E.E.S.V. Securex Corporate
Maatschappelijke zetel: Tervurenlaan 43, 1040 Brussel
Ondernemingsnummer: BTW BE 0877.510.104 - RPR Brussel

Steunmaatregelen

Vlaams Gewest > Doelgroepverminderingen > Mentors

Mentors

De doelgroepvermindering voor mentors behoort tot de geregionaliseerde doelgroepverminderingen. De regelgeving is echter ongewijzigd gebleven. Voor meer informatie, klik hier.

Vlaams Gewest > Doelgroepverminderingen > Onthaalouders

Onthaalouders

De doelgroepvermindering voor onthaalouders behoort tot de geregionaliseerde doelgroepverminderingen. De regelgeving is echter ongewijzigd gebleven. Voor meer informatie, klik hier.

Vlaams Gewest > Doelgroepverminderingen > Oudere werknemers

Inhoudstafel - Oudere werknemers

 

Doelgroepverminderingen en regionalisering

De werkgever die een werknemer in dienst neemt wiens profiel overeenstemt met dat van een doelgroep kan gedurende een aantal kwartalen een forfaitaire trimestriële vermindering van zijn basisbijdragen voor de sociale zekerheid genieten. Men spreekt van een 'doelgroepvermindering'.

In België bestaan er twee soorten van doelgroepverminderingen:

In Vlaanderen bestaan er sinds 1 juli 2016 twee doelgroepverminderingen (één voor de jonge en één voor de oudere werknemers). U vindt hierover meer inlichtingen onder deze rubriek.

In deze fiche bespreken we de doelgroepvermindering voor de oudere werknemers in Vlaanderen. De nieuwe regels zijn van toepassing zowel op de werknemers aangeworven vanaf 1 juli 2016 als op diegenen die  vóór deze datum reeds in dienst  zijn genomen. De algemene principes inzake doelgroepverminderingen, die ongewijzigd zijn gebleven, vindt u terug onder het luik "Federaal" onder "Doelgroepverminderingen - Algemene principes".

Wat is de doelgroepvermindering oudere werknemers?

De werkgever kan een forfaitaire vermindering van zijn werkgeversbijdragen aan de sociale zekerheid genieten wanneer hij een volledig aan de sociale zekerheid onderworpen werknemer uit categorie 1 in dienst neemt of aan het werk houdt die minstens 58 jaar oud (vóór 1 januari 2020: 55 jaar) is en van wie het kwartaalloon lager is dan 13.945 euro[1]

Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de vermindering toegekend:

Meer uitleg vindt u onder de vraag "Welk voordeel geniet de werkgever?".

 


[1] Voor kwartaal 4 van elk jaar bedraagt het loonplafond 18.545 euro. Voor uitzendkrachten gelden er specifieke regels.

 

Welke werkgevers komen in aanmerking?

Alle werkgevers van de private en de publieke sector kunnen de doelgroepvermindering voor oudere werknemers genieten voor zover ze een vestigingseenheid hebben in het Vlaams Gewest.  Door echter het profiel van de werknemers te beperken tot diegenen die aan alle basisregelingen van de sociale zekerheid onderworpen zijn, zijn sommige werkgevers uit de privésector en vele werkgevers uit de openbare sector uitgesloten.

Welke werknemers komen in aanmerking voor de doelgroepvermindering?

Principe

Behoren tot de doelgroep oudere werknemers, de werknemers die:

Bijkomende voorwaarde voor de doelgroepvermindering “nieuwe aanwerving”

Om het recht te openen op de vermindering “nieuwe aanwerving” (dus voor oudere werknemers die aangeworven worden en niet de "zittende werknemers") moet de oudere werknemer bovendien een niet-werkende werkzoekende zijn. Onder oudere niet-werkende werkzoekenden worden personen verstaan die:

Opmerking: Een werknemer die in de voorbije 4 kwartalen als uitzendkracht bij de werkgever gewerkt heeft, komt in aanmerking voor de doelgroepvermindering oudere werknemers “nieuwe aanwerving” op voorwaarde dat hij tussen zijn tewerkstelling als uitzendkracht bij de werkgever en zijn indienstneming minstens 1 dag als niet-werkende werkzoekende ingeschreven is bij de VDAB.

Statuut van de werknemer

Het statuut van de werknemer (arbeider, bediende, handelsvertegenwoordiger, ...), de aard en duur van de arbeidsovereenkomst (onbepaalde duur, bepaalde duur, vervangingsovereenkomst, ...) en het werkrooster (voltijds of deeltijds) zijn in principe niet belangrijk.

Indien de werknemer echter tijdens het kwartaal minder dan 27,5% van volledige kwartaalprestaties van een voltijder werkt, zal er geen vermindering toegekend worden. Deze minimumgrens geldt echter niet voor bepaalde werknemers.

