E.E.S.V. Securex Corporate
Maatschappelijke zetel: Tervurenlaan 43, 1040 Brussel
Ondernemingsnummer: BTW BE 0877.510.104 - RPR Brussel

Stage/Leertijd

Alternerende opleiding > Jongeren in opleiding - Algemene principes

Algemene bepalingen van toepassing op alle stage- en leerovereenkomsten

De opleidingsovereenkomsten bieden aan een jongere die nog aan de deeltijdse leerplicht onderworpen is, de mogelijkheid om een beroep te leren door een theoretische opleiding, gevolgd in een onderwijs- of opleidingsinstelling, te koppelen aan een praktische opleiding in een onderneming, en dit onder toezicht van een ervaren werknemer.

In deze fiche bespreken we de algemene regels die van toepassing zijn op alle soorten opleidingsovereenkomsten.  Voor de specifieke bepalingen eigen aan elk type overeenkomst verwijzen we u naar de overeenstemmende fiches.  De algemene principes die in deze fiche besproken worden, zijn van toepassing op:

U vindt over elk van deze overeenkomsten een gedetailleerde fiche in het dossier Stage/Leertijd.

Opgelet!  Deze fiches over de opleidingsovereenkomsten in Wallonië en Brussel bestaan enkel in het Frans[3].

 


[1] Deze overeenkomst vervangt de leerovereenkomst middenstand en de industriële leerovereenkomst in de Vlaamse Gemeenschap.

[2] Deze overeenkomst vervangt de leerovereenkomst middenstand in het Waals en Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de socio-professionele inschakelingsovereenkomst in de Franse Gemeenschap.

[3] De Brusselse Vlamingen vallen onder de reglementering van de Vlaamse Gemeenschap, en niet onder die van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

 

Welke voordelen heeft het sluiten van een leer- of stageopleidingsovereenkomst?

Opleidingsvergoeding

De werkgever is ertoe gehouden de leerling of stagiair een vergoeding te betalen die zowel de praktische opleiding in de onderneming als de theoretische vorming dekt.  Deze vergoeding ligt een stuk lager dan de barema's die op de werknemers van de onderneming van toepassing zijn.  De berekening van deze vergoeding hangt of van het type overeenkomst dat gesloten wordt.

Sociale bijdragevermindering voor de mentors in Vlaanderen en in de Duitstalige Gemeenschap

De werkgevers die zich er toe verbinden om stages of opleidingen in hun onderneming te organiseren, kunnen voor de werknemers die als mentor de opvolging van de stages verzekeren of instaan voor de opleidingen, een vermindering verkrijgen van hun werkgeversbijdragen aan de sociale zekerheid.  Deze doelgroepvermindering bedraagt 800 euro per kwartaal.  

Voor meer info over deze doelgroepvermindering kan u onze fiche over dit onderwerp raadplegen. 

Opgelet! In het Franstalig deel van het Waals Gewest werd deze doelgroepvermindering op 1 september 2016 afgeschaft (een financiële stimulans werd echter ingevoerd). In Brussel werd ze afgeschaft op 1 juli 2018 (een mentorpremie werd ingevoerd).

Premies en subsidies

In bepaalde gevallen kan de werkgever een premie of subsidie krijgen ten laste van de sector of van de gewesten of gemeenschappen, zoals de start- en stagebonus in Vlaanderen en de Duitstalige Gemeenschap en de Waalse en Brusselse premies.

Terugbetaling van medische kosten voor sommige stagiairs

De kosten van de medische onderzoeken worden voor sommige stagiairs terugbetaald. Deze onderzoeken zijn dus gratis voor de werkgever.  

Het betreft “elke leerling of student die in het kader van een leerprogramma georganiseerd door een onderwijsinstelling, daadwerkelijk arbeid verricht bij een werkgever, in gelijkaardige omstandigheden als de werknemers in dienst van die werkgever, en dit met het oog op het opdoen van beroepservaring”[1], m.a.w. de schoolstages die in de onderneming worden uitgevoerd.

Deze maatregel moet de stagiairs werkzekerheid bieden en de kost voor de werkgever verminderen.

Om van deze maatregel te kunnen genieten, moet de werkgever de medische onderzoeken wel laten uitvoeren door de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk (EDPB) van de onderwijsinstelling[2].

Het Fonds voor de Beroepsziekten (FBZ) neemt vervolgens de kosten van de medische onderzoeken die door de EDPB van de onderwijsinstelling uitgevoerd zijn ten laste.

