E.E.S.V. Securex Corporate
Maatschappelijke zetel: Tervurenlaan 43, 1040 Brussel
Ondernemingsnummer: BTW BE 0877.510.104 - RPR Brussel

Stage/Leertijd

Alternerende opleiding > Jongeren in opleiding - Eenvormig socialezekerheidsstatuut

Eenvormig socialezekerheidsstatuut voor jongeren in opleiding

Sinds 2015 zijn alle leerstelsels van alternerende opleiding geharmoniseerd, wat geleid heeft tot een minimale sokkel van gemeenschappelijke rechten. De essentiële elementen werden dus geharmoniseerd, maar andere elementen zijn nog steeds specifiek voor elk stelsel geregeld door de respectievelijke bevoegde overheden of sectoren.

De harmonisering heeft geleid tot:

 

Wat zijn de definities van leerling en van alternerende opleiding?

De begrippen ‘leerling’ en ‘alternerende opleiding’ worden voortaan eenvormig omschreven voor alle opleidingen, en dit op nationaal vlak.

De leerling die aan deze definitie beantwoordt en die een alternerende opleiding volgt (zoals hieronder omschreven) is onderworpen aan de sociale zekerheid.

Definitie van leerling

Een leerling wordt voortaan gedefinieerd als elke persoon die in het kader van een alternerende opleiding door een overeenkomst verbonden is met een werkgever.

Uitzonderingen

Worden niet beoogd:

Het gemeenschappelijk advies van de Nationale Arbeidsraad en van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven van 25 mei 2011 (nr. 1.770) verduidelijkt dat ook de volgende stelsels buiten het toepassingsgebied van de leerlingenovereenkomst vallen:

Definitie van alternerende opleiding

De alternerende opleiding wordt omschreven als elke situatie die aan alle volgende voorwaarden voldoet:

Deze uren kunnen berekend worden naar rato van de totale duur van de opleiding. Bovendien zijn de lesuren waarvoor de leerling eventueel een vrijstelling geniet die werd toegekend door de onderwijs- of opleidingsinstelling, begrepen in de 240 of 150 uren;

Voorbeelden van alternerende opleidingen die onder de definitie vallen

Deze definitie is dus onder meer van toepassing op de hieronder opgesomde contracten in de mate dat ze voldoen aan de hierboven opgesomde voorwaarden en ze dus een alternerende opleiding omvatten:

Ander nut van de definitie

De nieuwe definitie van leerling dient niet alleen voor de toepassing van het nieuwe socialezekerheidsstatuut. Ze is ook op andere vlakken nuttig:

 


[1] Met uitzondering van de stageovereenkomst middenstand – stagiair ondernemingshoofd (IFAPME – en EFPME).

[2] Opgelet, indien de theoretische vorming niet voldoende uren telt, valt de stagiair niet onder de definitie van leerling in alternerende opleiding en dus ook niet onder het toepassingsgebied van de sociale zekerheid.

[3] Voor meer informatie over deze projecten kan u hier terecht.

[4] Opgelet, indien het een beroepsinlevingsovereenkomst betreft gesloten voor 1 juli 2015, is er een onderwerping aan de sociale zekerheid (overgangsmaatregel).

[5] Dit is belangrijk voor de toekenning van de vermindering van de werkgeversbijdragen ten gunste van jonge werknemers.

 

Waaruit bestaat het eenvormig socialezekerheidsstatuut?

De harmonisatie van de verschillende stelsels van alternerende opleiding voorziet in een eenvormige behandeling binnen het socialezekerheidsstelsel. Opgelet, de alternerende opleiding zal aan de in de vorige vraag opgesomde voorwaarden moeten voldoen om het recht te openen op onderstaand socialezekerheidsstatuut. Anders is er geen onderwerping aan de sociale zekerheid.