Deze werknemers zullen met andere woorden toch de doelgroepvermindering kunnen genieten, ook al hebben ze in het betrokken kwartaal minder dan 27,5% van volledige kwartaalprestaties van een voltijder gepresteerd.

Uitsluitingen

Vier types werknemers geven geen recht op de doelgroepvermindering.

De werknemers uit een ander gewest

De werknemers verbonden aan een vestigingseenheid gelegen in het Brusselse of het Waalse Gewest komen niet voor deze doelgroepvermindering in aanmerking. Zij kunnen eventueel wel het recht openen op een gelijkaardige doelgroepvermindering uit een ander gewest.

De werknemers in bepaalde activiteitensectoren

De categorieën 2 en 3 zoals voorzien in de reglementering van de structurele lastenverlaging komen niet voor deze doelgroepvermindering in aanmerking.

De niet aan de sociale zekerheid onderworpen werknemers

In de privésector kunnen de volgende werknemers geen recht geven op de doelgroepvermindering geven vermits ze, indien bepaalde voorwaarden vervuld worden, niet aan de sociale zekerheid onderworpen zijn:

De werknemers die gedeeltelijk aan de sociale zekerheid onderworpen zijn

In de privésector kunnen de volgende personen geen recht geven op de doelgroepvermindering vermits ze, indien bepaalde voorwaarden vervuld worden, niet aan alle basistakken van de sociale zekerheid onderworpen zijn:

In de overheidssector zijn de meeste ambtenaren en contractuele werknemers niet onderworpen aan alle socialezekerheidsstelsels. Zij komen dus evenmin in aanmerking voor de vermindering.

 


[1] Zoals vermeld in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

[2] Een bewijs van inschrijving als werkzoekende bij de VDAB volstaat. Het volstaat ook dat de betrokkene één dag werkzoekend is.

[3] Dit begrip verwijst naar de juridische entiteit.

 

Welk voordeel geniet de werkgever?

Principe

Voor elke voltijdse werknemer met volledige kwartaalprestaties heeft de werkgever recht op een vermindering van basiswerkgeversbijdragen in de sociale zekerheid volgens het volgende schema:

NIEUWE AANWERVING

(indienstneming oudere werknemer)

ZITTENDE WERKNEMERS

(oudere werknemers aan het werk houden)

Van 58 tem 64 jaar

Van 58 tem 59 jaar

Vanaf 60 jaar

Vrijstelling van patronale basisbijdragen aan de sociale-zekerheid

600 euro per kwartaal

1.500 euro per kwartaal

Gedurende 8 kwartalen en maximum tot aan de pensioenleeftijd[1]

 

Tot de leeftijd van 60 jaar (nadien volgende kolom)

Onbeperkt (tot het einde van de tewerkstelling)

 

(*) Men kijkt naar de leeftijd van de werknemer op de laatste dag van het kwartaal.

 

Belangrijke opmerking: wanneer het recht op de doelgroepvermindering “nieuwe aanwerving” uitgeput is of wanneer de werknemer de pensioenleeftijd bereikt, kan de werkgever genieten van de vermindering voor zittende werknemers.

Voorbeeld: een werknemer van 59 jaar die aan de vereiste voorwaarden voldoet, wordt voltijds aangeworven. De werkgever geniet een volledige vrijstelling van werkgeversbijdragen gedurende 8 kwartalen. Nadien opent deze werknemer het recht op een vermindering voor zittende werknemers (1.500 euro per kwartaal onbeperkt).

Deeltijdse en/of onvolledige kwartaalprestaties: proportioneel met correctie

De bedragen vermeldt in de tabel gelden voor voltijdse, volledige kwartaalprestaties en worden per tewerkstelling berekend[2]. Werknemers met deeltijdse en/of onvolledige kwartaalprestaties genieten een proportionele vermindering, evenwel met een correctie die varieert naargelang de prestaties hoger of lager zijn dan 80%, 55% of 27,5% van volledige kwartaalprestaties van een voltijder. Voor meer informatie over deze proportionalisering, klik hier.

 


[1] Deze wordt niet individueel bepaald en bedraagt momenteel 65 jaar.

[2] Zodra een element van de tewerkstelling wordt gewijzigd, moet er een nieuwe berekening worden gemaakt. De elementen van de tewerkstelling zijn: de werkgeverscategorie, de werknemerscategorie, de datum waarop de arbeidsbetrekking aanvangt en eindigt, het nummer van het bevoegde paritaire (sub)comité voor de uitgeoefende activiteit, het aantal dagen per week in de arbeidsregeling, de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de referentiepersoon, het type van arbeidsovereenkomst (voltijds of deeltijds).

 

Welke overgangsmaatregelen gelden er voor 55-plussers?

