Cumul met een vrijwilligersvergoeding voor dezelfde dag

De vergoedingen die de kunstenaar voor de artistieke prestaties en/of kunstwerken ontvangen heeft

Cumul met een vrijwilligersvergoeding voor artistieke prestaties en/of kunstwerken gedurende het beoogde kalenderjaar

De vergoedingen die de kunstenaar voor de artistieke prestaties en/of kunstwerken ontvangen heeft

Geen kunstenaarskaart

Alle vergoedingen die de kunstenaar gedurende het kalenderjaar van alle werkgevers ontvangen heeft

 


[1] Een ministerieel besluit kan het bedrag dat aan de kunstenaar wordt toegekend als terugbetaling van de kosten wegens het ontbreken van een woonplaats bepalen.

[2] Bedrag van toepassing vanaf 1 januari 2021. 

[3] Bedrag van toepassing vanaf 1 januari 2021. 

[4] Voor dit duplicaat kan een bijdrage van maximum 20 euro aan de kunstenaar gevraagd worden.

 

De regeling van de kleine vergoedingen op fiscaal vlak

De kostenvergoedingen die aan kunstenaars betaald worden, kunnen sinds 1 januari 2007 vrijgesteld worden van belastingen indien tegelijkertijd aan bepaalde voorwaarden voldaan is[1].

Voorwaarden

Om de ontvangen vergoedingen als een terugbetaling van kosten te kunnen aangeven, moeten de volgende voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn:

  • deze vergoedingen bedragen niet meer dan 132,13 euro per dag[2];
  • deze vergoedingen bedragen niet meer dan 642,53 euro per jaar[3];
  • de belastingplichtige mag op het ogenblik van het leveren van een artistieke prestatie en/of het produceren van een artistiek werk niet gebonden zijn door een arbeidsovereenkomst, een aannemingsovereenkomst of een statutaire aanstelling met dezelfde opdrachtgever, tenzij hij en de opdrachtgever bewijzen dat de prestaties van de verschillende activiteiten van verschillende aard zijn.

Wanneer deze voorwaarden vervuld zijn, zullen de aan de kunstenaar betaalde bedragen als kostenvergoedingen (terugbetaling van kosten) aangemerkt worden. Deze bedragen zijn dan vrijgesteld van belastingen. 

Kunstenaarskaart

Om aanspraak op deze regeling te kunnen maken, moet de kunstenaar in het bezit zijn van een “kunstenaarskaart”. Deze kaart kan worden aangevraagd via het platform artist@work Voor de volledige uitleg over de kunstenaarskaart verwijzen we u naar de voorgaande vraag. 

Sancties

Wanneer het vastgestelde maximumbedrag per dag bij een opdrachtgever overschreden is, zal de volledige vergoeding aan belastingen onderworpen worden.

Wanneer het vastgestelde maximumbedrag per jaar overschreden is, zal enkel het gedeelte boven deze grens aan belastingen onderworpen worden.

 


[1] Wet van 25 april 2007, Belgisch Staatsblad van 10 mei 2007, eerste editie.

[2] Bedrag van toepassing vanaf 1 januari 2021. 

[3] Bedrag van toepassing vanaf 1 januari 2021. 

 

Kan de kunstenaar kiezen voor een zelfstandigenstatuut?

Principe

De kunstenaar die onder het zelfstandigenstatuut wil vallen, dient aan te tonen dat hij zijn artistieke prestaties of werken niet levert in soortgelijke socio-economische omstandigheden als die waarin een werknemer zich ten opzichte van zijn werkgever bevindt.

De kunstenaar die het statuut van zelfstandige wenst te genieten, kan een zelfstandigheidsverklaring[1] aanvragen bij de Commissie Kunstenaars, via het platform artist@work. Deze aanvraag is facultatief, maar wordt zeer sterk aangeraden, gezien de kunstenaar tijdens de geldigheidsduur van deze verklaring onbetwistbaar als zelfstandige beschouwd zal worden:

  • De kunstenaar kan deze verklaring aan zijn opdrachtgever voorleggen als bewijs dat hij geen sociale verplichtingen heeft;
  • De prestaties van de kunstenaar zullen niet geherkwalificeerd kunnen worden.

Procedure

De kunstenaar kan zich aanmelden op het platform artist@work om de zelfstandigheidsverklaring te bekomen.

De Commissie registreert de aanvraag en onderzoekt ze uiterlijk de laatste dag van de tweede maand die volgt op de maand waarin het inlichtingenformulier online verstuurd werd.

De zelfstandigheidsverklaring heeft een geldigheidsduur van 2 jaar en begint te lopen de eerste dag die volgt op de datum van de positieve beslissing. Uiterlijk tijdens het tweede kwartaal vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van de zelfstandigheidsverklaring kan de kunstenaar een verlenging van de geldigheidsduur van die verklaring voor een periode van 2 jaar bij de Commissie aanvragen. Uiterlijk een maand vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van de aanvankelijke verklaring betekent de Commissie met een aangetekende brief haar beslissing over de al dan niet verlenging van de geldigheidsduur.

De kunstenaar kan eveneens verzoeken de zelfstandigheidsverklaring op te heffen indien wijzigingen in zijn socio-economische toestand dit rechtvaardigen.

Wanneer de zelfstandige kunstenaar artistieke prestaties verricht in het kader van een arbeidsovereenkomst, dient hij de Commissie daarvan onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen.

