E.E.S.V. Securex Corporate
Maatschappelijke zetel: Tervurenlaan 43, 1040 Brussel
Ondernemingsnummer: BTW BE 0877.510.104 - RPR Brussel

Jaarlijkse vakantie

3. Het vakantiegeld uit dienst of het vertrekvakantiegeld (enkel bedienden)

Lees eerst even dit…

Principe

Alle personen die aan het Belgische socialezekerheidsstelsel voor werknemers of op zijn minst aan het stelsel jaarlijkse vakantie onderworpen zijn, hebben recht op een wettelijk bepaald aantal vakantiedagen, berekend op basis van de effectieve of daarmee gelijkgestelde prestaties die tijdens het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de vakantie opgenomen wordt, verricht werden.

Het jaar waarin de werknemer vakantie opneemt, wordt het vakantiejaar genoemd. Het jaar waarin de vakantierechten opgebouwd worden, noemt men het vakantiedienstjaar. Voor de wettelijk opgebouwde vakantiedagen heeft de werknemer recht op vakantiegeld.

Uitzondering: de aanvullende vakantie

Om in overeenstemming te zijn met de Europese regelgeving kent België aan sommige werknemers met een onvolledig recht op vakantie het recht toe om aanvullende vakantie op te nemen[1]. Deze vakantiedagen worden toegekend in verhouding tot de arbeidsprestaties van het lopende kalenderjaar. Ze worden betaald via een voorschot op het dubbel vakantiegeld van het volgende jaar.

Inhoud van deze fiche

In deze fiche wordt ingegaan op het bedrag en de berekening van het vertrekvakantiegeld. Indien u meer wenst te weten over het vakantiegeld dat tijdens de arbeidsovereenkomst aan de werknemer verschuldigd is, kan u de fiche "Jaarlijkse vakantie - 2. Het vakantiegeld in dienst" raadplegen. Wenst u meer informatie over het recht op vakantie zelf en de duur ervan, dan verwijzen wij u naar de fiche “Jaarlijkse vakantie - 1. Het recht op vakantie”. De voorwaarden en modaliteiten betreffende de aanvullende vakantie kan u dan weer in de fiche "Jaarlijkse vakantie – 4. De Europese of aanvullende vakantie' terugvinden.



[1] Wet houdende diverse bepalingen (I) van 29 maart 2012 en koninklijk besluit van 19 juni 2012. Deze vakantie wordt ook "Europese vakantie" genoemd.

Jaarlijkse vakanties

Wat is het vertrekvakantiegeld?

Aangezien de vakantiedagen verworven worden op basis van de prestaties geleverd tijdens het vakantiedienstjaar is het de werkgever bij wie deze prestaties geleverd werden die instaat voor de betaling van het bijhorende vakantiegeld.

Indien de werknemer om één of andere reden (bijvoorbeeld omwille van de beëindiging van het contract of omwille van een vermindering van arbeidsduur) zijn opgebouwde vakantierechten niet (meer) kan uitoefenen bij deze werkgever, zal deze dan ook verplicht zijn om het vakantiegeld dat de werknemer door de prestaties in zijn onderneming verworven heeft, uit te betalen. Dit noemt men het vertrekvakantiegeld.

Opgelet! De regels in verband met het vertrekvakantiegeld zijn enkel van toepassing op bedienden. Voor de arbeiders wordt de betaling van het vakantiegeld immers via de vakantiekassen geregeld.

Jaarlijkse vakantie

Wanneer is het vertrekvakantiegeld verschuldigd?

De werkgever is verplicht om het vakantiegeld dat de werknemer door de prestaties in zijn onderneming verworven heeft, uit te betalen, wanneer de werknemer om één of andere reden deze opgebouwde vakantierechten niet (meer) kan uitoefenen bij de werkgever. Vertrekvakantiegeld is aldus verschuldigd in de volgende 4 gevallen:

Het normale vertrekvakantiegeld

Het normale vertrekvakantiegeld is het vertrekvakantiegeld dat verschuldigd is in de eerste 3 van de hierboven opgesomde gevallen. Het gaat dus om de effectieve beëindiging van de arbeidsovereenkomst en de 2 gevallen die hiermee gelijkgesteld worden omdat het contract tijdelijke volledig geschorst is (voltijds tijdskrediet en het onder de wapens roepen).