De doelgroepvermindering voor oudere werknemers vanaf 55 jaar werd sinds 1 januari 2020 afgeschaft. De minimumleeftijd om het recht te openen op deze vermindering werd opgetrokken naar 58 jaar. Er werden echter een aantal overgangsmaatregelen bepaald.

Indien de werkgever vóór 1 januari 2020 een doelgroepvermindering toegekend kreeg voor een oudere werknemer of niet-werkende werkzoekende die nog geen 58 jaar was, dan blijft hij die vermindering behouden.

Oudere werknemers die minstens 55 werden in 2019 en vanaf 1 januari 2020 in dienst gingen, geven nog recht op een doelgroepvermindering voor oudere ‘zittende’ werknemers. Hierna vindt u een overzicht:

NIEUWE AANWERVING

(indienstneming oudere werknemer vóór 1 januari 2020)

ZITTENDE WERKNEMERS

(oudere werknemers aan het werk houden)

Minstens 55 jaar op 31 december 2019 en jonger dan 58 jaar[1]

Minstens 55 jaar op 31 december 2019 en jonger dan 58 jaar

Vrijstelling van patronale basisbijdragen aan de sociale-zekerheid

600 euro per kwartaal

Gedurende 8 kwartalen en maximum tot aan de pensioenleeftijd[2]

Tot de leeftijd van 58 jaar (nadien gewone regels)

 

(*) Men kijkt naar de leeftijd van de werknemer op de laatste dag van het kwartaal.

Oudere niet-werkende werkzoekenden waarvoor het aantal kwartalen vrijstelling van patronale basisbijdragen uitgeput is, komen in aanmerking voor de doelgroepvermindering voor oudere ‘zittende’ werknemers, ook in de overgangsperiode.

Opmerking : Na de aanpassing van de leeftijdsgrenzen van de doelgroepvermindering voor oudere werknemers, werd ook de leeftijdsgrens voor de aanwervingsincentive voor langdurig werkzoekenden aangepast. Sinds 1 januari 2020 openen werknemers van 55 jaar ook het recht op deze premie. Op die manier wordt vermeden dat 55-jarige langdurig werkzoekenden geen voordelen meer openen voor de werkgevers die hen aanwerven.

 


[1] Vanaf dan gelden de gewone regels.

[2] Deze wordt niet individueel bepaald en bedraagt momenteel 65 jaar.

 

Wat als een werkgever een oudere werknemer opnieuw in dienst neemt?

Voorafgaande opmerking: de periode van 4 kwartalen waarover hieronder sprake is, moet niet bekeken worden van datum tot datum maar van kwartaal tot kwartaal.

Aanwerving binnen een periode van 4 kwartalen

Als een werkgever[1] een werknemer voor wie hij een doelgroepvermindering genoot, opnieuw in dienst neemt binnen een periode van vier kwartalen[2] na de beëindiging van de vorige arbeidsovereenkomst, worden die tewerkstellingen, voor de vaststelling van de forfaitaire doelgroepvermindering en voor de looptijd ervan, als één tewerkstelling beschouwd.

De periode tussen de arbeidsovereenkomsten verlengt de periode waarin de doelgroepvermindering wordt toegekend, niet.

Indien het recht op de doelgroepvermindering ”nieuwe aanwerving” uitgeput is of de oudere werknemer heeft intussen de pensioenleeftijd bereikt, kan de werkgever een doelgroepvermindering genieten voor "zittende werknemers" wanneer hij deze oudere werknemer opnieuw in dienst neemt.

Aanwerving na een periode van 4 kwartalen

Als een werkgever een werknemer voor wie hij een doelgroepvermindering genoot, opnieuw in dienst neemt na een periode van vier kwartalen na de beëindiging van de vorige arbeidsovereenkomst, worden die tewerkstellingen, voor de vaststelling van de forfaitaire doelgroepvermindering en voor de looptijd ervan, niet meer als één tewerkstelling beschouwd.

Met andere woorden, de teller wordt terug op nul gezet en de werkgever kan in principe opnieuw gedurende 8 kwartalen de vermindering ”nieuwe aanwerving” genieten.

 


[1] Men bedoelt hier de werkgever er als "juridische entiteit".

[2] Deze periode moet afgebakend worden op vier volledige kalenderkwartalen tussen het laatste (vorige) tewerkstellingskwartaal en het eerste (nieuwe) tewerkstellingskwartaal.

Hoe verloopt de procedure?

De VDAB bezorgt via elektronische weg aan de RSZ alle gegevens die deze instelling nodig heeft om het recht op de doelgroepvermindering “nieuwe aanwerving” voor de oudere niet-werkende werkzoekenden te beoordelen[1].

Opgelet! De doelgroepvermindering “zittende werknemers” wordt niet automatisch toegekend. Deze moet door de werkgever aangevraagd worden via de DmfA (trimestriële RSZ-aangifte).

Het Sociaal Secretariaat Securex vervult de nodige formaliteiten automatisch voor de klanten die deze doelgroepverminderingen kunnen genieten.

