E.E.S.V. Securex Corporate
Maatschappelijke zetel: Tervurenlaan 43, 1040 Brussel
Ondernemingsnummer: BTW BE 0877.510.104 - RPR Brussel

Loon

Loon > 3. Loonbeslag en loonoverdracht

Lees eerst even dit …

Door gebruik te maken van een loonbeslag of een loonoverdracht kunnen de schuldeisers van een werknemer er zich van verzekeren dat de schulden die deze werknemer bij hen heeft, terugbetaald zullen worden.

Aangezien het uiteraard niet de bedoeling kan zijn dat de werknemer door het beslag op of de overdracht van zijn loon, niet meer in zijn levensonderhoud of dat van zijn gezin zou kunnen voorzien, zijn deze uitzonderingen op het principe dat het loon enkel aan de werknemer zelf uitgekeerd mag worden, aan zeer strenge voorwaarden onderworpen.

Zo zullen niet alle inkomsten van de werknemer vatbaar zijn voor beslag of overdracht en moet de schuldeiser een specifieke procedure volgen alvorens hij tot loonbeslag kan overgaan of het loon aan hem kan laten overdragen.

Wat verstaan we onder loonbeslag en loonoverdracht?

Schuldeisers beschikken over twee manieren om hun rechten te doen gelden op het loon van de schuldenaar-werknemer:

Loonbeslag

Loonbeslag is een juridisch mechanisme dat een schuldeiser in staat stelt tussen te komen in de relatie tussen een werkgever en een werknemer met de bedoeling dat de werkgever

De beslagleggende schuldeiser is de schuldeiser die de procedure voor bewarend beslag onder derden of voor uitvoerend beslag onder derden in gang zet om zijn schuldvordering te innen.

De beslagene is de werknemer die aan de beslagleggende schuldeiser een bepaalde som verschuldigd is.

De derde-beslagene is de werkgever die aan de werknemer een loon verschuldigd is. Hij wordt in deze context ‘derde' genoemd, omdat hij oorspronkelijk niets te maken heeft met de relatie tussen de beslagleggende schuldeiser en de beslagene. Toch wordt ook hij ‘beslagene' genoemd, omdat het hem, als gevolg van het in gang zetten van de beslagprocedure, verboden is het loon of een deel ervan aan de werknemer uit te betalen.

Loonoverdracht

De loonoverdracht is een bijzondere overeenkomst tussen een werknemer en zijn schuldeiser op grond waarvan de werknemer de betaling garandeert van de schuldvordering via het loon dat hem door zijn werkgever verschuldigd is.

Deze overeenkomst kan op twee verschillende wijzen worden opgesteld:

De overnemer-schuldeiser is de schuldeiser die door de overeenkomst tot loonoverdracht met de werknemer de terugbetaling van de schulden van de betrokken werknemer gegarandeerd weet.

De overdragende schuldenaar is de werknemer die aan de overnemer-schuldeiser een bepaalde som verschuldigd is.

De overgedragen schuldenaar is de werkgever die door het loon aan de schuldeiser in plaats van aan de werknemer over te maken, de schuld van de werknemer zal vereffenen.

Welke inkomsten zijn vatbaar voor beslag of overdracht?

Principe

Opdat de werknemer in zijn levensonderhoud en dat van zijn gezin zou kunnen blijven voorzien, heeft de wetgever grenzen gesteld aan de inkomsten waarop een schuldeiser beslag kan leggen of waarvan hij de overdracht kan vragen.  Het is dan ook van groot belang om de inkomsten die de werknemer ontvangt, correct te kwalificeren.

Inkomsten uit arbeid

Het loon van de werknemer is gedeeltelijk beschermd tegen beslag en overdracht.  De andere inkomsten die uit de arbeidsovereenkomst voortvloeien, zijn dit niet en kunnen dan ook volledig beslagen of overgedragen worden.  Het is bijgevolg heel belangrijk om te weten wat er voor de reglementering inzake loonbeslag en loonoverdracht onder het begrip 'loon' verstaan moet worden.  Hoe breder de definitie van het loon, hoe minder inkomsten van de werknemer immers volledig in beslag genomen of overgedragen kunnen worden.

Begrip loon

Onder het loon van de werknemer[1] wordt verstaan: alle bedragen uitgekeerd ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst, een leerovereenkomst, een statuut of een abonnement. 

Met de notie 'loon' wordt niet enkel het eigenlijke loon, eventueel verhoogd met commissies, bedoeld, maar ook de voordelen van alle aard, de fooien, de eindejaarspremie, het enkel en dubbel vakantiegeld en andere premies. Ook de warranten vallen onder het begrip loon[2].

Er moet eveneens rekening gehouden worden met de uitwinningsvergoeding, de beschermingsvergoedingen en de verbrekingsvergoedingen[3].

Buiten het begrip loon

Vrijgevigheden (liberaliteiten) zijn uitgesloten uit het begrip loon en zijn dus volledig vatbaar voor beslag en overdracht.  Het gaat hier onder meer om:

In de praktijk gebeurt het echter zelden dat een werkgever een vrijgevigheid uitkeert aan een werknemer wiens loon beslagen is.

Ook de onkostenvergoeding die de werkgever aan de werknemer uitkeert, als terugbetaling van kosten eigen aan de werkgever is geen loon en dus volledig vatbaar voor beslag en overdracht.  In de praktijk wordt op deze vergoeding echter bijna nooit beslag gelegd, omdat de werknemer de kosten die terugbetaald worden, ook effectief gedragen heeft en betaalde met geld dat niet voor beslag vatbaar was.

Voor de loonbonus is uitdrukkelijk bepaald dat deze niet als loon beschouwd moet worden en dus is deze volledig vatbaar voor beslag en overdracht.

Ook aanvullingen op socialezekerheidsuitkeringen (extralegale kinderbijslag, waarborg nettoloon bij ziekte of ongeval,…) worden niet als loon beschouwd en zijn aldus volledig vatbaar voor beslag en overdracht.

Winstparticipaties[4] worden niet als loon beschouwd en zijn dus volledig vatbaar voor beslag en overdracht.

Hoewel de maaltijdcheques niet als loon beschouwd worden wanneer aan de voorwaarden voor de vrijstelling van socialezekerheidsbijdragen en belasting voldaan is, heeft de wetgever uitdrukkelijk bepaald dat deze niet voor beslag vatbaar zijn, zelfs niet door de onderhoudsschuldeiser[5].

Grensgevallen

Op de vraag of bepaalde loonvoordelen (ecocheques, groepsverzekering, ARAB-vergoeding, enz.) al dan niet beschermd zijn, is er nog steeds geen eensluidend antwoord.  Volgens de ene strekking gaat het hier niet om een som geld die de werknemer in handen krijgt en kan er dus geen beslag op gelegd worden.  De andere strekking houdt echter voor dat deze voordelen 'in geld waardeerbaar zijn' en dat ze daarom wel (gedeeltelijk) voor beslag of overdracht vatbaar zijn.  Het Hof van Cassatie neigt eerder naar deze laatste strekking.  In dat geval moet de waarde van het voordeel bij het nettoloon van de werknemer opgeteld worden om het beschikbaar gedeelte te berekenen.

Opmerking: In geval van betwisting tussen schuldeiser en werknemer over de vraag of bepaalde vergoedingen/voordelen als loon beschouwd moeten worden, dient de werkgever de voor de werknemer minst gunstige berekeningsmethode toe te passen en het betwiste bedrag op een geblokkeerde rekening storten in afwachting van de beslissing van de rechtbank.  

Vervangingsinkomsten

Naast het loon zijn ook de vervangingsinkomsten gedeeltelijk vatbaar voor beslag en overdracht:

Komen niet in aanmerking

Zijn in geen enkel geval vatbaar voor beslag of overdracht:

 


[1] Personen die tegen loon onder het gezag van een ander persoon arbeid verrichten buiten een arbeidsovereenkomst worden voor deze regelgeving met werknemers gelijkgesteld.

