To Delete Document
InEditMode: ("1" if Yes) IsNewDoc: ("1" if Yes) DspNow: UserCN: (username-CN) HistoryFields: (is used in the code for the history subform) -

-
> Mobiliteitsbudget

Cumulverbod met de terugbetaling van verplaatsingskosten

Principe

Een werknemer die een mobiliteitsbudget ontvangt komt niet meer in aanmerking voor de fiscale en sociale vrijstelling van de terugbetaling of betaling van de verplaatsingskosten voor het woon-werkverkeer door de werkgever[1]. Concreet gaat het dan om de belastingvrijstellingen van de vergoedingen voor de verplaatsingen die met het openbaar vervoer, het georganiseerd collectief vervoer en de fiets verricht worden[2]. Een werknemer met een mobiliteitsvergoeding wordt er immers toe aangezet om die vergoeding daadwerkelijk te gebruiken om zijn woon-werkverkeer te financieren.

Dit cumulverbod geldt in alle gevallen, dus ongeacht of de werknemer met zijn eigen wagen, met het openbaar vervoer, met de fiets, met door de werkgever georganiseerd collectief vervoer[3] of met gelijk welk ander vervoermiddel naar het werk komt.

Het cumulverbod heeft uitwerking vanaf de 1e dag van de maand waarin de werknemer een mobiliteitsbudget ontvangt en loopt af op de 1e dag van de maand waarin de toekenning van het mobiliteitsbudget eindigt.

De tegemoetkoming van de werkgever in de verplaatsingskosten van een werknemer met een mobiliteitsbudget moet dus worden beschouwd als zijnde inbegrepen in dit mobiliteitsbudget. Als de partijen deze regel niet naleven, worden zowel het mobiliteitsbudget als de vergoedingen voor de tussenkomst in de verplaatsingskosten als gewoon loon beschouwd (zowel op sociaal als op fiscaal vlak).

Dit principe moet worden vermeld in de overeenkomst die tussen de partijen wordt gesloten.

Uitzondering

Het cumulverbod is niet van toepassing :

  • op de werknemer die vroeger het voordeel van een bedrijfswagen genoot of het recht op een bedrijfswagen had verkregen en tegelijk gedurende ten minste 3 maanden voorafgaand aan de aanvraag voor een mobiliteitsbudget een vergoeding of een voordeel ontving voor zijn woon-werkverkeer die recht gaf op één van hierboven vermelde vrijstellingen;
  • op de belastingvrijstelling voor ‘andere vervoermiddelen’ (420 euro voor het inkomstenjaar 2021)[4].

 


[1] Artikel 10 van de wet van 17 maart 2019 en artikel 19, § 2 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders (zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 2 mei 2019, Belgisch Staatsblad van 9 mei 2019).

[2] Artikel 38, §1, 1e lid, 9°, a) en b) en 14° van het WIB 1992.

[3] In dat geval heeft alleen de werknemer die een mobiliteitsbudget ontvangt geen recht op de vrijstelling. De andere werknemers (chauffeur of passagiers) hebben er wel recht op.

[4] De bedrijfswagen kan ook met die vrijstelling worden gecumuleerd. Om budgetneutraliteit te waarborgen, blijft de cumulatie toegestaan.

 

Securex Sociaal Secretariaat - Legal 01/01/2021