To Delete Document
InEditMode: ("1" if Yes) IsNewDoc: ("1" if Yes) DspNow: UserCN: (username-CN) HistoryFields: (is used in the code for the history subform) -

-
> 4. De Europese of aanvullende vakantie

Hoe lang duurt de aanvullende vakantie?

Aanvullende vakantie voor arbeiders

De duur van de aanvullende vakantie is gelijk aan de duur van de maximale wettelijke vakantie waarop de arbeider theoretisch recht kan hebben[1] min de wettelijke dagen waarop hij daadwerkelijk recht heeft op basis van zijn prestaties tijdens het vakantiedienstjaar. De berekening gebeurt op dezelfde manier als voor de gewone vakantiedagen. Voor meer uitleg over de berekening en enkele voorbeelden hiervan, verwijzen we u naar de website van de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie.

Aanvullende vakantie voor bedienden

Principe

Er moet een onderscheid worden gemaakt naargelang de bediende zich in de laatste week van de aanloopperiode of erna bevindt.

Vanaf de laatste week van de aanloopperiode heeft een werknemer die voldoet aan de voorwaarden om recht te hebben op aanvullende vakantie, het recht om maximum 6 vakantiedagen op te nemen (in een 6-dagenweek). Als de werknemer in een andere arbeidsregeling werkt, staat zijn recht in verhouding tot de arbeidsregeling waarin hij tijdens de aanloopperiode werkte.

Deze bepaling werd voorzien om aan de werknemers waarvan de aanloopperiode op 1 oktober begint de mogelijkheid te geven hun aanvullende vakantie gedurende de laatste week van de maand december van hetzelfde kalenderjaar op te nemen[2].

Na de aanloopperiode wordt de duur van de vakantie vastgesteld op basis van 2 dagen per maand van prestaties die bij één of meerdere werkgevers werden verricht (in een 6-dagenweek). Als de werknemer in een andere arbeidsregeling werkt, staat zijn recht in verhouding tot de arbeidsregeling waarin hij werkt.

De aldus bepaalde vakantieduur wordt verminderd met het aantal wettelijke verlofdagen waarop de werknemer recht heeft.

Concreet

De duur van de aanvullende vakantie is dus gelijk aan de duur van de maximale wettelijke vakantie waarop de werknemer theoretisch recht kan hebben min de wettelijke vakantiedagen waarop hij daadwerkelijk recht heeft op basis van zijn prestaties tijdens het vakantiedienstjaar.

De berekening van de vakantieduur gebeurt dus in 4 stappen:

  1. Berekening, volgens de gewone regels, van het aantal vakantiedagen op basis van de prestaties van het lopende kalenderjaar (vakantiejaar);
  2. Berekening, volgens de gewone regels, van het aantal vakantiedagen op basis van de prestaties van het vorige kalenderjaar (vakantiedienstjaar) voor zover deze aanwezig zijn;
  3. Het hoogste resultaat van deze beide berekeningen geeft het aantal vakantiedagen waarop de werknemer in het lopende kalenderjaar recht heeft tot op het ogenblik van de berekening;
  4. Van de aldus bekomen vakantieduur wordt het in de tweede stap berekende aantal vakantiedagen beschouwd als gewone vakantie die verplicht en bij voorrang wordt opgenomen, en het saldo als de aanvullende vakantie. 

Deze berekening moet gemaakt worden elke keer de werknemer aanvullende vakantie wenst op te nemen, om na te gaan op hoeveel dagen hij op dat moment recht heeft.

Voorbeeld

Een werknemer komt in dienst op 1 juli 2020. We gaan er voor het gemak van uit dat hij in een 6-dagenweek wordt tewerkgesteld. Hij heeft voordien als zelfstandige gewerkt en heeft dus geen recht op wettelijke vakantie in 2020. Sowieso zal hij ten vroegste aanvullende vakantie kunnen opnemen in de laatste week van september (laatste week van de aanloopperiode).

Stel: in november 2020 wil hij graag enkele dagen aanvullende vakantie opnemen:

  • 1/ 4 maanden gewerkt in 2020 x 2 = 8 dagen
  • 2/ 0 maanden gewerkt in 2019 x 2 = 0 dagen
  • 3/ recht op 8 dagen op het moment van de berekening,
  • 4/ waarvan 0 dagen wettelijke vakantie en 8 dagen aanvullende vakantie.

Hij zal in november dus maximaal 8 dagen aanvullende vakantie kunnen opnemen.

Stel: in april 2021 wil de werknemer enkele dagen vakantie nemen:

  • 1/ 3 maanden gewerkt in 2021 x 2 = 6 dagen
  • 2/ 6 maanden gewerkt in 2020 x 2 = 12 dagen
  • 3/ recht op 12 dagen op het moment van de berekening,
  • 4/ waarvan 12 dagen wettelijke vakantie en 0 dagen aanvullende vakantie.

Hij zal in april dus maximaal 12 dagen wettelijke vakantie kunnen opnemen. Hij kan nog geen aanspraak maken op aanvullende vakantiedagen.

Stel: in augustus 2021 wil de werknemer enkele dagen vakantie nemen:

  • 1/ 7 maanden gewerkt in 2021 x 2 = 14 dagen
  • 2/ 6 maanden gewerkt in 2020 x 2 = 12 dagen
  • 3/ recht op 14 dagen op het moment van de berekening,
  • 4/ waarvan 12 dagen wettelijke vakantie en 2 dagen aanvullende vakantie.

Hij zal in augustus dus maximaal 14 vakantiedagen kunnen opnemen, waarvan 12 wettelijke en 2 aanvullende (uiteraard moeten de wettelijke vakantiedagen die hij in de loop van het jaar al heeft opgenomen van dit resultaat afgetrokken worden).

 


[1] Zie de vraag "Hoe lang duurt de jaarlijkse vakantie voor arbeiders?" in de fiche "Jaarlijkse vakantie -1. Het recht op vakantie".

[2] De aanloopperiode moet immers gedurende eenzelfde kalenderjaar gepresteerd worden.

 

Securex Sociaal Secretariaat - Legal 01/01/2020