Dit vertrekvakantiegeld valt uiteen in twee delen:

Indien de werknemer nog niet alle vakantiedagen waarop hij tijdens dat jaar recht heeft, opgenomen heeft op het moment dat het vertrekvakantiegeld uitbetaald moet worden, moeten er dus 2 verschillende berekeningen voor het vertrekvakantiegeld gemaakt worden.

U vindt een gedetailleerde uitleg over dit normale vertrekvakantiegeld onder de vraag “Hoe wordt het vertrekvakantiegeld berekend in geval van beëindiging van de arbeidsovereenkomst?”.

Het vertrekvakantiegeld december

Wanneer de werknemer in dienst blijft bij zijn werkgever maar zijn arbeidsprestaties vermindert, kan hij niet al zijn vakantierechten meer opnemen.  Om die reden is hier ook een vertrekvakantiegeld verschuldigd, maar in tegenstelling tot bij de eerste 3 gevallen, moet in dit geval enkel het eigenlijke vertrekvakantiegeld (het vertrekvakantiegeld voor de vakantiedagen die de werknemer heeft opgebouwd, maar die hij niet kan opnemen omwille van de arbeidsduurvermindering) betaald worden, en niet het vervroegd vakantiegeld.  De betaling van dit eigenlijke vertrekvakantiegeld gebeurt in december.

Wat deze situatie betreft, heeft de FOD Sociale Zekerheid ons laten weten dat elke vermindering van arbeidsduur in de loop van het jaar, hoe miniem ook, in aanmerking komt. Het maakt hierbij niet uit of deze arbeidsduurvermindering voor een onbepaalde of bepaalde duur wordt ingevoerd of voor korte of lange tijd. 

Komen dus in aanmerking:

U vindt een gedetailleerde uitleg over dit vertrekvakantiegeld december onder de vraag “Hoe wordt het vertrekvakantiegeld berekend in geval van vermindering van de arbeidsduur van de werknemer?”.

Jaarlijkse vakanties

Hoeveel bedraagt het vertrekvakantiegeld?

Het vertrekvakantiegeld bedraagt 15,34% van het bruto jaarloon van de werknemer in het vakantiedienstjaar.

Formule:

8 weken vakantiegeld = 15,34%
      52,15 weken

Dit percentage van 15,34% bestaat uit:

Deze opsplitsing is belangrijk, omdat de onderwerping aan de sociale zekerheid van de verschillende delen van het vertrekvakantiegeld verschillend is.

Welke loonselementen worden in aanmerking genomen voor de berekening van het vertrekvakantiegeld?

Het loon dat voor de berekening van het vertrekvakantiegeld in aanmerking genomen moet worden, is het tijdens het vakantiedienstjaar verdiende brutoloon. Dit houdt in dat alle loonselementen mee in rekening gebracht dienen te worden:

Worden echter uitgesloten:

Opgelet echter! Voor de berekening van het vertrekvakantiegeld bij een vermindering van de arbeidsduur wordt geen rekening gehouden met de vaste eindejaarspremies. Onder vaste eindejaarspremies wordt verstaan: de premies waarvan de toekenning niet gekoppeld is aan een beoordeling van de prestaties van de werknemer, aan zijn productiviteit, aan het resultaat van de onderneming of een afdeling ervan of aan ieder ander criterium dat de betaling ervan onzeker en wisselend maakt.

Jaarlijkse vakantie

Hoe wordt het vertrekvakantiegeld berekend in geval van beëindiging van de arbeidsovereenkomst ?

Afhankelijk van het aantal vakantiedagen dat de werknemer reeds opgenomen heeft tijdens het jaar waarin zijn arbeidsovereenkomst verbroken wordt[1], zal de werkgever één of twee berekeningen vertrekvakantiegeld dienen te maken.