[2] Warranten vallen onder de wet van 26 maart 1999. Aangezien de loonbeschermingswet enkel de winstparticipaties (verwijzend naar de wet van 22 mei 2001) uitdrukkelijk uitsluit van het begrip loon, kunnen we a contrario redeneren dat de warranten wel onder het begrip loon van de loonbeschermingswet vallen. (zie hierna over de winstparticipaties)

[3] De meerderheid van de rechtsleer beschouwt de vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag als een schadevergoeding en dus als een bedrag dat niet uitgekeerd is in het kader van de arbeidsovereenkomst.  Deze vergoeding zal dan ook volledig vatbaar zijn voor beslag of overdracht.

[4] In de zin van de wet van 22 mei 2001.

[5] Artikel 1409 van het Gerechtelijk Wetboek.  Wet houdende diverse bepalingen van 6 mei 2009, Belgisch Staatsblad van 19 mei 2009.

Welke drempels, waaronder het loon niet voor beslag of overdracht vatbaar is, hanteert men?

Principe

Opdat de werknemer in zijn levensonderhoud en dat van zijn gezin zou kunnen blijven voorzien, is het loon beschermd en dus slechts gedeeltelijk vatbaar voor beslag en overdracht. Om deze bescherming te realiseren, wordt het loon van de werknemer opgedeeld in schijven (loondrempels) waarbinnen een bepaald percentage van het loon beslagen of overgedragen kan worden.  Dit deel van het loon, dat voor beslag of overdracht vatbaar is, noemt met het beschikbaar gedeelte.

Elk jaar worden deze drempels aangepast aan de index van de consumptieprijzen. U kan steeds de meest recente bedragen raadplegen in onze Sociolist.

Drempels

Inkomsten voortvloeiend uit loontrekkende of gelijkgestelde activiteiten of uit zelfstandige activiteiten

De inkomsten uitgekeerd ten gevolge van een activiteit als loontrekkende of van gelijkgestelde activiteiten en de inkomsten als zelfstandige kunnen in beslag genomen of overgedragen worden:

Maandelijks netto inkomen in €

Gedeelte vatbaar voor beslag of overdracht

Maximum in €

tot 1.128

-

0

van 1.128,01 tot 1.212

20% van de som begrepen tussen deze twee bedragen

16,80

van 1.212,01 tot 1.337

30% van de som begrepen tussen deze twee bedragen

37,50

van 1.337,01 tot 1.462

40% van de som begrepen tussen deze twee bedragen

50

boven de 1.462

het geheel

onbeperkt

Cijfervoorbeeld:  Een werknemer verdient 1.600 euro netto per maand.  Zijn inkomsten kunnen dus beslagen of overgedragen worden:

In het totaal zal er dus beslag gelegd kunnen worden op 242,3 euro van zijn nettoloon.

Vervangingsinkomens

De vervangingsinkomens kunnen in beslag genomen of overgedragen worden:

Maandelijks netto inkomen in €

Gedeelte vatbaar voor beslag of overdracht

Maximum in €

tot 1.128

-

0

van 1.128,01 tot 1.212

20% van de som begrepen tussen deze twee bedragen

16,80

van 1.212,01 tot 1.462

40% van de som begrepen tussen deze twee bedragen

100

boven de 1.462

het geheel

onbeperkt

Opmerkingen

De berekeningsbasis voor de toepassing van het beslag en de overdracht (of voor de bepaling van de schijven) is het nettoloon van de werknemer, d.w.z. het brutoloon verminderd met de socialezekerheidsbijdragen, de bedrijfsvoorheffing, alsook de bijdragen voor de groeps- en de hospitalisatieverzekering.

Het voor beslag of overdracht vatbare bedrag kan bovendien met 70 euro (bedrag voor 2019) per kind ten laste verminderd worden. 

Belangrijke uitzondering: de drempels waaronder het loon niet voor beslag of overdracht vatbaar is, zijn niet van toepassing op de onderhoudsverplichtingen.  Dit betekent dus dat het volledige loon ingehouden mag worden om de naleving van dergelijke verplichtingen te verzekeren.

Hoe gebeurt de berekening van het voor beslag of overdracht vatbare gedeelte indien het loon van de werknemer niet voor een kalendermaand geldt?

Het voor beslag of overdracht vatbare gedeelte van het loon wordt berekend op maandbasis. Indien het loon dat de werknemer uitgekeerd krijgt, niet voor een kalendermaand geldt, zal er een fictie moeten gebeuren.

Gewoon loon

Voor de werknemers die niet op maandbasis betaald worden, zal de werkgever een fictief maandloon moeten samenstellen om een correcte berekening van het voor beslag of overdracht vatbare gedeelte te kunnen maken. Op het einde van de maand, wanneer het effectieve loon bekend is, zal dan eventueel een regularisatie moeten gebeuren.

Cijfervoorbeeld: een werknemer wordt op weekbasis betaald en verdient 400 euro netto per week. Om het fictieve maandloon te bekomen, wordt de volgende berekening gemaakt:

1/ 400 euro x 13 (aantal weken per kwartaal) / 3 (aantal maanden per kwartaal) = 1.733 euro

2/ het voor beslag vatbare gedeelte is:

In het totaal zal er dus beslag gelegd kunnen worden op 375,3 euro per maand.

3/ Per week wordt dit dus: 375,3 euro x 3 / 13 = 86,60 euro

4/ De werknemer zal per week dus 313,4 euro (= 400 euro – 86,60 euro) ontvangen.

Variabel loon

Het variabel loon dat in een bepaalde maand wordt uitbetaald, heeft niet altijd betrekking op die specifieke maand. In principe zou het loon dus moeten toegewezen worden aan de maand waarop het betrekking heeft om de berekening te maken.  Omdat dit tot een hoop regularisaties zou leiden, heeft de Nationale Arbeidsraad echter geoordeeld dat de berekening van het voor beslag of overdracht vatbare gedeelte van het loon dient te gebeuren in de maand waarin de commissielonen uitbetaald worden, ongeacht op welke periode deze lonen eigenlijk betrekking hebben.

Verbrekingsvergoeding

Het Hof van Cassatie heeft beslist dat de verbrekingsvergoeding niet mag opgeteld worden bij het gewone maandloon van de maand waarin de overeenkomst verbroken wordt, maar dat het fictief in maandschijven opgedeeld moet worden. De berekening zal vervolgens op deze schijven gebeuren. 

Cijfervoorbeeld: De werknemer ontvangt een netto verbrekingsvergoeding van 6.000 euro, gelijk aan 3 maanden loon, bij de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst. Om de berekening te maken van het beslagbare gedeelte moet deze vergoeding worden opgesplitst in 3 keer 2.000 euro.

1/ Het voor beslag vatbare gedeelte op 2.000 euro is gelijk aan:

In het totaal zal er dus beslag gelegd kunnen worden op 642,3 euro per maand.

2/ Het voor beslag vatbare gedeelte op de volledige opzegvergoeding is dus gelijk aan 1.926,9 euro (642,3 euro x 3).

Opmerking:  Hoewel er geen eenduidig standpunt uit de rechtspraak naar voren komt, lijkt de stelling dat voor de beschermingsvergoeding, de uitwinningsvergoeding en de vergoeding ingeval van willekeurig ontslag dezelfde berekeningsregels als voor de verbrekingsvergoeding toegepast moeten worden, toch stilaan terrein te winnen.

Loonachterstallen

De loonachterstallen moeten gespreid worden over de maanden waarop ze betrekking hebben om het voor beslag of overdracht vatbare gedeelte te kunnen berekenen. De drempels die van toepassing zullen zijn, zijn dan ook de drempels die tijdens de betrokken maanden van toepassing waren.

