E.E.S.V. Securex Corporate
Maatschappelijke zetel: Tervurenlaan 43, 1040 Brussel
Ondernemingsnummer: BTW BE 0877.510.104 - RPR Brussel

Steunmaatregelen

Federaal > Structurele vermindering van werkgeversbijdragen

Inhoudstafel - Structurele vermindering van werkgeversbijdragen

Wat is de structurele vermindering?

De structurele vermindering is een maatregel tot vermindering van de patronale basisbijdragen voor de sociale zekerheid.

In het kader van de taxshift werd de structurele vermindering grondig hervormd, waardoor niet elke werknemer nog het recht op deze vermindering opent. De idee daarachter is dat nu de normale werkgeversbijdragen door de taxshift laag genoeg liggen, het niet meer nodig is ze op structurele wijze te verlagen om concurrentieel te blijven met de buurlanden.

Hoewel de vermindering dus niet meer “automatisch” aan elke werknemer wordt toegekend, zullen we gemakkelijkheidshalve de benaming structurele vermindering blijven gebruiken.

Het bedrag van de vermindering varieert in functie van de categorie waartoe de werknemer behoort, zijn kwartaalloon en het volume van zijn prestaties. Het wordt met behulp van precieze wiskundige formules berekend.

De structurele vermindering geldt zowel voor arbeiders als bedienden voor zover ze volledig aan de sociale zekerheid onderworpen zijn. De vermindering wordt tijdens de volledige duur van de tewerkstelling toegekend. De werknemer moet bij aanwerving geen enkel specifiek statuut bezitten op het vlak van leeftijd, werkloosheid, scholing, ....

Naast de structurele vermindering kan de werkgever tegelijkertijd gedurende een aantal trimesters een forfaitaire kwartaalvermindering van de patronale socialezekerheidsbijdragen krijgen wanneer hij een werknemer in dienst neemt van wie het profiel beantwoordt aan dat van een doelgroep.

U kan gedetailleerde informatie over de doelgroepverminderingen terugvinden in de andere fiches van dit dossier "Tewerkstellingsmaatregelen".

Voor welke werkgevers?

De structurele vermindering is in principe van toepassing op alle werkgevers uit de privé- en de openbare sector. Door echter het profiel van de werknemers te beperken tot diegenen die aan alle basisregelingen van de sociale zekerheid onderworpen zijn, zijn sommige werkgevers uit de privésector en vele werkgevers uit de openbare sector uitgesloten.

Voor welke werknemers?

Principe

Enkel werknemers die onderworpen zijn aan het geheel van de basisregelingen van de sociale zekerheid[1] komen voor de structurele vermindering in aanmerking.

Statuut van de werkneme 

Het statuut van de werknemer (arbeider, bediende, handelsvertegenwoordiger, ...), de aard en duur van de arbeidsovereenkomst (onbepaalde duur, bepaalde duur, vervangingsovereenkomst, ...) en het werkrooster (voltijds of deeltijds) zijn in principe niet belangrijk.

Ondergrens van 27,5%

Indien de werknemer tijdens het kwartaal minder dan 27,5% van de volledige kwartaalprestaties van een voltijder werkt, zal er geen structurele vermindering toegekend worden.  Deze minimumgrens geldt echter niet voor:

Deze werknemers genieten met andere woorden toch de vermindering, ook al hebben ze in het betrokken kwartaal minder dan 27,5% van volledige kwartaalprestaties van een voltijder gepresteerd.

Uitsluitingen

Twee types van werknemers zijn dan ook uitgesloten:

De niet aan de sociale zekerheid onderworpen werknemers

In de privésector kunnen de volgende werknemers geen recht geven op de structurele vermindering vermits ze, indien bepaalde voorwaarden vervuld worden, niet aan de sociale zekerheid onderworpen zijn:

Opmerking: De flexi-werknemers komen evenmin in aanmerking voor de structurele vermindering, omdat op hun loon enkel een bijzondere socialezekerheidsbijdrage van 25% wordt betaald.

De werknemers die gedeeltelijk onderworpen zijn aan de sociale zekerheid

In de privésector kunnen de volgende personen geen recht geven op de structurele vermindering vermits ze, indien bepaalde voorwaarden vervuld worden, niet aan alle basistakken van de sociale zekerheid onderworpen zijn:

In de publieke sector zijn de meeste ambtenaren en contractuele werknemers niet onderworpen aan alle socialezekerheidsstelsels.  Zij komen dus evenmin in aanmerking voor de vermindering.

 


 [1] Ziekte- en invaliditeitsverzekering, werkloosheid, pensioenen, arbeidsongevallen en beroepsziekten en jaarlijkse vakantie.

[2] PC nr. 327 (kengetallen 073, 173 en 273).