Het uitgangspunt is het volgende:

De werknemer heeft al zijn vakantie reeds opgenomen

Periode 2018-2019

De werknemer heeft op het moment van zijn ontslag reeds alle vakantiedagen waarop hij tijdens het jaar 2019 recht had, opgenomen, dus is ook al het vakantiegeld voor dat jaar reeds betaald. De werkgever zal dus geen vertrekvakantiegeld meer moeten uitbetalen voor de periode 2018-2019.

Periode 2019-2020

De werknemer heeft door zijn tewerkstelling in het jaar 2019 vakantierechten opgebouwd voor het jaar 2020. Door zijn ontslag zal hij deze vakantierechten tijdens het jaar 2020 niet meer bij de werkgever kunnen opnemen.  De werkgever zal hem dus vertrekvakantiegeld verschuldigd zijn voor het aantal maanden van tewerkstelling tijdens het jaar 2019.

De werknemer heeft nog geen enkele vakantiedag opgenomen

Periode 2018-2019

De werknemer heeft op het moment van zijn ontslag nog geen enkele vakantiedag waarop hij tijdens het jaar 2019 recht had, opgenomen, dus is er ook nog geen vakantiegeld voor dat jaar betaald. Omwille van zijn ontslag zal hij deze vakantierechten tijdens jaar 2019 niet meer bij de werkgever kunnen opnemen.  De werkgever zal dus een volledig vertrekvakantiegeld moeten uitbetalen voor het jaar 2019.

Periode 2019-2020

De werknemer heeft door zijn tewerkstelling in het jaar 2019 vakantierechten opgebouwd voor het jaar 2020. Omwille van zijn ontslag zal hij deze vakantierechten tijdens het jaar 2020 niet meer bij de werkgever kunnen opnemen.  De werkgever zal hem dus vertrekvakantiegeld verschuldigd zijn voor het aantal maanden van tewerkstelling tijdens het jaar 2019. 

De werknemer heeft zijn hoofdvakantie reeds opgenomen

Periode 2018-2019

De werknemer heeft op het moment van zijn ontslag zijn hoofdvakantie reeds opgenomen, dus is het dubbel vakantiegeld voor dat jaar reeds betaald. Omwille van zijn ontslag zal hij de vakantiedagen die hem nog resten tijdens het jaar 2019 niet meer bij de werkgever kunnen opnemen.  De werkgever zal dus een vertrekvakantiegeld moeten uitbetalen voor het jaar 2019 dat gelijk is aan het enkel vakantiegeld voor de nog op te nemen dagen.

Periode 2019-2020

De werknemer heeft door zijn tewerkstelling in het jaar 2019 vakantierechten opgebouwd voor het jaar 2020. Door zijn ontslag zal hij deze vakantierechten tijdens het jaar 2020 niet meer bij de werkgever kunnen opnemen.  De werkgever zal hem dus vertrekvakantiegeld verschuldigd zijn voor het aantal maanden van tewerkstelling tijdens het jaar 2019. 

Cijfervoorbeeld

De bediende werkt bij de werkgever van 1 januari 2018 tot 30 juni 2019. Hij verdient 2.000 euro bruto per maand.  Hij heeft geen recht op een eindejaarspremie. In 2018 heeft hij al 15 (van de 20 wettelijke) vakantiedagen opgenomen.   Hoeveel bedraagt het vertrekvakantiegeld?

1/ vakantiedienstjaar 2018

Het saldo aan enkel vakantiegeld bedraagt:

(2.000 euro x 12) x 7,67% x 5/20 = 460,20 euro

2/ vakantiedienstjaar 2019

Het vertrekvakantiegeld bedraagt:

(2.000 euro x 6) x 15,34% = 1.840,80 euro

De werknemer heeft reeds enkele vakantiedagen opgenomen

Periode 2018-2019

De werknemer heeft op het moment van zijn ontslag al enkele dagen vakantie opgenomen, maar moet zijn hoofdvakantie nog nemen. Het dubbel vakantiegeld voor dat jaar is dus nog niet betaald.  Omwille van zijn ontslag zal hij zijn hoofdvakantie tijdens het jaar 2019 niet meer bij de werkgever kunnen opnemen.  De werkgever zal dus een volledig vertrekvakantiegeld moeten uitbetalen voor het jaar 2019, met aftrek van het enkel vakantiegeld dat reeds betaald is voor de vakantiedagen die de werknemer al genomen heeft.