Hoe gebeurt de berekening van het voor beslag of overdracht vatbare gedeelte indien het loon gecumuleerd wordt met een ander inkomen?

Cumul loon - vervangingsinkomsten

Om het voor beslag of overdracht vatbare gedeelte te berekenen wanneer een werknemer zowel een loon als een vervangingsinkomen geniet, moeten de beide inkomsten opgeteld worden. De grenzen die toegepast moeten worden, zijn die die van toepassing zijn op de inkomsten voortvloeiend uit loontrekkende of gelijkgestelde activiteiten of uit zelfstandige activiteiten, en dus niet de drempels voor de vervangingsinkomsten.

Indien de werkgever op de hoogte is van het feit dat de werknemer naast zijn loon ook nog een vervangingsinkomen ontvangt, moet hij de schuldeiser daarvan op de hoogte brengen en vragen of hij een cumulatie van deze inkomsten wenst, voor zover uiteraard de schuldeiser deze cumulatie zelf nog niet aan de werkgever had gevraagd.

De werkgever zal vervolgens contact moeten opnemen met het organisme dat de vervangingsinkomsten uitbetaalt om het exacte bedrag dat de werknemer elke maand ontvangt, op te vragen, zodat hij de cumul kan uitvoeren en het voor beslag of overdracht vatbare gedeelte aan de schuldeiser kan overmaken.

Het is uiteraard ook mogelijk om overeen te komen met het organisme dat de vervangingsinkomsten uitbetaalt, dat zij het voor beslag of overdracht vatbare gedeelte inhouden op het vervangingsinkomen of dat de werkgever en het organisme elk een deel inhouden.

Cumul loon - eindejaarspremie, bonus, vakantiegeld

Wanneer de werknemer zijn eindejaarspremie, vakantiegeld of een jaarlijkse bonus ontvangt, moet het bedrag hiervan bij het maandloon van die maand opgeteld worden om het voor beslag of overdracht vatbare gedeelte te berekenen[1].

Wat het vertrekvakantiegeld betreft, wordt de cumul in de praktijk amper nog toegepast. Aangezien het enkel vertrekvakantiegeld overeenstemt met het loon voor de dagen die de werknemer zal opnemen bij de volgende werkgever, gaat het eigenlijk om een soort voorschot op het loon voor het volgende jaar. Indien het vertrekvakantiegeld met het loon van de maand waarin het uitbetaald wordt gecumuleerd zou worden, zou de werknemer bijgevolg tijdens het volgende jaar volledig verstoken blijven van loon tijdens zijn vakantiedagen.

Opmerking: Het is aangewezen om de schuldeiser op te hoogte te brengen indien gekozen wordt voor de berekeningswijze zonder cumul, aangezien dit het minst voordelig is voor de schuldeiser. In geval van betwisting door deze laatste kan de werkgever dan toch de cumul toepassen en de ingehouden sommen op een geblokkeerde rekening storten in afwachting van de beslissing van de rechtbank.



[1] Sommige rechtsgeleerden zijn echter van oordeel dat de eindejaarspremie moet opgesplitst worden in maandelijkse schijven en dat deze schijven bij het loon gevoegd moeten worden om het voor beslag en overdracht vatbare gedeelte te berekenen.

Hoe wordt de vermindering voor kinderen ten laste berekend?

Principe

Het loon van de werknemer is in geval van beslag of overdracht op een bijzondere wijze beschermd. De werkgever moet immers de drempels waaronder het loon niet voor beslag of overdracht vatbaar is, respecteren om het voor beslag of overdracht vatbare gedeelte van het loon te berekenen.

Wanneer de werknemer echter kinderen ten laste heeft, zal het bekomen resultaat, in juridische taal het vatbare of overdraagbare bedrag, met 70 euro per kind ten laste verminderd worden (het begrip kind ten laste komt verder aan bod). 

Cijfervoorbeeld: Een werknemer verdient 1.600 euro netto per maand en heeft drie kinderen ten laste.

Zonder kinderen ten laste zou de werknemer 1.600 euro – 242,3 euro = 1.357,7, euro ontvangen. Zijn inkomsten kunnen immers beslagen of overgedragen worden:

Om de verhoging voor kinderen ten laste te berekenen, volstaat het om het normale voor beslag of overdracht vatbare bedrag te verminderen met het bedrag voor de kinderen ten laste, dus 242,3 euro – 210 euro (3 x 70 euro) = 32,3 euro. Het resultaat zal zijn dat de werknemer 1.567,7 euro overhoudt (1.600 euro – 32,3).

Begrip kind ten laste

Onder kind ten laste verstaan we elke persoon die de volle leeftijd van 25 jaar niet heeft bereikt of die valt onder het statuut van verlengde minderjarigheid, voor wie de titularis van de in beslaggenomen of overgedragen inkomsten ingevolge een verwantschap in eerste graad of in de hoedanigheid van zorgouder, op substantiële wijze voorziet in de kosten van huisvesting, onderhoud of opvoeding.

Om als kind ten laste van de werknemer (de titularis van de in beslaggenomen of overgedragen inkomsten) beschouwd te worden, moet dus de 4 volgende voorwaarden tegelijkertijd vervuld worden:

Leeftijdsvoorwaarde

Ten eerste moet het kind jonger zijn dan 25 jaar op het moment van de aangifte[1].

Substantiële bijdrage in de kosten van huisvesting, levensonderhoud of opvoeding

Ten tweede moet de werknemer op een substantiële wijze bijdragen in de kosten voor huisvesting, levensonderhoud of opvoeding van het kind.  Deze voorwaarde wordt automatisch geacht vervuld te zijn in geval van duurzame samenwoning, zelfs als deze niet exclusief of doorlopend is (bijvoorbeeld bij gedeelde materiële bewaring) of in geval van storting van een bijdrage waarvan het bedrag hoger is dan de vermeerdering van het bedrag dat niet vatbaar is voor inbeslagname of overdracht (70 euro).

Bevoorrechte band met het kind

Ten derde moet de werknemer een bevoorrechte band met het kind hebben.  Normaal gezien zal het hier om de biologische ouders (afstammingsband in de eerste graad) van het kind gaan, maar ook de "zorgouder" wordt beoogd.  Dit begrip beoogt zowel de partner van een biologische ouder die een nieuw gezin heeft gesticht, als de grootouder of elke andere persoon die, in vervanging van de ouder of ouders, zorg draagt voor de huisvesting, het levensonderhoud of de opvoeding van het kind. Het doorslaggevende criterium moet dat zijn van de bevoorrechte band en van de betrokkenheid, naast een ouder of in vervanging van één of van beide ouders.

Ten laste

Ten vierde moet het kind ten laste zijn[2].  Dit zal niet het geval zijn wanneer het, in de 12 maanden die aan de aangifte voorafgaan, over jaarlijkse netto-inkomsten[3] beschikt die de hieronder vermelde bedragen te boven gaan[4]:

Deze bedragen worden elk jaar op 1 januari aangepast in functie van de evolutie van de index van de consumptieprijzen. Opgelet! Deze bedragen zijn niet dezelfde als de bedragen die gebruikt worden voor het begrip persoon ten laste op fiscaal vlak.

De inkomsten worden onder meer gevormd door arbeidsinkomen, inkomsten uit onroerend goed en kapitalen met uitsluiting van de inkomsten voorzien in artikel 143 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992 (uitkeringen, pensioenen, alimentatievergoedingen) en niet-onderworpen vrijwilligersvergoedingen.

 


[1] Behalve indien het om personen met een statuut van verlengde minderjarigheid gaat.

[2] De bedragen die in aanmerking genomen dienen te worden, zijn de bedragen die gelden op het moment van de aangifte.

