E.E.S.V. Securex Corporate
Maatschappelijke zetel: Tervurenlaan 43, 1040 Brussel
Ondernemingsnummer: BTW BE 0877.510.104 - RPR Brussel

Stage/Leertijd

Alternerende opleiding > (Stage)overeenkomst alternerende opleiding in de Vlaamse Gemeenschap

Lees eerst even dit…

Bij de 6de Staatshervorming werd Vlaanderen bevoegd voor het industrieel leerlingenwezen en de alternerende beroepsinlevingsovereenkomst in het deeltijds beroepssecundair onderwijs (DBSO). De Vlaamse regering besliste om van deze overheveling gebruik te maken om enkele bestaande statuten inzake leren en werken te moderniseren, vereenvoudigen en harmoniseren, en dit met ingang van 1 september 2016

De industriële leerovereenkomst, de beroepsinlevingsovereenkomst DBSO en de leerovereenkomst middenstand werden dan ook afgeschaft[1] en vervangen door een nieuw type van opleidingsovereenkomst voor de uitvoering van een alternerende opleiding.  In deze fiche gaan we dieper in op de regels die hierop van toepassing zijn. 

Voor de algemene regels die van toepassing zijn op alle opleidingsovereenkomsten verwijzen we u naar de fiche “Jongeren in opleiding – Algemene principes”  In die fiche vindt u het antwoord op de volgende vragen:

Sinds 1 juli 2015 heeft de federale overheid een eenvormig socialezekerheidsstatuut uitgewerkt voor de leerlingen in alternerende opleiding. U vindt de definitie van leerling in alternerende opleiding en de uitleg over hun statuut in onze fiche "Jongeren in opleiding – Eenvormig socialezekerheidsstatuut".

 


[1] De overeenkomsten die vóór 1 september 2016 gesloten werden op basis van de oude wetgeving blijven evenwel lopen tot hun einddatum en blijven de regels volgen die voor de hervorming van toepassing waren.

Waarom een alternerende opleiding?

De Vlaamse regering wil maximaal inzetten op "duaal leren": alternerend leren en werken dient immers een antwoord te bieden op het probleem van het vroegtijdig schoolverlaten (omwille van schoolmoeheid) en van de jeugdwerkloosheid (omwille van het gebrek aan ervaring).

Door een alternerende opleiding te volgen, kunnen de jongeren tijdens hun opleiding reeds werkervaring opdoen: een theoretische opleiding (op school of in een vormingscentrum) wordt gekoppeld aan een praktische opleiding in een onderneming, en dit onder toezicht van een mentor (een ervaren werknemer of bedrijfsleider van de onderneming) en een trajectbegeleider (een door de opleidingsverstrekker gemandateerd persoon).

Onder alternerende opleiding wordt verstaan:

 


[1] Onder leertijd wordt verstaan: een praktijkopleiding in een onderneming, aangevuld met een theoretische vorming in een erkend centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen.

 

Welk soort overeenkomst sluiten?

Tripartiete overeenkomst

Voor de uitvoering van de alternerende opleiding, en voor zover de opleiding op de werkplek via een reguliere tewerkstelling wordt ingevuld, moet er een tripartiete overeenkomst gesloten worden tussen:

 

Mogelijke vormen van overeenkomsten

Principe

De twee mogelijke overeenkomsten zijn[2]:

 

Opmerking: de breuklijn tussen de gewone overeenkomst en de stageovereenkomst ligt op 20 uur per week omwille van het socialezekerheidsstatuut voor alternerende opleidingen. Leerlingen vallen immers onder dit statuut indien ze gemiddeld 20 uur per week werken. De Vlaamse regering heeft haar regelgeving op dit vlak dus afgestemd op de federale wetgeving. 

Uitzondering

In twee gevallen is het mogelijk om in plaats van één van bovenstaande overeenkomsten te gebruiken, een deeltijdse arbeidsovereenkomst met de leerling te sluiten:

Op deze overeenkomsten is de arbeidsovereenkomstenwet van toepassing. We gaan er in deze fiche dan ook niet verder op in. 

 


[1] Hierdoor worden vrije leerlingen uitgesloten. Het is immers de bedoeling dat de leerlingen op een bepaald ogenblik in hun opleiding een overeenkomst voor alternerende opleiding sluiten waarmee ze ook onder het federale socialezekerheidsstatuut alternerende opleiding vallen. Dit kan niet het geval zijn voor een vrije leerling aangezien deze geen eindkwalificatie kan behalen en dus niet voldoet aan de voorwaarden van dit socialezekerheidsstatuut.