Periode 2019-2020

De werknemer heeft door zijn tewerkstelling in het jaar 2019 vakantierechten opgebouwd voor het jaar 2020. Door zijn ontslag zal hij deze vakantierechten tijdens het jaar 2020 niet meer bij de werkgever kunnen opnemen.  De werkgever zal hem dus vertrekvakantiegeld verschuldigd zijn voor het aantal maanden van tewerkstelling tijdens het jaar 2019. 

Cijfervoorbeeld

De bediende werkte bij de werkgever van 1 januari 2018 tot 31 maart 2019. Hij verdient 2.000 euro bruto per maand. Hij heeft geen recht op een eindejaarspremie. In 2019 heeft hij al 5 vakantiedagen opgenomen.   Hoeveel bedraagt het vertrekvakantiegeld?

1/ vakantiedienstjaar 2018

Het vertrekvakantiegeld bedraagt:

(2.000 euro x 12) x 15,34% - (2.000 euro x 12) x 7,67% x 5/20 = 3.221,40 euro

2/ vakantiedienstjaar 2019

Het vertrekvakantiegeld bedraagt:

(2.000 euro x 3) x 15,34% = 920,4 euro

 


[1] Dezelfde regels zijn van toepassing indien vertrekvakantiegeld betaald wordt, omdat de werknemer een volledig tijdskrediet opneemt of onder de wapens geroepen wordt.

Hoe wordt het vertrekvakantiegeld berekend in geval van een vermindering van de arbeidsduur van de werknemer?

Wanneer de werkgever met een bediende die reeds bij hem werkt een nieuwe arbeidsovereenkomst met een lagere gemiddelde wekelijkse arbeidsduur sluit, moet hij in de maand december een vertrekvakantiegeld betalen samen met het loon van die maand. Dit vertrekvakantiegeld is het vakantiegeld voor de opgebouwde vakantierechten die de werknemer omwille van zijn arbeidsduurvermindering niet heeft kunnen opnemen.

Hoe moet de berekening gebeuren?

De werkgever zal aan een bediende die in de loop van het jaar zijn arbeidsduur verminderd heeft, in december vakantiegeld verschuldigd zijn:

Voorbeeld

De bediende heeft het volledige jaar 2018 voltijds gewerkt bij de werkgever en verdiende 2.500 euro per maand. Hij bouwt hierdoor 20 vakantiedagen op voor 2019 (4 weken in een voltijdse tewerkstelling).  Op 1 juli 2019 schakelt hij over naar een deeltijdse tewerkstelling (van maandag tot donderdag) en verdient hij nog 2.000 euro per maand. 

Hij heeft 10 dagen vakantie opgenomen in mei 2019 (2 weken in een voltijdse tewerkstelling) en nog 8 dagen in augustus 2019 (2 weken in zijn deeltijdse tewerkstelling). Hij heeft hiervoor ook vakantiegeld gekregen (zie verder stap 1).

De overige 2 vakantiedagen die hij opgebouwd heeft, mag hij niet meer opnemen omwille van zijn deeltijdse tewerkstelling, omdat hij dan meer dan 4 weken vakantie zou hebben. Om zijn opgebouwde rechten echter te vrijwaren, zal hem voor deze 2 dagen wel een vertrekvakantiegeld verschuldigd zijn (zie verder stap 2).

Eerste stap: reeds betaalde vakantiegeld

De werknemer heeft in mei 2019 10 dagen vakantie opgenomen en heeft op dat moment enkel en dubbel vakantiegeld gekregen ten belope van 3.386,96 euro:

In augustus 2018 neemt hij nog 8 dagen vakantie op en krijgt hij een enkel vakantiegeld ten belope van 888,89 euro (= 2.000 euro x 8/18).

Tweede stap: vertrekvakantiegeld december 2019

De werkgever zal de werknemer in december 2019 nog een vakantiegeld ten belope van 326,15 euro verschuldigd zijn voor de 2 niet-opgenomen dagen.

