To Delete Document
InEditMode: ("1" if Yes) IsNewDoc: ("1" if Yes) DspNow: UserCN: (username-CN) HistoryFields: (is used in the code for the history subform) -

-
> 1. Het recht op vakantie

Wat is jeugdvakantie?

Aangezien vakantierechten worden opgebouwd op basis van de prestaties tijdens het vorige jaar, zal dit voor jongeren die toen nog studeerden, tot gevolg hebben dat zij tijdens hun eerste “werkjaar” slechts op een beperkt aantal vakantiedagen recht hebben. Om hieraan tegemoet te komen, werd de jeugdvakantie ingevoerd.

De jeugdvakantie geeft een jongere de mogelijkheid om zijn wettelijk opgebouwde vakantiedagen aan te vullen met bijkomende vakantiedagen. Hierdoor kan hij net als de andere werknemers 4 weken vakantie opnemen. In tegenstelling tot de wettelijke vakantie, is de jongere evenwel niet verplicht deze jeugdvakantie op te nemen!

Voorwaarden

Om recht op jeugdvakantie te hebben, moet de jongere:

  • op 31 december van het vakantiedienstjaar jonger dan 25 jaar zijn;
  • in de loop van het vakantiedienstjaar zijn studies, leertijd of vorming beëindigd hebben;
  • na de beëindiging van de studies, leertijd of vorming, in de loop van het vakantiedienstjaar minstens één maand als loontrekkende gewerkt hebben. Deze tewerkstelling moet in uitvoering van één of meerdere arbeidsovereenkomsten minstens 13 effectieve (gedekt door een bezoldiging waarop socialezekerheidsbijdragen werden ingehouden)[1] of gelijkgestelde[2] arbeidsdagen omvatten.

Indien de jongere aan de opgesomde voorwaarden voldoet, zal hij tijdens het vakantiejaar, nadat hij zijn “gewone” vakantiedagen op basis van effectieve en/of gelijkgestelde tewerkstellingsperiodes heeft opgebruikt, eveneens een jeugdvakantie kunnen genieten. 

Bedrag van de jeugdvakantie-uitkering

De jeugdvakantie wordt niet door vakantiegeld gedekt.  De werkgever zal dus alleen het vakantiegeld voor de gewone vakantiedagen moeten betalen.

Voor de jeugdvakantie zal de jongere een uitkering van de RVA genieten.  Deze uitkering bedraagt 65% van het gemiddeld dagloon van de jongere tijdens de eerste maand waarin hij jeugdvakantie neemt.  Het loon dat in aanmerking genomen moet worden, is het geplafonneerd dagloon zoals gebruikt in de werkloosheidsreglementering.  U vindt dit terug op de site van de RVA.

Voorbeeld:

Een jongere studeerde eind juni 2018 af. Hij was geen 25 jaar op 31 december 2018.  Hij kwam op 1 oktober 2018 in dienst als voltijds bediende.  Momenteel werkt hij nog steeds bij dezelfde werkgever.

Deze jongere heeft in 2019 recht op één week vakantie, gedekt door vakantiegeld ten laste van de werkgever en drie weken jeugdvakantie, gedekt door uitkeringen ten laste van de RVA.

Procedure

Voor de werkgever

Op het einde van de maand waarin de jongere voor het eerst jeugdvakantiedagen opneemt, moet u een elektronische aangifte scenario 9 (aangifte voor het vaststellen van het recht op jeugdvakantie) verrichten. U dient hiervan een print aan de werknemer te bezorgen.

Opmerking: deze elektronische aangifte kan eventueel vervangen worden door aan de jongere een formulier C 103 Jeugdvakantie - Werkgever af te geven. 

Daarenboven moet u op het einde van elke maand waarin uw werknemer jeugdvakantie neemt, een elektronische aangifte scenario 10 (maandelijkse aangifte van de uren jeugdvakantie) verrichten. Deze aangifte moet verplicht elektronisch gebeuren en laat toe het juiste bedrag van de aan de werknemer verschuldigde uitkeringen te berekenen.  Ook van deze aangifte dient u een print aan de werknemer te bezorgen.

Voor de werknemer

De jongere moet zelf een papieren formulier C 103 Jeugdvakantie - Werknemer invullen en het als uitkeringsaanvraag aan zijn uitbetalingsinstelling overhandigen. Deze aanvraag moet ten laatste in de maand februari van het jaar volgend op dat waarin de jeugdvakantie opgenomen werd, bij de RVA toekomen.

De prints van de elektronische aangiftes die u heeft gedaan, moet de werknemer daarentegen niet aan zijn uitbetalingsinstelling bezorgen.  Deze gelden gewoon als bewijs van de aangifte.

 


[1] Een studentencontract geeft geen recht op vakantie als er enkel een solidariteitsbijdrage wordt ingehouden. 

[2] De gelijkgestelde dagen worden in artikel 38 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 opgesomd.

Securex Sociaal Secretariaat - Legal 01/01/2019