Criteria die in aanmerking genomen worden

In haar analyse baseert de Commissie zich niet alleen op het ingevulde inlichtingenformulier, maar ook op andere documenten die haar kunnen helpen zich een idee te vormen over het werkelijke statuut van de kunstenaar. Verder houdt de Commissie ook rekening met een reeks socio-economische indicatoren, bijvoorbeeld:

  • heeft de kunstenaar een financieel plan of een bedrijfsplan waaruit blijkt dat de zelfstandige artistieke activiteit hem toelaat een leefbaar inkomen te verwerven?
  • kan de kunstenaar via zijn boekhouding, zijn facturen en debiteurenlijst aantonen dat zijn zelfstandige artistieke activiteit hem toelaat een leefbaar inkomen te verwerven?
  • werkt de kunstenaar met verschillende opdrachtgevers?
  • heeft de kunstenaar inkomsten uit andere beroepsbezigheden?
  • heeft de kunstenaar personeel in dienst?
  • maakt de kunstenaar in eigen naam reclame voor zijn werken of producten?
  • wordt het inkomen van de kunstenaar in belangrijke mate bepaald door specifieke artistieke kwaliteiten?
  • beschikt de kunstenaar over een relevante opleiding of werkervaring?
  • is de kunstenaar reeds ingeschreven bij een sociale verzekeringsinstelling voor zelfstandigen?
  • is de kunstenaar in orde met de bijdragebetaling? Heeft hij eventueel vrijstelling van betaling bekomen? Leeft hij stipt de betalingsfaciliteiten voor zijn eventuele bijdrageschuld na?

Welke socialezekerheidsbijdragen moet de zelfstandige kunstenaar betalen?

De zelfstandige kunstenaar moet om de drie maanden zelf bijdragen storten aan een sociale verzekeringskas. Deze bijdragen worden berekend op basis van het netto belastbaar inkomen dat de zelfstandige aangegeven heeft voor het derde kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de bijdrage betaald wordt. Boven een bepaalde loonschijf zijn geen bijdragen meer verschuldigd.

Welke sociale bescherming geniet de zelfstandige kunstenaar?

De zelfstandige kunstenaar geniet dezelfde bescherming als andere zelfstandigen.

 


[1] Koninklijk besluit van 16 januari 2004, Belgisch Staatsblad van 21 januari 2004.

Welke taak heeft de Commissie Kunstenaars?

De Commissie Kunstenaars bestaat uit de volgende leden:

  • een vertegenwoordiger van de RSZ;
  • een vertegenwoordiger van de RSVZ;
  • een vertegenwoordiger van de RVA;
  • 3 vertegenwoordigers aangewezen door de interprofessionele vakverenigingen;
  • 3 vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties;
  • 3 vertegenwoordigers van de artistieke sector;
  • en, eventueel, een vertegenwoordiger van de Gemeenschapsregering[1].

Taken

De Commissie heeft tot taak de kunstenaars te informeren over de rechten en plichten verbonden aan het sociaal statuut dat zij gekozen of niet betwist hebben. Ze kan hen ook van bij het begin helpen om uit te maken welk statuut het best bij hun situatie past of op eigen initiatief optreden indien zij meent dat de keuze die de kunstenaars gemaakt hebben niet verstandig is.

Opmerking: wanneer de Commissie een vraag krijgt met betrekking tot de aard van de arbeidsrelatie, dan mogen de vertegenwoordigers van de artistieke sector en de vertegenwoordigers van de Gemeenschapsregeringen niet mee zetelen.

De Commissie is eveneens bevoegd voor het afleveren van:

  • het kunstenaarsvisum;
  • de kunstenaarskaart;
  • de zelfstandigheidsverklaring.

De aanvraagprocedure kan vanaf nu gedaan worden via het nieuwe platform artist@work.

Adresgegevens

De Commissie kan gecontacteerd worden via e-mail kunstenaars@minsco.fed.be of op het volgende adres:

FOD Sociale Zekerheid

Administratief Centrum Kruidtuin

Finance Tower

DG Sociaal Beleid

Kruidtuinlaan 50, bus 135

1000 Brussel 

 


[1] Elke Gemeenschapsregering kan, indien zij dit wenst, een vertegenwoordiger aanduiden in de kamer van de haar betreffende taalrol.

Welke taak hebben de Sociale Bureaus voor Kunstenaars?

In het kunstenaarsmilieu werkt de kunstenaar vaak in opdracht van verschillende occasionele werkgevers. Om al deze werkgevers een hoop administratieve ellende te besparen, heeft de wetgever voorzien in de oprichting van “sociale bureaus voor kunstenaars” die de taak van vaste werkgever op zich nemen. Elk SBK is een soort van uitzendbureau dat door de Gewesten erkend moet worden.

We merken op dat elke gebruiker opeenvolgende contracten met de kunstenaar kan sluiten zonder dat hij geacht wordt een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd te hebben aangegaan.

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?

  • Artikel 1bis van de wet van 27 juni 1969
  • Wet van 29 juni 1981
  • Artikels 1 §6, 2, 3, 4, 5 en 6 van de wet van 24 juli 1987
  • Programmawet van 24 december 2002
  • Koninklijk besluit van 23 mei 2003
  • Koninklijk besluit van 23 juni 2003
  • Koninklijk besluit van 26 juni 2003
  • Koninklijk besluit van 26 maart 2014
  • Koninklijk besluit van 17 juli 2014 (samenstelling Commissie Kunstenaars)
  • Ministerieel besluit van 23 oktober 2015
  • Koninklijk besluit van 2 mei 2019 tot uitvoering van artikel 172bis van de programmawet (I) van 24 december 2002 platform artist@work