De berekening hiervan verloopt als volgt:

1/ het enkel vakantiegeld voor de niet-opgenomen dagen

2.301 euro (= 2.500 x 12 x 7,67%) - 1975,85 euro (= 1.086,96 + 888,89 euro reeds ontvangen enkel vakantiegeld) = 325,15 euro

2/ het dubbel vakantiegeld voor de niet-opgenomen dagen

2.301 euro (= 2.500 x 12 x 7,67%) - 2.300 euro (reeds ontvangen dubbel vakantiegeld) = 1 euro

Derde stap

Daarnaast zal de werkgever de werknemer ook in december 2020 nog een vertrekvakantiegeld verschuldigd zijn wegens de vermindering van arbeidsduur op 1 juli 2019.   Op basis van zijn tewerkstelling in 2019 heeft de bediende immers recht op 18 vakantiedagen (6 maanden voltijdse tewerkstelling en 6 maanden 4/5 tewerkstelling).  Hij mag er in 2020 evenwel slechts 16 opnemen (maximum 4 weken in zijn huidige 4/5 stelsel). In december 2020 zal de werkgever dus nog het enkel en dubbel vakantiegeld verschuldigd zijn dat overeenstemt met 2 vakantiedagen.

De berekening gebeurt op dezelfde manier als in december 2019.

 


[1] Eventueel verhoogd met een fictieve wedde voor met dagen normale werkelijke arbeid gelijkgestelde dagen van arbeidsonderbreking.

[2] Eventueel verhoogd met een fictieve wedde voor met dagen normale werkelijke arbeid gelijkgestelde dagen.

Jaarlijkse vakanties

Hoe wordt het vertrekvakantiegeld op sociaal vlak behandeld?

Principe

Op het enkel vertrekvakantiegeld (7,67%) zijn de normale patronale en persoonlijke socialezekerheidsbijdragen verschuldigd.

Op het dubbel vertrekvakantiegeld (6,8%) worden geen normale socialezekerheidsbijdragen ingehouden. Er is echter wel een bijzondere werknemersbijdrage op verschuldigd waarvan het percentage overeenstemt met dat van de gewone persoonlijke bijdragen, met name 13,07%.

Deze inhouding moet niet gebeuren op het gedeelte van het wettelijk dubbel vakantiegeld dat overeenstemt met het loon vanaf de derde dag van de vierde vakantieweek. Op het bijkomend dubbel vertrekvakantiegeld (0,87%) zijn dus geen socialezekerheidsbijdragen verschuldigd.

Uitzondering

De hierboven besproken RSZ-behandeling is niet van toepassing op de volgende categorieën van werknemers:

Voor deze werknemers zijn enkel de persoonlijke socialezekerheidsbijdragen (13,07%) verschuldigd op het dubbel vertrekvakantiegeld (6,8%). Op het enkel (7,67%) en het bijkomend dubbel (0,87%) vertrekvakantiegeld is daarentegen geen enkele socialezekerheidsbijdrage verschuldigd.



[1] In uitvoering van de wet van 24 juli 1987.

[2] In uitvoering van de wet van 24 juli 1987.

[3] Hoofdstuk 2 van titel III van de programmawet van 30 december 1988.

[4] Artikelen 99 tot 107 van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen.

[5] Artikel 9, § 1, artikel 10quater, § 1, en artikel 12, § 1, van de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector.

[6] Artikel 4 van de wet van 19 juli 2012 betreffende de vierdagenweek en het halftijdse werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector.

[7] Koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen.

[8] Artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn onder de voorwaarden van het koninklijk besluit van 2 april 1998 tot uitvoering van artikel 33 van de wet van 22 december 1995 houdende maatregelen tot uitvoering van het meerjarenplan voor werkgelegenheid.

Jaarlijkse vakantie

Hoe wordt het vakantiegeld op fiscaal vlak behandeld?

Op het vertrekvakantiegeld zijn speciale percentages inzake bedrijfsvoorheffing van toepassing, rekening houdend met de hoogte van het jaarloon van de bediende.

Meer informatie hierover vindt u door hier te klikken.

Welke vermeldingen moeten op het vakantieattest voorkomen?

