E.E.S.V. Securex Corporate
Maatschappelijke zetel: Tervurenlaan 43, 1040 Brussel
Ondernemingsnummer: BTW BE 0877.510.104 - RPR Brussel

Contracten/Clausules

Werknemer of zelfstandige? De aard van de arbeidsrelaties > 1. Het mechanisme van de criteria

Lees eerst even dit…

Vaststellen of een medewerker het statuut van werknemer of van zelfstandige heeft, was altijd al een heel netelige zaak. Vandaar dat er hierover overvloedige rechtspraak bestaat.

Tot in 2012 hielden de rechtbanken in de eerste plaats rekening met de feitelijke toestand en niet met het door de partijen gekozen statuut.  

Een arrest van het Hof van Cassatie van 23 december 2002 zorgde voor een ommezwaai en gaf voorrang aan de door de partijen gegeven kwalificatie. Volgens een methode op basis van indiciën werd nagegaan of deze kwalificatie overeen kwam met de situatie op de werkvloer. Als te veel tegengestelde elementen aanwezig waren, kon de door de partijen gegeven kwalificatie worden verworpen. De gezagsband kwam in de eerste plaats tot uiting door een juridische ondergeschiktheid en niet door een economische afhankelijkheid. Er bleven echter veel grensgevallen bestaan en er deed zich nog te veel sociale fraude voor.

Daarom nam de wetgever een regelgeving over de aard van de arbeidsrelaties aan die in de lijn ligt van de rechtspraak na het arrest van 2002 en poogt de te talrijke schaduwzones te verhelderen. Om het bewijs van het bestaan van een band van ondergeschiktheid te vergemakkelijken, werden twee mechanismen ingevoerd:

Tenslotte werd een administratieve commissie ter regeling van de arbeidsrelatie opgericht.

Enkele definities

De wet betreffende de aard van de arbeidsrelaties geeft de volgende definities:

Hieruit kan worden afgeleid dat een ‘schijnzelfstandige’ een persoon is die onterecht als zelfstandige werd aangegeven bij de socialezekerheidsinstellingen (op eigen initiatief of op initiatief van de opdrachtgever), terwijl die persoon veeleer onder het werknemersstelsel valt.

Opmerking: Het voordeel voor een ‘schijnzelfstandige’ is dat hij zich kan onttrekken aan de veel hogere socialezekerheidsbijdragen van het werknemersstelsel en aan de vaak dwingende regels van het arbeidsrecht en het sociale zekerheidsrecht. Het voordeel van een schijnwerknemer is dan weer dat hij kan genieten van de sociale prestaties van dat stelsel, die over het algemeen veel hoger zijn dan die van het stelsel der zelfstandigen.

Werknemer of zelfstandige: een keuze?

Principe: de vrije keuze

De wet betreffende de aard van de arbeidsrelaties bekrachtigt een principe waar men niet omheen kan: de wilsautonomie[1]. De partijen kiezen vrij de aard van hun arbeidsrelatie[2]. Ze beslissen dus samen of de overeenkomst tussen hen een arbeidsovereenkomst (werknemer) of een aannemingsovereenkomst (zelfstandige samenwerking) zal zijn. De daadwerkelijke en concrete uivoering van die overeenkomst moet uiteraard overeenstemmen met de kwalificatie die de partijen hebben gekozen. Met andere woorden, de gekozen kwalificatie moet aansluiten bij de werkelijke situatie. Als dat niet het geval is, zal voorrang worden gegeven aan de kwalificatie die overeenstemt met de daadwerkelijke uitoefening van de arbeidsrelatie.

Voorwaarden voor herkwalificatie

De arbeidsrelatie wordt geherkwalificeerd en het overeenstemmende socialezekerheidsstelsel zal van toepassing zijn:

  • hetzij wanneer bij de uitoefening van de arbeidsrelatie voldoende elementen aanwezig zijn die onverenigbaar zijn met de kwalificatie die door de partijen aan de arbeidsrelatie werd gegeven;
  • hetzij wanneer de kwalificatie die door de partijen aan de arbeidsrelatie werd gegeven, niet overeenstemt met de vermoedelijke aard van de arbeidsrelatie en dit vermoeden niet wordt weerlegd (we gaan uitvoerig in op dit mechanisme van het vermoeden in de fiche Werknemer of zelfstandige? De aard van de arbeidsrelaties - 2. Het mechanisme van het vermoeden).