Niet voor de leerlingen

Worden niet beoogd door deze maatregel, en worden dus aan de gewone regels onderworpen:

  • de jongeren van 15 tot 18 jaar, die niet meer onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht en die tewerkgesteld worden krachtens een arbeidsovereenkomst of die, anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst, arbeid verrichten onder het gezag van een ander persoon;
  • de jongeren die niet meer onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht en die tewerkgesteld worden krachtens een leerovereenkomst;
  • de jongeren die niet meer onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht en die arbeid verrichten krachtens een overeenkomst gesloten in het kader van een opleidingstraject;
  • een leerling of student die een studierichting volgt waarvan het opleidingsprogramma voorziet in een vorm van arbeid die in de onderwijsinstelling wordt verricht;
  • een student-werknemer die tewerkgesteld wordt in het kader van een studentenovereenkomst.

Deze maatregel slaat dus bijvoorbeeld niet op de volgende overeenkomsten:

  • de (stage)overeenkomst alternerende opleiding (Vlaamse Gemeenschap);
  • de alternerende overeenkomst (Waals Gewest, Franse Gemeenschap en Cocof).

Fiscale stimulans voor de werkgevers: aftrekbaarheid aan 140%

Om de werkgevers aan te moedigen om stages in hun bedrijf te organiseren, werd een fiscale stimulans ingevoerd.  Werkgevers kunnen dankzij deze stimulans de kosten voor de tewerkstelling van een leerling of een stagiair voor 140% aftrekken, op voorwaarde dat ze voor hem financiële steun ontvangen[3].

Deze fiscale aftrekbaarheid is enkel van toepassing voor de kosten met betrekking tot de tewerkstelling van stagiairs/leerlingen waarvoor de werkgever een stagebonus ontvangt (Vlaanderen en Duitstalige Gemeenschap).

De bedoelde kosten zijn alle aftrekbare beroepskosten bestaande uit de bezoldigingen van de leerlingen/stagiairs, met inbegrip van de wettelijke sociale lasten, de patronale bijdragen en premies alsook de overige sociale bijdragen die krachtens contractuele verplichtingen verschuldigd zijn.

Vermindering van de socialezekerheidsbijdragen

De vergoeding die wordt toegekend aan leerlingen die vallen onder de nieuwe definitie van leerling op het vlak van de sociale zekerheid die van toepassing is sinds 1 juli 2015, is onderworpen aan de sociale zekerheid voor werknemers.

Om te weten of de jongere bovendien het recht opent op een vermindering van de werkgeversbijdragen aan de sociale zekerheid, moet gekeken worden naar de vestigingseenheid die de jongere tewerkstelt. Momenteel voorziet enkel Vlaanderen een specifieke RSZ-korting voor leerlingen.

Vrijstellingen / gelijkstellingen in het kader van bepaalde regionale activeringen

Er is geen regionale activering voorzien gedurende de leerperiode. Deze periode wordt echter wel gelijkgesteld met een periode inschrijving als niet-werkende werkzoekende. Dit is voordelig, want het laat toe om nadien gemakkelijker in aanmerking te komen voor een activering (betaling van een werkuitkering). Raadpleeg ons dossier over de tewerkstellingsmaatregelen voor meer informatie.

 


[1] Artikel X. 4-2 van Het Codex over het welzijn op het werk.

[2] De werkgever mag de medische onderzoeken nog altijd laten uitvoeren door zijn eigen EDPB.  In dat geval is er wel geen tenlasteneming van de kosten.  Het medisch onderzoek kost dan evenveel als voor een gewone werknemer.

[3] Voor de stagiairs ondernemingshoofd kan de werkgever evenwel niet van deze aftrekbaarheid genieten.

 

Wat zijn de start- en stagebonus in Vlaanderen en in de Duitstalige gemeenschap?

De bevoegdheid voor de start- en stagebonus werd geregionaliseerd. 

In het Waals Gewest zijn de start- en stagebonus sinds 1 september 2016 afgeschaft en vervangen door 3 premies.  Meer informatie over deze premies vindt u onder de volgende vraag.

In het Brussels Gewest zijn de start- en stagebonus sinds 1 juli 2018 afgeschaft. Ze werden vervangen door een premie voor jongeren in alternerende opleiding en een premie voor mentors

De start- en stagebonus is dus enkel nog van toepassing in Vlaanderen en in de Duitstalige Gemeenschap.

