To Delete Document
InEditMode: ("1" if Yes) IsNewDoc: ("1" if Yes) DspNow: UserCN: (username-CN) HistoryFields: (is used in the code for the history subform) -

-

Wat brengt het regeerakkoord voor u?

09/12/2011

In ons artikel van 28 november gaven we u al de grote lijnen van het begrotingsakkoord op basis van de toen gekende informatie. Nu de officiële tekst van het regeerakkoord beschikbaar is, zetten we in dit artikel de puntjes op de i. Tussen haakjes vermelden we steeds de voorziene datum van inwerkingtreding, indien gekend.

Uiteraard zullen we pas als de reglementaire teksten er zijn een volledige inschatting kunnen maken van de impact die de voorziene maatregelen zullen hebben. En op dat moment bezorgen we u natuurlijk de nodige details over elke maatregel.

Wat voorziet het regeerakkoord?

Koopkracht
    • het behoud van het bestaande indexsysteem;
    • een verhoging van de belastingvrije som met 200 euro voor de lage en de middeninkomens (maximum 24.410 euro, bedrag 2011) om het verschil tussen de werkloosheidsuitkering en het nettoloon groter te maken (voorzien voor 2013);
    • het optrekken van het GGMMI, inclusief voor de min-21-jarigen (te bepalen door de sociale partners).
Verminderingen van de loonkost
    • de indexering van de loongrens “hoge lonen” voor de structurele vermindering;
    • de overdracht van het doelgroepenbeleid naar de gewesten: het gaat om de rsz-verminderingen langdurig werkzoekenden, jonge werknemers, oudere werknemers,… en om de werkuitkeringen[1]. De RVA en de RSZ blijven wel voor de technische uitvoering zorgen, ook al zijn dit federale instanties;
    • een bijkomende vermindering van de sociale bijdragen voor de eerste drie aanwervingen: dit komt bovenop de bestaande vermindering en zou ertoe leiden dat de werkgever voor de werknemers met een laag en middeninkomen bijna geen sociale bijdragen meer betaalt tijdens de eerste twee jaren en verlaagde bijdragen tijdens het derde jaar (voorzien vanaf 2013).
Bedrijfswagens
    • de hervorming van de belastingsregeling voor bedrijfswagens, waardoor voor zowel de duurdere als de meer milieuonvriendelijke wagens een hogere bijdrage verschuldigd zal zijn: berekening van het voordeel op basis van de cataloguswaarde van het voertuig (alle opties en btw inbegrepen) en op basis van de CO2-uitstoot (voorzien vanaf 2012).
Tijdskrediet en thematische verloven
    • een structurele hervorming van het tijdskrediet (voor alle tijdskredieten vanaf 2012 waarvoor de aanvraag (nieuw of verlenging) na 20 november 2011 gebeurde):
      • het niet-gemotiveerd tijdskrediet met uitkeringen kan nog voor maximum 1 jaar (= 1 jaar voltijds, 2 jaar halftijds of 5 jaar 1/5) en de paritaire comités mogen niet meer beslissen om deze periode op sectorvlak te verlengen[2]; de loopbaanvereiste voor het opnemen van het niet-gemotiveerd tijdskrediet met uitkeringen wordt 5 jaar, waarvan 2 jaar bij de huidige werkgever;
      • het gemotiveerd tijdskrediet (bijvoorbeeld om voor een ziek kind te zorgen,…) kan voor maximum 3 jaar, ongeacht het stelsel (voltijds of deeltijds);
      • het bijzondere tijdskrediet voor oudere werknemers met verhoogde uitkeringen zal pas kunnen vanaf 55 jaar (momenteel 50 jaar en verhoogde uitkeringen vanaf 51 jaar), met uitzonderingen voor zware beroepen. Hiervoor bedraagt de loopbaanvoorwaarde 25 jaar;
      • het nettobedrag van de uitkeringen zal eveneens worden herzien;
    • de omzetting van de Europese richtlijn inzake het ouderschapsverlof, wat een verlenging tot 4 maanden inhoudt (uiterlijk in maart 2012);
    • een beperking van de gelijkstelling van de periodes tijdskrediet voor het pensioen: de periodes van vrijwillige werkonderbreking, met uitzondering van het gemotiveerd tijdskrediet en de thematische verloven zullen nog voor maximum 1 jaar meegeteld worden voor het pensioen (voorzien vanaf 2012).
Brugpensioen
    • de aanpassing van de benaming voor het brugpensioen, met name werkloosheid met bedrijfstoeslag;
    • de aanpassing van de leeftijds- en anciënniteitsvoorwaarden voor het brugpensioen op 58 jaar voor een lange loopbaan, brugpensioen zware beroepen (58 jaar en 35 jaar loopbaan) en CAO nr. 17 (voor alle CAO's die vanaf 1 januari 2012 gesloten worden; voor de lopende CAO's en de verlenging van bestaande CAO's geldt een overgangsperiode tot 1 januari 2015):
      • de anciënniteitsvoorwaarde wordt op 40 jaar gebracht en de leeftijdsvoorwaarde op 60 jaar (voor vrouwen wordt in een overgangsregeling voorzien);
      • de gelijkstellingsregels zullen worden herzien;
    • de mogelijkheid tot verlenging van de met het interprofessioneel akkoord verbonden afwijkende stelsels van brugpensioen, zoals het brugpensioen op 56 jaar met 33 jaar loopbaan en het brugpensioenstelsel voor werknemers met een lange loopbaan;
    • de aanpassing van de leeftijdsvoorwaarde voor brugpensioenen in geval van collectief ontslag:
