E.E.S.V. Securex Corporate
Maatschappelijke zetel: Tervurenlaan 43, 1040 Brussel
Ondernemingsnummer: BTW BE 0877.510.104 - RPR Brussel

Contracten/Clausules

Studenten > 3. Fiscale aspecten

Lees eerst even dit…

De tewerkstelling van een student moet vanuit verschillende hoeken bekeken worden. De volgende aspecten hebben immers een invloed op deze tewerkstelling:

In deze fiche geven we een antwoord op de vragen over de fiscale aspecten van de tewerkstelling van een student.

Blijft de student fiscaal ten laste van zijn ouders?

Principe

Om fiscaal ten laste van zijn ouders te blijven, mag de student een bepaald bedrag aan nettobestaansmiddelen niet overschrijden.  Het grensbedrag is afhankelijk van de gezinstoestand van de student en verschilt eveneens naargelang de student met een studentenovereenkomst of een gewone arbeidsovereenkomst tewerkgesteld is. 

Van het loon dat de student die werkt met een studentenovereenkomst[1], verdient, wordt immers een eerste schijf van 1.500 euro (niet-geïndexeerd)[2] niet meegeteld in het grensbedrag. Of anders gezegd van het totaal van de nettobestaansmiddelen dat deze student heeft, mag 1.500 euro afgetrokken worden om te kijken of hij het grensbedrag bereikt. Een student met een gewone arbeidsovereenkomst zal geen gebruik van deze aftrek kunnen maken.

Bedrag aan bestaansmiddelen dat de student niet mag overschrijden

Inkomsten 2021
(aanslagjaar 2022

Netto bestaans-middelen  jaarbedrag in €

Bruto vóór 20% beroepskosten

Bruto belastbaar (incl. vrijgestelde inkomsten uit studentenarbeid)

Bruto bezoldigingen uit studentenarbeid (incl. 2,71% RSZ voor studenten)

Student 

3.410,00

4.262,50

7.102,50

7.300,34

Student van wie de vader of moeder alleenstaande is

4.920,00

6.150,00

8.990,00

9.240,41

Gehandicapte student van wie de vader of moeder alleenstaande is

6.240,00

7.800,00

10.640,00

10.936,37

**Opgelet! Bovenvermelde bedragen *Opgelet! Bovenvermelde bedragen dienen geval per geval bekeken en toegepast te worden.

Voorbeeld

Een student, van wie de ouders gehuwd zijn, heeft met zijn tewerkstelling 6.000 euro verdiend (na aftrek van socialezekerheidsbijdragen). Dit is zijn enige inkomen. 

 

Tewerkstelling met studentenovereenkomst

Tewerkstelling met
arbeidsovereenkomst

Loon (1)

6.000 € 

6.000 € 

Aftrek studentenovereenkomst  (€ 1.500 geïndexeerd) (2)

-2.840 €

0 € 

Resultaat (3) = (1) - (2)

3.3.160 €

6.000 € 

Aftrek forfaitaire kosten (20% van (3) met minimum van € 470) (4)

- 632 €

- 1.200 € 

Nettobestaansmiddelen = (3) - (4)

2.528 €

4.800 € 

 

Aangezien het grensbedrag in geval van gehuwde ouders gelijk is aan 3.410 euro, zal de student in kwestie enkel fiscaal ten laste van zijn ouders blijven als de tewerkstelling met een studentenovereenkomst gebeurde. In het andere geval overschrijdt hij immers het grensbedrag.

Opgelet: Het bedrag aan nettobestaansmiddelen dat men bekomt, dient enkel om te bepalen of de student al dan niet ten laste blijft en niet om te bepalen of hij zelf belasting verschuldigd is. Hiervoor verwijzen we u naar de vraag “Moet de student belastingen betalen?

Begrip bestaansmiddelen

Ter herinnering, onder bestaansmiddelen verstaat men alle regelmatige of occasionele binnenkomende gelden van welke soort ook, belastbaar of niet, waaronder ook de achterstallen, het gewone vakantiegeld en het vervroegde vakantiegeld, het bestaansminimum of leefloon, de vergoeding voor een leercontract of een studentenovereenkomst, de ontvangen huurgelden, ...