Tijdstip van aflevering

Wanneer een werkgever vertrekvakantiegeld betaalt, overhandigt hij eveneens een (of twee) vakantieattest(en) aan de bediende. Met deze vakantieattesten kan de werknemer dan bij zijn nieuwe werkgever zijn vakantierechten opeisen en kan de nieuwe werkgever de berekening van het vakantiegeld regulariseren.

Het vakantieattest voor een uitzendkracht dient slechts afgeleverd te worden bij het einde van het vakantiedienstjaar, tenzij de laatste tewerkstelling als uitzendkracht al voor die tijd zou plaatsvinden.

Opmerking: Wanneer er een vertrekvakantiegeld uitbetaald wordt omwille van een verlaging van de arbeidsduur van de werknemer, moet er geen vakantieattest opgemaakt worden. De werknemer blijft dan immers in dienst bij dezelfde werkgever.

Vermeldingen

Op het vakantieattest moeten de volgende vermeldingen voorkomen:

 

Wat verstaan we onder regularisatie?

De werknemer die bij een nieuwe werkgever aan de slag gaat, moet aan deze nieuwe werkgever zijn vakantieattest(en) overhandigen. Hierop staat immers vermeld op hoeveel vakantiedagen de werknemer (nog) recht heeft op basis van zijn prestaties tijdens het vakantiedienstjaar.

Wanneer de werknemer bij de nieuwe werkgever zijn wettelijke vakantiedagen opneemt, zal hij recht hebben op enkel vakantiegeld (= doorbetaling van zijn loon tijdens de vakantiedagen) en op dubbel vakantiegeld wanneer hij zijn hoofdvakantie opneemt.

Aangezien de werknemer dit vakantiegeld echter al van zijn vroegere werkgever ontvangen heeft in de vorm van een vertrekvakantiegeld en er geen dubbele betaling mag plaatsvinden, moet de nieuwe werkgever overgaan tot regularisatie van het vakantiegeld.

Deze regularisatie gebeurt:

Belangrijke opmerking: Wanneer de werknemer een vertrekvakantiegeld december krijgt omwille van een arbeidsduurvermindering, moet er geen regularisatie gebeuren. De regularisatie slaat immers enkel op het vervroegd vertrekvakantiegeld en dat is bij een arbeidsduurvermindering niet verschuldigd.

Jaarlijkse vakanties

Hoe wordt een regularisatie berekend?

In geval de hoofdvakantie nog niet opgenomen werd

De regularisatie gebeurt door van de som van het maandloon en het dubbel vakantiegeld dat de werkgever aan de werknemer betaalt, het bedrag aan vertrekvakantiegeld dat de werknemer reeds ontvangen heeft, af te trekken.

Opgelet, voor deze aftrek geldt wel een beperking! De werkgever mag namelijk niet meer aftrekken dan wat hij aan de werknemer aan vertrekvakantiegeld verschuldigd geweest zou zijn op basis van zijn huidig loon. Het is immers niet de bedoeling van een regularisatie dat de werkgever er winst op maakt. Met andere woorden, indien het huidig loon van de werknemer lager ligt dan het loon dat hij tijdens het voorbije jaar verdiende, en het bedrag van het vertrekvakantiegeld dat de werkgever aan de bediende zou hebben moeten betalen dus lager ligt dan het bedrag dat op het vakantieattest vermeld staat, moet de aftrek van het vertrekvakantiegeld beperkt worden tot het bedrag van het vertrekvakantiegeld dat volgens het huidig loon verschuldigd geweest zou zijn.

Cijfervoorbeeld

Een werknemer werd ontslagen op 31 december. Hij verdiende bij zijn vorige werkgever 2.500 euro per maand en had geen recht op een eindejaarspremie. Hij treedt in dienst bij een nieuwe werkgever op 1 januari en verdient 2.000 euro.

1/ Zijn vertrekvakantiegeld bedraagt:

2.500 euro x 12 x 15,34% = 4.602 euro

2/ Het vakantiegeld op basis van zijn huidig loon bedraagt:

2.000 euro x 12 x 15,34% = 3.681,60 euro

3/ Som van maandloon en dubbel vakantiegeld (92%) - beperkt vertrekvakantiegeld:

(2.000 euro + 1.840 euro) - 3.681,60 euro

4/ De werknemer zal tijdens deze maand dus een bedrag van 158,4 euro ontvangen.