Type van onderwerping

Voor de onderwerping aan de sociale zekerheid moet een onderscheid gemaakt worden tussen jongeren tot 31 december van het jaar waarin ze 18 jaar worden en de oudere jongeren: de eerste groep is slechts gedeeltelijk onderworpen aan de sociale zekerheid; voor de tweede groep geldt een volledige onderwerping aan de sociale zekerheid.

Voor meer uitleg over de onderwerping en de eventuele RSZ-verminderingen waarop de leerlingen het recht openen, verwijzen we u naar de vraag "Hoe wordt de opleidingsvergoeding op sociaal vlak behandeld?"

Ziekte- en invaliditeitsverzekering

Voor de sector verplichte verzekering geneeskundige verzorging en uitkeringen worden leerlingen gelijkgesteld met werknemers. Hierdoor openen leerlingen die jonger zijn dan 18 jaar, ook al zijn ze niet onderworpen aan de sector uitkeringen, een recht op ziekte-uitkeringen.

Na 31 december van het jaar waarin ze 18 jaar worden, zijn leerlingen onderworpen aan de sector uitkeringen en worden ze bijgevolg gerechtigde van de verplichte verzekering geneeskundige verzorging en uitkeringen.

Bovendien openen de leerlingen een recht op uitkeringen in de ziekte- en invaliditeitsverzekering zonder bijdrageplichtig te zijn, omdat de periode waarin de leerling is verbonden door een opleidingsovereenkomst wordt beschouwd als een periode van voldoende bijdragen[1].

Werkloosheidsverzekering

De andere maatregelen die werden genomen om het socialezekerheidsstatuut van leerlingen te harmoniseren en te vereenvoudigen, hebben betrekking op de werkloosheidstak van de sociale zekerheid.

Tijdelijke werkloosheid

Voortaan bestaat voor alle leerlingen een recht op uitkeringen bij tijdelijke werkloosheid[2].

Er werd immers bepaald dat jonge werknemers die nog leerplichtig zijn, overbruggingsuitkeringen kunnen genieten voor de uren van tijdelijke werkloosheid op voorwaarde dat ze alternerend onderwijs of onderwijs met beperkt leerplan volgen.

Om die uitkeringen te genieten, moeten de jonge werknemers bij hun werkloosheidsattest C3.2-werkgever een maandelijks getuigschrift voegen dat werd afgeleverd door de verantwoordelijke van de opleiding, waaruit blijkt dat ze de opleiding regelmatig volgen.

Verlenging van de referentieperiode

Om toegelaten te worden tot het voordeel van de werkloosheidsuitkeringen moet een beroepsinschakelingstijd (voorheen: wachttijd) met een aantal arbeidsdagen worden doorlopen. Bijvoorbeeld, voor een voltijdse werknemer van jonger dan 36 jaar bedraagt deze beroepsinschakelingstijd 312 dagen (12 maanden) over een referentieperiode van 21 maanden.

Bepaalde gebeurtenissen kunnen de referentieperiode waarin het aantal arbeidsdagen moet worden berekend, echter verlengen. Dat geldt voor de periode waarin de jongere door een opleidingsovereenkomst is verbonden. Een opleidingsovereenkomst heeft tot gevolg dat de referentieperiode met de duur van de opleidingsovereenkomst wordt verlengd.

Gedeeltelijke vrijstelling van de beroepsinschakelingstijd

Na afloop van de alternerende opleiding wordt aan de leerling een gedeeltelijke vrijstelling van beroepsinschakelingstijd, ten belope van 310 dagen, verleend.

Voor een jonge werknemer die een alternerende opleiding met succes heeft beëindigd, wordt het aantal van 310 dagen beroepsinschakelingstijd verminderd met het aantal kalenderdagen (zondagen uitgezonderd) dat gelegen is in de periode die gedekt wordt door de opleidingsovereenkomst.

Voor een jonge werknemer die een alternerende opleiding heeft beëindigd, maar zonder succes, wordt het aantal van 310 dagen verminderd met een aantal dagen dat gelijk is aan de helft van het aantal kalenderdagen (zondagen uitgezonderd) dat gelegen is in de periode die gedekt wordt door de opleidingsovereenkomst. De beroepsinschakelingstijd mag in dit geval echter niet minder dan 155 dagen tellen.