De berekening van de nettobestaansmiddelen

Om tot de nettobestaansmiddelen te komen, moeten van de brutobestaansmiddelen verkregen door het kind de volgende bedragen afgetrokken worden:

Van het bekomen resultaat moeten vervolgens nog de werkelijke of forfaitaire kosten afgetrokken worden. De nettobestaansmiddelen zijn dan het resultaat van deze laatste berekening.

Meer info?

U vindt alle informatie over de voorwaarden om op fiscaal vlak als persoon ten laste beschouwd te worden in het algemeen en over de bestaansmiddelen in het bijzonder in onze fiche “Personen ten laste”.

 


[1] Zoals bedoeld in de artikelen 120 tot 130ter van de wet van 3 juli 1978.  Een studentenovereenkomst is altijd een schriftelijk contract van bepaalde duur van maximaal 12 maanden.

[2] Artikel 143, 7° van het WIB92.  Het toepasselijke bedrag voor inkomstenjaar 2021, aanslagjaar 2022 bedraagt 2.840 euro.

 

Wordt er op het loon van een student bedrijfsvoorheffing afgehouden?

In principe moet op elke betaalde of toegekende bezoldiging verplicht bedrijfsvoorheffing ingehouden worden.

Als uitzondering op die regel[1] is geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd op de bezoldiging betaald of toegekend aan studenten van wie de tewerkstelling, in het kader van een schriftelijke studentenovereenkomst, geen 475 uren studentenarbeid per kalenderjaar overschrijdt. 

Deze uitzondering geldt enkel op voorwaarde dat voor die bezoldigingen geen socialezekerheidsbijdragen, behalve de verminderde bijdragen, verschuldigd zijn.  Concreet zal er dus geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd zijn wanneer er eveneens geen gewone socialezekerheidsbijdragen betaald moeten worden.

Opgelet ! Als gevolg van de coronacrisis, werd een bijzondere regeling ingevoerd voor het kalenderjaar 2020. Er werd beslist om de uren die studenten van 1 januari tot  30 september 2021 werken niet in rekening te brengen bij het 475 uren-contingent.  

 


[1] Punt 2.22 van Bijlage III. 

 

Moet de student belastingen betalen?

Zoals iedereen die aan de personenbelasting onderworpen is, heeft ook de student recht op een “belastingvrije som”, wat betekent dat een deel van de inkomsten niet belast wordt.

Het basisbedrag van de belastingvrije som is gelijk aan 9.050 euro[1]

Als het belastbaar inkomen het bedrag van de belastingvrije som niet overschrijdt, dan zal geen belasting verschuldigd zijn. Een student die maximum 9.050 euro belastbaar inkomen heeft, zal dus geen belastingen moeten betalen.

Wordt dit bedrag wel overschreden, dan worden belastingen berekend volgens een progressief tarief van 25 tot 50%. 

Het netto belastbaar jaarbedrag is gelijk aan het bruto belastbaar jaarbedrag verminderd met de forfaitaire beroepskosten of met de reële beroepskosten die de belastingplichtige kan rechtvaardigen.  De forfaitaire beroepskosten worden volgens een specifieke tabel berekend en zijn beperkt tot 4.920 euro[2] per jaar.  Zo schommelt het percentage van de toegelaten kosten voor loontrekkende werknemers tussen 3% en 25%, afhankelijk van de hoogte van hun inkomsten.

 


[1] Artikel 131 van het WIB92.  Bedrag op 1 januari 2021.

[2] Artikel 51 van het WIB92.  Bedrag op 1 januari 2021.

 

Moet de student een belastingaangifte indienen?

Ongeacht de hoogte van de bezoldigingen en ongeacht het feit of socialezekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing verschuldigd zijn, moet elke jobstudent altijd een belastingaangifte indienen. Indien het formulier op het moment dat de belastingaangifte moet ingediend worden, niet automatisch door de fiscus aan hem bezorgd wordt, moet hij er zelf om vragen.

Op die manier zal hij eventueel de ingehouden bedrijfsvoorheffing kunnen recupereren indien geen belastingen verschuldigd zijn door het beperkte jaarinkomen.