To Delete Document
InEditMode: ("1" if Yes) IsNewDoc: ("1" if Yes) DspNow: UserCN: (username-CN) HistoryFields: (is used in the code for the history subform) -

-

Mobiliteitsbudget en wijzigingen mobiliteitsvergoeding verduidelijkt

04/05/2019

In ons artikel van 2 april deelden we mee dat de wetten op het mobiliteitsbudget en de wijzigingen aan de mobiliteitsvergoeding onlangs in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd zijn[1]. Onderstaand lichten we deze topics verder toe.

Het mobiliteitsbudget voor een betere multimodaliteit

Het mobiliteitsbudget is een bedrag dat aan een werknemer wordt toegekend ter compensatie van het feit dat hij afziet van de bedrijfswagen waarover hij beschikt of waarop hij aanspraak maakt[2] en dat hij kan besteden aan één of meerdere van volgende drie pijlers:

  • Pijler 1 is een milieuvriendelijke bedrijfswagen ;
  • Pijler 2 bestaat uit een verzameling van alternatieve en duurzame vervoerswijzen.
  • Pijler 3 is het saldo van het budget dat overblijft na aftrek van de uitgaven van pijlers 1 en 2. 

De focus bij het mobiliteitsbudget ligt op de zgn. “multimodaliteit”. Of anders gezegd, het opeenvolgend gebruik van verschillende vervoermiddelen (voor het woon- werkverkeer).

Meer informatie over het mobiliteitsbudget vindt u in ons artikel van 12 februari.

Wat moet u weten over de wijzigingen aan de mobiliteitsvergoeding?

De mobiliteitsvergoeding is een systeem waarmee werknemers die over een bedrijfswagen beschikken of hiervoor in aanmerking komen (eveneens volgens het bedrijfswagenbeleid van de werkgever- zie voetnoot 2) deze wagen kunnen inruilen tegen een geldbedrag waarop hetzelfde fiscaal en sociaal statuut van toepassing is als op bedrijfswagens.

Daar waar het mobiliteitsbudget inzet op multimodaliteit, ligt de nadruk bij de mobiliteitsvergoeding op het gebruik van het alternatief vervoer[3].

Waarom wijzigingen?

De mobiliteitsvergoeding trad reeds in werking op 1 januari 2018[4].

Een aantal wijzigingen aan de regeling waren echter noodzakelijk om de toepassingsregels van de mobiliteitsvergoeding op één lijn te brengen met die van het mobiliteitsbudget én om een aantal onduidelijkheden weg te werken. Een overzicht van deze wijzigingen volgt onderstaand.

“In aanmerking komen” voor een bedrijfswagen volstaat voortaan

In de oorspronkelijke wetgeving op de mobiliteitsvergoeding diende de werknemer gedurende een welbepaalde periode[5] effectief te beschikken over een bedrijfswagen bij de huidige werkgever om in aanmerking te komen voor de maatregel.

De nieuwe wet van 17 maart 2019 bepaalt nu, naar analogie met het mobiliteitsbudget, dat de regeling ook openstaat voor werknemers die niet effectief over een bedrijfswagen beschikken maar er wel voor in aanmerking komen omdat zij deel uitmaken van een functiecategorie die volgens het bedrijfswagenbeleid van de werkgever in een bedrijfswagen voorziet.

Op die manier wordt dus vermeden dat een werknemer genoodzaakt zou zijn om eerst twaalf maanden met een bedrijfswagen rond te rijden alvorens aanspraak te kunnen maken op de mobiliteitsvergoeding (zie voetnoot 5- de termijnen van 12 maanden en 3 maanden ononderbroken gelden niet bij een aanwerving of bij een bevordering/ functiewijziging vóór 1 maart).

Het zgn. bedrijfswagenattest dat sinds begin dit jaar onder voorwaarden diende opgesteld te worden door de werkgever bij een uitdiensttreding, verliest voortaan dan ook zijn nut en dient bijgevolg niet meer opgesteld te worden.

Persoonlijke bijdrage van de werknemer verduidelijkt

Wanneer een werknemer een eigen bijdrage doet, dan kan deze – net zoals bij de bedrijfswagen- in mindering gebracht worden op de mobiliteitsvergoeding.

In de oorspronkelijke wetgeving werd verkeerdelijk opgenomen dat deze eigen bijdrage enkel in mindering diende gebracht te worden op de mobiliteitsvergoeding zelf. Via een aanpassing werd nu bepaald dat deze eigen bijdrage bovendien bijkomend ook nog dient aangerekend te worden op het belastbaar gedeelte van de mobiliteitsvergoeding. Op die manier wordt de ongelijkheid met de regeling inzake bedrijfswagens weggewerkt.

Mobiliteitsvergoeding- geen statisch gegeven meer

Oorspronkelijk was de mobiliteitsvergoeding een vast bedrag (behoudens indexatie van de cataloguswaarde)[6] dat niet kon beïnvloed worden door welke wijzigingen dan ook tijdens de loopbaan van de werknemer.

Voortaan kan de mobiliteitsvergoeding echter ook verhoogd of verlaagd worden bij een functieverandering of bevordering wanneer de werknemer ten gevolge hiervan tot een functiecategorie behoort waarvoor het loonsysteem in een hogere of lagere bedrijfswagen voorziet.

Wanneer traden beide maatregelen in werking?

Beide wetten (mobiliteitsbudget en wijzigingen mobiliteitsvergoeding) traden retro- actief in werking op 1 maart 2019.

Mobiliteitsbudget versus mobiliteitsvergoeding- beide maatregelen op een rij

Verwart u beide maatregelen soms ook? Via dit handig vergelijkend schema wordt een duidelijk overzicht gegeven van de gelijkenissen en de verschillen tussen het mobiliteitsbudget en de mobiliteitsvergoeding.

Invoering op initiatief van de werkgever

De invoering van zowel de mobiliteitsvergoeding als het mobiliteitsbudget gebeurt op initiatief van de werkgever. Bovendien worden beiden systemen ingevoerd op vrijwillige basis. Ook de eventuele instap van de werknemer gebeurt vrijwillig, maar er is wel steeds een akkoord nodig met de werkgever.

Wat doet Securex voor u?

Zowel voor de invoering van beide systemen als voor het akkoord met de werkgever dienen documenten opgesteld te worden. Securex beschikt over modeldocumenten in dit verband. Gelieve uw Legal Advisor hiervoor te contacteren.

 


[1] Wet van 17 maart 2019 betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget (1) en Wet van 17 maart 2019 tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de mobiliteitsvergoeding (1), beide wetten in het Belgisch Staatsblad van 29 maart 2019.

[2] Omdat hij tot een functiecategorie behoort waarvoor het bij de werkgever geldende bedrijfswagenbeleid in een bedrijfswagen voorziet.

[3] zo kan een bedrijfswagen bijvoorbeeld, in tegenstelling tot bij het mobiliteitsbudget, geen deel uitmaken van de mobiliteitsvergoeding.

[4] Wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding, B.S. van 7 mei 2018.

[5] Op het moment van de aanvraag minstens 3 maanden ononderbroken én bijkomend in de 36 maanden voorafgaand aan de aanvraag, minstens gedurende 12 maanden.

[6] Voor meer informatie hierover kan u ons artikel van 20 maart 2019 raadplegen.

Securex Sociaal Secretariaat - Legal 04/05/2019