[2] Volgens de memorie van toelichting is het hierbij niet de bedoeling dat het soort overeenkomst dat gebruikt wordt individu-afhankelijk is, maar wel dat in eenzelfde studierichting of opleiding aan de hand van standaardtrajecten bepaald wordt of er ofwel met de overeenkomst van alternerende opleiding ofwel met de stageovereenkomst alternerende opleiding gewerkt wordt.

[3] Gesimuleerde werkplekken komen echter enkel in aanmerking voor zover ze eigen zijn aan de sector of de onderneming en ook door werknemers binnen een sector of onderneming gebruikt dienen te worden.

 

Aan welke voorwaarden moet de (stage)overeenkomst voldoen?

Schriftelijke overeenkomst

De (stage)overeenkomst tot uitvoering van de alternerende opleiding moet voor elke leerling afzonderlijk schriftelijk worden vastgesteld, uiterlijk op het tijdstip waarop de leerling zijn alternerende opleiding aanvat.

De stageovereenkomst alternerende opleiding en de overeenkomst van alternerende opleiding moeten worden opgesteld volgens het model dat vastgelegd is door de Vlaamse regering[1].

Verplichte vermeldingen

De (stage)overeenkomst moet de volgende verplichte vermeldingen en bepalingen omvatten:

Maken bovendien integraal deel uit van de (stage)overeenkomst en moeten er als bijlage aan toegevoegd worden:

De overeenkomst mag geen bedingen bevatten die de rechten van de leerling beperken of zijn verplichtingen verzwaren.

Overeenkomst van bepaalde duur

De (stage)overeenkomst moet voor bepaalde duur gesloten worden, maar kan schooljaaroverschrijdend zijn.

Om zijn opleidingsplan uit te voeren, kan de leerling opeenvolgende overeenkomsten met verschillende ondernemingen sluiten.  De duur van alle overeenkomsten samen mag evenwel niet meer bedragen dan duur van de alternerende opleiding waarop de overeenkomsten betrekking hebben, en dit vanaf het moment dat de alternerende opleiding voor de leerling ingevuld is met een werkplekcomponent.

Voorbeeld: een leerling volgt een alternerende opleiding van 3 jaar, maar er is pas een werkplekcomponent vanaf het tweede jaar, dan mag de duur van de (stage)overeenkomst maximaal 2 jaar bedragen.

Voltijdse overeenkomst

De (stage)overeenkomst is een voltijdse overeenkomst en bevat zowel de lescomponent (theoretische opleiding) als de werkplekcomponent (praktische opleiding). Ook de lescomponent wordt dus als arbeidstijd beschouwd[2].  Voor de berekening van het aantal uren binnen de overeenkomst telt een les of gelijkgestelde activiteit steeds mee voor 60 minuten. Eén lesuur komt aldus overeen met één arbeidsuur. 

De tijd die de leerling besteedt aan de uitvoering van zijn (stage)overeenkomst mag niet meer bedragen dan de maximale arbeidsduur, voorzien in de wet, in de sector of in het arbeidsreglement. De leerling mag per week met andere woorden niet meer uren presteren (theorie + praktijk) dan een gewone voltijdse werknemer in de onderneming.

 


[1] Ministerieel besluit van 23 december 2020 tot bepaling van het model van de overeenkomst van alternerende opleiding en het model van de stageovereenkomst alternerende opleiding.

[2] Hierdoor bouwt de leerling ook rechten op op basis van zijn lesdagen en is hij op lesdagen ook gedekt door de arbeidsongevallenverzekering van de onderneming.

 

Wat zijn de verplichtingen van de onderneming?

Algemene verplichtingen

De onderneming moet zich schikken naar alle wettelijke, reglementerende en conventionele bepalingen, en in het bijzonder de bepalingen met betrekking tot de voorzieningen van sociale zekerheid, de arbeidswetgeving, de welzijnswetgeving en verzekeringen die van toepassing zijn op de onderneming. De (stage)overeenkomst is immers een overeenkomst met een gezagsverhouding tussen de werkgever en de leerling en wordt dan ook voor de verschillende regelgevingen gelijkgesteld met een arbeidsovereenkomst.