Startbonus voor de jongere

De jongeren die een alternerende leerovereenkomst[1] van minstens 4 maanden sluiten, kunnen van een startbonus genieten. 

De startbonus wordt gedurende ten hoogste 3 opleidingsjaren van een zelfde cyclus toegekend, telkens als de jongere een opleidingsjaar met succes beëindigd heeft.  De bonus bedraagt 500 euro op het einde van het eerste of tweede opleidingsjaar en 750 euro op het eind van het derde opleidingsjaar.

Stagebonus voor de werkgever

In lijn met de startbonus krijgt de werkgever die de jongere een praktische opleiding aanbiedt van minstens 4 maanden een financiële tussenkomst die stagebonus genoemd wordt.

Deze bonus wordt gedurende ten hoogste 3 opleidingsjaren van een zelfde alternerende opleidingscyclus toegekend.  Hij bedraagt eveneens 500 euro op het einde van het eerste of het tweede opleidingsjaar en 750 euro op het einde van het derde opleidingsjaar.  In tegenstelling tot de startbonus wordt de stagebonus toegekend telkens als de jongere een opleidingsjaar beëindigd heeft, zonder dat hij daarom geslaagd moet zijn.

Wanneer er vóór het einde van het lopende opleidingsjaar een einde aan de praktijkopleiding gemaakt wordt om een reden die onafhankelijk is van de wil van de werkgever, zijn de volgende bepalingen van toepassing:

  • indien de praktijkopleiding tijdens het lopende opleidingsjaar minder dan 3 maand geduurd heeft, wordt de stagebonus niet toegekend;
  • indien de praktijkopleiding tijdens het lopende opleidingsjaar 3 maanden of langer geduurd heeft, wordt de volledige stagebonus uitbetaald.

Procedure

Vlaams Gewest

Het Vlaams Gewest is bevoegd voor:

  • de startbonus van jongeren met hoofdverblijfplaats in het Vlaams Gewest;
  • de stagebonus van werkgevers met vestigingseenheid in het Vlaams Gewest.

 

Aanvraag van de start- en stagebonus

De aanvragen voor een start- en stagebonus dienen ingediend te worden bij het Departement Werk en Sociale Economie (DWSE) van het Vlaams Gewest.

Duitstalige Gemeenschap

De Duitstalige Gemeenschap is bevoegd voor:

  • de startbonus van jongeren die een alternerende leerovereenkomst hebben gesloten met een werkgever met vestigingseenheid in het Duitstalig Waals Gewest;
  • de stagebonus van werkgevers met vestigingseenheid in het Duitstalig Waals Gewest.

In de Duitstalige Gemeenschap is het Institut für Aus- und Weiterbildung im Mittelstand und in KMU (IAWM) bevoegd voor de uitbetaling van de start- en stagebonus. 

 


[1] In de Duitstalige Gemeenschap werd bepaald dat de start- en stagebonus enkel worden toegekend bij het sluiten van een industriële leerovereenkomst, een middenstandsleerovereenkomst en een beroepsinlevingsovereenkomst.

 

Wat zijn de Waalse premies voor ondernemingen, zelfstandigen en leerlingen?

De start- en stagebonus werden in het Waals Gewest afgeschaft en vervangen door 3 premies[1]:

  • een premie voor de ondernemingen;
  • een premie voor de zelfstandigen[2];
  • een premie voor de leerlingen.

Opmerking: deze Waalse premies zijn van toepassing op de alternerende overeenkomsten die ondertekend werden door een onderneming waarvan de vestigingseenheid (exploitatie-eenheid) in het Franstalig gedeelte van het Waals Gewest ligt. De maatschappelijke zetel mag zich in een ander gewest bevinden.  

De premie voor ondernemingen

Het gaat om een eenmalige premie van 750 euro per jongere met een alternerende overeenkomst, opgeleid door de onderneming.  Ze is bedoeld om de omkadering van de leerling te versterken via een erkende mentor.

Om de premie te krijgen, moet de onderneming cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • de voorwaarden betreffende de alternerende opleiding naleven (erkenning);
  • een alternerende overeenkomst met de leerling gesloten hebben;
  • voor een opleiding van minimum 270 dagen (9 maanden) voor de leerling zorgen tijdens het 1ste opleidingsjaar dat van start gaat op de dag dat de onderneming een alternerende overeenkomst sluit met een leerling van niveau A en dat uiterlijk eindigt op 31 augustus van het schooljaar waarin de leerling naar niveau B overgaat;
  • een erkende mentor voor de leerling aanstellen.