[3] In dienst genomen met een leer- of stageovereenkomst in de middenstand, met een overeenkomst van industrieel leerlingwezen, met een overeenkomst tot socioprofessionele beroepsinschakeling of met een arbeidsovereenkomst gedurende de periode van de deeltijdse leerplicht.

[4] Het gaat om gelegenheidsarbeiders die tijdens dagen van intense activiteit tewerkgesteld worden (artikel 8bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969).

De drie basiscategorieën

Het bedrag van de structurele vermindering varieert onder meer in functie van de categorie waartoe de werknemer behoort. We onderscheiden drie basiscategorieën.

Categorie 1: restcategorie

Deze categorie is een restcategorie. Ze omvat immers alle werknemers die niet tot een andere categorie behoren. Het betreft hoofdzakelijk:

Categorie 2: Sociale Maribel

Deze categorie omvat alle werknemers van werkgevers die binnen het toepassingsgebied van de Sociale Maribel vallen, uitgezonderd in het paritair comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp (PC nr. 318) en de erkende beschutte werkplaatsen (PC nr. 327, kengetallen 073, 173 en 273). 

Het betreft de werknemers van werkgevers in de volgende paritaire comités:

Categorie 3: beschutte werkplaatsen

Deze categorie omvat alle werknemers van erkende beschutte werkplaatsen in het paritair comité voor de beschutte werkplaatsen (PC’s nr. 327.01, 02 en 03: kengetallen 073, 173, 273), met uitzondering van de sociale werkplaatsen van de Vlaamse Gemeenschap (RSZ-kengetal 373).

Deze categorie wordt opgesplitst in 2 subcategorieën:

 


[1] Vanaf het 2de kwartaal 2016.

Hoe wordt het voordeel berekend?

De structurele vermindering wordt in 2 stappen berekend.  Eerst wordt het theoretische verminderingsbedrag berekend, vertrekkend van de hypothese dat de werknemer volledige voltijdse prestaties geleverd heeft.  Daarna wordt het reële verminderingsbedrag waarop de werknemer recht geeft, berekend.

Voor voltijders met volledige kwartaalprestaties is het reële verminderingsbedrag uiteraard gelijk aan het theoretische verminderingsbedrag.  Werknemers met deeltijdse en/of onvolledige prestaties genieten een proportionele vermindering, evenwel met een correctie die varieert naargelang de prestaties hoger of lager zijn dan 80%, 55% of 27,5% van volledige kwartaalprestaties van een voltijder.

U vindt de berekeningsformules in de volgende vragen.

De berekening van het theoretisch verminderingsbedrag

De formule

De formule om het theoretisch verminderingsbedrag van de structurele vermindering te berekenen, is: R = F + (a x (SO – S)) + (d x (W - S1)

Naast het loon van de werknemer, hangt het theoretisch bedrag van de structurele vermindering af van drie bedragen:

Al deze parameters verschillen van categorie tot categorie.

Parameters van toepassing vanaf 1 januari 2022

Categorieën

Forfaitair basisbedrag F

Coëfficiënt a

Coëfficiënt d

Loonplafond
SO en S1

Formule

1

0

a = 0,1400

SO = 9.588,01

 0,1400 x (9.588,01 - S)

 

 

d = 0

S1 = 0

2

79

a = 0,2557

SO = 8.054,57

79 + 0,2557 x (8.054,57 - S) + 0,06 x (W – 14.060,80)

 

 

d = 0,06

S1 = 14.060,80

3

0

a = 0,1400

SO = 10.389,23

0,1400 x (10.389,23 - S)

 

 

d = 0

S1 = 0

3bis

495

a = 0,1785

S0 = 9.863,93

495 + 0,1785 x (9.863,93 - S)

d = 0

S1 = 0

Opmerking: Zoals u kan zien, zijn zowel in categorie 1 als categorie 3 het forfaitair basisbedrag als het supplement voor de hoge lonen op 0 gebracht. Hierdoor wordt er in deze categorieën enkel nog een vermindering toegekend aan werknemers met een laag- of middenloon.

 


[1] Het refertekwartaalloon (S) is het loon dat de werknemer in het kwartaal verdiend heeft wanneer hij volledige kwartaalprestaties verricht heeft.  Indien hij deeltijds werkt en / of onvolledige prestaties verricht heeft, wordt op basis van het reële kwartaalloon een hypothetisch refertekwartaalloon berekend, alsof hij volledige voltijdse kwartaalprestaties geleverd zou hebben.

[2] Het effectieve kwartaalloon (W) is het loon dat de werknemer effectief verdiend heeft op basis van zijn reële kwartaalprestaties. Voor werknemers voor wie een eindejaarspremie betaald wordt door een derde (bv. een fonds voor  bestaanszekerheid), wordt het kwartaalloon (W) voor het 4de kwartaal verhoogd met 25%. In afwijking daarvan bedraagt de verhoging slechts 15% voor de erkende uitzendkantoren en dit tijdens het 1ste kwartaal. Na deze verhoging wordt W afgerond tot op de hogere eurocent waarbij 0,005 euro wordt afgerond naar 0,01 euro.