Hieruit vloeit onder meer voort dat de onderneming de leerling een arbeidsreglement moet overhandigen en dat ze de verplaatsingskosten van de leerling moet terugbetalen. 

Daarnaast moet de onderneming zich bij een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk aansluiten en verplicht een arbeidsongevallenverzekering voor de leerling aangaan die zowel de uren van opleiding in de onderneming dekt als de uren theoretische vorming (lessen en gelijkgestelde activiteiten) en eveneens een verzekering die de arbeidswegongevallen dekt die plaatsvinden tussen de woonplaats en de werkplaats of de opleidingsinstelling en omgekeerd en tussen de werkplaats en de opleidingsinstelling en omgekeerd.

Betreffende de Dimona-verplichting, dient er een onderscheid gemaakt te worden tussen de:

De onderneming is verplicht om de leerling de competenties van de opleiding op een werkplek aan te leren en er dus over te waken dat de leerling de praktijkopleiding volgt die voorgeschreven is door het opleidingsprogramma. 

Daartoe is de onderneming in het bijzonder verplicht:

 

De onderneming kan, om het opleidingsplan van de leerlingen uit te voeren, een onderdeel van de opleiding overlaten aan een andere erkende onderneming. Beide ondernemingen moeten hiervoor een samenwerkingsovereenkomst afsluiten. Een dergelijke overeenkomst kan enkel voor de termijn en de onderdelen die bepaald zijn door het sectoraal partnerschap, of door het Vlaams Partnerschap Duaal Leren. Deze partnerschappen moeten ook op de hoogte gebracht worden van de samenwerkingsovereenkomst.

Alle betrokken partijen, dus ook de opleidingsverstrekker, moeten instemmen met een dergelijke overeenkomst.

Leervergoeding : enkel voor de overeenkomst alternerende opleiding

De onderneming moet ook een maandelijkse leervergoeding uitbetalen, maar deze verplichting geldt enkel voor de leerlingen verbonden met een overeenkomst van alternerende opleiding.  De leerlingen met een stageovereenkomst alternerende opleiding hebben geen recht op een vergoeding.  Lees hierover meer onder de vraag "Hoeveel bedraagt de leervergoeding?".

 

Wat zijn de verplichtingen van de leerling?

De leerling verbindt zicht ertoe:

Hoe zit het met de aansprakelijkheid van de leerling?

Wanneer de leerling bij de uitvoering van zijn (stage)overeenkomst schade berokkent aan de onderneming of aan derden of gebrekkig werk levert, is hij enkel aansprakelijk in geval van bedrog, zware fout of lichte fout die bij hem eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt[1].  Alle hiermee strijdige bedingen zijn nietig.

De leerling is niet verantwoordelijk voor de beschadigingen of slijtage die toe te schrijven zijn aan het regelmatig gebruik van het voorwerp, noch voor het toevallig verlies ervan. 

 


[1] De aansprakelijkheid van de vader of moeder van de leerling geldt enkel wanneer de minderjarige leerling zelf ook persoonlijk aansprakelijk gesteld kan worden, zodat de beperkte aansprakelijkheid van de leerling niet uitgehold zou worden.

Hoeveel bedraagt de leervergoeding?

Principe: maandelijkse vergoeding, enkel voor de overeenkomst alternerende opleiding

De leerling ontvangt een maandelijkse leervergoeding van de onderneming, die zowel de opleiding in de onderneming als de lessen en de gelijkgestelde activiteiten dekt. Deze vergoeding valt onder de loonbeschermingswet.

Opgelet!  Dit geldt enkel voor de leerling met een overeenkomst van alternerende opleiding. De stageovereenkomst alternerende opleiding is immers onbezoldigd!

Bedrag

De leervergoeding is gelijk aan een percentage van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI) voor werknemers van 18 jaar en ouder[1]. Het bedraagt meer bepaald:

 

Opgelet! De leervergoeding mag evenwel nooit hoger zijn dan de inkomensgrens waarboven het recht op kinderbijslag verloren gaat.

Aanpassing van de vergoeding

Het bedrag van de leervergoeding wordt aangepast:

Raadpleeg onze Sociolist voor meer informatie.

Sociale en fiscale behandeling

Voor de sociale en fiscale behandeling van de leervergoeding verwijzen we u naar de fiche "Jongeren in opleiding - Algemene principes" en meer bepaald naar de vragen:

Betaling van de leervergoeding

De leervergoeding wordt in principe aan de leerling zelf betaald.  Indien de wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige leerling hier evenwel verzet tegen aantekent, wordt de vergoeding aan de wettelijke vertegenwoordiger betaald.