Bovendien moet de leerling zijn eerste opleidingsjaar met succes beëindigen of toegelaten worden tot het hoger niveau na minimum 270 dagen onder alternerende overeenkomst.

De premie voor zelfstandigen

De premie voor zelfstandigen en voor ondernemingen zonder werknemers bedraagt eveneens 750 euro per zelfstandige die een jongere met alternerende overeenkomst opleidt.  Deze premie wordt slechts éénmaal toegekend en wordt uitbetaald bij het sluiten van de eerste opleidingsovereenkomst.

De premie voor leerlingen

De premie voor de leerling bedraagt eveneens 750 euro per jongere.  Ze wordt uitbetaald indien de jongere het laatste jaar van zijn alternerende opleiding met succes afrondt en zijn certificaat behaalt.  Hij kan deze premie slechts éénmaal krijgen.

Aanvraagprocedure

De aanvraagprocedure hangt af van het soort premie die eraan vasthangt.

De premie voor de onderneming

Om de premie te kunnen genieten, dient de onderneming die een alternerende overeenkomst sluit waardoor zij voor deze premie in aanmerking komt, een gedateerde en ondertekende premie-aanvraag in bij de referentie-opleidingsverstrekker voor die alternerende overeenkomst  (bijvoorbeeld de IFAPME[3]):

  • op het ogenblik dat die alternerende overeenkomst ondertekend wordt,
  • of, bij gebreke daarvan, uiterlijk 30 dagen na de ondertekening ervan. 

Het model ervan werd vastgelegd door de Waalse regering op voorstel van de OFFA[4].

De opleidingsverstrekker heeft, vanaf de indiening van de aanvraag door de onderneming, 30 dagen tijd om die aanvraag goed te keuren en aan de OFFA over te maken.

Uiterlijk op 15 oktober volgend op het eerste opleidingsjaar legt de opleidingsverstrekker een lijst van de ondernemingen voor aan de OFFA waarvoor hij een premie-aanvraag aan haar overgemaakt heeft telkens met de vermelding of de toekenningsvoorwaarden vervuld zijn.

Op basis daarvan onderzoekt de OFFA de aanvraag en maakt zij ze, samen met haar beslissingsvoorstel, over aan de Waalse administratie[5] die de premie aan de onderneming uitbetaalt. De OFFA legt het dossier met het beslissingsvoorstel uiterlijk op 31 oktober volgend op de ontvangst van de informatie die de opleidingsverstrekker doorgestuurd heeft, voor aan de administratie.

De Waalse administratie betaalt de premie uit aan de onderneming die voldoet aan de voorziene voorwaarden.

De premie voor de leerling

De leerling kan de premie enkel genieten als hij, uiterlijk op 15 december van het opleidingsjaar waarin hij overgaat naar niveau C, een gedateerde en ondertekende premie-aanvraag bij de opleidingsverstrekker voor zijn alternerende overeenkomst indient. Het model ervan werd vastgelegd door de Waalse regering op voorstel van de OFFA.

Uiterlijk op 15 oktober volgend op het opleidingsjaar waarin de leerling zijn certificering gekregen heeft, maakt de opleidingsverstrekker de premie-aanvraag van de leerling over aan de OFFA.

De OFFA onderzoekt de aanvraag en maakt ze, samen met haar beslissingsvoorstel, over aan de Waalse administratie met het oog op haar uitbetaling.

De OFFA beschikt over een termijn van dertig dagen, volgend op de ontvangst van de gegevens van de opleidingsverstrekker, om elk dossier en haar beslissingsvoorstel aan de administratie over te maken.

Zij betaalt de premie dan uit aan de leerling die aan de voorziene voorwaarden voldoet.

Duiding bij de termijnen

De termijnen die dit besluit beoogt, zijn berekend in kalenderdagen. De dag van de akte die het vertrekpunt van de termijn vormt, is niet inbegrepen. De vervaldag wordt wel meegerekend in die termijn. Wanneer die dag op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag valt, wordt de vervaldag opgeschoven naar de eerstvolgende werkdag.

 


[1] Binnen de beschikbare begrotingskredieten.

[2] En voor de ondernemingen die geen werknemers tewerkstellen.