[3] Onder netto-inkomen verstaan we het brutobedrag van de inkomsten, eventueel verminderd met de persoonlijke socialezekerheidsbijdragen en de beroepskosten die het kind tijdens de belastbare periode gemaakt heeft. Deze beroepskosten kunnen forfaitair geëvalueerd worden op 20% met een minimum van 460 euro indien de inkomsten voortkomen uit werknemerslonen of van winsten.

[4] Bedragen geldig vanaf 1 januari 2019.

Wat is de te volgen procedure om van de vermindering voor kinderen ten laste te genieten?

Om van de vermindering voor kinderen ten laste te kunnen genieten, moet de werknemer (beslagene of overdragende schuldenaar) een verklaring afleggen via het formulier, waarvan het model bij ministerieel besluit vastgelegd werd[1].  Bij dit formulier moeten de nodige stukken gevoegd worden als bewijs dat de vereiste voorwaarden vervuld zijn.  De werknemer mag dit met eender welke stukken aantonen, maar de 4 volgende documenten worden alvast als afdoende bewijs beschouwd:

De werknemer moet ook een verklaring op eer toevoegen dat het kind nog steeds als ten laste beschouwd kan worden.

Vervolgens moet de werknemer deze verklaringen:

Er is geen enkele termijn voorzien voor het indienen van deze verklaring, maar elk uitstel leidt ook tot vertraging bij de toepassing van de verhoging voor kinderen ten laste.

Per procedure is er slechts een enkele verklaring vereist, ongeacht het aantal schuldeisers dat in de loop van die zelfde procedure aantreedt.

De verklaring heeft rechtskracht vanaf de maand die volgt op de ontvangst door de derde-beslagene/overgedragen schuldenaar, voor zover deze nog over een termijn van 10 werkdagen beschikt voor de normale datum van betaling en het bewijs van kind ten laste geleverd werd zoals hierboven besproken. Hetzelfde geldt in geval van een wijziging (van het aantal kinderen ten laste bijvoorbeeld).

Wat gebeurt er in geval van betwisting?

Indien de derde-beslagene/overgedragen schuldenaar oordeelt dat het bewijs van kind ten laste niet afdoende geleverd is, kan de verhoging enkel uitgevoerd worden na een rechterlijke beslissing of na een akkoord hieromtrent tussen de partijen. De derde-beslagene/overgedragen schuldenaar zal in geval van betwisting nooit aansprakelijk gesteld kunnen worden: de memorie van toelichting preciseert dat het enkel om een controle van documenten gaat.

Elke betwisting betreffende de hoedanigheid van kind ten laste wordt in geval van beslag door de beslagleggende schuldeiser of door de beslagene voor de beslagrechter gebracht. De derde-beslagene wordt via gerechtsbrief van de betwisting op de hoogte gebracht.  Vanaf de volgende betalingstermijn is hij verplicht om het verhogingsbedrag in zijn handen onbeschikbaar te maken en dit tot hij kennis heeft gekregen van de beslissing die door de rechter genomen werd[3].

Hetzelfde geldt in geval van loonoverdracht. In dit geval wordt een betwisting door de overnemer-schuldeiser of door de overdragende schuldenaar evenwel voor de vrederechter gebracht indien het om een loonoverdracht via onderhandse akte gaat en voor de beslagrechter indien het loonoverdracht via authentieke akte betreft.  De overgedragen schuldenaar heeft eveneens de verplichting om, eens hij verwittigd werd, het verhogingsbedrag in zijn handen onbeschikbaar te maken.  Deze verplichting geldt niet in geval van loonoverdracht via onderhandse akte indien de betwisting uitgaat van de overdragende schuldenaar.

 


[1] Het gebruik van dit formulier is niet op straffe van nietigheid voorgeschreven, maar wordt wel sterk aangeraden, omdat het de verdere afhandeling van de procedure vergemakkelijkt.

[2] Aan de beslagleggende schuldeiser/overnemer-schuldeiser moet een kopie van de aangetekende brief die verzonden werd naar de derde-beslagene/overgedragen schuldenaar verstuurd worden.

[3] Deze beslissing staat niet open voor verzet of beroep en wordt geacht op tegenspraak te zijn voor alle schuldeisers.

Hoe worden de inkomsten die op een zichtrekening gestort worden, beschermd?

Principe

Wanneer de beschermde inkomsten van de werknemer op een bankrekening gestort worden, worden ze vermengd met niet-beschermde inkomsten. Om te vermijden dat ze niet meer geïdentificeerd zouden kunnen worden, wat als gevolg zou hebben dat er vanaf de storting wel beslag op gelegd zou kunnen worden, moet aan deze inkomsten een bijzondere code toegekend worden, ter identificatie ervan.

Waaruit bestaat de bijzondere code?

De code die aan de niet voor beslag of overdracht vatbare bedragen toegekend moet worden, bestaat steeds uit 3 tekens:

De letters A, B en C moeten steeds een hoofdletter zijn.

Wie moet de bijzondere code meedelen?

De opdrachtgever van de betaling op een zichtrekening van een beschermd bedrag (bijvoorbeeld de werkgever) moet de code aan zijn financiële instelling meedelen. Hij moet deze code, gevolgd door een spatie, vermelden in de eerste vakjes van de ruimte voor de vrije mededelingen, vóór enige andere mededeling.

De financiële instelling van de opdrachtgever deelt dan op haar beurt de code mee aan de kredietinstelling waarbij de zichtrekening aangehouden wordt.

Voor bepaalde schuldenaars van beschermde bedragen wordt evenwel in uitzonderingen voorzien. Schuldenaars van onderhoudskeringen bijvoorbeeld moeten de bijzondere code niet vermelden wanneer ze een beschermd bedrag op een zichtrekening storten.

De verplichting om een bijzondere code toe te kennen, geldt ook niet voor inschrijvingen op de creditzijde van de zichtrekening ten gevolge van een storting in contanten.

Sancties bij niet-naleving van de bepaling

De opdrachtgever (bijvoorbeeld de werkgever) die verzuimt de bijzondere code toe te kennen of die verzuimt deze mee te delen aan zijn financiële instelling, wordt gestraft met geldboete van 200 tot 5.000 euro (x 8).

De opdrachtgever die frauduleus een bijzondere code toekent aan niet-beschermde bedragen wordt gestraft met geldboete van 200 tot 5.000 euro (x 8). Hij kan daarenboven door de beslagrechter geheel of ten dele schuldenaar worden verklaard van de oorzaken en de kosten van het beslag of de overdracht, onverminderd schadevergoeding.

Duur van de bescherming

De beschermingsperiode van de gecrediteerde bedragen duurt dertig kalenderdagen vanaf de datum van inschrijving op de creditzijde van de zichtrekening. Voor bepaalde beschermde sommen die betrekking hebben op een duur van meer dan een maand (ontslagvergoeding van 3 maanden, achterstallig loon, achterstallige gezinstoelagen van 6 maanden, enz.) gelden bijzondere regels. In dergelijk geval is de beschermingsduur gelijk aan de periode waarop de gestorte som betrekking heeft.

Voor de berekening van het niet voor beslag of overdracht vatbare gedeelte, voorziet de wet in een evenredige berekening, namelijk een dertigste per dag. Voor maandelijks gestorte bedragen wordt het bedrag ten belope waarvan het inkomen beschermd is, verminderd tot een dertigste per dag vanaf de datum van inschrijving op de creditzijde van de zichtrekening. Wanneer er bijvoorbeeld 15 dagen na de storting beslag wordt gelegd op de zichtrekening, is een bedrag gelijk aan de helft van het beschermde bedrag niet vatbaar voor beslag.