 

De berekening van het reële verminderingsbedrag

In een tweede fase wordt dan op basis van het theoretisch verminderingsbedrag (R) het reële verminderingsbedrag berekend.  Hiervoor wordt de volgende formule gebruikt: Ps = R x µ x b

µ is de prestatiebreuk van de prestaties tijdens de tewerkstelling: het drukt de verhouding uit tussen het aantal effectieve arbeidsdagen (of -uren) van de werknemer tijdens de tewerkstelling enerzijds en het aantal mogelijke werkdagen (of -uren) voor een voltijder met volledige prestaties tijdens het kwartaal anderzijds.  Voor een voltijder met volledige kwartaalprestaties is m bijgevolg gelijk aan 1.

b is de multiplicatiefactor. Deze verschilt naargelang de tewerkstelling van een werknemer bij dezelfde werkgever tijdens een kwartaal:

Het reële verminderingsbedrag Ps mag nooit hoger zijn dan het theoretische verminderingsbedrag R.

Welke cumulatie is mogelijk?

De structurele vermindering is enkel cumuleerbaar met de voordelen van de Sociale Maribel en de federale of regionale verminderingen van de patronale basisbijdragen (ook 'doelgroepverminderingen' genaamd), zoals deze voor :

Indien een werknemer voor een zelfde tewerkstelling aan de voorwaarden voor meer dan één doelgroepvermindering voldoet, kan zijn werkgever toch slechts één enkele doelgroepvermindering per tewerkstelling genieten.  Concreet zal de werkgever hier de meest voordelige doelgroepvermindering kunnen kiezen.

Het totale bedrag van de lastenvermindering (structurele vermindering en doelgroepvermindering samen) mag niet hoger zijn dan de verschuldigde patronale basisbijdragen voor de tewerkstelling van de werknemer[1].  Indien dat toch het geval is, zal eerst de doelgroepvermindering en daarna de structurele vermindering verminderd worden.  Wanneer er geen doelgroepvermindering is, zal onmiddellijk de structurele vermindering gelimiteerd worden tot het totale bedrag van de verschuldigde patronale basisbijdragen.

Voor de rechthebbenden op de sociale Maribel[2] zullen de verschuldigde bijdragen eerst worden verminderd met het bedrag van de vermindering in het kader van de sociale Maribel (behalve voor de beschutte werkplaatsen: PC nr. 327.01, 02 en 03, kengetallen 073, 173 en 273) en pas daarna met de doelgroepvermindering en de structurele vermindering.

Wanneer de structurele vermindering met de Sociale Maribel gecumuleerd wordt, zal het bedrag van de verschuldigde patronale basisbijdragen eerst verminderd worden met de voordelen van de Sociale Maribel.

Cumulatie met tewerkstellingsmaatregelen die geen vermindering van de werkgeversbijdragen voor sociale zekerheid inhouden (bijvoorbeeld de activering van de werkloosheidsbijdragen, de werkbonus, bepaalde gewestelijke premies, ...) is eveneens mogelijk.

 


[1] Er wordt geen rekening gehouden met de loonmatigingsbijdrage.

[2] Bepaalde werknemers komen niet in aanmerking voor de sociale Maribel. Bijgevolg zal de sociale Maribel niet in mindering gebracht worden van de werkgeversbijdragen aan de sociale zekerheid wanneer de werkgever bepaalde doelgroepverminderingen geniet. U vindt hier meer informatie (neem een kijkje onder de uitleg over de cumulaties).

Wat gebeurt er in geval van wijziging van de juridische structuur van de werkgever?

Wanneer de werkgever, natuurlijk of rechtspersoon, zijn activiteit stopzet, worden de verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen die hij geniet in principe ook beëindigd, zelfs indien de onderneming met personeel aan een nieuwe werkgever (juridische entiteit) die de rechten en plichten overneemt, overgedragen werd.

In bepaalde, strikte hypotheses van wijziging van de juridische structuur van de werkgever kunnen de doelgroepverminderingen echter behouden blijven[1].

In het geval van de structurele vermindering stelt dit probleem zich eigenlijk niet. Wanneer de nieuwe werkgever en de werknemer aan de voorwaarden beantwoorden, zal de vermindering immers automatisch toegekend worden.



[1] Programmawet van 27 december 2004.

Wat doet Securex voor u?

Deze zeer technische patronale lastenvermindering wordt door het Sociaal Secretariaat Securex automatisch voor zijn klanten berekend en aan de RSZ aangegeven.

Meer informatie vindt u op de website van de RSZ, waar u eveneens een macro kan downloaden om de structurele vermindering van de sociale lasten voor elke werknemer zelf te berekenen.

 

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?