[3] Waals Instituut voor alternerende opleiding en van de zelfstandigen en kmo’s.

[4] Franstalige dienst alternerende opleiding.

[5] Directie Overkoepelend Beleid Gewest-Gemeenschap van het Departement Werk en Beroepsopleiding van het Operationeel Directoraat-generaal Economie, Werk en Onderzoek van de Waalse Overheidsdienst.

 

Wat zijn de Brusselse premies voor jongeren en mentors?

De start- en stagebonus werden in het Brussels Gewest afgeschaft en vervangen door de premies voor jongeren en mentors. Deze premies kunnen bij Actiris worden aangevraagd.

Premie jongere in alternerende opleiding

Jongeren die een alternerende opleiding volgen

De premie wordt toegekend aan jongeren die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn gedomicilieerd voor elke alternerende opleiding van ten minste 4 maanden bij dezelfde werkgever in uitvoering van één of meerdere opleidingsovereenkomsten, met name:

  • een industriële leerovereenkomst;
  • een beroepsinlevingsovereenkomst;
  • een alternerende opleidingsovereenkomst;
  • een opleidingsovereenkomst voor ‘duaal leren’.
Voor welke werkgevers?

De werkgever, zijnde elke natuurlijke persoon of privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoon die de jongere in opleiding begeleidt, moet erkend zijn in het kader van de alternerend opleiding (in de Franse of Vlaamse Gemeenschap).

De exploitatiezetel van de onderneming moet op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn gelegen. 

Toekenningsvoorwaarden

De premie wordt maximaal 3 keer toegekend tijdens eenzelfde opleidingscyclus en voor zover de jongere een opleidingsjaar met succes heeft beëindigd.

Bedrag van de premie en tijdstip van toekenning

De premie bedraagt:

  • 500 euro bij de eerste en tweede aanvraag;
  • 750 euro bij de derde aanvraag.

De premie wordt uiterlijk betaald binnen de 2 maanden die volgen op de indiening van het volledige premieaanvraagdossier (zie hierna voor de te volgen procedure).

Procedure

De jongere moet de premie aanvragen bij Actiris door middel van een door die instantie opgesteld formulier, en dit binnen de 3 maanden na het einde van het opleidingsjaar.

Samen met dat formulier moet een getuigschrift van de operator worden bezorgd dat bevestigt dat de opleiding in de onderneming werd gevolgd voor een periode van minimaal 4 maanden, alsook een bewijs van slagen.

Mentorpremie

Mentors die een leerling begeleiden

De premie wordt toegekend aan mentors in een onderneming die voldoen aan de voorwaarden die worden opgelegd in het kader van de alternerende opleiding (in de Franse of Vlaamse Gemeenschap)[1].

De leerling moet jonger zijn dan 25 jaar, zijn ingeschreven bij een van de erkende operatoren voor alternerende opleiding, en een overeenkomst alternerend leren hebben afgesloten in het kader van:

  • een alternerende opleiding;
  • een middenstandsleerovereenkomst of een opleiding tot ondernemingshoofd;
  • duaal leren;
  • de toegewezen trajecten Syntra Vlaanderen;
  • een industriële leerovereenkomst;
  • een beroepsinlevingsovereenkomst;
  • de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (bijvoorbeeld de startbaanovereenkomst type II).
Voor welke werkgevers?

De premie wordt per periode van 12 maanden toegekend aan een werkgever met een exploitatiezetel in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Toekenningsvoorwaarden

De premie wordt uitbetaald voor elke mentor die tussen één en vier leerlingen tegelijk begeleidt in die exploitatiezetel en dit gedurende een periode van ten minste 6 maanden.

De werkgever heeft recht op één premie per mentor.

Bedrag van de premie en tijdstip van toekenning

De premie bedraagt 1.750 euro en wordt uiterlijk betaald binnen de 2 maanden die volgen op de indiening van het volledige premieaanvraagdossier (zie hierna voor de te volgen procedure).

Procedure

De werkgever moet de premieaanvraag indienen bij Actiris door middel van een door die instantie opgesteld formulier, en dit ten vroegste 6 maanden na de aanvang van de opleidingsovereenkomst en uiterlijk binnen de 9 maanden na de aanvang ervan.

Samen met dat formulier moet, op straffe van niet-ontvankelijkheid, een getuigschrift van de operator worden bezorgd dat bevestigt dat de opleiding in de onderneming werd gevolgd voor een periode van minimaal 6 maanden.

