E.E.S.V. Securex Corporate
Maatschappelijke zetel: Tervurenlaan 43, 1040 Brussel
Ondernemingsnummer: BTW BE 0877.510.104 - RPR Brussel

Loon

Loon > 5. Stelsels van loonaansprakelijkheid

Drie stelsels van loonaansprakelijkheid

Iedereen die personeel tewerkstelt in België, moet de Belgische minimumloonschalen naleven, zelfs als gaat het om gedetacheerde werknemers. Wees dus op uw hoede als uw medecontractant abnormaal lage prijzen aanbiedt… het zou immers kunnen dat hij de barema’s niet naleeft en dat kan u duur te staan komen.

Er bestaan immers drie stelsels van loonaansprakelijkheid die werden ingevoerd met het oog op een efficiëntere fraudebestrijding[1] [2]:

 


[1] Deze 3 stelsels werden ingevoerd in de loonbeschermingswet van 12 april 1965 (Hoofdstuk VI/1).

[2] In deze fiche gaan we niet dieper in op de aansprakelijkheidsmechanismes voor sociale en fiscale schulden. Voor meer informatie hieromtrent verwijzen we u naar de fiches over de hoofdelijke aansprakelijkheid voor sociale en fiscale schulden (onder Sociaal > Info+ > Hoofdelijke aansprakelijkheid).

Algemeen stelsel

Opmerking vooraf

Het algemeen stelsel van loonaansprakelijkheid zal enkel bij een ernstige tekortkoming worden toegepast, d.w.z. wanneer een werknemer minder wordt betaald dan het minimumloon van de sector.

Bovendien wordt dit stelsel pas geactiveerd na het verstrijken van een termijn van 14 werkdagen na de schriftelijke kennisgeving door de inspectiediensten dat één van de ondernemingen in de productieketen zijn personeel te weinig betaalt.

Tenslotte komen enkel de activiteiten en diensten die in het koninklijk besluit opgenomen zijn, in aanmerking.

Beoogde activiteiten/diensten

De beoogde werken en diensten worden vastgesteld bij koninklijk besluit. Hierin worden de activiteiten en diensten, uitgevoerd door de opdrachtgevers, aannemers en onderaannemers, opgesomd die onder het toepassingsgebied vallen van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden[1]

De beoogde sectoren zijn de volgende:

Het koninklijk besluit dat het stelsel van de loonaansprakelijkheid ook in de transportsector invoerde, werd door de Raad van State vernietigd, omdat hierover geen unaniem advies werd bekomen van de sociale partners, terwijl dit nochtans een wettelijke vereiste is[2].

Raadpleeg onze overzichtstabel voor een overzicht van de beoogde activiteiten/diensten.

Principe: schriftelijke kennisgeving van de inspectiediensten

Een opdrachtgever, een aannemer of een onderaannemer wordt in principe pas hoofdelijk aansprakelijk veertien werkdagen nadat hij door de inspectiediensten schriftelijk in kennis werd gesteld dat één van de ondernemingen onder hem in de productieketen zijn personeel te weinig betaalt (d.w.z. minder dan het minimumloon van de sector). Tijdens die termijn heeft hij de kans om de maatregelen te nemen die hij ontleent aan de overeenkomsten die hij heeft gesloten met de aannemers onder hem in de keten (voornamelijk de verbreking van de contractuele relatie met deze aannemers)[3]. Dankzij deze maatregelen zal hij aan de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de loonschulden kunnen ontsnappen.

De kennisgeving van de inspectiediensten moet op iedere plaats waar werknemers tewerkgesteld worden (en op de plaats van de uitvoering van de activiteiten die rechtstreeks of onrechtstreeks door een intermediaire aannemer worden uitgevoerd) aangeplakt worden.

De kennisgeving legt de periode vast waarin de hoofdelijke aansprakelijkheid van toepassing is. Deze periode vangt aan na een termijn van 14 werkdagen na de kennisgeving en mag één jaar niet overschrijden.

Bevel tot betaling

Als de opdrachtgever hoofdelijk aansprakelijk is, moet hij uitdrukkelijk worden aangemaand om het loon te betalen. De inspectiediensten of een betrokken werknemer kunnen deze aanmaning uitvoeren.

Er is dus geen verplichting tot spontane betaling, zoals geldt voor de werkgever. De hoofdelijk aansprakelijke aannemer moet echter ook de socialezekerheidsbijdragen (werkgevers- en persoonlijke bijdragen) op het loon betalen.

Een koninklijk besluit heeft de wijze van berekening, van aangifte en van betaling van deze bijdragen vastgesteld[4].

Aanmaning uitgaand van de inspectiediensten

Wanneer de aanmaning uitgaat van de inspectiediensten, maken zij de staat op van de betrokken prestaties en lonen of, indien ze de prestaties niet nauwkeurig kunnen opgeven, baseren zij zich op het percentage van het minimumloon waarvan verderop sprake.

Indien de betrokken werknemer(s) aan het Belgische socialezekerheidsstelsel onderworpen is/zijn, stuurt de inspectie deze staten door naar de RSZ.  Indien hij/zij in het buitenland onderworpen is/zijn, dan maakt ze deze documenten over aan het bevoegde buitenlandse inningsorganisme van de sociale bijdragen.

Aanmaning uitgaand van de werknemer

Wanneer de aanmaning uitgaat van de werknemer, informeert hij de Algemene Directie van het Toezicht op de sociale wetten van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (hierna: de inspectie) die dan de staat van de betrokken prestaties en lonen opmaakt of, indien ze die prestaties niet nauwkeurig kan opgeven, uitgaat van het percentage van het minimumloon waarvan verderop sprake.

Indien de betrokken werknemer(s) aan het Belgische socialezekerheidsstelsel onderworpen is/zijn, stuurt de inspectie deze staten door naar de RSZ.  Indien hij/zij in het buitenland onderworpen is/zijn, dan maakt ze deze documenten over aan het bevoegde buitenlandse inningsorganisme van de sociale bijdragen.

Wat doet de RSZ dan?

De RSZ bepaalt de kwartalen waarvoor bijdragen verschuldigd zijn en berekent dan de bijdragen, verhogingen, forfaitaire vergoedingen en interesten.

Het te betalen bedrag wordt met een aangetekend schrijven meegedeeld aan de werkgever van de betrokken werknemer(s) en aan de hoofdelijk aansprakelijke.

Indien de werkgever niet tot de betaling overgaat, wordt de hoofdelijk aansprakelijke in gebreke gesteld om dit bedrag onverwijld te vereffenen. Doet hij dat niet binnen een termijn van 30 dagen, dan zal de RSZ overgaan tot de invordering van haar schuldvordering.

Begrip loon

Alleen het loon dat eisbaar is geworden tijdens de periode van hoofdelijke aansprakelijkheid zoals bepaald in de kennisgeving van de inspectiediensten, wordt beoogd. De vergoedingen waarop de werknemer aanspraak kan maken ten gevolge van de verbreking van de arbeidsovereenkomst komen niet in aanmerking.

In geval van aanmaning door de werknemer

Wanneer de hoofdelijk aansprakelijke rechtstreeks aangemaand werd door een van de betrokken werknemers, heeft de hoofdelijke aansprakelijkheid steeds betrekking op het nog niet-betaalde gedeelte van het verschuldigde loon.

Indien de hoofdelijk aansprakelijke kan bewijzen dat de arbeidsprestaties die de werknemer voor zijn rekening heeft verricht zich tot een welbepaald aantal uren beperken, heeft de hoofdelijke aansprakelijkheid enkel betrekking op die prestaties. Indien de hoofdelijk aansprakelijke bewijst dat de betrokken werknemer geen prestaties heeft verricht in het kader van de activiteiten die hij (rechtstreeks of onrechtstreeks) laat uitvoeren, zal hij niet hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de betaling van het loon van deze betrokken werknemer.

In geval van aanmaning door de inspectie

Wanneer de hoofdelijke aansprakelijke aangemaand werd door de inspectiediensten, heeft de hoofdelijke aansprakelijkheid enkel betrekking op het niet-betaalde gedeelte van het verschuldigde loon dat overeenstemt met de prestaties die geleverd werden in het kader van de activiteiten die hij ofwel rechtstreeks of ofwel via intermediaire aannemers of onderaannemers laat uitvoeren.

Wanneer niet kan worden vastgesteld welke prestaties de betrokken werknemers hebben geleverd, dan moet de hoofdelijk aansprakelijke een percentage van het minimumloon[5] betalen aan elke betrokken werknemer die voorkomt op de lijst die uitgaat van de inspectiediensten. Dit percentage is gelijk aan het aandeel van de hoofdelijk aansprakelijke in de omzet van de in gebreke blijvende vennootschap tijdens een welbepaalde referentieperiode.

Deze referentieperiode werd bij koninklijk besluit voor elke sector afzonderlijk vastgesteld (raadpleeg hiervoor onze overzichtstabel).

Strafsancties

De wetgever voorziet in strafsancties bij niet-betaling van het loon door de hoofdelijk aansprakelijke of bij niet-aanplakking van de kennisgeving van de inspectiediensten. Het gaat om sancties van niveau 2 (raadpleeg de fiche over de inbreuken - trefwoord "Loon en andere voordelen" - van ons dossier "Sociaal Strafrecht" onder het federale luik).

Overzichtstabel

Voor een overzicht van de beoogde activiteiten en diensten en de specifieke bepalingen eigen aan elke sector, klik hier.

 


[1] Koninklijke besluiten van 17 augustus 2013, Belgisch Staatsblad van 28 augustus 2013.

[2] Artikel 35/1, §1, 1° van de wet van 12 april 1965 (loonbeschermingswet).

[3] In bepaalde sectoren werden hierover eenvormige regels vastgesteld. Raadpleeg hiervoor onze overzichtstabel.

[4] Koninklijk besluit van 23 mei 2013, met inwerkingtreding op 1 april 2013.

[5] Het begrip minimumloon werd bij koninklijk besluit voor elke sector afzonderlijk bepaald. Raadpleeg hiervoor onze overzichtstabel.

Bijzonder stelsel dat enkel betrekking heeft op de hoofdelijke aansprakelijkheid van de rechtstreekse medecontractant in geval van activiteiten in de bouwsector

Het bijzonder stelsel van loonaansprakelijkheid werd recenter ingevoerd naar aanleiding van de omzetting van de detacheringsrichtlijn in Belgisch recht[1]. Het is enkel van toepassing op activiteiten in de bouwsector én voor wat de rechtstreekse onderaannemingsrelaties betreft (zie verder).

Dit bijzonder stelsel heeft onmiddellijke uitwerking. In tegenstelling tot bij het algemeen stelsel wordt dus niet pas van toepassing na het verstrijken van een termijn van 14 werkdagen na een schriftelijke kennisgeving door de inspectiediensten. 

Waarom een bijzondere loonaansprakelijkheidsregeling voor activiteiten in de bouwsector?

Omdat het algemeen stelsel van loonaansprakelijkheid dat al in België bestaat en op alle sectoren van toepassing is, geen onmiddellijke uitwerking heeft en beperkt is in de tijd, heeft onze wetgever een bijzondere regeling moeten invoegen die bovenop de algemene regeling komt, en voldoet aan de voorwaarden die de Europese detacheringsrichtlijn oplegt.

Er bestaan dus twee regelingen naast elkaar:

Het is de ene of de andere regeling

Hoewel de bijzondere regeling bovenop de algemene regeling komt, zullen beide regelingen niet tegelijk van toepassing zijn. Voor wat het toepassingsgebied betreft, komt de bijzondere regeling in de plaats van de algemene regeling. Als een situatie niet wordt beoogd door die bijzondere regeling (als het bijvoorbeeld gaat om onrechtstreekse onderaannemingsrelaties voor activiteiten in de bouwsector), dan is de algemene regeling van toepassing.

Voorbeeld: aannemer A doet een beroep op onderaannemer B om bouwwerkzaamheden uit te voeren. B leeft de minimumlonen niet na. A kan verplicht worden om de door B verschuldigde loonachterstallen te betalen. De bijzondere regeling van de richtlijn is van toepassing.