In geval de hoofdvakantie reeds opgenomen werd

De regularisatie gebeurt door in de maand waarin de werknemer zijn resterende vakantiedagen opneemt en hiervoor enkel vakantiegeld ontvangt, het bedrag aan (enkel) vertrekvakantiegeld dat hem door zijn vorige werkgever uitbetaald werd, van zijn maandloon af te trekken.

Ook hier is de beperking van toepassing en mag de werkgever niet meer aftrekken dan wat hij zelf aan vertrekvakantiegeld verschuldigd zou zijn geweest op basis van het huidig loon.

Cijfervoorbeeld

De werknemer werd ontslagen op 31 augustus. Op dat moment had hij reeds 15 vakantiedagen opgenomen. Hij verdiende bij zijn vorige werkgever 2.500 euro per maand en had geen recht op een eindejaarspremie. Hij treedt in dienst bij de nieuwe werkgever op 1 oktober en verdient 2.000 euro. In de maand november neemt hij zijn resterende 5 vakantiedagen op.

1/ Zijn vertrekvakantiegeld bedraagt:

2.500 euro x 12 x 7,67% x 5/20 = 575,25 euro

2/ Het vakantiegeld op basis van zijn huidig loon bedraagt:

2.000 euro x 12 x 7,67% x 5/20 = 460,20 euro

3/ Maandloon - beperkt vertrekvakantiegeld:

2.000 euro - 460,20 euro

4/ De werknemer zal tijdens deze maand dus een bedrag van 1.539,80 euro ontvangen.

Hoe wordt het vakantiegeld in dienst op het moment van regularisatie op sociaal vlak behandeld?

Enkel vakantiegeld

Het volledige enkel vakantiegeld is normaalgezien onderworpen aan de normale werkgevers- en werknemersbijdragen. Aangezien het enkel vertrekvakantiegeld bij de uitbetaling ervan echter reeds aan gewone socialezekerheidsbijdragen onderworpen werd, moet de nieuwe werkgever, om dubbele onderwerping te vermijden, bij de opname van de vakantie slechts patronale en persoonlijke socialezekerheidsbijdragen betalen op het verschil tussen het normale loon van die vakantiedagen en het reeds betaalde enkel vertrekvakantiegeld.

Opgelet! Indien er op het enkel vertrekvakantiegeld geen socialezekerheidsbijdragen betaald werden, omdat de werknemer tot een werknemerscategorie behoort waarvoor geen bijdragen op het enkel vertrekvakantiegeld verschuldigd zijn, moeten er patronale en persoonlijke socialezekerheidsbijdragen op het volledige enkel vakantiegeld betaald worden, maar enkel voor zover hij op het moment van de regularisatie nog steeds tot die specifieke werknemerscategorie behoort. Is hij op dat moment echter een “gewone” bediende geworden, dan geldt de normale regel, met name dat er enkel bijdragen verschuldigd zijn op het verschil tussen het normale loon van de vakantiedagen en het reeds betaalde enkel vertrekvakantiegeld.

Dubbel vakantiegeld

Het dubbel vakantiegeld is onderworpen aan een bijzondere werknemersbijdrage waarvan het percentage overeenstemt met dat van de persoonlijke socialezekerheidsbijdragen (13,07%). Aangezien op het dubbel vertrekvakantiegeld ook reeds deze werknemersbijdrage betaald werd, moet de nieuwe werkgever, om dubbele onderwerping te vermijden, bij de uitbetaling van het dubbel vakantiegeld enkel persoonlijke bijdragen inhouden op het saldo van dit dubbel vakantiegeld dat nog niet onderworpen geweest is.

Bijkomend dubbel vakantiegeld

Noch op het bijkomend dubbel vakantiegeld, noch op het bijkomend dubbel vertrekvakantiegeld zijn socialezekerheidsbijdragen verschuldigd.