      • voor bedrijven in moeilijkheden: 52 jaar vanaf 1 januari 2012 en nadien elk jaar 6 maanden erbij om te komen tot 55 jaar in 2018;
      • voor bedrijven in herstructurering: 55 jaar vanaf 1 januari 2013 , maar onder bepaalde voorwaarden kan een bedrijf in herstructurering als een bedrijf in moeilijkheden beschouwd worden en dan gelden de hierboven besproken leeftijdsgrenzen;
    • de aanpassing van de patronale bijdragen voor de (pseudo)brugpensioenen in functie van de leeftijd van de bruggepensioneerde;
    • de afschaffing van het halftijds brugpensioen (voorzien vanaf 1 januari 2012; de bestaande halftijdse brugpensioenen blijven wel doorlopen).
Tewerkstelling van oudere werknemers
    • het invoeren van de verplichting voor de ondernemingen om een werkgelegenheidsplan op te stellen dat maatregelen bevat om oudere werknemers aan het werk te houden (voorzien vanaf 2012);
    • de opsplitsing van de werknemers per leeftijdscategorie in de sociale balans (voorzien vanaf 2012);
    • het invoeren van de verplichting om bij een collectief ontslag een leeftijdspiramide te respecteren, zodat niet enkel oudere werknemers aan de deur gezet worden. De ondernemingen die deze verplichting niet naleven, zullen verhoogde patronale bijdragen brugpensioen moeten betalen of de bijdrageverminderingen die ze voor de oudere werknemers genoten hebben, moeten terugbetalen (voorzien vanaf 2012);
    • de uitbreiding van het activa-voordeel naar de bruggepensioneerden (voorzien vanaf 2012).
Overige werkgelegenheidsmaatregelen
    • de effectieve toepassing van de bepaling dat een deeltijdse werknemer bij voorrang toegang moet krijgen tot voltijdse betrekking bij de werkgever;
    • de toepassing van de regel van de opeenvolgende contracten op de bijlagen bij de arbeidsovereenkomsten die een wijziging van de arbeidsduur beogen;
    • de responsabilisering van de werkgevers die overdreven beroep doen op de tijdelijke werkloosheid (voorzien vanaf 2012);
    • de wijziging van het responsabiliseringsmechanisme voor de werkgevers die niet voldoende opleidingsinspanningen leveren;
    • de invoering van een eenvormig statuut voor alle vormen van alternerend leren;
    • de verhoging van het aantal opleidingsuren betaald educatief verlof om tekorten aan arbeidskrachten te lenigen en laaggeschoolden te helpen een eerste diploma te halen (in afwachting van de regionalisering ervan);
    • de ratificering van het internationaal verdrag inzake huisarbeid;
    • het nemen van bijkomende maatregelen op het vlak van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers (werknemers in atypische arbeidssituaties, terugdringen aantal arbeidsongevallen,…);
    • de eenmaking van het statuut arbeiders-bedienden (uiterlijk tegen 8 juli 2013);
    • de harmonisatie en vereenvoudiging van het landschap van de paritaire comités;
    • de omzetting van de Europese richtlijn inzake uitzendarbeid;
    • het aanpassen van de regelgeving zodat telewerk, thuiswerk, schoolbelcontracten,… vergemakkelijkt wordt;
    • een vereenvoudiging en modernisering van de regelgeving inzake tijdelijk werk, deeltijds werk en overuren;
    • een versoepeling van de 38-urenweek;
    • de evaluatie van de wet Renault (bedrijfssluitingen en –herstructureringen);
    • de aanpassing van de wetgeving jaarlijkse vakantie teneinde vanaf het eerste werkjaar vakantiedagen toe te kennen.
Pensioen
    • de aanpassing van de leeftijds- en anciënniteitsvereisten voor het vervroegd pensioen (voorzien vanaf 2013):
      • de verhoging van de minimumleeftijd met 6 maanden per jaar om in 2016 op 62 jaar te komen (60 jaar blijft mogelijk voor lange loopbanen);
      • de verhoging van de loopbaanvereiste om in 2015 op 40 jaar te komen;
    • de verlenging van de pensioenbonus, na evaluatie ervan, met als bedoeling het aansporend karakter te versterken (vanaf 2013);
    • de aanpassing van de voorwaarden waaronder gepensioneerden nog mogen werken, de zogenaamde toegelaten activiteiten (vanaf 2013):
      • voor de gepensioneerden van 65 jaar die 42 loopbaanjaren tellen, vallen de loongrenzen weg[3];
      • voor alle andere gepensioneerden blijven de loongrenzen bestaan, maar worden ze geïndexeerd en zal de sanctie in verhouding tot de overschrijding staan;
    • een aanpassing van de pensioenberekening, zodat de periodes van activiteit meer doorwegen dan periodes van inactiviteit;
    • de opwaardering van de pensioenen in het kader van de welvaartsvastheid;
    • een aanpassing van de overlevingspensioenen:
      • de mensen die hun partner verliezen, krijgen een soort “overgangsuitkering”;
      • na de overgangsuitkering, en indien ze nog geen werk hebben, is er onmiddellijk recht op een werkloosheidsuitkering (zonder wachttijd);
      • de regels om een pensioen en een beroepsinkomen te cumuleren zullen worden versoepeld om werkloosheidsvallen te vermijden;
    • een hele reeks van maatregelen betreffende de 2de en de 3de pensioenpijler:
      • de consolidatie van de 1ste pensioenpijler en de versterking van de 2de pensioenpijler (met eventuele creatie van 1ste pijler bis voor wie geen toegang heeft tot de 2de pijler);
      • de aanpassing van de 80%-regel om de perverse effecten ervan te vermijden (bijvoorbeeld aandikken salaris op het einde van de loopbaan,…);
      • een beperking van de aftrekbaarheid van de bijdragen gestort voor de 2de pensioenpijler: deze zullen enkel nog aftrekbaar zijn indien de som van het aanvullend pensioen en het wettelijk pensioen niet hoger is dan het hoogste overheidspensioen;
      • de aanpassing belastingvoeten 2de pijler: 20% op 60 jaar, 18% op 61 jaar, 16,5% van 62 tot 64 jaar en 10% op 65 jaar (momenteel 16,5% vanaf 60 jaar en 10% op 65 jaar);
      • een nieuwe berekeningswijze van de belastingverminderingen op de 2de en 3de pijler: deze worden momenteel berekend op basis van een bijzondere gemiddelde aanslagvoet en zullen in de toekomst berekend worden op basis van een percentage van 30% voor iedereen, ongeacht het inkomen.
Werkloosheid
    • een structurele hervorming van de wachtuitkeringen (voorzien vanaf 1 januari 2012):
      • wachttijd wordt beroepsinschakelingstijd en wachtuitkeringen worden inschakelingsuitkeringen;
      • de beroepsinschakelingstijd zal 12 maanden bedragen ongeacht de leeftijd en na deze periode zal de werkloze enkel recht hebben op inschakelingsuitkeringen indien hij bewijst dat hij actief op zoek is naar werk (positieve evaluatie noodzakelijk + schorsing van de uitkeringen tijdens 6 maanden na elke negatieve evaluatie);
      • de uitkeringen worden beperkt in de tijd: duur afhankelijk van leeftijd en gezinssituatie
    • een versterkte degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen, opgedeeld in 3 periodes:
      • een eerste periode van 12 maanden met uitkeringen waarvan het bedrag gelijk is aan 65% of 60% van het laatste loon, beperkt tot een bepaald loonplafond (voorzien vanaf 2013)
      • een tweede periode van maximaal 36 maanden (afhankelijk van de loopbaanduur) waarin de uitkeringen verder degressief naar beneden gaan (voorzien vanaf 2012);
      • een derde periode waarin de werkloosheidsuitkeringen forfaitair zullen zijn (voorzien vanaf 2012);
    • het verhogen van de leeftijd voor de anciënniteitstoeslag: vanaf 55 jaar tegenover 50 jaar nu (voorzien vanaf 1 juli 2012);
    • de verhoging van de leeftijdsgrens tot dewelke de werkloze beschikbaar moet zijn voor de arbeidsmarkt tot 60 jaar. In gebieden met lage werkloosheid kan dit zelfs op 65 jaar gebracht worden (vanaf 2013). De controle op de beschikbaarheid wordt volledig overgedragen naar de gewesten
    • de verstrenging van het begrip “passende dienstbetrekking”.
Jobcreatie
    • het vrijmaken van middelen voor het scheppen van nieuwe banen in de non-profitsector om in te spelen op de groeiende behoefte aan dienstverlening aan personen;
    • de creatie van een volwaardig statuut voor onthaalouders.
Bedrijfsleiders
    • een aanpassing op het vlak van de individuele pensioentoezeggingen: deze zullen moeten gebeuren via een verzekeringsmaatschappij of een pensioenfonds en niet meer via een interne pensioenvoorziening in het bedrijf. Bovendien komt er een belasting van 4,4% op de verzekeringspremies op die individuele pensioentoezeggingen;
    • een aanpassing van de belastbaarheid van het voordeel in natura dat voortvloeit uit de gratis terbeschikkingstelling van een onroerend goed dat eigendom is van de vennootschap aan de bedrijfsleider: berekening op basis van forfaits en coëfficiënten die meer aansluiten op de realiteit.
Sociale fraude
    • een verhoging van het aantal controleurs en inspecteurs en versterking van de SIOD (Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst) en uitvoering van de 2de fase e-pv;
    • de versterking van de strijd tegen het zwartwerk, onder meer door extra controles op formaliteiten deeltijdse arbeid, door invoering van een geregistreerde kassa in de horeca, aanwezigheidsregistratie in de bouw,…;
    • een aanpassing van de wet op de terbeschikkingstelling om misbruik van detacheringen en terbeschikkingstellingen tegen te gaan;
    • een strengere controle op het gebruik van valse documenten (C4,…) in het kader van de strijd tegen uitkeringenfraude;
    • de versterking van de strijd tegen schijnzelfstandigen en schijnwerknemers (invoering van een weerlegbaar vermoeden van ondergeschiktheid indien aan een aantal criteria voldaan is);
    • de aanpassing van de wetgeving zodat een onderzoek of vervolging de verjaringtermijn van de door de werkgever aan de RSZ verschuldigde bijdragen stuit;
    • verlies of vermindering van de doelgroepverminderingen gedurende een bepaalde periode indien zwartwerk, mensenhandel, tewerkstelling zonder arbeidskaart,…;
    • de verduidelijking van het begrip ‘loon' om misbruiken tegen te gaan (bijvoorbeeld met forfaitaire onkosten)