 


[1] De werkgever kan de gegevens betreffende zijn werknemers raadplegen via ECARO.

Welke cumulaties zijn toegestaan?

U vindt het antwoord op deze vraag door hier  te klikken.

 

Wat gebeurt er in geval van wijziging van de juridische structuur van de werkgever?

Wanneer de werkgever, natuurlijk of rechtspersoon, zijn activiteit stopzet, worden de verminderingen van de socialezekerheidsbijdragen die hij geniet in principe ook beëindigd, zelfs indien de onderneming met personeel aan een nieuwe werkgever (juridische entiteit) die de rechten en plichten overneemt, overgedragen werd.  In sommige gevallen kan de nieuwe werkgever de doelgroepvermindering echter verder zetten.  Hierbij moet een onderscheid gemaakt worden tussen de doelgroepvermindering “nieuwe aanwerving” en de doelgroepvermindering “zittende werknemer”.

Nieuwe aanwerving

Normaalgezien kan deze doelgroepvermindering niet verder gezet worden bij wijziging van de werkgever. Enkel in bepaalde, strikte hypotheses van wijziging van de juridische structuur van de werkgever zal ze wel behouden kunnen blijven.

Zittende werknemer

Voor de doelgroepvermindering zittende werknemers stelt het probleem zich eigenlijk niet.  Indien zowel de werkgever als de werknemer aan de voorwaarden voldoet, zal de doelgroepvermindering toegekend worden, wat in de meeste gevallen dus zo zal zijn, omdat de werknemer steeds aan de leeftijdsvoorwaarde blijft voldoen.

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?

Basiswetgeving:

Gewijzigd door Vlaamse regionale wetgeving:

Vlaams Gewest > Doelgroepverminderingen > Vast personeel in de Horecasector

Vast personeel in de Horecasector

De doelgroepvermindering "vast personeel in de Horecasector" is een federale maatregel gebleven. Voor meer informatie, klik hier.

Vlaams Gewest > Doelgroepverminderingen > Algemene principes

Doelgroepverminderingen - Algemene principes

De algemene principes betreffende de doelgroepverminderingen gelden voor alle gewesten.  U vindt ze dan ook in de federale rubriek.

Vlaams Gewest > Doelgroepverminderingen > Collectieve arbeidsduurvermindering en vierdagenweek

Collectieve arbeidsduurvermindering en vierdagenweek

De doelgroepvermindering "collectieve arbeidsduurvermindering en vierdagenweek" is een federale maatregel gebleven. Voor meer informatie, klik hier.

Vlaams Gewest > Doelgroepverminderingen > Contractuele vervangers in de openbare sector

Contractuele vervangers in de openbare sector

De doelgroepvermindering voor contractuele vervangers in de openbare sector behoort tot de geregionaliseerde doelgroepverminderingen. De regelgeving is echter ongewijzigd gebleven. Voor meer informatie, klik hier.

Vlaams Gewest > Doelgroepverminderingen > Eerste aanwervingen

Eerste aanwervingen

De doelgroepvermindering "eerste aanwervingen" is een federale maatregel gebleven. Voor meer informatie, klik hier.

Vlaams Gewest > Doelgroepverminderingen > Gesubsidieerde contractuelen

Gesubsidieerde contractuelen

De doelgroepvermindering voor gesubsidieerde contractuelen behoort tot de geregionaliseerde doelgroepverminderingen. De regelgeving is echter ongewijzigd gebleven. Voor meer informatie, klik hier.

Vlaams Gewest > Doelgroepverminderingen > Huispersoneel

Huispersoneel

De doelgroepvermindering voor huispersoneel behoort tot de geregionaliseerde doelgroepverminderingen. De regelgeving is echter ongewijzigd gebleven. Voor meer informatie, klik hier.

Vlaams Gewest > Doelgroepverminderingen > Jonge werknemers in dienst vanaf 1 juli 2016

Inhoudstafel - Jonge werknemers

 

Doelgroepverminderingen en regionalisering

De werkgever die een werknemer in dienst neemt wiens profiel overeenstemt met dat van een doelgroep kan gedurende een aantal kwartalen een forfaitaire trimestriële vermindering van zijn basisbijdragen voor de sociale zekerheid genieten. Men spreekt van een 'doelgroepvermindering'.

In België bestaan er twee soorten van doelgroepverminderingen:

In Vlaanderen bestaan er sinds 1 juli 2016 twee doelgroepverminderingen (één voor de jonge en één voor de oudere werknemers). U vindt hierover meer inlichtingen onder deze rubriek.

In deze fiche bespreken we de doelgroepvermindering voor de jonge werknemers in Vlaanderen. De algemene principes inzake doelgroepverminderingen, die ongewijzigd zijn gebleven, vindt u terug onder het luik "Federaal" onder "Doelgroepverminderingen - Algemene principes".