Procedure die moet worden gevolgd bij beslag op of overdracht van op een zichtrekening gecrediteerde bedragen

In geval van beslag op een zichtrekening of overdracht van een bedrag dat op een zichtrekening gecrediteerd is, deelt de kredietinstelling aan de gerechtsdeurwaarder, de beslagleggende schuldeiser of de overnemer-schuldeiser, binnen vijftien dagen vanaf het beslag of de overdracht de volgende essentiële gegevens mee:

Op basis van deze gegevens voert de gerechtsdeurwaarder, de beslagleggende schuldeiser of de overnemer-schuldeiser de evenredige berekening van het niet voor beslag of overdracht vatbaar gedeelte uit. Deze berekening wordt zowel naar de werknemer als naar de bank gestuurd.

Na ontvangst van de afrekening door de bank kan de werknemer vrij beschikken over de in de berekening vermelde bedragen die niet vatbaar zijn voor beslag of overdracht.

Op dat moment heeft de werknemer drie opties:

1. De werknemer gaat akkoord met de afrekening van het beslag of de overdracht: hij hoeft dan niet te reageren. Het beslag of de overdracht zal plaatsvinden zoals op de afrekening werd vermeld.

2. De werknemer gaat niet akkoord met de afrekening van het beslag of de overdracht: hij kan zijn opmerkingen via het wettelijk voorziene antwoordformulier aan de verzender van de afrekening versturen. Dit moet per aangetekende brief met ontvangstbewijs gebeuren binnen de 8 dagen te rekenen vanaf de aanbieding van de aangetekende brief die hem werd toegestuurd.

De werknemer heeft er alle belang bij om de afrekening van het beslag te betwisten, vooral wanneer hij een som ontvangen heeft die al meer dan een maand op zijn zichtrekening staat en die beschermd dient te blijven (bijvoorbeeld een opzegvergoeding van 3 maanden). Enkel de gecodeerde bedragen die tijdens de periode van 30 dagen voorafgaand aan het beslag of de overdracht gecrediteerd werden, moeten immers door de bank aan de gerechtsdeurwaarder of de schuldeiser meegedeeld worden. Hetzelfde geldt wanneer de werknemer een alimentatievergoeding stort. In deze hypothese moet immers geen bijzondere code toegekend worden. Het komt er dus op aan dat de werknemer die van de loonbescherming wenst te genieten, dit in het antwoordformulier vermeldt.

Indien de werknemer deze mededeling op de juiste manier en binnen de termijn uitvoert, kan de verzender van de afrekening:

3. De werknemer gaat niet akkoord met het beslag of de overdracht zelf: een gerechtelijke procedure van verzet tegen het beslag of de overdracht moet voor de rechter aanhangig gemaakt worden[1].



[1] Dit verzet mag in geen enkel geval via het antwoordformulier gebeuren.

Welke procedure moet gevolgd worden om tot loonbeslag te kunnen overgaan?

Algemeen

Kennisgeving of betekening aan de werkgever

Het loonbeslag moet aan de werkgever betekend worden per gerechtsdeurwaardersexploot indien de schuldeiser over een uitvoerbare titel beschikt ofwel aan hem ter kennis gebracht worden via gerechtsbrief van de griffie indien het om een beschikking van de beslagrechter gaat.

De werkgever is ertoe verplicht per aangetekend schrijven verklaring van derde-beslagene te doen aan de beslagleggende schuldeiser, en dit binnen 15 dagen na de betekening/kennisgeving van de akte van beslag.  Deze verklaring van derde beslagene bevat de volgende gegevens:

Doet de werkgever deze verklaring niet, dan kan hij persoonlijk tot schuldenaar worden verklaard. Een kopie van de verklaring moet overigens aan de werknemer meegedeeld worden per aangetekend schrijven of afgegeven worden tegen ontvangstbewijs. 

Zodra de werkgever de betekening/kennisgeving van het beslag ontvangen heeft, mag hij de bedragen die overeenstemmen met het voor beslag vatbare gedeelte niet meer uit handen geven (noch aan de beslagleggende schuldeiser, noch aan de beslagene).  Hij dient ze in afwachting op een geblokkeerde rekening te storten.

Aanzegging aan de werknemer

Het beslag moet bovendien binnen 8 dagen na de bovengenoemde kennisgeving of betekening door de beslagleggende schuldeiser per gerechtsdeurwaardersexploot aangezegd worden aan de werknemer tegen wie het beslag geldt.  Bij deze aanzegging moet op straffe van nietigheid het aangifteformulier voor kind ten laste gevoegd worden.

De werknemer beschikt vervolgens over een termijn van 15 dagen, te rekenen vanaf de dag van de aanzegging, om verzet aan te tekenen tegen het beslag[1].  Deze betekening moet zowel ten aanzien van de beslagleggende schuldeiser als van de derde-beslagene gebeuren.

Bij verzet door de werknemer dienen de ingehouden bedragen geblokkeerd te worden op een rekening tot de beslagrechter uitspraak heeft gedaan over het verzet.  De beslissing van de beslagrechter wordt aan de werkgever betekend door de meest gerede partij.

Bericht aan het centraal bestand van berichten

Ten laatste 3 dagen na de betekening van het beslag aan de werkgever, zendt de gerechtsdeurwaarder op eigen verantwoordelijkheid een bericht van beslag aan het centraal bestand van berichten[2].  Dit bericht vermeldt:

Opmerking: Het bericht van beslag is van belang indien er samenloop is met andere schuldeisers (bepalen rangorde, gerechtsdeurwaarder belast met de verdeling,...). 

Uitvoeren van het beslag

Bij het verstrijken van de termijn van verzet, vermeerderd met twee dagen en bij ontstentenis van verzet, moet de werkgever:

Het fiscale loonbeslag (dwangbevel)

Indien de beslagleggende schuldeiser de belastingadministratie is, zijn er vereenvoudigde regels van toepassing op het loonbeslag.

Betekening aan de werkgever

In eerste instantie betekent de belastingadministratie aan de werkgever (de derde-beslagene) een dwangbevel per aangetekend schrijven (dus niet via gerechtsdeurwaarder).  Op zich is dit aangetekend schrijven voldoende om de betaling van de belastingen te bekomen en looninhoudingen uit te voeren, behalve in drie gevallen.  De belastingadministratie zal immers de algemene procedure van het uitvoerend beslag moeten opstarten (zie hierboven):

Bericht aan het centraal bestand van berichten

Net zoals bij een gewoon beslag moet er een bericht verstuurd worden aan het centraal bestand van berichten.  Dit gebeurt door de fiscale administratie.

Verklaring van derde-beslagene

De werkgever dient, binnen de 15 dagen na het derdenbeslag, per aangetekend schrijven een verklaring van derde-beslagene te doen.  Doet hij dit niet, dan kan hij tot schuldenaar van de betreffende schuld worden verklaard. Een kopie van de verklaring moet overigens aan de werknemer meegedeeld worden per aangetekend schrijven of afgegeven worden tegen ontvangstbewijs. 

Aanzegging aan de werknemer

Het beslag wordt eveneens bij aangetekende brief aan de belastingschuldige (de werknemer) aangezegd.  Bij deze aanzegging moet op straffe van nietigheid het aangifteformulier voor kind ten laste gevoegd worden.

De werknemer kan tegen het beslag per aangetekende brief verzet aantekenen binnen de 15 dagen te rekenen vanaf de aanzegging van het beslag. Hij moet binnen dezelfde termijn per aangetekende brief de derde-beslagene inlichten.

Bij verzet door de werknemer dienen de ingehouden bedragen geblokkeerd te worden op een rekening tot de fiscus de algemene procedure van het beslag gevolgd heeft. Hiertegen kan de werknemer echter eveneens verzet aantekenen. In dat geval blijven de sommen geblokkeerd tot de beslagrechter uitspraak gedaan heeft.

