To Delete Document
InEditMode: ("1" if Yes) IsNewDoc: ("1" if Yes) DspNow: UserCN: (username-CN) HistoryFields: (is used in the code for the history subform) -

-

Arbeidskaart voor buitenlandse werknemers - Vrijstellingsgronden aangepast

13/04/2011

In principe moet elke buitenlandse werknemer die in België wenst te komen werken, in het bezit zijn van een arbeidskaart. Deze kaart wordt door de gewestelijke overheid aan de werknemer toegekend indien hij aan bepaalde voorwaarden voldoet. Op de verplichting om een arbeidskaart te hebben, bestaat een reeks van uitzonderingen. Enkele van deze uitzonderingen worden nu aangepast[1].

Echtgenoot van een EER-onderdaan of van een Belg

De echtgenoot van een EER-onderdaan of van een Belg is vrijgesteld van de verplichting om in het bezit te zijn van een arbeidskaart. Het koninklijk besluit stelt de geregistreerde partners van de EER-onderdanen en Belgen nu gelijk met echtgenoten.

Deze gelijkstelling is het gevolg van de omzetting van twee Europese richtlijnen in Belgisch recht. Een interpretatieve omzendbrief van 17 december 2008 voorzag al dat geregistreerde partners gelijkgesteld moesten worden met echtgenoten[2], maar nu wordt deze interpretatie officieel in het koninklijk besluit opgenomen.

Wanneer is er sprake van een geregistreerd partnerschap?

Het gaat hier om:

    • ofwel het geregistreerde partnerschap dat gelijkwaardig aan het huwelijk in België wordt beschouwd[3];
    • ofwel het overeenkomstig een wet geregistreerd partnerschap wanneer het gaat om een naar behoren geattesteerde duurzame en stabiele relatie die al minstens één jaar duurt. Bovendien moeten beide partners ouder dan 21 jaar zijn en ongehuwd en geen duurzame relatie hebben met een andere persoon.

Het stabiel karakter van de relatie is bewezen in volgende gevallen:

    • de partners bewijzen dat zij gedurende minstens 1 jaar, voorafgaand aan de aanvraag, onafgebroken in België of een ander land hebben samengewoond;
    • de partners bewijzen dat zij elkaar sedert ten minste één jaar kennen en leveren het bewijs dat zij regelmatig telefonisch contact met elkaar onderhielden of contact via briefwisseling of elektronisch berichten, dat zij elkaar minstens drie maal ontmoet hebben voorafgaand aan de aanvraag en dat deze ontmoetingen in totaal ten minste 45 dagen betreffen;
    • de partners hebben een gemeenschappelijk kind.
Vereiste wettig verblijf wordt afgeschaft

In principe geldt de vrijstelling van arbeidskaart enkel als de betrokkene in het bezit is van een geldige verblijfstitel. Deze voorwaarde wordt evenwel afgeschaft voor de echtgenoten en geregistreerde partners van EER-onderdanen en van Belgen.

Ze is evenmin nog van toepassing voor:

    • de bloedverwanten in de nederdalende lijn van de EER-onderdaan of Belg of die van zijn echtgenoot, beneden 21 jaar of die te hunnen laste zijn;
    • de bloedverwanten in de opgaande lijn van de EER-onderdaan of Belg of die van zijn echtgenoot, die te hunnen laste zijn[4];
    • de echtgenoot van de hierboven bedoelde personen.

Wetenschappelijke congressen

De buitenlandse onderdanen die tewerkgesteld worden door een in het buitenland gevestigde werkgever en naar België komen om een wetenschappelijk congres bij te wonen, zijn vrijgesteld van de verplichting een arbeidskaart te bezitten.

Deze vrijstellingsgrond gold voorheen slechts voor zover de duur van hun verblijf voor dit congres niet meer dan 5 dagen per maand bedroeg. Deze beperking in duur wordt nu afgeschaft, waardoor deze vrijstelling overeenstemt met dezelfde vrijstelling in het kader van de wetgeving betreffende de Limosa-aangifte. De vrijstelling van arbeidskaart geldt nu dus voor de ganse duur van het congres.

Vergaderingen in beperkte kring

Om dezelfde reden gebeurt er ook een aanpassing voor de buitenlandse onderdanen die tewerkgesteld worden door een in het buitenland gevestigde werkgever en naar België komen voor het bijwonen van vergaderingen in beperkte kring.

De vrijstelling van arbeidskaart voor deze werknemers was eveneens beperkt tot 5 dagen per maand. Om deze vrijstelling te laten overeenstemmen met dezelfde vrijstelling in het kader van de wetgeving betreffende de Limosa-aangifte, wordt de beperking nu gebracht op 60 dagen per jaar, waarvan er per vergadering maximum 20 gebruikt mogen worden.


[1] Koninklijk besluit van 13 maart 2011, Belgisch Staatsblad van 29 maart 2011.

[2] Lees hiervoor ons artikel van 25 februari 2009.

[3] De lidstaten waar een partnerschap dat geregistreerd werd op basis van hun wetgeving gelijkwaardig geacht wordt aan een huwelijk in België, zijn de volgende: Denemarken, Duitsland, Finland, Ijsland, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en Zweden.

[4] Indien de EER-onderdaan student is, zijn de bloedverwanten in opgaande lijn niet vrijgesteld van de verplichting om een arbeidskaart en een verblijfstitel te bezitten.

Securex Sociaal Secretariaat - Legal 13-04-2011