 


[1] Het bedrag van de aldus bekomen leervergoeding wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

[2] Een leerling wordt geacht het opleidingsjaar met succes beëindigd te hebben als hij op basis van de competenties, verworven tijdens dat opleidingsjaar, studievoortgang kan maken.

[3] Een leerling wordt geacht het opleidingsjaar met succes beëindigd te hebben als hij op basis van de competenties, verworven tijdens dat opleidingsjaar, studievoortgang kan maken.

 

Kan de leerling aanspraak maken op andere vergoedingen dan de leervergoeding?

Algemeen

Leerlingen alternerend leren hebben recht op andere vergoedingen dan de leervergoeding (premie zondagswerk, mobiliteitsvergoeding, …) wanneer ze specifiek tot het toepassingsgebied van de CAO behoren.

Opm.: hierbij moet rekening worden gehouden met feit dat leerlingen noch bedienden, noch arbeiders zijn.

Wanneer leerlingen niet tot het toepassingsgebied van een CAO behoren, dan mag het voordeel toegekend worden, maar moet het niet.

Opgelet! De toekenning van dergelijke voordelen mag er niet toe leiden dat de leerling het recht op kinderbijslag verliest.

Terugbetaling van woon-werkverplaatsingen

Meer informatie hierover leest u in de volgende vraag.

 

Worden de verplaatsingskosten van de leerling terugbetaald?

Uit de regel dat de onderneming zich moet schikken naar alle wettelijke, reglementerende en conventionele bepalingen die op haar van toepassing zijn, vloeit voort dat de verplaatsingskosten van de leerling terugbetaald moeten worden (ook in het kader van de stageovereenkomst alternerende opleiding).  Hiervoor gelden dezelfde regels als voor de 'gewone' werknemers. Meer informatie hierover vindt u onder de rubriek Sectoraal (selecteer uw paritair comité en raadpleeg vervolgens de “Vervoersonkosten”).

De tussenkomst van de onderneming in de verplaatsingskosten tast het recht op kinderbijslag niet aan.

Opmerking voor de bouwsector[1]: de CAO van de bouwsector is van toepassing op werknemers en werkgevers verbonden door een arbeidsovereenkomst. Deze CAO is dus van toepassing op leerlingen verbonden door een deeltijdse arbeidsovereenkomst, maar niet op leerlingen verbonden door een andere soort overeenkomst zoals de (stage)overeenkomt alternerende opleiding. Syntra pleit er voor om ook die laatste leerlingen op dezelfde manier te behandelen als de gewone werknemers. Indien er geen mobiliteitsvergoeding wordt toegekend, is Syntra de mening toegedaan dat de reistijd als arbeidstijd moet worden beschouwd (de mobiliteitsvergoeding wordt immers toegekend om de reistijd niet als arbeidstijd te moeten beschouwen).

 


[1] Komt uit de "Veelgestelde vragen en antwoorden bij het decreet tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen" opgemaakt door Syntra Vlaanderen.

 

Kan de (stage)overeenkomst geschorst worden?

Principe

De (stage)overeenkomst wordt geschorst in alle gevallen waarin ook de arbeidsovereenkomst van een gewone werknemer geschorst wordt, zoals klein verlet, ziekte, moederschapsrust,...  Voor de schorsing wegens jaarlijkse vakantie verwijzen we u naar de volgende vraag. 

Tijdens een periode van schorsing behoudt de leerling met een overeenkomst van alternerende opleiding het recht op zijn leervergoeding onder dezelfde voorwaarden die gelden voor het behoud van loon van een werknemer met een arbeidsovereenkomst[1]

In geval van tijdelijke werkloosheid (wegens economische oorzaken, slecht weer of technische stoornis) ontvangt de leerling, indien het een contract gesloten sinds 1 juli 2015 betreft, overbruggingsuitkeringen van de RVA[2] (meer informatie hierover vindt u in onze fiche "Jongeren in opleiding – Eenvormig socialezekerheidsstatuut")

Uitzondering 1: arbeidsongeval of beroepsziekte

De leerling met een overeenkomst van alternerende opleiding zal geen recht hebben op zijn leervergoeding in geval van arbeidsongeschiktheid wegens beroepsziekte of arbeidsongeval. 