Afwijking op het gebied van actief zoeken naar werk

Een jonge werknemer die een alternerende opleiding heeft beëindigd, zal per gewone brief worden opgeroepen voor een gesprek in het werkloosheidsbureau in de loop van de 5de maand beroepsinschakelingstijd, om zijn zoekgedrag naar werk te evalueren. Voor jongeren die hun leertijd met succes hebben beëindigd, vindt die oproeping enkel plaats als de beroepsinschakelingstijd ten minste 155 dagen telt.

In het kader van die evaluatie wordt het feit dat de jonge werknemer een alternerende opleiding met succes heeft beëindigd, gelijkgesteld met twee positieve evaluaties.

Het feit dat de jonge werknemer een alternerende opleiding zonder succes heeft beëindigd, wordt gelijkgesteld met één positieve evaluatie.

Cumulatieregeling voor vergoede werklozen

Er werd ook een voordelige cumulatieregeling uitgewerkt voor vergoede werklozen die een alternerende opleiding aanvatten.

Kinderbijslag

De kinderbijslag (nu een geregionaliseerde materie) wordt onvoorwaardelijk toegekend:

Nadien is het recht op kinderbijslag voorwaardelijk. De regels verschillen naargelang de regio[3].

Arbeidsongeval en beroepsziekte

Bij arbeidsongeval of beroepsziekte heeft de leerling recht op dezelfde waarborgen als de andere werknemers. Voor de berekening van de vergoedingen houdt men bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid rekening met de uitkering van de leerling of de stagiair (met een jaarlijks minimum)[4] en bij permanente arbeidsongeschiktheid met het gemiddeld loon van een meerderjarige werknemer van de categorie waartoe de leerling of stagiair na afloop van zijn contract zou hebben behoord.

Jaarlijkse vakantie

De leerling heeft net als een gewone werknemer recht op jaarlijkse vakantie op basis van de arbeidsprestaties in de onderneming en de lesuren die hij tijdens het vorige jaar heeft uitgeoefend.

Opgelet! Sommige leerlingen hebben daarbovenop nog recht op extra (onbetaalde) vakantiedagen[5].

Pensioen

De periodes gedekt door een opleidingsovereenkomst worden gelijkgesteld met arbeid in loondienst en tellen dus mee voor de berekening van het pensioen. Deze gelijkstelling gebeurt echter ten vroegste vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de jongeren 18 jaar zijn geworden.

 


[1] Om een recht op geneeskundige verzorging te openen, moet de gerechtigde voldoende bijdragen hebben betaald voor de sector geneeskundige verzorging. Als dat minimumbedrag aan bijdragen niet is bereikt, moet een aanvullende bijdrage worden betaald.

[2] Tijdelijke werkloosheid wegens technische stoornis, wegens slecht weer en wegens economische oorzaken (arbeiders- en bediendenstelsels).

[3] Neem voor meer informatie contact op met uw kinderbijslagfonds.

[4] Er bestaan specifieke regels voor leerlingen die tijdens hun arbeidsongeschiktheid 18 jaar worden of hun opleidingsovereenkomst beëindigen.

[5] Indien dit het geval is, werd dit als dusdanig opgenomen in de detailfiche over de betreffende opleidingsovereenkomst.

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?

    • Wet van 15 mei 2014 houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance (art. 24 tot 28)
    • Koninklijk besluit van 29 juni 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders
    • Koninklijk besluit van 29 juni 2014 tot wijziging, wat betreft de leerlingen, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, en van het koninklijk besluit van 13 augustus 1984 tot uitvoering van artikel 45 van de herstelwet van 31 juli 1984
    • Koninklijk besluit van 1 juli 2014 tot wijziging van de artikelen 27, 30, 36, 37, 42, 42bis, 63, 68, 71, 94, 99, 106, 114 en 137 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering