To Delete Document
InEditMode: ("1" if Yes) IsNewDoc: ("1" if Yes) DspNow: UserCN: (username-CN) HistoryFields: (is used in the code for the history subform) -

-

Hoe worden de mandaten verdeeld voor uw sociale verkiezingen?

09/23/2019

De informatie die de werkgever moet meedelen op dag X, die tussen 11 en 24 februari 2020 ligt[1], omvat onder meer het aantal mandaten en de verdeling ervan per categorie (arbeiders, bedienden, jeugdige werknemers en kaderleden).

Om het aantal gewone mandaten per orgaan te bepalen, zijn enkele stappen onontkoombaar:

  • berekening van het aantal werknemers binnen de onderneming;
  • berekening van de mandaten;
  • verdeling van de mandaten per categorie in de ondernemingsraad (OR);
  • verdeling van de mandaten per categorie in het comité voor preventie en bescherming op het werk (CPBW).

Hoe wordt het personeelsbestand binnen een onderneming berekend?

Alle werknemers die op dag X (voltijds of deeltijds) met een arbeidsovereenkomst of leerovereenkomst binnen de onderneming zijn tewerkgesteld, moeten in aanmerking worden genomen voor de berekening van het personeelsbestand van de onderneming, zelfs als de uitvoering van de arbeidsovereenkomst is geschorst.

In dat personeelsbestand tellen ook studenten en huisarbeiders mee, evenals de leden van het leidinggevend personeel, voor zover zij met een arbeidsovereenkomst met de werkgever verbonden zijn[2].

Gelijkstellingen

Personen die een beroepsopleiding volgen in een onderneming en onderzoekers van het FWO-Vlaanderen die in een onderneming worden gedetacheerd, worden gelijkgesteld met werknemers die in die onderneming zijn tewerkgesteld.

Uitsluiting

De werklozen in het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (de vroegere bruggepensioneerden) tellen niet mee in het personeelsbestand voor de berekening van de mandaten.

En wat met de uitzendkrachten?

Vroeger ging men ervan uit dat uitzendkrachten enkel in aanmerking genomen moesten worden om uit te maken of de drempels voor de oprichting van een OR of een CPBW waren bereikt (uitzendkrachten in het vierde kwartaal).  En dat dit aantal uitzendkrachten dus geen invloed had op het aantal toe te kennen mandaten.

Een arrest van het Hof van Cassatie van 30 maart 2009[3] heeft deze interpretatie evenwel ter discussie gesteld.  Het arrest stelt immers dat de uitzendkrachten die op dag X bij een gebruiker zijn tewerkgesteld niet alleen in aanmerking genomen moeten worden voor de berekening van de drempel, maar ook voor de berekening van de mandaten.

In antwoord op een parlementaire vraag wees de vroegere minister van Werk en Gelijke kansen echter op het volgende: ‘Het Hof van Cassatie heeft zich uitgesproken over het in aanmerking nemen van de uitzendkrachten voor het bepalen van het aantal mandaten, maar heeft zich daarentegen niet uitgesproken over het feit of uitzendkrachten moeten worden meegerekend voor de verdeling van de mandaten tussen de verschillende categorieën werknemers (arbeiders/bedienden)’.  De minister voegde eraan toe: ‘In dit stadium kunnen we ons dus alleen baseren op de gang van zaken die tot nu toe bestond en bij gebrek aan nadere preciseringen uitzendkrachten meerekenen voor de berekening van de drempel, maar niet voor de interne verdeling van de mandaten tussen de categorieën werknemers (arbeiders/bedienden)’[4].

De werkgeversvertegenwoordigers hebben dit standpunt onderschreven in een advies van de Nationale Arbeidsraad.  Maar aangezien de wetgeving op dit vlak niet gewijzigd werd, blijft deze vraag controversieel[5].

Onze raad is dan ook om rekening te houden met de uitzendkrachten voor de berekening van de mandaten[6], maar niet voor de verdeling ervan tussen de verschillende categorieën.

De brochure "Sociale verkiezingen" van de FOD Werkgelegenheid preciseert trouwens dat, om dubbele tellingen te vermijden, de uitzendkrachten die, behalve in het geval van economische werkloosheid of slecht weer, een vaste werknemer bij de gebruiker vervangen niet meegeteld moeten worden.

Tenslotte moeten de uitzendkrachten ook niet meegerekend worden bij hun eigenlijke werkgever, te weten het uitzendkantoor.

Berekening van het aantal mandaten per orgaan

Om het aantal mandaten, dat in verhouding staat tot het aantal werknemers in de onderneming, te bepalen, kunt u hier klikken om te weten te komen welke verdeelsleutel u moet gebruiken[7].

Wanneer er een afzonderlijke vertegenwoordiging van de kaderleden binnen de ondernemingsraad is, wordt de personeelsafvaardiging verhoogd met:

  • één eenheid als de onderneming minder dan 100 kaderleden tewerkstelt en
  • twee eenheden als de onderneming 100 of meer kaderleden. 

De leden van het leidinggevend personeel worden aan het aantal kaderleden toegevoegd tijdens de stap van de verdeling van de mandaten.

De personeelsafvaardiging telt bovendien plaatsvervangende leden. Er moeten evenveel plaatsvervangende als gewone leden zijn.

Daarnaast kan het aantal leden van de personeelsafvaardiging worden verhoogd na een eenparig akkoord tussen de werkgever en de representatieve werknemersorganisaties. Dit akkoord moet ten laatste op dag X worden gesloten. Er mogen echter nooit meer dan 25  leden zijn en de bijkomende mandaten moeten tussen de verschillende werknemerscategorieën worden verdeeld.

Verdeling van de mandaten per categorie in de ondernemingsraad

Als het aantal mandaten eenmaal is vastgesteld, moeten ze worden verdeeld tussen de verschillende werknemerscategorieën:

  • arbeiders;
  • bedienden;
  • kaderleden (de onderneming telt dan ten minste 15 kaderleden);
  • jeugdige werknemers (de onderneming telt dan ten minste 25 jeugdige werknemers). 

Er kunnen zich verschillende situaties voordoen:

1ste situatie: minder dan 25 jeugdige werknemers en geen afzonderlijke vertegenwoordiging van de kaderleden 

Het aantal mandaten wordt naar verhouding verdeeld tussen de arbeiders en de bedienden. De verhouding wordt als volgt vastgesteld:

Aantal werknemers per categorie x totaal aantal gewone mandaten 
Totaal aantal werknemers

2de situatie: minder dan 25 jeugdige werknemers en afzonderlijke vertegenwoordiging van de kaderleden

In deze situatie telt de onderneming meer dan 15 kaderleden, die zijn opgenomen op een afzonderlijke kieslijst. Het aantal mandaten dat aan de personeelsafgevaardigden wordt toegekend, wordt naar verhouding verdeeld op basis van het aantal werknemers in de categorieën ‘arbeiders’, ‘bedienden’ en ‘kaderleden’. Dezelfde formule als hierboven wordt toegepast.

3de situatie: er zijn ten minste 25 jeugdige werknemers

Wanneer een onderneming ten minste 25 jeugdige werknemers telt die jonger zijn dan 25 jaar, worden er mandaten voorbehouden voor deze jeugdige werknemers. Het gaat dus niet om bijkomende mandaten, maar veeleer om prioritaire mandaten. Om het aantal voorbehouden mandaten te bepalen, wordt de volgende verdeelsleutel gebruikt:

Totaal aantal
werknemers

Totaal aantal jeugdige
werknemers

Mandaten voorbehouden
aan jeugdige werknemers

Minder dan 101

25 tot 50

Meer dan 50

1

2

101 tot 500

25 tot 100

Meer dan 100

1

2

Meer dan 500

25 tot 150

151 tot 300

Meer dan 300

1

2

3

Deze voorbehouden mandaten worden in mindering gebracht van het totaal aantal mandaten. De overblijvende mandaten worden vervolgens volgens de bovenvermelde formule verdeeld tussen de arbeiders, de bedienden en eventueel de kaderleden.

Verdeling van de mandaten per categorie in het CPBW

De regels voor de verdeling van de mandaten per categorie binnen het CPBW zijn dezelfde als de regels voor de verdeling van de mandaten binnen de ondernemingsraad, met dien verstande dat er in het CPBW nooit een afzonderlijke vertegenwoordiging van de kaderleden is. In dat geval worden de kaderleden toegevoegd aan het totaal aantal bedienden.

 

 


[1] Naargelang van de datum van de sociale verkiezingen die in uw onderneming werd bepaald. 

[2] De leden van het leidinggevend personeel mogen daarentegen niet meedoen aan de stemming en mogen zich ook geen kandidaat stellen.

[3] U kan dit arrest raadplegen op Juridat.

[4] Vraag om uitleg van mevrouw Fabienne Winckel aan de vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid over ‘het opnemen van uitzendkrachten in de berekening van het aantal mandaten voor de sociale verkiezingen van 2012’ (nr. 5-1264), Handelingen van de Senaat, 5-97COM, 2010 – 2011, p. 16.  We willen er op wijzen dat in de brochure “Sociale verkiezingen” van de FOD Werkgelegenheid vermeld wordt dat de uitzendkrachten in aanmerking genomen moeten worden voor de berekening van het aantal mandaten.

[5] Voor meer informatie verwijzen we u naar het advies nr. 1.748 van 7 december 2010 (www.cnt-nar.be).

[6] Er wordt rekening gehouden met het aantal uitzendkrachten dat effectief op dag X tewerkgesteld is.

[7] Er gelden bijzondere regels in de ondernemingen van de sector van de mijnen, de graverijen en de ondergrondse groeven.

Securex Sociaal Secretariaat - Legal 09/23/2019