To Delete Document
InEditMode: ("1" if Yes) IsNewDoc: ("1" if Yes) DspNow: UserCN: (username-CN) HistoryFields: (is used in the code for the history subform) -

-
> Federaal> Doelgroepverminderingen> Eerste aanwervingen

Hoeveel bedraagt de doelgroepvermindering?

Principe: Vrijstelling van de patronale basisbijdragen of vermindering van deze bijdragen van 1.550, 1.050, 1.000, 450 of 400 euro per kwartaal

Voor zijn eerste aanwerving geniet de werkgever een forfaitaire vermindering of zelfs een vrijstelling van de basiswerkgeversbijdragen in de sociale zekerheid. Het toegekende voordeel en het aantal kwartalen dat de werkgever er kan van genieten hangt af van het moment waarop de werknemer die het recht op de doelgroepvermindering opent, in dienst is getreden.

Aanwervingen vanaf 1 januari 2016

Voor de aanwerving van een eerste werknemer geniet de werkgever van een vrijstelling van de basiswerkgeversbijdragen in de sociale zekerheid, en dit onbeperkt in de tijd. Deze regel geldt enkel voor de eerste aanwervingen die plaatsvinden vanaf 1 januari 2016.

Voor de aanwerving van een tweede, derde, vierde, vijfde of zesde werknemer geniet de werkgever van een forfaitaire vermindering van de basiswerkgeversbijdragen in de sociale zekerheid gedurende een bepaald aantal kwartalen.

De werkgever kan binnen een periode van 20 kwartalen vrij kiezen in welke kwartalen hij van de forfaitaire vermindering wenst te genieten, voor zover de werknemer in de gekozen kwartalen aan alle voorwaarden voldoet. De werkgever kan met andere woorden de doelgroepvermindering genieten voor die kwartalen waarin dat het meest voordelig is, zolang zij binnen de 20 kwartalen volgend op dat van de aanwerving vallen. Voor meer informatie over deze periode van 20 kwartalen verwijzen we u naar de vraag "Wanneer begint de doelgroepvermindering te lopen?"

Het bedrag en de duur van de forfaitaire vermindering verschillen naargelang het de aanwerving van een tweede, derde, vierde, vijfde of zesde werknemer betreft en naargelang de werknemer werd aangeworven in 2016 of 2017. In 2017 zijn de verminderingsbedragen voor een derde tot zesde aanwerving immers verhoogd en gelijkgeschakeld. Voor de eerste en tweede aanwervingen is er niets veranderd.

U vindt een overzicht van de bedragen en het aantal kwartalen dat ze worden toegekend in:

Aanwervingen tussen 1 januari 2015 en 31 december 2015

De voordelen die in 2016 van toepassing waren, gelden ook voor de doelgroepverminderingen waarvan de aanwerving plaatsvond in 2015. Ze worden wel enkel voor de nog resterende kwartalen toegekend.

U vindt een overzicht van de bedragen en het aantal kwartalen dat ze worden toegekend in de “overzichtstabel van de voordelen voor aanwervingen in 2015”.

Voorbeeld: een eerste werknemer werd aangeworven op 15 oktober 2015. Omdat de aanwerving in 2015 plaatsvond, geldt sinds 1 januari 2016 het voordeel zoals van toepassing in 2016, dus een volledige vrijstelling van de basiswerkgeversbijdragen. Maar de werkgever kan deze vrijstelling niet onbeperkt in de tijd genieten, maar enkel voor de resterende kwartalen. Hij zal met andere woorden gedurende 12 kwartalen van de vrijstelling kunnen genieten.

Aanwervingen tot en met 31 december 2014

Voor de werknemers die werden aangeworven vóór 1 januari 2015 is er niet gewijzigd. Hun werkgevers blijven genieten van de voordelen zoals die voor 1 januari 2016 bestonden. 