Opgelet! De herkwalificatie mag nooit in strijd zijn met bestaande wettelijke en reglementaire bepalingen.

De mechanismen die de wet invoert om een grotere rechtszekerheid te waarborgen

De wet:

  • bepaalt 4 niet-limitatieve algemene criteria die het mogelijk maken het bestaan of de afwezigheid van een gezagsband te beoordelen. Deze algemene criteria kunnen op sectoraal niveau worden aangevuld met specifieke criteria;
  • stelt voor specifieke sectoren een weerlegbaar vermoeden betreffende de aard van de arbeidsrelatie vast en biedt die sectoren de mogelijkheid om criteria op te stellen die echt passend voor hen zijn (raadpleeg hiervoor onze fiche nr. 2);
  • voert een preventief luik in via de administratieve commissie ter regeling van de arbeidsrelatie (ook sociale rulingcommissie genoemd).

 


[1] Artikel 331 van de programmawet (I) van 27 december 2006 dat voortvloeit uit artikel 1156 van het Burgerlijk Wetboek.

[2] Zonder de openbare orde of de goede zeden te overtreden en onder voorbehoud van wat uitdrukkelijk wordt bepaald in wetten of reglementen (bijvoorbeeld het onweerlegbaar vermoeden dat een activiteit als werknemer wordt uitgeoefend, zoals de activiteit van betaalde sportbeoefenaar of van uitzendkracht).

4 algemene criteria

Algemene criteria

Op basis van vaststaande rechtspraak van het Hof van Cassatie bepaalde de wet 4 relevante algemene criteria die het mogelijk maken het bestaan of de afwezigheid van een gezagsband te beoordelen. Het gaat om een niet-limitatieve lijst op basis waarvan men zich een overtuiging kan vormen voor de beoordeling van de aard van de arbeidsrelatie. Deze soepelheid is noodzakelijk wegens de realiteit op de werkvloer, de verscheidenheid aan beroepen, de specifieke bijzonderheden van elke sector en de onvermijdelijke evolutie van de arbeidsrelaties. Deze 4 criteria, die aangeven of er al dan niet een juridische band van ondergeschiktheid bestaat, zijn:

Niet-relevante criteria

Hoewel de analyse van deze 4 criteria het mogelijk maakt een arbeidsrelatie te herkwalificeren, moeten bij de beoordeling niettemin de verplichtingen die inherent zijn aan de uitoefening van een beroep in overweging worden genomen, wanneer deze door of krachtens een wet worden opgelegd. Als voorbeeld kunnen we aanhalen dat het in acht nemen van een strikt uurrooster van rondes bij patiënten een verplichting is die inherent is aan de uitoefening van het beroep van verpleegster, die duidelijk niet in aanmerking mag worden genomen om de aard van de arbeidsrelatie te beoordelen[2].

Bovendien hebben bepaalde elementen, op zichzelf genomen, geen invloed op de beoordeling van het al dan niet bestaan van de gezagsband:

Deze elementen kunnen, samengevoegd met andere elementen, een aanwijzing vormen voor de wil van de partijen, maar ze mogen niet als doorslaggevend worden beschouwd.



[1] Als het om een mondelinge overeenkomst gaat, kan de echtheid van de band van ondergeschiktheid worden nagegaan door een analyse van de feitelijke contractuele relatie op basis van de andere algemene criteria.

[2] Arbrb. Luik, 7 mei 2008.

Een lijst van specifieke criteria

Het principe

De 4 algemene criteria kunnen ontoereikend blijken.

Daarom bepaalt de wet dat bij koninklijk besluit een lijst kan worden opgesteld met specifieke criteria die eigen zijn aan één of meerdere sectoren, één of meerdere beroepen, één of meerdere categorieën van beroepen of één of meerdere beroepsactiviteiten, om de algemene criteria aan te vullen[1].

Bij wijze van voorbeeld kan deze lijst van specifieke criteria meer bepaald elementen van socio-economische en juridische aard bevatten met betrekking tot:

Deze specifieke criteria mogen enkel bestaan uit elementen die al dan niet op het bestaan van een gezagsband wijzen. Ze kunnen de 4 algemene criteria aanvullen, maar ze kunnen er in geen geval van afwijken.