Cijfervoorbeeld

Uitbetaling vertrekvakantiegeld

Een bediende verdiende bij zijn vorige werkgever 2.000 euro. Zijn vertrekvakantiegeld bedroeg:

  1. Enkel vakantiegeld: 2.000 euro x 12 x 7,67% = 1.840,80 euro onderworpen aan werkgevers- en werknemersbijdragen
  2. Dubbel vakantiegeld: 2.000 euro x 12 x 6,80% = 1.632,00 euro onderworpen aan de bijzondere werknemersbijdrage
  3. Bijkomend dubbel vakantiegeld: 2.000 euro x 12 x 0,87% = 208,80 euro niet onderworpen
Regularisatie

Het loon van de bediende is bij de nieuwe werkgever niet veranderd. De werkgever mag bij de regularisatie dus het volledige vertrekvakantiegeld, zonder beperking, van de som van het maandloon en het dubbel vakantiegeld aftrekken.

  1. Enkel vakantiegeld: er zullen enkel socialezekerheidsbijdragen moeten betaald worden op het verschil tussen het normale loon en het reeds betaalde enkel vertrekvakantiegeld, met name op 159,20 euro (2.000 euro - 1.840,80 euro)
  2. Dubbel vakantiegeld: er zal enkel een bijzondere werkgeversbijdrage verschuldigd zijn op het dubbel vakantiegeld dat nog niet onderworpen geweest is, met name op 68 euro (1.700 euro (= 85% van 2.000 euro) - 1.632 euro)
  3. Bijkomend dubbel vakantiegeld: er zijn geen socialezekerheidsbijdragen verschuldigd op 140 euro (= 7% van 2.000 euro)
  4. De regularisatie op het moment van de uitbetaling van het dubbel vakantiegeld zal er dus als volgt uitzien:

Maandloon

€ 2.000

Dubbel vakantiegeld (92%)

€ 1.840

Vertrekvakantiegeld

- € 3.681,60

RSZ (op maandloon - onderworpen enkel vertrekvakantiegeld)

- € 20,81

13,07% op saldo dubbel vakantiegeld

- € 8,89

Belastbaar

€ 128,70

Hoe wordt het vakantiegeld in dienst op het moment van regularisatie op fiscaal vlak behandeld?

De normale regel voor de fiscale behandeling van het vakantiegeld in dienst is de volgende:

Om te weten welke regel we moeten toepassen in geval van regularisatie moeten we kijken naar het saldo dat overblijft nadat het vertrekvakantiegeld (VVG), betaald door de oude werkgever, van het loon (L) en het dubbel vakantiegeld (DV), betaald door de nieuwe werkgever, werd afgetrokken.

Saldo bestaat enkel uit loon

Indien het bedrag van het dubbel vakantiegeld dat de nieuwe werkgever aan de bediende betaalt, kleiner is dan het bedrag van het vertrekvakantiegeld dat hij ontvangen heeft, dan blijft er na de regularisatie enkel loon over. Op dit loon worden de normale schalen en percentages van de bedrijfsvoorheffing toegepast.

Schematisch ziet dit eruit als volgt:

Als DV < VVG: L + DV – VVG = saldo L

Op saldo L passen we de normale schalen en percentages toe.

Saldo bestaat uit loon en dubbel vakantiegeld

Indien het bedrag van het dubbel vakantiegeld dat de nieuwe werkgever aan de bediende betaalt, groter is dan het bedrag van het vertrekvakantiegeld dat hij ontvangen heeft, dan blijft er na de regularisatie een deel dubbel vakantiegeld en het loon over. Op het saldo van het dubbel vakantiegeld worden de specifieke percentages voor het vakantiegeld toegepast en op het loon de normale schalen en percentages.

Schematisch ziet dit eruit als volgt:

Als DV > VVG: L + DV – VVG = L + saldo DV

Op L passen we de normale schalen en percentages toe.

Op saldo DV passen we de specifieke percentages toe.

Jaarlijkse vakantie

Wat zijn de toepasselijke sancties?

Voor een overzicht van de toepasselijke sancties verwijzen we u naar het trefwoord “Jaarlijkse vakantie" in de fiche “Sociaal Strafwetboek – 4. De inbreuken” in de federale rubriek van ons dossier over het Sociaal Strafrecht.  U vindt dit dossier terug in de rubriek Sociaal/Dossiers.

Jaarlijkse vakanties

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?