De leerling heeft in dit geval recht op een vergoeding van de arbeidsongevallenverzekering of van het fonds voor beroepsziekten en de werkgever gaat de eerste betalingen dus niet moeten voorschieten, wat hij voor zijn gewone werknemers wel moet doen.

Uitzondering 2: schorsing of uitsluiting op school

De (stage)overeenkomst wordt eveneens geschorst als de leerling:

De leerling met een overeenkomst van alternerende opleiding zal tijdens deze schorsing geen recht hebben op zijn leervergoeding.

Wat gebeurt er wanneer de uitvoering van de (stage)overeenkomst meer dan 14 dagen geschorst wordt?

De onderneming moet in dat geval de trajectbegeleider op de hoogte brengen.

Als na een schorsing van meer dan 14 dagen de uitvoering van de (stage)overeenkomst hervat wordt, moet de onderneming opnieuw de trajectbegeleider op de hoogte brengen, en dit uiterlijk 3 dagen na de hervatting.

 


[1] Dit geldt niet voor de stageovereenkomst alternerende opleiding aangezien de leerling tijdens deze overeenkomst sowieso geen vergoeding krijgt.

[2] De leerling moet wel al zijn inhaalrust opgebruikt hebben en tussen 2 schorsingsperiodes moet steeds minstens een week normale arbeid zitten.

Heeft de leerling recht op vakantie?

De leerling met een overeenkomst van alternerende opleiding

Vanaf 1 september 2019 hebben alle leerlingen vrij tijdens elke schoolvakantie. Met schoolvakantie worden de herfst-, kerst-, krokus-, paas- en zomervakantie bedoeld.

De regeling geldt voor alle lesplaatsen en ongeacht de begindatum van de overeenkomst. Ze is ook van toepassing op de overeenkomsten die vóór 1 september 2019 begonnen zijn.

In de volgende gevallen kan er afgeweken worden van deze vakantieregeling:

Deze afwijkingen kunnen enkel vastgelegd worden voor een lopende overeenkomst en ze moeten in een bijlage bij de overeenkomst worden opgenomen.

Indien de leerling een opleiding volgt in een duale structuuronderdeel ingericht op het niveau van Se-n-Se of het derde leerjaar van de derde graad van het voltijds secundair onderwijs, al dan niet ingericht in de vorm van een specialisatie, wordt de vakantieregeling beperkt tot 8 schoolvakantieweken per schooljaar.

Deze vakantiedagen zijn onbetaald met uitzondering van de dagen betaalde jaarlijkse vakantie die de leerling eventueel opgebouwd heeft.

De leerling met een stageovereenkomst alternerende opleiding

De leerling met een stageovereenkomst alternerende opleiding volgt de schoolvakantieregeling. Tijdens de schoolvakanties moet hij met andere woorden niet komen werken.

In de volgende gevallen kan er afgeweken worden van deze vakantieregeling:

Wanneer eindigt de (stage)overeenkomst?

Algemene wijzen van beëindiging

Opzeg tijdens de eerste 30 dagen (of verlengde termijn)

Tijdens de eerste 30 dagen van uitvoering van de (stage)overeenkomst kan de onderneming of de leerling de (stage)overeenkomst opzeggen met een opzegtermijn van 7 dagen[1]. Deze gaat in de dag na ontvangst van de schriftelijke opzegging. Op deze manier creëert de decreetgever een soort van proefperiode waarin de partijen kunnen aanvoelen of samenwerking mogelijk is.

Belangrijk! Als de (stage)overeenkomst wordt geschorst tijdens deze periode van 30 dagen, dan wordt deze periode verlengd met de duur van de schorsing.

De gegeven opzegtermijn wordt daarentegen niet geschorst in geval van schorsing van de (stage)overeenkomst.

Automatische beëindiging

De (stage)overeenkomst eindigt:

Sanctie

De onderneming die de overeenkomst van alternerende opleiding op onrechtmatige wijze beëindigt, is een vergoeding verschuldigd die overeenstemt met een leervergoeding voor één maand. Deze sanctie geldt niet bij onrechtmatige beëindiging van de stageovereenkomst alternerende opleiding, aangezien deze stageovereenkomst onbezoldigd is.

Beëindiging omwille van wettige redenen

Door de onderneming of de leerling

De onderneming of de leerling[3] kan een reden inroepen die de verbreking van de (stage)overeenkomst wettigt wanneer:

De onderneming of de leerling moet de reden schriftelijk mededelen aan de trajectbegeleider. Deze bemiddelt en tracht de partijen te verzoenen[4]. Tijdens de verzoeningstermijn moeten de partijen de uitvoering van de (stage)overeenkomst voortzetten.