Bij samenloop tussen sectoreigen criteria, beroepseigen criteria en/of criteria eigen aan een beroepscategorie hebben de laatstgenoemde voorrang op de vorige.

De procedure om deze specifieke criteria vast te stellen

De Koning kan deze specifieke criteria alleen vaststellen nadat het advies van de volgende organen werd ingewonnen:

Deze organen hebben 4 maanden de tijd om te antwoorden op het verzoek tot advies van de bevoegde ministers (Middenstand, Werk en Sociale Zaken).

Indien binnen de gestelde termijn geen eensluidend en eenparig advies werd verstrekt, kan de Koning alleen specifieke criteria vaststellen voor de betrokken sector(en), beroep(en), categorie(ën) van beroepen of beroepsactiviteit(en) bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad.

De ministers kunnen deze organen vragen een advies uit te brengen, hetzij op hun eigen initiatief, hetzij op vraag van de bevoegde paritaire (sub)comités, de NAR, de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O. of van de organisaties die erin vertegenwoordigd zijn.

Als ze tegelijk verschillende aanvragen tot advies ontvangen, bepalen ze een kalender voor de indiening van de adviesaanvragen.



[1] Voor meer informatie over deze specifieke criteria en de toepassing ervan in de betrokken sectoren verwijzen we u naar de fiche “Werknemer of zelfstandige? De aard van de arbeidsrelatie – 2. Het mechanisme van het vermoeden”.

[2] Artikel 6 van het Sociaal Strafwetboek.

Een vermoeden van het bestaan van een band van ondergeschiktheid

De wet heeft een mechanisme van weerlegbaar vermoeden van het bestaan van een band van ondergeschiktheid tussen de partijen ingevoerd. Dit vermoeden is alleen van toepassing op welbepaalde sectoren[1] en als een aantal criteria vervuld zijn. Voor meer informatie hierover verwijzen we naar onze fiche nr. 2.

 


[1] Het gaat om 4 door de wet beoogde sectoren die daarom hadden verzocht. Andere sectoren kunnen zich op de lijst toevoegen als ze een door de wet vastgestelde procedure volgen.

De administratieve commissie ter regeling van de arbeidsrelatie

Samenstelling

De administratieve commissie ter regeling van de arbeidsrelatie bestaat uit verschillende kamers.

Elke kamer is samengesteld uit een gelijk aantal leden die worden aangewezen:

Het mag niet gaan om ambtenaren van die administraties (Middenstand, Sociale Zaken en Werkgelegenheid).

Elke kamer wordt voorgezeten door een beroepsmagistraat.

De leden van de kamers worden door de Koning benoemd. De Koning bepaalt de samenstelling en de werking van de administratieve commissie.

De administratieve commissie kan beslissen om deskundigen van de betrokken sector(en) of van het betrokken beroep of beroepen te horen.

De rol van de administratieve commissie

De kamers van de administratieve commissie hebben als taak te beslissen over de kwalificatie van een bepaalde arbeidsrelatie. De kamers spreken zich dus uit over bijzondere gevallen en vervullen een rol van sociale ruling. De beslissingen worden geval per geval genomen. Sommige van die beslissingen (met name de beslissingen die worden genomen op initiatief van een partij bij het begin van de activiteit op het tijdstip van de aansluiting of op initiatief van elke partij die overweegt om een arbeidsrelatie aan te gaan met een andere partij van wie het statuut onzeker is) zijn van kracht voor een periode van 3 jaar. Hierdoor wordt geleidelijk aan rechtspraak gevormd die de instellingen van sociale zekerheid moeten raadplegen als ze de aard van een arbeidsrelatie betwisten.

Deze beslissingen worden genomen :

Opmerking: de regels en de modaliteiten van de opdracht van de sociale verzekeringsfondsen voor zelfstandigen zullen bij koninklijk besluit worden vastgesteld.