Als het echter niet B, maar een onderaannemer D aan het einde van de onderaannemingsketen is die de barema’s niet naleeft, dan is de regeling van de richtlijn niet van toepassing. Het gaat dan immers niet om een situatie van rechtstreekse onderaanneming. Dan is het algemene stelsel van loonaansprakelijkheid van toepassing.

Beoogde activiteiten/diensten

Het bijzonder stelsel is enkel van toepassing op activiteiten in de bouwsector (wat ruimer is dan enkel de sector van het bouwbedrijf!)

Het gaat om alle activiteiten in de bouwsector die betrekking hebben op het oprichten, het herstellen, het onderhouden, het verbouwen of het slopen van bouwwerken, en met name de volgende activiteiten: graafwerkzaamheden; andere grondwerkzaamheden; bouw; monteren en demonteren van prefab-elementen; inrichting of uitrusting; verbouwing; restauratie; herstelwerkzaamheden; ontmanteling; sloop; groot onderhoud; klein onderhoud - schilderwerk en schoonmaak; sanering.  Metaalbouw, schoonmaak,... worden dus ook beoogd.

Principe: hoofdelijke aansprakelijkheid voor de betaling van het verschuldigde loon

Het principe bestaat erin dat de aannemer die voor activiteiten in de bouwsector beroep doet op een onderaannemer, hoofdelijk aansprakelijk is voor de betaling van het loon dat verschuldigd is aan de door die onderaannemer tewerkgestelde werknemer, en dat overeenstemt met de arbeidsprestaties die de werknemer daadwerkelijk voor die onderaannemer heeft verricht.

Afwijkingen

Geen hoofdelijke aansprakelijkheid in geval van schriftelijke verklaring

De opdrachtgever is niet hoofdelijk aansprakelijk als hij in het bezit is van een schriftelijke verklaring, die door hemzelf en zijn aannemer is ondertekend, waarin de aannemer van de opdrachtgever:

Geen hoofdelijke aansprakelijkheid voor toekomstige loonschulden: kennisgeving door inspectie

De opdrachtgever blijft echter hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het verschuldigde loon vanaf het verstrijken van een termijn van 14 werkdagen vanaf het tijdstip waarop de opdrachtgever kennis heeft van het feit dat zijn aannemer niet in orde is met de betaling van het loon (toekomstige loonschulden).

Die kennisname wordt onder meer bewezen geacht wanneer de opdrachtgever door de inspectie wordt ingelicht door middel van een kennisgeving, die moet worden aangeplakt.

Begrip loon

Onder loon wordt verstaan het loon dat verschuldigd is aan de werknemer, maar dat hem nog niet werd betaald, noch door zijn werkgever, noch door diegene die ertoe gehouden is het loon te betalen voor rekening van de werkgever, met uitzondering van de vergoedingen waarop de werknemer recht heeft als gevolg van de verbreking van zijn arbeidsovereenkomst.

Strafsancties

De wetgever voorziet in strafsancties bij niet-betaling van het loon door de hoofdelijk aansprakelijke of bij niet-aanplakking van de kennisgeving van de inspectiediensten. Het gaat om sancties van niveau 2 (raadpleeg de fiche over de inbreuken - trefwoord "Loon en andere voordelen" - van ons dossier "Sociaal Strafrecht" onder het federale luik).

 


[1] Richtlijn 2014/67 EU van het Europees Parlement en van de Raad van 15 mei 2014.  Wet van 11 december 2016 die de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon heeft gewijzigd.

[2] Om een volledig beeld te geven, vermelden we nog dat er in de algemene regeling 3 mogelijke hoofdelijk aansprakelijken bestaan: de opdrachtgever, de aannemer en de intermediaire aannemer. Deze regeling is dus strenger dan die van de richtlijn, die niet van toepassing is op de opdrachtgever.

Wat zijn uw risico’s in geval van illegale tewerkstelling van een onderdaan uit een derde land?

Voor meer informatie, raadpleeg de fiche "Buitenlandse werknemers - 2. De illegale tewerkstelling van onderdanen van derde landen", en meer bepaald de vraag "Wat zijn de risico's voor de medecontractant van de onderdaan uit een derde land die illegaal in ons land verblijft?"

 

Wat is de belangrijkste wettelijke referentie?