 

Wat is de doelgroepvermindering jonge werknemers en welke jongeren openen het recht op deze vermindering?

Deze doelgroepvermindering werd in Vlaanderen hervormd op 1 juli 2016 en is van toepassing op de jongeren die aangeworven werden vanaf die datum.

Gewone doelgroepvermindering jonge werknemers

De werkgevers die jonge werknemers aanwerven kunnen gedurende 8 kwartalen aanspraak maken op een vermindering (of een vrijstelling) van hun socialezekerheidsbijdragen voor:

Opmerking: De vermindering van de werkgeversbijdragen die voorheen bovenop de gedeeltelijke onderwerping werd toegekend voor jongeren tot 31 december van het jaar waarin ze 18 zijn geworden, bestaat niet meer. Indien ze aan de voorwaarden voldoen, kunnen deze jongeren echter wel het recht openen op de 'gewone' doelgroepvermindering jongeren.

Ook de 'werkuitkering jongeren' van 350 euro/maand (Activa Start) voor erg laaggeschoolde jongeren of laaggeschoolde jongeren van buitenlandse afkomst of met een arbeidshandicap werd afgeschaft.

Specifieke doelgroepvermindering voor leerlingen

De werkgevers kunnen ook genieten van een vermindering van hun socialezekerheidsbijdragen wanneer ze een leerling aanwerven. Deze vermindering komt hier echter niet aan bod. Voor meer informatie kan u de fiche "Leerlingen" raadplegen.

 


[1] Er is geen minimumleeftijd voorzien.

[2] Nadien is deze leeftijdsvoorwaarde niet meer van toepassing.

[3] Deze loongrens geldt per werkgever.

[4] Als de jonge werknemer bij aanwerving aan alle voorwaarden voldeed, maar boven de loongrens van 7.500 euro/kwartaal zat zonder de grens van 8.100 euro/kwartaal te overschrijden, kan hij voor de vier laatste kwartalen genieten van de korting.

 

Welke werkgevers kunnen aanspraak maken op de doelgroepvermindering?

Elke werkgever uit de overheidssector en uit de privésector kan de doelgroepvermindering jonge werknemers genieten voor zover ze een vestigingseenheid hebben in het Vlaams Gewest en voor zover de betrokken jongere aan de opgelegde voorwaarden voldoet.

De voorwaarde dat de werkgever aan de startbaanverplichting moet voldoen om de vermindering effectief te kunnen genieten, werd afgeschaft[1].

 


[1] De startbaanverplichting zelf blijft echter wel bestaan.

Welke voordelen zijn er voor de laaggeschoolde jongeren?

Principe: vrijstelling van patronale basisbijdragen aan de sociale zekerheid gedurende 8 kwartalen

De werkgever die een laaggeschoolde jongere van minder dan 25 jaar in dienst neemt met een kwartaalloon dat een bepaalde loongrens niet overschrijdt, kan een vrijstelling van zijn werkgeversbijdragen in de sociale zekerheid genieten tijdens het kwartaal van de indienstneming en de 7 daaropvolgende kwartalen.

Begrip laaggeschoold 

De laaggeschoolde jongere heeft geen diploma van het secundair onderwijs of studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, of gelijkaardig diploma of getuigschrift[1].

Indien de jongere een diploma hoger onderwijs behaalde binnen de 4 maanden nadat hij in dienst is getreden, vervalt het recht op de doelgroepvermindering. Na 4 maanden tewerkstelling blijft het recht op de doelgroepvermindering bestaan.

Elektronisch dossier 

De jongere dient over een elektronisch dossier bij de VDAB te beschikken om het recht te openen op de vermindering.

 


[1] Voor jongeren met een buitenlands diploma geldt dat ze laaggeschoold zijn indien hun diploma niet erkend werd door NARIC-Vlaanderen.

 

Welke voordelen en overgangsmaatregelen zijn er nog voor de middengeschoolde jongeren?

De doelgroepvermindering voor middengeschoolde jongeren werd op 1 januari 2020 afgeschaft. Indien de werkgever echter vóór 1 januari 2020 een doelgroepvermindering toegekend kreeg voor een middengeschoolde jongere, blijft hij die nog voor de volledige duurtijd behouden.

Principe: maximum 1.000 euro per kwartaal gedurende 8 kwartalen

De werkgever die een middengeschoolde jongere van minder dan 25 jaar vóór 1 januari 2020 in dienst nam met een kwartaalloon dat een bepaalde loongrens niet overschrijdt, kan een forfaitaire vermindering van zijn werkgeversbijdragen in de sociale zekerheid genieten van 1.000 euro tijdens het kwartaal van de indienstneming en de 7 daaropvolgende kwartalen.