U vindt een overzicht van de bedragen en het aantal kwartalen dat ze worden toegekend in de “overzichtstabel van de voordelen voor de aanwervingen tot 31 december 2014”.

Voorbeeld: Een eerste werknemer werd aangeworven op 1 oktober 2014. De doelgroepvermindering geeft recht op 13 verminderingskwartalen, vrij te kiezen binnen een periode van 20 kwartalen. In 2017 heeft de werkgever nog 4 kwartalen over waarbinnen hij van verminderde socialezekerheidsbijdragen kan genieten. De toepasselijke bedragen zijn diegene die reeds van toepassing waren voor 1 januari 2016: eerst 1.050 euro gedurende 4 kwartalen en vervolgens 450 euro gedurende de laatste 4 kwartalen.

Gecorrigeerde prorata bij deeltijds werk en/of onvolledige kwartaalprestaties

Het forfaitaire verminderingsbedrag geldt per kwartaal en voor volledige kwartaalprestaties, dat wil zeggen voor een voltijdse werknemer die gedurende het volledige kwartaal tewerkgesteld werd[1].

In geval van deeltijdse tewerkstelling of onvolledige kwartaalprestaties worden deze bedragen geproportionaliseerd, evenwel met een correctie die varieert naargelang de prestaties hoger of lager zijn dan 80%, 55% of 27,5% van volledige kwartaalprestaties van een voltijder. Voor meer informatie over deze proportionalisering, klik hier.

Modaliteiten

Vermindering niet gelinkt aan een specifieke werknemer

De doelgroepvermindering (vrijstelling of forfaitaire vermindering is niet gebonden aan een bepaalde werknemer. De werkgever kan dus elk kwartaal opnieuw kiezen voor welke werknemer hij de doelgroepvermindering toepast. De werknemer die oorspronkelijk het recht opende, hoeft zelfs niet meer in dienst te zijn.

Voorbeeld: een werkgever werft in januari 2018 een eerste werknemer aan. Deze werknemer opent het recht op de vrijstelling van de patronale basisbijdragen. De onderneming kent nadien een spectaculaire groei en in 2025 zijn er al 200 werknemers in dienst. De eerste werknemer, aangeworven in 2018, is echter niet meer in dienst. Toch kan de werkgever nog steeds van de vrijstelling van de patronale basisbijdragen genieten en dit voor onbepaalde duur, aangezien het recht niet aan die eerste werknemer, die het recht geopend heeft, gekoppeld is. Securex koppelt dit elk kwartaal automatisch aan de werknemer die het meeste voordeel oplevert.

Bijkomende voorwaarde vanaf de tweede aanwerving

Ter herinnering, voor de tweede aanwerving legt de wet nog een bijkomende voorwaarde op.  In elk kwartaal waarin de werkgever theoretisch recht heeft op de doelgroepvermindering voor een tweede aanwerving moeten er minstens 2 werknemers in dienst zijn. Ze hoeven evenwel niet tegelijkertijd in dienst te zijn.

Hetzelfde geldt voor de derde, vierde, vijfde en zesde aanwerving. In elk kwartaal waarin de werkgever theoretisch recht heeft op de doelgroepvermindering voor een derde, vierde, vijfde en/of zesde aanwerving moeten er minstens 3, 4, 5 of 6 werknemers in dienst zijn. Ze hoeven evenwel niet tegelijkertijd in dienst te zijn.

 


[1] Zodra een element van de tewerkstelling wordt gewijzigd, moet er een nieuwe berekening worden gemaakt. De elementen van de tewerkstelling zijn: de werkgeverscategorie, de werknemerscategorie, de datum waarop de arbeidsbetrekking aanvangt en eindigt, het nummer van het bevoegde paritaire (sub)comité voor de uitgeoefende activiteit, het aantal dagen per week in de arbeidsregeling, de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de referentiepersoon, het type van arbeidsovereenkomst (voltijds of deeltijds).

Securex Sociaal Secretariaat - Legal 01/01/2021