Indien de verzoening niet lukt, kan de partij die de procedure heeft ingeleid ook effectief tot de beëindiging overgaan.

Tegen deze beëindiging kan beroep aangetekend worden bij het Vlaams Partnerschap Duaal Leren indien de wettigheid in twijfel wordt getrokken[5]. Als het Vlaams Partnerschap oordeelt dat de beëindiging door de onderneming niet wettig was, is de onderneming een vergoeding verschuldigd die overeenstemt met een leervergoeding voor één maand[6]. Voor de leerling is geen sanctie voorzien.

Door de opleidingsverstrekker

De opleidingsverstrekker kan de (stage)overeenkomst schriftelijk en gemotiveerd beëindigen:

De opleidingsverstrekker kan aan het Vlaams Partnerschap Duaal Leren voorstellen om de erkenning van de onderneming op te heffen.

 


[1] Er kan worden opgezegd tot en met de 30ste dag (of de laatste dag van de verlengde periode); het einde van opzegtermijn hoeft dus niet binnen deze periode te vallen.

[2] Op voorwaarde uiteraard dat het overnemende bedrijf aan alle voorwaarden voldoet (zie de vraag "Wat is een erkende onderneming?")

[3] Of zijn wettelijke vertegenwoordiger.

[4] Daarvoor beschikt hij over een termijn van maximaal drie weken. Die termijn begint vanaf de ontvangst van de schriftelijke melding. Een schorsing van de leerovereenkomst tijdens de verzoeningstermijn schorst de verzoeningstermijn niet.

[5] Dit beroep moet via een aangetekende brief ingesteld worden binnen een termijn van 10 dagen na ontvangst van de kennisgeving van de beëindiging van de overeenkomst.

[6] Deze sanctie geldt niet voor de stageovereenkomsten aangezien deze onbezoldigd zijn.

Wat is een erkende onderneming?

Zowel ondernemingen uit de private als uit de publieke sector kunnen een erkenning aanvragen om leerlingen te mogen opleiden in het kader van een alternerende opleiding en dus als werkplek te fungeren.

Voorwaarden

Algemeen

Om erkend te kunnen worden, moet de onderneming minimaal voldoen aan de volgende voorwaarden[1]:

Aantal leerlingen

Het sectoraal partnerschap, of bij ontstentenis het Vlaams Partnerschap Duaal Leren, kan het maximum aantal leerlingen bepalen dat een mentor gelijktijdig mag opleiden in de sector in kwestie.

Ongeacht het hierboven bepaalde aantal leerlingen per mentor, mag het aantal leerlingen in een bepaalde vestigingseenheid nooit meer bedragen dan het aantal werknemers verbonden met een arbeidsovereenkomst.

Procedure

De erkenning moet worden aangevraagd bij het Vlaams Partnerschap Duaal Leren[5]. Ze moet gebeuren voor elke alternerende opleiding waarvoor de onderneming een overeenkomst wil sluiten en voor elke vestiging waar zij leerlingen wil opleiden.

Binnen de 14 kalenderdagen na de aanvraag wordt een beslissing genomen. Bij een positieve beslissing geldt de erkenning voor 5 jaar. De erkenning kan echter wel ingetrokken worden als de onderneming niet meer aan de erkenningsvoorwaarden voldoet of als ze haar verbintenissen en plichten niet naleeft. In dat laatste geval kan de onderneming zelfs uitgesloten worden van het recht om een erkenning aan te vragen.

Tegen alle (negatieve) beslissingen van het Partnerschap Duaal Leren is beroep mogelijk[6].

 


[1] De Vlaamse regering kan nog bijkomende voorwaarden opleggen om de kwaliteit van het mentorschap en de opleiding in de onderneming te garanderen.

[2] Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren (dit is de vroegere praktijkcommissie van Syntra Vlaanderen) kan de leeftijdsvoorwaarde terugbrengen tot 23 jaar en/of een afwijking verlenen op het aantal jaren praktijkervaring indien de mentor een bewijs van vooropleiding in het beroep kan voorleggen. Hiertoe komt elk studiebewijs in aanmerking dat uitgereikt is door een reguliere onderwijsinstelling en dat betrekking heeft op de competenties die de onderneming volgens het opleidingsplan moet aanleren, alsook elk bewijs van elders verworven competenties of kwalificaties dat betrekking heeft op de competenties die de onderneming volgens het opleidingsplan moet aanleren.