Het bedrag van 1.000 euro geldt voor voltijdse volledige kwartaalprestaties en wordt per tewerkstelling berekend[1]. Voor deeltijdse werknemers of voltijdse werknemers met onvolledige kwartaalprestaties klik hier.

Begrip middengeschoold

De middengeschoolde jongere heeft hoogstens een diploma van het secundair onderwijs of een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, of een gelijkwaardig getuigschrift of diploma[2].

Elektronisch dossier

De jongere diende over een elektronisch dossier bij de VDAB te beschikken om het recht te openen op de vermindering.

 


[1] Zodra een element van de tewerkstelling wordt gewijzigd, moet er een nieuwe berekening worden gemaakt. De elementen van de tewerkstelling zijn: de werkgeverscategorie, de werknemerscategorie, de datum waarop de arbeidsbetrekking aanvangt en eindigt, het nummer van het bevoegde paritaire (sub)comité voor de uitgeoefende activiteit, het aantal dagen per week in de arbeidsregeling, de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de referentiepersoon, het type van arbeidsovereenkomst (voltijds of deeltijds).

[2] Voor jongeren met een buitenlands diploma geldt dat ze middengeschoold zijn indien hun diploma erkend werd door NARIC-Vlaanderen.

 

Wat als een werkgever een jonge werknemer opnieuw in dienst neemt?

Aanwerving binnen een periode van 4 kwartalen

Als een werkgever[1] een werknemer voor wie hij een doelgroepvermindering genoot, opnieuw in dienst neemt binnen een periode van vier kwartalen na de beëindiging van de vorige arbeidsovereenkomst[2], worden die tewerkstellingen, voor de vaststelling van de forfaitaire doelgroepvermindering en voor de looptijd ervan, als één tewerkstelling beschouwd.

De periode tussen de arbeidsovereenkomsten verlengt de periode waarin de doelgroepvermindering wordt toegekend, niet.

Aanwerving binnen een periode van 4 kwartalen en loongrens

Ook voor de bepaling van de geldende loongrens heeft de aanwerving binnen een periode van 4 kwartalen een zelfde impact.

Voorbeeld: een jongere heeft twee tewerkstellingsperiodes bij dezelfde werkgever:

Opgelet! Het refertekwartaalloon kan variëren per kwartaal, waardoor de werkgever in een bepaald kwartaal geen vermindering zou kunnen krijgen en het daaropvolgende kwartaal weer wel.

Aanwerving na een periode van 4 kwartalen

Als een werkgever een werknemer voor wie hij een doelgroepvermindering genoot, opnieuw in dienst neemt na een periode van vier kwartalen na de beëindiging van de vorige arbeidsovereenkomst, worden die tewerkstellingen voor de looptijd van de doelgroepvermindering niet meer als één tewerkstelling beschouwd.

Met andere woorden, de teller wordt terug op nul gezet en de werkgever kan in principe opnieuw gedurende 8 kwartalen de vermindering ten gevolge van de aanwerving van een jonge werknemer genieten.

 


[1] Men bedoelt hier de werkgever er als "juridische entiteit" (KBO-nummer).

[2] De periode moet afgebakend worden op vier volledige kalenderkwartalen tussen het laatste (vorige) tewerkstellingskwartaal en het eerste (nieuwe) tewerkstellingskwartaal.

 

Wat zijn de formaliteiten om de doelgroepvermindering te bekomen?

Elektronisch dossier bij de VDAB

Voorheen kon de werkgever de doelgroepvermindering jonge werknemers slechts genieten wanneer de werknemer in het bezit was van een geldige werkkaart.  Dit is nu niet meer nodig.

De jongere dient uiterlijk op de laatste dag van het kwartaal waarin de tewerkstelling aanvangt over een elektronisch dossier - loopbaanportfolio - bij de VDAB te beschikken om het recht te openen op de vermindering. In dit dossier beheert de VDAB de schoolgegevens van de jonge werknemer.

Hoewel de schoolgegevens van de jongere die in Vlaamse scholen heeft gestudeerd, beschikbaar zijn in de LED-databank[1], moet de jongere zijn opleidingsgegevens vermelden in zijn loopbaanportfolio[2]. Zonder loopbaanportfolio is er geen doelgroepvermindering.

Jongeren verbonden aan een vestigingseenheid gelegen in het Vlaams Gewest maar met woonplaats in het Brusselse of Waalse Gewest

Opgelet, de jongere verbonden aan een vestigingseenheid gelegen in het Vlaams Gewest maar woonachtig in het Brusselse of Waalse Gewest kan ook het recht op de doelgroepvermindering openen. Ook deze jongere zal echter over een elektronisch dossier moeten beschikken bij de VDAB, want zonder dit dossier is er geen vermindering.

