To Delete Document
InEditMode: ("1" if Yes) IsNewDoc: ("1" if Yes) DspNow: UserCN: (username-CN) HistoryFields: (is used in the code for the history subform) -

-

Ploegenarbeid in bouw- en aanverwante sectoren: maatregel eindelijk toepasbaar!

09/05/2019

Enige tijd geleden werd de gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid uitgebreid naar de bouw- en aanverwante sectoren. Een foutieve indexeringsregel in de oorspronkelijke wetgeving verhinderde echter dat de maatregel in de praktijk kon toegepast worden. Door de publicatie van de wet van 28 april 2019[1] wordt dit probleem nu verholpen.

De fiscale vrijstelling voor ploegenarbeid opgefrist

Om de meerkost van nacht- en ploegenarbeid te compenseren werd destijds een gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing in het leven geroepen als fiscale stimulans voor de werkgever.

Raadpleeg voor meer informatie hierover onze fiche.

Oorspronkelijk was deze maatregel voornamelijk van toepassing in een industriële context (bv. fabrieken) en konden de bouw- en aanverwante sectoren er nagenoeg nooit van genieten[2].

Uitbreiding van de vrijstelling tot de bouw- en aanverwante sectoren

Toen in het kader van de taxshift onderhandeld werd over een maatregel om de loonkosten in de bouwsector te verminderen, werd onmiddellijk gedacht om dit via de gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing te realiseren.

Daartoe moest de klassieke definitie van ‘ondernemingen waar ploegenarbeid wordt verricht’ echter verruimd worden tot ondernemingen waar de werknemers ‘in ploegen’ (volgens een eigen definitie) werken in onroerende staat[3] verrichten op werven. De definitie van ‘ploegenarbeid’ werd bijgevolg als volgt aangevuld (retro- actief sinds 1 januari 2018)[4]:

  • de onderneming moet het werk verrichten in één of meerdere ploegen van minstens twee personen die hetzelfde of complementair werk doen zowel qua inhoud als qua omvang;
  • de werknemers verrichten werken in onroerende staat op locatie (op werven) en,
  • voor deze werknemers wordt een bruto-uurloon van minstens 13,99 euro in 2019 (basisbedrag: 13,75 euro) gelijkgesteld met een ploegenpremie.

Opgelet! Om van de maatregel te kunnen genieten, moeten alle werknemers die een ploeg vormen aan bovenstaande basisvoorwaarden voldoen. Voldoet één van hen hier niet aan, dan kan de vrijstelling ten aanzien van geen enkele werknemer toegepast worden. Deze basisvoorwaarden worden immers op gezamenlijke basis beoordeeld[5].

Niet alleen de bouwsector in strikte zin (PC 124), maar dus ook aanverwante sectoren (elektriciens, loodgieters, schilders, decorateurs, schrijnwerkers,…) komen in aanmerking voor de maatregel.

Beide definities (zowel de klassieke definitie van ploegenarbeid als bovenstaande specifieke definitie voor de bouw- en aanverwante sectoren) bestaan naast elkaar.

Ter herinnering: wat is het vrijstellingspercentage?

Om budgettaire redenen is het vrijstellingspercentage van de bedrijfsvoorheffing in deze context (ploegenarbeid in bouw- en aanverwante sectoren) beperkter dan voor gewone ploegenarbeid, maar het zal geleidelijk als volgt worden verhoogd:

  • Vanaf 1 januari 2018: 3% van het totaal van de belastbare bezoldigingen van alle betrokken werknemers;
  • Vanaf 1 januari 2019: dit percentage wordt opgetrokken tot 6 %;
  • Vanaf 1 januari 2020: dit percentage wordt opgetrokken tot 18 %; 

Foutieve indexeringsregel strooit roet in het eten

Tot nu toe kon de maatregel voor de bouwsector echter niet worden toegepast wegens onnauwkeurigheden in de oorspronkelijke wetgeving.

Zo werd het minimum bruto uurloon van 13,75 euro dat door alle leden van de ploeg moet verdiend worden door een foutieve indexeringsregel in de wet ongewild opgetrokken tot 17,42 euro in 2019. Hierdoor zou bijna geen enkele werknemer aan deze voorwaarde voldoen.

De wet van 28 april als oplossing

Dit probleem wordt nu opgelost door de publicatie van een ‘herstelwet’ van 28 april 2019 (zie voetnoot 1) die een gewijzigde indexeringsregel invoert. Op basis van die nieuwe indexeringsregel bedraagt het minimum bruto-uurloon dat wordt gelijkgesteld met een ploegenpremie 13,75 euro in 2018 en 13,99 euro in 2019. Op die manier voldoet een veel groter aantal werknemers aan de voorwaarden en wordt het nagestreefde doel bereikt. De maatregel kan nu dus eindelijk correct in de praktijk worden toegepast.

Wat doet Securex voor u?

Securex berekent de gedeeltelijke vrijstelling van de betaling van bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en past ze toe voor uw onderneming. Dat gebeurt echter niet automatisch. Naast de fiscale e-mail die u op het einde van het jaar ontvangt voor de klassieke toepassing van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid, zullen we u binnenkort bevragen of uw onderneming in aanmerking komt voor de uitbreiding van deze maatregel.

 


[1] Wet van 28 april 2019 houdende diverse fiscale bepalingen en tot wijziging van artikel 1, § 1ter van de wet van 5 april 1955 (1), BS van 6 mei 2019.

[2] In tegenstelling tot de traditionele industriële sectoren (waar het werk vaak in fabrieken wordt uitgevoerd) wordt het werk in de sector van het bouwbedrijf en de aanverwante sectoren vaak zodanig georganiseerd dat de ondernemingen niet aan de definitie van ploegenarbeid voldoen.

[3] In de zin van art. 20, § 2 KB btw nr. 1 van 29 december 1992.

[4] Wet van 26 maart 2018 betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie, B.S. 30 maart 2018

[5] Op dit principe bestaat één uitzondering: studenten en leerlingen in een alternerende opleiding met een lager brutoloon dan 13,99 euro (basisbedrag 13,75 euro)[5] zijn uitgesloten uit de beschrijving van een ploeg voor wat het minimum bruto-uurloon betreft. Anders gezegd, ook al voldoen de studenten en leerlingen niet aan de basisvoorwaarde inzake het minimum bruto-uurloon, dan kan de maatregel toch toegepast worden ten aanzien van de andere leden van de ploeg, op voorwaarde dat aan alle andere vereiste voorwaarden is voldaan.

Securex Sociaal Secretariaat - Legal 09-05-2019