 


[1] Het gaat hier niet om een vervaltermijn, dus een verzet aangetekend na deze termijn zal ook nog geldig zijn, maar zal slechts gevolgen hebben voor de toekomst.  Indien de werknemer evenwel te lang wacht met verzet aan te tekenen, is de kans zeer groot dat het verzet onontvankelijk verklaard zal worden door de beslagrechter.

[2] Het gaat om het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling.  Deze geïnformatiseerde database centraliseert de berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling die bedoeld zijn in de artikelen 1390 tot 1390quinquies van het Gerechtelijk Wetboek.

[3] In geval van samenloop moet de werkgever steeds storten aan de gerechtsdeurwaarder (en niet aan de schuldeiser zelf), aangezien de gerechtsdeurwaarder verantwoordelijk is voor de verdeling van de gelden onder de verschillende schuldeisers.

[4] In geval van laattijdig verzet blijft de werkgever verder inhouden, maar stort hij niets meer door tot er uitspraak gedaan is over het verzet.  De reeds doorgestorte bedragen blijven evenwel verworven door de schuldeiser.

Kan de werkgever de kosten van de beslagprocedure recupereren?

Het gewone loonbeslag

In geval van loonbeslag is de werkgever ertoe gehouden een verklaring van derde-beslagene te doen. De wet stelt dat de werkgever schuldeiser is van de beslaglegger voor de kosten van deze verklaring[1]. Hij mag deze kosten afhouden van de sommen waarvan hij schuldenaar is.

Concreet komt deze bepaling erop neer dat de werkgever deze kost mag aanrekenen aan de schuldeiser van zijn werknemer door deze kost in mindering te brengen van het bedrag dat hij op het loon van zijn werknemer inhoudt en aan de gerechtsdeurwaarder doorstort.

Het fiscale loonbeslag

Ook in geval van een fiscaal loonbeslag is de werkgever ertoe gehouden een verklaring van derde-beslagene te doen. De fiscale wetgeving voorziet hier uitdrukkelijk dat de kosten voor de aangetekende brieven ten laste zijn van de belastingschuldige[2].

De werkgever kan deze kost dus inhouden op het loon van zijn werknemer[3].



[1] Artikel 1454 van het Gerechtelijk Wetboek.

[2] Artikel 3.10.3.3.1 § 4 van het Besluit van 20 december 2013 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit en artikel 164 § 4 van het KB WIB92, zoals nog steeds van toepassing in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Wallonië.

[3] Artikel 23 1° van de loonbeschermingswet van 12 april 1965 laat uitdrukkelijk toe dat de werkgever de inhoudingen krachtens de belastingwetgeving op het loon in mindering mag brengen.

Welke procedure moet gevolgd worden om tot loonoverdracht te kunnen overgaan indien de overdracht bij authentieke akte werd vastgesteld?

De procedure voor loonoverdracht verschilt naargelang de overdracht vastgesteld werd bij authentieke akte dan wel bij onderhandse akte.   Hieronder vindt u de procedure die van toepassing is in geval van loonoverdracht via authentieke akte.

Betekening aan de werkgever

Wanneer de overdracht overeengekomen werd bij authentieke akte, dan dient deze akte aan de werkgever betekend te worden per aangetekende brief, gewone brief of gerechtsdeurwaardersexploot.  Deze eenvoudige formaliteit volstaat dus om de werkgever ertoe te verplichten de verschuldigde bedragen in te houden  en door te storten aan de schuldeiser.

Opmerking: De authentieke akte moet op straffe van nietigheid vermelden dat de werknemer op de hoogte is van de vermeerdering voor kinderen ten laste en dat hij van de notaris het aangifteformulier voor kinderen ten laste gekregen heeft.

Bericht aan het centraal bestand van berichten

Ten vroegste op de dag van verzending aan de werkgever van de betekening waarvan hierboven sprake, zendt de aangezochte gerechtsdeurwaarder op eigen verantwoordelijkheid een bericht van overdracht aan het centraal bestand van berichten[1].  Dit bericht vermeldt:

Opmerking: Het bericht van overdracht is van belang indien er samenloop is met andere schuldeisers (tegenstelbaarheid aan derden, bepalen rangorde, gerechtsdeurwaarder belast met de verdeling,...). 

Geen verzet mogelijk

In tegenstelling tot bij een loonoverdracht via onderhandse akte (zie volgende vraag), kan de werknemer zich, in geval van een authentieke akte, niet tegen de loonoverdracht verzetten.  Ontvangt de werkgever toch een verzet van de werknemer, dan mag hij hier geen rekening mee houden en dient hij de loonoverdracht gewoon verder uit te voeren.  Wij raden aan dat hij de werknemer op de hoogte brengt van het feit dat er tegen een loonoverdracht via authentieke akte geen verzet mogelijk is, omdat in dat geval de regels van het burgerlijk wetboek van toepassing zijn (artikel 1690 BW) en deze geen specifieke verzetsprocedure voorzien.

De werknemer die toch wenst dat de loonoverdracht niet zou worden uitgevoerd, kan een procedure bij de rechtbank opstarten:

 

[1] Het gaat om het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling.  Deze geïnformatiseerde database centraliseert de berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling die bedoeld zijn in de artikelen 1390 tot 1390quinquies van het Gerechtelijk Wetboek.

 
 

Welke procedure moet gevolgd worden om tot loonoverdracht te kunnen overgaan indien de overdracht bij onderhandse akte werd vastgesteld?

 De procedure voor loonoverdracht verschilt naargelang de overdracht vastgesteld werd bij authentieke akte dan wel bij onderhandse akte.   Hieronder vindt u de procedure die van toepassing is in geval van loonoverdracht via onderhandse akte.

Kennisgeving aan de werknemer en bevestiging hiervan aan de werkgever

De schuldeiser-overnemer moet in de eerste plaats zijn voornemen om de overdracht uit te voeren aan de werknemer (de overdragende schuldenaar) betekenen door middel van een aangetekende brief of een gerechtsdeurwaardersexploot.  Bij deze betekening moet op straffe van nietigheid het aangifteformulier voor kind ten laste gevoegd worden.

Tegelijkertijd moet hij aan de werkgever (de overgedragen schuldenaar) een bevestiging zenden dat de hierboven bedoelde kennisgeving werd verzonden[1].  Deze bevestiging dient eveneens bij aangetekend schrijven of gerechtsdeurwaardersexploot te gebeuren[2].  

Opgelet!  Deze bevestiging aan de werkgever heeft nog geen onmiddellijke gevolgen: de werkgever mag nog geen inhoudingen doen op het loon, noch al bepaalde bedragen doorstorten aan de schuldeiser.

Bericht aan het centraal bestand van berichten

Ten vroegste op de dag van verzending van de bevestiging aan de werkgever, zendt de aangezochte gerechtsdeurwaarder op eigen verantwoordelijkheid een bericht van overdracht aan het centraal bestand van berichten[3].  Dit bericht vermeldt:

Opmerking: Het bericht van overdracht is van belang indien er samenloop is met andere schuldeisers (tegenstelbaarheid aan derden, bepalen rangorde, gerechtsdeurwaarder belast met de verdeling,...). 

Verzet

De werknemer beschikt over een termijn van 10 dagen (te rekenen vanaf de kennisgeving) om bij de werkgever verzet aan te tekenen[4].

Indien de werknemer verzet aantekent, brengt de werkgever de schuldeiser hiervan binnen 5 dagen na deze aantekening per aangetekend schrijven of gerechtsdeurwaardersexploot op de hoogte.  De schuldeiser zal dan proberen de gevraagde overdracht door de vrederechter te laten bekrachtigen.  In afwachting van deze bekrachtiging mag de werkgever niets van het loon inhouden.

Opmerking: Als de vrederechter de loonoverdracht bekrachtigt, volstaat de kennisgeving van dit vonnis aan de werkgever om de loonoverdracht te laten uitvoeren.  De stap hieronder (verzending van de beslissing) komt dan te vervallen.