Concreet komt het er dus op neer dat deze jongere:

Laattijdige opmaak van het dossier

Als het elektronisch dossier wordt opgemaakt na de laatste dag van het kwartaal van de indienstneming van de jonge werknemer wordt de periode waarin de doelgroepvermindering kan worden toegekend, verminderd met de periode die aanvangt op de dag van de indienstneming en die eindigt op de laatste dag van het kwartaal dat voorafgaat aan het kwartaal van de opmaak van het elektronisch dossier.

Verzending van de gegevens aan de RSZ

De VDAB bezorgt, via het Departement Werk en Sociale Economie, aan de RSZ via elektronische weg de gegevens van het elektronisch dossier van de jongere die aantonen dat het recht op een doelgroepvermindering geopend is.

Werkgevers kunnen deze gegevens raadplegen via de ECARO-toepassing van de RSZ zodra er een tewerkstellingsband bestaat tussen de werkgever en de jongere. Voordien zal de jongere zelf moeten aantonen aan de werkgever waarvoor hij in aanmerking kan komen. Dit is online mogelijk.

Vermelding in de DmfA

De gegevens van het loopbaanportfolio (maw de informatie over het studieniveau van de jongere) bezorgt de werkgever vervolgens aan zijn sociaal secretariaat. Op deze manier kunnen de nodige codes vermeld worden in de multifunctionele aangifte aan de RSZ (DmfA) en kan de vermindering daadwerkelijk  worden toegepast.

Indien u aangesloten bent bij het Sociaal Secretariaat Securex zorgen wij hiervoor.

 


[1] Bij gebrek aan gegevens in deze databank omdat de jongere bijvoorbeeld niet in Vlaamse scholen heeft gestudeerd wordt er gewerkt via een "verklaring op eer".

[2] Concreet: via de “mijn loopbaan”-portfolio kan de jongere zijn profiel (waarin informatie uit de LED-databank via een automatische gegevensuitwisseling wordt toegevoegd) aanmaken.

Wat gebeurt er in geval van wijziging van de juridische structuur van de werkgever?

U vindt het antwoord op deze vraag door hier te klikken.

 

Welke cumulaties zijn toegelaten?

U vindt het antwoord op deze vraag door hier te klikken.

 

In welke gevallen kan de vermindering ingehouden worden?

U vindt het antwoord op deze vraag door hier te klikken.

 

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?

 

Vlaams Gewest > Doelgroepverminderingen > Kunstenaars

Kunstenaars

De doelgroepvermindering voor kunstenaars behoort tot de geregionaliseerde doelgroepverminderingen. De regelgeving is echter ongewijzigd gebleven. Voor meer informatie, klik hier.

Vlaams Gewest > Doelgroepverminderingen > Leerlingen

Inhoudstafel - Leerlingen

 

Doelgroepverminderingen en regionalisering

De werkgever die een werknemer in dienst neemt wiens profiel overeenstemt met dat van een doelgroep kan gedurende een aantal kwartalen een forfaitaire trimestriële vermindering van zijn basisbijdragen voor de sociale zekerheid genieten. Men spreekt van een 'doelgroepvermindering'.

In België bestaan er twee soorten van doelgroepverminderingen:

In Vlaanderen bestaan er sinds 1 juli 2016 twee doelgroepverminderingen (één voor de jonge - waaronder die voor de leerlingen - en één voor de oudere werknemers). U vindt hierover meer inlichtingen onder deze rubriek.

De Vlaamse doelgroepvermindering voor jongeren geldt voor twee categorieën van jongeren: de leerlingen en de laaggeschoolde jonge werknemers.

In deze fiche bespreken we de doelgroepvermindering voor de leerlingen in Vlaanderen. De nieuwe regels zijn van toepassing op de leerlingen aangeworven vanaf 1 juli 2016.

 

Wat is de doelgroepvermindering leerlingen en welke leerlingen openen het recht op deze vermindering?

Deze doelgroepvermindering werd in Vlaanderen hervormd op 1 juli 2016. De nieuwe regels zijn van toepassing op de leerlingen die vanaf die datum aangeworven worden.

Concreet kunnen de werkgevers genieten van een vermindering van hun socialezekerheidsbijdragen gedurende de hele tewerkstelling wanneer ze een jongere aanwerven uit één van de volgende categorieën:

 


[1] Als vermeld in artikel 1bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969. Klik op de link voor meer informatie.

[2] Als vermeld in artikel 3, derde lid van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen.

[3] Deze voorwaarde geldt niet voor de leerlingen uit de eerste categorie.

 

Welke werkgevers kunnen aanspraak maken op de doelgroepvermindering?

Elke werkgever uit de overheidssector en uit de privésector kan de doelgroepvermindering leerlingen genieten voor zover ze een vestigingseenheid hebben in het Vlaams Gewest en voor zover de betrokken leerling aan de opgelegde voorwaarden voldoet.

Welke voordelen zijn er voor leerlingen?