Fiscale fraude
    • de voortzetting van de coördinatie van de bestrijding van de sociale en fiscale fraude
    • de uitvoering van de aanbevelingen van de parlmentaire onderzoekscommisie belast met het onderzoek naar de grote fiscale fraudedossiers;
    • een harmonisatie van de onderzoeks- en procedureregels;
    • een herziening van de wetgeving op de onderkapitalisatie;
    • de verplichting om alle buitenlandse bankrekeningen aan te geven;
Bijkomende belastingen
    • de hervorming van de notionele intrestaftrek (voorzien vanaf 2012);
    • het optrekken van de roerende voorheffing tot 21% (momenteel 15%) en een bijkomende vermeerdering met 4% (tot 25%) voor de roerende inkomsten boven 20.000 euro (voorzien vanaf 2012);
    • het optrekken van de forfaitaire evaluatie op het moment van toekenning van de stock-options naar 18% (voorheen 15%);
    • een verhoging van de belasting op beursverrichtingen: een stijging met 30% van de tarieven en plafonds die gelden per verrichting;
    • een belasting op de meerwaarden op aandelen in het kader van de vennootschapsbelasting: invoering van een specifiek tarief van 25% (met vrijstelling indien de aandelen minstens 1 jaar in het bezit van de vennootschap worden gehouden);
    • een verhoging van de prijs van de dienstencheques met 1 euro (voorzien vanaf 2013)[4].


[1] Van zodra deze regionalisering een feit is, mag de federale overheid geen nieuwe doelgroepen meer creëren. De structurele lastenverlaging en de gedeeltelijke vrijstelling van de bedrijfsvoorheffing blijven wel een federale bevoegdheid, net als de eerste aanwervingen.

[2] Een eventuele verlenging op sectorvlak kan nog wel voor tijdskrediet zonder uitkeringen, maar aan de sectoren wordt gevraagd dit op termijn ook niet meer te doen.

[3] Deze loopbaanvoorwaarde kan later nog opgetrokken worden.

[4] Hun aftrekbaarheid wordt wel behouden.

Securex Sociaal Secretariaat - Legal 09-12-2011