Gevallen waarin geen beslissing kan worden genomen

Er kan geen beslissing worden genomen:

Invloed van de beslissingen en beroep

Deze beslissingen zijn bindend voor de instellingen die in de administratieve commissie vertegenwoordigd zijn en voor de sociaalverzekeringsfondsen (dus de RSZ, het RSVZ en de sociale verzekeringsfondsen):

De betrokken instellingen kunnen dus altijd controleren of de elementen die aan de grondslag van de beslissing van de administratieve kamer lagen, behouden zijn gebleven.

Beroep tegen de beslissingen

De partijen kunnen voor de rechtbanken beroep aantekenen tegen de beslissing binnen de maand die volgt op de kennisgeving van de beslissing via aangetekend schrijven. Wordt geen beroep aangetekend, dan wordt de beslissing definitief en kunnen de partijen ze niet meer betwisten[3].

De partij die een beslissing van de bevoegde kamer van de administratieve commissie onder de door hierboven vermelde voorwaarden heeft gekregen, kan een nieuwe beslissing van deze kamer verkrijgen.

Verslag en rechtspraak

Elk jaar stelt de administratieve commissie een verslag op waarin haar rechtspraak wordt opgenomen.

Hoven en rechtbanken

Uiteraard behouden de hoven en rechtbanken hun soevereine bevoegdheid om de aard van een bepaalde arbeidsrelatie te beoordelen, rekening houdende met de algemene criteria en eventueel met de specifieke criteria en/of het vermoeden.

Wanneer een instelling van de sociale zekerheid de aard van een arbeidsrelatie betwist, moet ze vooraf de rechtspraak van de administratieve commissie raadplegen.



[1] Koninklijk besluit van 29 oktober 2013 voor het paritair subcomité voor de autobussen en autocars, Koninklijk besluit van 29 oktober 2013 voor het paritair subcomité voor het wegvervoer en de logistiek voor rekening van derden, Koninklijk besluit van 29 oktober 2013 voor het paritair subcomité voor de taxi's en van het paritair comité voor het vervoer en de logistiek, enkel voor de activiteiten van verhuur van voertuigen met chauffeur en van collectieve taxidiensten, Koninklijk besluit van 7 juni 2013 voor de uitvoering van bepaalde onroerende werken, Koninklijk besluit van 20 juni voor het paritair comité voor de landbouw en dat voor de tuinbouwondernemingen. Koninklijk besluit van 29 april 2013 voor de bewakingsagenten.

[2] Een koninklijk besluit zal de regels en modaliteiten van de opdracht van de sociale verzekeringsfondsen vaststellen.

[3] Volgens Charles-Eric Clesse, in ‘L'assujettissement à la sécurité sociale des travailleurs salariés et indépendants. Aux frontières de la fausse indépendance', 2de editie ‘kunnen de partijen hun arbeidsrelatie altijd betwisten voor de hoven en rechtbanken. Wanneer er geen voorziening wordt ingesteld zijn de instellingen van sociale zekerheid echter altijd gebonden door de administratieve beslissing, op zijn minst tijdens de periode van 3 jaar waarin deze beslissing van toepassing is'. (vrije vertaling)

Regularisatie

Bij herkwalificatie tot arbeidsrelatie van werknemer (schijnzelfstandige)

Bij herkwalificatie in zelfstandige arbeidsrelatie (schijnwerknemer)

Merken we op dat wanneer de administratieve commissie een beslissing neemt op initiatief van een enkele partij van de arbeidsrelatie ingeval deze een beroepsactiviteit van zelfstandige start en een aanvraag ervoor doet bij haar sociaal verzekeringsfonds (en dit hetzij bij de aansluiting hetzij binnen een termijn van 1 jaar na de aanvang van de arbeidsrelatie) en deze commissie stelt vast dat er geen overeenstemming is tussen een arbeidsrelatie en de kwalificatie die door de partijen aan de arbeidsrelatie wordt gegeven, de herkwalificatie slechts voor de toekomst geldt[1].

 


[1] Artikel 341 van de programmawet (I) van 27 december 2006.

Welke sancties zijn van toepassing?

Voor een overzicht van de toepasselijke sancties verwijzen we naar het trefwoord ‘Schijnwerknemers' van de fiche ‘Sociaal Strafwetboek - 4. De inbreuken' van ons dossier over het Sociaal Strafwetboek. U vindt dit dossier in de rubriek Sociaal/Dossiers.

Wat zijn de belangrijkste wettelijke referenties?