Kunnen de premies met andere voordelen worden gecumuleerd?

Neen. De premie jongere in alternerende opleiding en de mentorpremie kunnen niet tegelijk met een andere financiële tegemoetkoming in het loon worden toegekend, met uitzondering van verminderingen van sociale bijdragen.

 


[1] Artikel 2 § 3, 2e lid van het Kaderakkoord tot samenwerking betreffende de alternerende opleiding, gesloten te Brussel, op 24 oktober 2008, tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie; Artikel 7 § 1, 1° van het Vlaamse decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen.

 

Hoe wordt de opleidingsvergoeding op sociaal vlak behandeld?

Er moet een onderscheid gemaakt tussen de jongeren die minder dan 19 jaar oud zijn en zij die ouder dan 18 jaar zijn.

Jongeren van minder dan 19 jaar bij het sluiten van de overeenkomst

De jongeren tot 31 december van het jaar van hun 18 jaar en die verbonden zijn met:

  • een leerovereenkomst;
  • een alternerende overeenkomst;
  • of een stageovereenkomst; 

worden slechts gedeeltelijk onderworpen aan de sociale zekerheid.  Hun onderwerping is beperkt tot de stelsels van de jaarlijkse vakantie, de arbeidsongevallen en de beroepsziekten en ze betalen geen persoonlijke bijdragen.  De jongere opent geen recht op de structurele vermindering aangezien hij slechts gedeeltelijk aan de sociale zekerheid onderworpen is.

Tenslotte zijn de leerlingen/stagiairs vrijgesteld van:

  • de loonmatigingsbijdrage;
  • de bijdrage voor het betaald educatief verlof;
  • de bijzondere bijdrage voor het Fonds Sluiting van ondernemingen;
  • de bijdragen bestemd voor de fondsen voor bestaanszekerheid en voor de tweede pijler pensioenen;
  • de bijdrage voor de risicogroepen;
  • en de bijdrage bestemd voor de jongeren die een inschakelingstraject volgen. 

Leerlingen ouder dan 18 jaar bij het sluiten van de overeenkomst

Vanaf 1 januari van het jaar waarin ze 19 worden[1], zijn de jongeren die verbonden zijn met:

  • een leerovereenkomst,
  • een alternerende overeenkomst,
  • of een stageovereenkomst,

volledig onderworpen aan de sociale zekerheid, zowel voor patronale als de persoonlijke bijdragen.

Deze jongeren zijn ook onderworpen aan de loonmatigingsbijdrage, de bijdrage voor het betaald educatief verlof en de bijzondere bijdrage voor het Fonds Sluiting van ondernemingen.

Ze zijn echter nog steeds vrijgesteld van:

  • de bijdragen bestemd voor de fondsen voor bestaanszekerheid en voor de tweede pijler pensioenen;
  • de bijdrage voor de risicogroepen;
  • en de bijdrage bestemd voor de jongeren die een inschakelingstraject volgen.

De werkgever kan bovendien van de structurele vermindering van de sociale lasten genieten.

Werkbonus

De jongeren vanaf 18 jaar kunnen genieten van de werkbonus, die het bedrag van hun persoonlijke bijdragen aan de sociale zekerheid vermindert, of die ervoor zorgt dat ze geen persoonlijke bijdragen meer moeten betalen.

 


[1] De jongere kan dus nog 18 jaar zijn op 1 januari.

 

Moet er bedrijfsvoorheffing ingehouden worden en moet het loon in de personenbelasting aangegeven worden?

Principe

De opleidingsvergoeding die door de werkgever aan de leerling of stagiair wordt toegekend, wordt verkregen volgens een wettelijk of reglementair statuut en wordt dus aanzien als een loon in de zin van artikel 31 van het WIB 92.

Bedrijfsvoorheffing

Op de opleidingsvergoeding van de leerling moet bedrijfsvoorheffing berekend en ingehouden worden volgens de normale fiscale barema's vermeld in Bijlage III (Fiscaal/Info+). De eventuele bedrijfsvoorheffing kan afgetrokken worden van de opleidingsvergoeding van de leerling/stagiair.

Fiches 281

De opleidingsvergoedingen moeten worden vermeld in rubriek 9a ‘bezoldigingen' van de fiche 281.10 en tegenover de code ‘250' voor het totaal.