Verzending van de beslissing

Na verloop van de verzetstermijn en voor zover er geen verzet werd aangetekend, zendt de schuldeiser-overnemer zijn beslissing om tot uitvoering van de overdracht over te gaan per aangetekend schrijven of gerechtsdeurwaardersexploot[5] aan de werkgever.   In dit aangetekend schrijven preciseert de schuldeiser gewoonlijk dat het verstuurd wordt in aanvulling op de eerste verzending.  Pas nadat de werkgever deze beslissing ontvangen heeft, mag hij de gevraagde looninhoudingen doen en deze storten op een daartoe opgegeven bankrekening

Opmerking

Wanneer de arbeidsovereenkomst van de overdragende werknemer eindigt voordat zijn schulden aangezuiverd zijn, dan moet de werkgever de schuldeiser-overnemer hiervan op de hoogte brengen en hem een staat bezorgen van de reeds gebeurde periodieke inhoudingen op het loon van de betreffende werknemer.

 

[1] In tegenstelling tot bij de beslagprocedure is de werkgever in dit geval niet verplicht een verklaring van derde-beslagene af te leggen.  Wel dient hij als een goed huisvader de schuldeiser de nodige informatie te bezorgen, maar er is geen sanctie voorzien indien de werkgever dit niet doet.

[2] In de toekomst zou het mogelijk worden om deze bevestiging elektronisch te versturen.  Een koninklijk besluit moet hiervoor evenwel nog de modaliteiten vaststellen.

[3] Het gaat om het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling.  Deze geïnformatiseerde database centraliseert de berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling die bedoeld zijn in de artikelen 1390 tot 1390quinquies van het Gerechtelijk Wetboek.

[4] Het gaat hier niet om een vervaltermijn, dus een verzet aangetekend na deze termijn zal ook nog geldig zijn, maar zal slechts gevolgen hebben voor de toekomst. Bij laattijdig verzet stopt de werkgever met inhoudingen te doen op het loon tot er uitspraak gedaan is over het verzet.  De reeds doorgestorte bedragen blijven evenwel verworven door de schuldeiser.

[5] In de toekomst zou het mogelijk worden om deze beslissing elektronisch te versturen.  Een koninklijk besluit moet hiervoor evenwel nog de modaliteiten vaststellen.

Wat in geval van samenloop van beslag en/of van overdracht?

Wanneer de werkgever geconfronteerd wordt met verschillende vragen tot beslag of overdracht, kan hij niet vrij beslissen welke schuldeisers hij eerst zal betalen. Het is dan ook belangrijk na te gaan aan welke schuldeiser hij wettelijk gezien voorrang moet verlenen. De verschillende mogelijkheden van samenloop worden in de volgende titels besproken:

- samenloop van gevallen van beslag;

- samenloop van loonoverdrachten;

- samenloop van beslag en overdracht.

 

Samenloop van gevallen van beslag

In geval van samenloop moet de werkgever de ingehouden gelden steeds storten aan de gerechtsdeurwaarder (en niet aan de schuldeisers zelf), aangezien de gerechtsdeurwaarder verantwoordelijk is voor de verdeling van de gelden onder de verschillende schuldeisers, volgens de procedure voorzien in de artikelen 1627 ev. van het Gerechtelijk Wetboek.

· Principe: de evenredige verdeling

Het voor beslag vatbare gedeelte wordt door de gerechtsdeurwaarder "naar evenredigheid" verdeeld tussen de verschillende beslagleggende schuldeisers (pondspondsgewijze verdeling). Dit betekent dus een verdeling in verhouding tot het oorspronkelijke bedrag van elke schuldvordering.

Voorbeeld: het voor beslagbare gedeelte van het loon van de werknemer bedraagt 400 euro. Schuldeiser A heeft een schuldvordering van 1.500 euro en schuldeiser B één van 2.800 euro. De totale schuld van de werknemer bedraagt dus 4.300 euro. Elke schuldeiser zal dus het volgende bedrag krijgen:

· Uitzonderingen: de voorrechten en de onderhoudsschulden

Op het principe van de evenredige verdeling bestaan echter twee uitzonderingen:

Het bevoorrechte beslag

Bevindt er zich onder de beslagleggende schuldeisers een bevoorrechte schuldeiser, dan wordt deze bij voorkeur boven de andere schuldeisers uitbetaald. Het gaat hier bijvoorbeeld om de fiscus.

Is er dus samenloop tussen een bevoorrecht en een niet-bevoorrecht beslag, dan heeft het bevoorrecht beslag voorrang.

Is er samenloop tussen verschillende bevoorrechte beslagen, dan geldt weer het principe van de evenredige verdeling, tenzij het ene voorrecht een hogere rang heeft dan het andere. In dat geval wordt eerst het bevoorrecht beslag van hogere rang uitgevoerd.

Opmerking: om van zijn bevoorrechte positie te kunnen genieten, moet de beslagleggende schuldeiser zijn voorrecht wel inroepen. Doet hij dit niet, dan wordt hij als een gewone schuldeiser beschouwd.

De onderhoudsverplichtingen

De beslagen ter betaling van onderhoudsgelden of achterstallige onderhoudsgelden genieten een absolute prioriteit[1], ook op de bevoorrechte schuldeisers. Zijn er verschillende onderhoudsschuldeisers, dan geldt weer het principe van evenredige verdeling.

Opmerking: voor de onderhoudsgelden spelen de loondrempels niet. Om deze schulden te betalen, mag dus het volledige loon gebruikt worden. Maar ook in dit geval moet eerst het beschikbaar gedeelte aangesproken worden. Enkel als dat niet voldoende is, mag het niet-beschikbaar gedeelte aangesproken worden. Het gaat dus niet op om te zeggen dat de onderhoudsschulden van het niet-beschikbaar gedeelte worden betaald en dat het beschikbaar gedeelte onder de overige schuldeisers wordt verdeeld.



[1] Deze absolute prioriteit geldt enkel voor de onderhoudsgelden zelf, niet voor de kosten en interesten die hieraan gekoppeld zijn.

Samenloop van loonoverdrachten

Principe

De volgorde van prioriteit wordt bepaald op grond van de datum van verzending van het bericht van overdracht naar het centraal bestand van berichten (CBB).

In geval van rangconflict tussen verschillende loonoverdrachten moet de werkgever het voor overdracht vatbaar gedeelte van het loon, hetzij op eigen initiatief, hetzij op eerste verzoek van de belanghebbende partijen, storten in handen van de gerechtsdeurwaarder. De gerechtsdeurwaarder zal dan in het CBB nagaan welke overdracht voorrang heeft en het geld vervolgens aan de schuldeiser die eerst in rang staat, doorstorten[1].

Tegenstelbaarheid versus uitvoerbaarheid

Opgelet! Door verzending van het bericht naar het CBB wordt de loonoverdracht tegenstelbaar aan derden, maar dit wil nog niet zeggen dat ze uitvoerbaar is. Hiervoor moeten immers eerst alle stappen in de procedure doorlopen zijn.

Voorbeeld: schuldeiser A heeft het bericht van overdracht naar het CBB verzonden op 15 februari 2019. Schuldeiser B verzendt zijn bericht op 17 februari 2019. De loonoverdracht van A heeft rang voor die van B. 

Maar schuldeiser B verzendt het eensluidend afschrift van zijn overdrachtsakte naar de werkgever op 1 maart 2019 en schuldeiser A doet dit pas in april 2019. In maart 2019 zal de werkgever de ingehouden gelden niet aan schuldeiser A, maar aan schuldeiser B moeten storten (want deze heeft de volledige procedure doorlopen). Vanaf april heeft schuldeiser A ook de volledige procedure doorlopen en moet de werkgever de ingehouden gelden aan A storten, aangezien zijn loonoverdracht rang heeft voor de overdracht van B.  Pas nadat de overdracht ten aanzien van A ten einde is, mag de werkgever weer aan B storten.