Principe: maximum 1.000 euro per kwartaal gedurende de hele tewerkstelling

De werkgever die een leerling in dienst neemt, kan een forfaitaire vermindering van zijn werkgeversbijdragen in de sociale zekerheid genieten van 1.000 euro gedurende de hele tewerkstelling. Er geldt geen loongrens.

Het bedrag van 1.000 euro geldt voor voltijdse volledige kwartaalprestaties en wordt per tewerkstelling berekend[1]. Voor deeltijdse werknemers of voltijdse werknemers met onvolledige kwartaalprestaties klik hier.

Begrip leerling

Onder "leerling" moet worden verstaan de jongere uit één van de twee volgende categorieën:

Elektronisch dossier bij de VDAB?

Enkel de jongeren tewerkgesteld met een deeltijdse arbeidsovereenkomst (tweede categorie) moeten beschikken over een elektronisch dossier bij de VDAB. Voor meer informatie, raadpleeg de vraag "Wat zijn de formaliteiten om de doelgroepvermindering te bekomen?".

Wat na de afloop van de opleiding?

Na de alternerende opleiding kan de jongere eventueel het recht openen op de 'gewone' doelgroepvermindering voor laaggeschoolde jongeren indien de voorwaarden hiertoe vervuld zijn (scholingsniveau, elektronisch dossier VDAB, refertekwartaalloon en leeftijd)[5].

Opgelet, de werkgever moet deze vermindering in de multifunctionele aangifte aan de RSZ (DmfA) aanvragen, de overstap is niet automatisch.

 


[1] Zodra een element van de tewerkstelling wordt gewijzigd, moet er een nieuwe berekening worden gemaakt. De elementen van de tewerkstelling zijn: de werkgeverscategorie, de werknemerscategorie, de datum waarop de arbeidsbetrekking aanvangt en eindigt, het nummer van het bevoegde paritaire (sub)comité voor de uitgeoefende activiteit, het aantal dagen per week in de arbeidsregeling, de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de referentiepersoon, het type van arbeidsovereenkomst (voltijds of deeltijds).

[2] Als vermeld in artikel 1bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969. Klik op de link voor meer informatie.

[3] Als vermeld in het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen.

[4] Deze voorwaarde geldt niet voor de leerlingen uit de eerste categorie.

[5] Voor meer informatie, raadpleeg onze fiche "Jonge werknemers in dienst vanaf 1 juli 2016" onder deze rubriek.

 

Wat zijn de formaliteiten om de doelgroepvermindering te bekomen?

Elektronisch dossier bij de VDAB

Niet voor de eerste categorie leerlingen

In tegenstelling tot de andere jongeren[1] hoeft de leerling die een alternerende opleiding volgt (eerste categorie) niet over een elektronisch dossier te beschikken bij de VDAB om het recht te openen op de specifieke doelgroepvermindering voor leerlingen.

Wel voor de tweede categorie leerlingen

De jongeren tewerkgesteld met een deeltijdse arbeidsovereenkomst (tweede categorie) moeten daarentegen wel over een elektronisch dossier - loopbaanportfolio - beschikken bij de VDAB.

Deze jongeren dienen uiterlijk op de laatste dag van het kwartaal waarin de tewerkstelling aanvangt over een elektronisch dossier - loopbaanportfolio - bij de VDAB te beschikken om het recht te openen op de vermindering.

Verzending van de gegevens aan de RSZ

Voor de jongeren met een deeltijdse arbeidsovereenkomst (tweede categorie) bezorgt de VDAB, via het Departement Werk en Sociale Economie, aan de RSZ via elektronische weg de gegevens van het elektronisch dossier van de jongere die aantonen dat het recht op een doelgroepvermindering geopend is.

Werkgevers kunnen deze gegevens raadplegen via de ECARO-toepassing van de RSZ zodra er een tewerkstellingsband bestaat tussen de werkgever en de jongere. Voordien zal de jongere zelf moeten aantonen aan de werkgever waarvoor hij in aanmerking kan komen. Dit is online mogelijk.

Vermelding in de DmfA

De toekenning van de doelgroepvermindering tijdens de alternerende opleiding gebeurt niet automatisch. De werkgever moet dus het statuut van leerling aangeven in de multifunctionele aangifte aan de RSZ (DmfA) via de juiste code.

Indien u aangesloten bent bij het Sociaal Secretatiaat Securex zorgen wij hiervoor. U dient wel uw client advisor te informeren met betrekking tot het statuut van leerling.

 


[1] Voor meer informatie, raadpleeg onze fiche "Jonge werknemers in dienst vanaf 1 juli 2016" onder deze rubriek.

Wat gebeurt er in geval van wijziging van de juridische structuur van de werkgever?

U vindt het antwoord op deze vraag door hier te klikken.

 

In welke gevallen kan de vermindering ingehouden worden?

U vindt het antwoord op deze vraag door hier te klikken.

 

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?