Eindbelasting

De leerling of stagiair moet steeds een belastingaangifte invullen, zelfs indien er geen bedrijfsvoorheffing ingehouden werd, daar hij beroepsinkomsten genoten heeft[1].

De opleidingsvergoedingen worden belast volgens de normale regels die van toepassing zijn op de bezoldigingen.

Indien de ingehouden bedrijfsvoorheffing hoger is dan de verschuldigde belasting, wordt het verschil aan de jongere terugbetaald.

Opgelet! Indien de vergoedingen van de leerling/stagiair bepaalde bedragen overschrijden[2], is hij niet meer ten laste van zijn ouders. Zijn vergoeding wordt immers in rekening gebracht om zijn netto inkomsten te bepalen.



[1] Artikel 306 WIB92.

[2] Zie de fiche Studenten - 3. Fiscale aspecten (onder Dossier/Contracten).

Moet er een Dimona-aangifte gebeuren voor de jongeren in opleiding?

De Dimona-aangifte is verplicht voor jongeren met een opleidingsovereenkomst.

Deze verplichting werd ingevoerd om het collectief engagement van de werkgevers uit de privésector om stageplaatsen ten belope van 1% van hun totale personeelsbestand ter beschikking te stellen te controleren.

Welke overeenkomsten worden beoogd ?

Een Dimona-aangifte moet gebeuren voor de jongeren die o.a. één van de volgende overeenkomsten hebben gesloten:

  • een (stage)overeenkomst alternerende opleiding (indien de jongere onderworpen is aan de RSZ, is dit een dimona ‘OTH’, indien niet, een dimona ‘STG’);
  • een stageovereenkomst middenstand (dimona ‘OTH’);
  • een leerovereenkomst middenstand (dimona ‘OTH’);
  • een industriële leerovereenkomst (dimona ‘OTH’);
  • een beroepsinlevingsstage (dimona ‘STG’);
  • een instapstageovereenkomst (Dimona van het type ‘TRI’);
  • een overeenkomst voor een individuele beroepsopleiding in de onderneming (PFI, IBO-Brussels Gewest of IBO-Vlaams Gewest) (Dimona ‘IVT’);
  • een niet-bezoldigde stage (Dimona ‘STG’).

 

In bepaalde gevallen moet de Dimona-aangifte uitgevoerd worden door de onderwijsinstelling, en niet door de onderneming. U vindt meer informatie over de Dimona-verplichting per soort overeenkomst in de verschillende fiches van dit dossier.

Dimona en DmfA

De Dimona-aangifte wordt gevolgd door een Dmfa-aangifte indien de betrokken jongere gedeeltelijk of volledig onderworpen is aan de sociale zekerheid.  U vindt meer informatie over deze onderwerping in de fiche "Jongeren in opleiding – Eenvormig socialezekerheidsstatuut".

Er moet geen Dmfa-aangifte gebeuren wanneer de jongere niet aan de sociale zekerheid onderworpen is, bijvoorbeeld voor de beroepsinlevingsovereenkomsten. In dat geval moet er een Dimona van het type STG echter wel gebeuren.

 

Mogen de jongeren in opleiding als student werken?

Sinds 1 juli 2017 mogen de jongeren die een systeem van alternerend leren en werken volgen, dat enerzijds bestaat uit een theoretische vorming in een onderwijsinstelling of opleidingscentrum ingericht, gesubsidieerd of erkend door de bevoegde overheid en, anderzijds uit een praktische opleiding op de werkplek, als student tewerkgesteld worden bij een andere werkgever. Het vroegere cumulverbod werd dus opgeheven.

Deze nieuwe regel geldt voor alle alternerende opleidingen, maar er moet wel aan een aantal voorwaarden voldaan zijn.

 

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?

  • Wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht
  • Generatiepact (wet van 23 december 2005), artikel 58 (startbonus en stagebonus)
  • Koninklijk besluit van 1 september 2006 (start- en stagebonus) (o.a. gewijzigd door het besluit van de Vlaamse regering van 8 juli 2016 en het besluit van de Duitstalige Gemeenschap van 10 november 2017)
  • Koninklijk besluit van 1 juli 2006, artikel 2 (medisch onderzoek)
  • WIB 92, artikel 67bis (fiscale aftrek)
  • KB/WIB 92, artikel 46bis (fiscale aftrek)
  • Besluit van de Brusselse regering van 7 juni 2018 (Brusselse premies jongeren en mentors)