[3] Bij de beoordeling van de financiële draagkracht wordt onder andere rekening gehouden met de achterstallige RSZ bijdragen. Als de achterstallige bijdragen het voorwerp uitmaken van een afbetalingsplan dat nageleefd wordt, wordt er met die bijdragen geen rekening gehouden.

[4] Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren kan evenwel beslissen dat een bepaalde veroordeling niet relevant is om de erkenning te weigeren. De memorie van toelichting verduidelijkt dat een onderneming die arbeidsrechtelijke veroordelingen opliep geen ideale werkplek is voor een leerling, maar dat bijvoorbeeld een milieuveroordeling als niet-relevant beschouwd kan worden.

[5] In de feiten zal deze bevoegdheid evenwel gedelegeerd worden naar de sectorale partnerschappen (dit zijn de huidige sectorale paritaire leercomités) of indien deze er niet zijn, naar de personeelsleden van Syntra Vlaanderen.

[6] De procedures die hiervoor gevolgd moeten worden, zijn opgenomen in het uitvoeringsbesluit. Heeft u hier vragen over, aarzel dan niet om uw Legal advisor te contacteren.

Wat is de rol van de trajectbegeleider?

De trajectbegeleider is de door de opleidingsverstrekker gemandateerd persoon of het aangeduid personeelslid belast met de opvolging en begeleiding van de leerling met het oog op de volledige realisatie van het opleidingsplan.  Hij controleert de goede uitvoering van de overeenkomst en behandelt elke moeilijkheid die in dat kader zou kunnen ontstaan. 

De plichten van de opleidingsverstrekker

De opleidingsverstrekker verbindt zich ertoe:

 

Overzichtstabel

 

(Stage)overeenkomst

  • modelovereenkomst (SAO of OAO)
  • tussen werkgever, leerling en opleidingsinstelling
  • duur: afhankelijk van de duur van de alternerende opleiding

Financiële
voordelen

Start- en stagebonus

Aftrekbaarheid aan 140%

Vergoeding (niet voor de stageovereenkomst)

  • percentage van het GMMI
  • indexatie: bij indexatie van het GMMI
  • verhoging: 01/09

Sociale behandeling
van de vergoeding (niet voor stageovereenkomst)

Tot 31/12 van het jaar waarin de jongere 18 wordt: gedeeltelijke onderwerping

Vanaf 01/01 van het jaar waarin de jongere 19 wordt: volledige onderwerping

+ recht op structurele vermindering en eventueel doelgroepvermindering

Verplichtingen
van de werkgever

  • zich schikken naar alle wettelijke bepalingen
  • voor de overeenkomst alternerende opleiding: Dimona van het type OTH, te verrichten door de werkgever
  • arbeidsreglement
  • aansluiting EDPBW
  • arbeidsongevallenverzekering
  • betaling van de leervergoeding (niet voor de stageovereenkomst)
  • terugbetaling verplaatsingskosten

Dimona

Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de:

  • Overeenkomst alternerende opleiding : bij het sluiten van deze aan de RSZ-onderworpen overeenkomst dient een Dimona OTH verricht te worden door de onderneming
  • en de stageovereenkomst alternerende opleiding : bij het sluiten van deze niet-onderworpen stage dient een Dimona STG verricht te worden door de school of het vormingscentrum.

Schorsingen van
de overeenkomst

Zelfde schorsingsgronden als voor de arbeidsovereenkomst en behoud van leervergoeding in alle gevallen waarin werknemer recht op loon behoudt (uitzondering: arbeidsongeval)

Overeenkomst alternerende opleiding:

  • recht op jaarlijkse vakantie in functie van de prestaties van het jaar voordien
  • + recht op vakantie tijdens de schoolvakanties (met uitzonderingen)

Stageovereenkomst alternerende opleiding: schoolvakanties

Meest voorkomende beëindigings-
gronden

  • Eerste 30 dagen: opzeg 7 dagen
  • Automatische beëindiging in geval van overlijden leerling, einde opleiding, uitsluiting leerling op school,…
  • Beëindiging om wettige redenen (procedure via trajectbegeleider)
  • Beëindiging door de opleidingsverstrekker

 

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?