Opmerking: Ook bij verzet tegen de eerste overdracht krijgt de tweede overdracht voorrang boven de eerste, en dit tot de eerste overdracht door de vrederechter bekrachtigd wordt.

 


[1] Artikel 1407bis van het Gerechtelijk Wetboek.

Samenloop van beslag en overdracht

In geval van samenloop van beslag en overdracht wordt de volgorde van prioriteit vastgelegd afhankelijk van de datum van het beslag of de overdracht. Deze datum wordt bepaald door neerlegging van het bericht van beslag of overdracht in het centraal bestand van berichten.

Eerst beslag, dan overdracht

Indien het beslag aan de werkgever betekend was vóór de overdracht, krijgt de overdracht de waarde van een niet-bevoorrecht beslag. Ze wordt dan mee opgenomen in de evenredige verdeling zoals die van toepassing is in geval van samenloop van beslagen.

Indien het beslag echter gelegd wordt door een bevoorrechte schuldeiser of indien het gaat om een beslag ter betaling van onderhoudsgeld zal het beslag steeds voorrang hebben op de overdracht. De overdracht zal dan pas plaatsvinden nadat dit bevoorrecht beslag volledig uitgevoerd werd.

Eerst overdracht, dan beslag

Wanneer de datum van de overdracht vóór die van het beslag ligt (datum van bericht van overdracht in het CBB), heeft de overdracht steeds voorrang, zelfs wanneer het een beslag van een bevoorrechte schuldeiser betreft.

De enige uitzondering hierop is het beslag ter betaling van onderhoudsgeld dat voorrang heeft op alle andere soorten beslag en overdrachten.

Opmerking: de voorrang speelt enkel wanneer de loonoverdracht uitvoerbaar is. Zolang niet alle stappen in de procedure doorlopen zijn, of wanneer er verzet aangetekend is tegen de loonoverdracht, kan het beslag (tijdelijk) uitgevoerd worden.

Voorbeeld: schuldeiser A heeft het bericht van overdracht naar het CBB verzonden op 15 februari 2019. Op 20 februari 2019 tekent de werknemer echter verzet aan tegen deze overdracht.  De werkgever mag voorlopig dus geen inhoudingen doen. In maart doorloopt schuldeiser B de volledige beslagprocedure.  Vanaf dat moment betaalt de werkgever aan schuldeiser B, want zolang de loonoverdracht geen uitwerking heeft, speelt het feit dat deze voorrang heeft geen rol.  Zodra de werkgever echter de kennisgeving ontvangt van het vonnis van de vrederechter tot bekrachtiging van de loonoverdracht, stopt hij de betalingen aan schuldeiser B en betaalt hij weer aan schuldeiser A.  De loonoverdracht heeft immers voorrang (eerdere datum in CBB) en heeft weer volledige uitwerking. 

Eerst beslag, dan overdracht, dan beslag

Hierover bestaat discussie in de rechtspraak en rechtsleer, maar de meerderheid stelt dat het tweede beslag de loonoverdracht moet afwachten.

Concreet:

Wat zijn de gevolgen van een collectieve schuldenregeling?

Collectieve schuldenregeling

Een werknemer die niet in staat is om, op duur­zame wijze, zijn opeisbare of nog te vervallen schulden te betalen, kan, voor zover hij niet kennelijk zijn onvermogen heeft bewerkstelligd, bij de arbeidsrechtbank een verzoek tot het verkrijgen van een collectieve schuldenregeling indienen[1].

Kort samengevat komt een collectieve schuldenregeling erop neer dat een schuldbemiddelaar wordt aangesteld die het beschikbaar gedeelte van het inkomen van de schuldenaar zal bepalen. Het gaat hier om wat van de inkomsten overblijft na aftrek van de normale lasten, zoals huur, water- en elektriciteitsverbruik, eten,… De schuldbemiddelaar stelt vervolgens een aanzuiveringsrege­ling op met alle schuldeisers van de schuldenaar en bepaalt welk deel van het beschikbaar gedeelte hij maandelijks aan elk van hen kan betalen.

We gaan niet in het kader van deze fiche niet in detail in op de procedure van de collectieve schuldenregeling, maar wel op bepaalde gevolgen ervan voor de werkgever van de schuldenaar.

Wat met het loon van de werknemer?

Zolang de collectieve schuldenregeling loopt, mag de werknemer niet langer zelf zijn loon ontvangen. De werkgever dient dit dan ook te storten op een door de schuldbemiddelaar daartoe geopende rekening.

Wat met (lopende) beslagen en overdrachten?

Er moet hierbij een onderscheid gemaakt worden tussen schulden gemaakt voor de start van de collectieve schuldenregeling en schulden die nadien gemaakt worden.

Bestaande schulden

De collectieve schuldenregeling doet een toestand van samenloop ontstaan tussen de schuldeisers van de schuldenaar[2]. De schuldeisers kunnen geen beslag of overdracht meer uitoefenen en alle reeds lopende loonoverdrachten en beslagen worden geschorst tot het einde of de herroeping van de collectieve schuldenregeling.

De werkgever mag het loon dan ook niet meer deels doorstorten naar de werknemer en deels naar de schuldeiser/gerechtsdeurwaarder. Hij dient alles naar de schuldbemiddelaar te storten en deze zal het geld beetje bij beetje via de aanzuiveringsregeling aan de schuldeisers bezorgen.

Komt er na het opstellen van de aanzuiveringsregeling nog een nieuwe schuldeiser (met een reeds bestaande schuld) op de proppen, dan dient de aanzuiveringsregeling te worden aangepast.

Nieuwe schulden

De collectieve schuldenregeling heeft enkel betrekking op de op dat moment bestaande schulden. Schulden die nadien ontstaan zijn, zijn zogenaamde boedelschulden en deze zijn niet onderworpen aan de samenloop. Voor deze schulden geldt de schorsingsregel niet en deze nieuwe schuldeisers kunnen dus zonder problemen een beslag of loonoverdracht uitvoeren.

Wordt de werkgever met een dergelijk beslag of een dergelijke loonoverdracht geconfronteerd, dan dient hij deze uit te voeren volgens de regels die hoger in deze fiche uitgelegd zijn. Wat na het beslag of de overdracht nog van het loon overblijft, dient hij aan de schuldbemiddelaar te storten.

Opgelet! De collectieve schuldenregeling heeft voor gevolg dat het vermogen van de schuldenaar/werknemer onbeschikbaar wordt. Gaat hij toch nieuwe schulden aan tijdens de periode van collectieve schuldenregeling, dan is de kans groot dat de collectieve schuldenregeling herroepen wordt.



[1] Om in aanmerking te komen voor een collectieve schuldenregeling moet het gaan om een natuurlijke persoon met woonplaats in België, die geen koopman is in de zin van artikel 1 van het Wetboek van Koophandel.

[2] Artikel 1675/7 §3 Gerechtelijk Wetboek stelt wel dat de schuldenaar zijn onderhoudsschulden/alimentatie (behalve de achterstallen) nog steeds bij voorrang mag betalen, ook al benadeelt dit de andere schuldeisers in de samenloop.

Wat zijn de toepasselijke sancties?

De werkgever die onterechte inhoudingen doet op het loon van zijn werknemer, stelt zich bloot aan sancties. Voor een overzicht van de toepasselijke sancties verwijzen we u naar het trefwoord “Loon en andere voordelen” in de fiche “Sociaal Strafwetboek – 4. De inbreuken” in ons dossier over het Sociaal Strafrecht. Dit kan u terugvinden in de rubriek Sociaal/Dossiers.

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?