To Delete Document
InEditMode: ("1" if Yes) IsNewDoc: ("1" if Yes) DspNow: UserCN: (username-CN) HistoryFields: (is used in the code for the history subform) -

-
> Buitenlandse werknemers> 1a. De verblijfstitel en de single permit/gecombineerde vergunning (meer dan 90 dagen tewerkstelling)

De gecombineerde vergunning met toelating tot arbeid voor onbepaalde duur

Voor het verblijf en de tewerkstelling van meer dan 90 dagen hebben personen die niet in aanmerking komen voor een vrijstelling, een gecombineerde vergunning nodig.

Aanvraag in te dienen door de werknemer bij het bevoegd gewest

Indien de werknemer in aanmerking komt voor een toelating tot arbeid voor onbepaalde duur, moet de werknemer de aanvraag van de gecombineerde vergunning zelf indienen.

Betrokken werknemers

Enkel werknemers in de volgende situaties kunnen een vergunning voor onbepaalde duur aanvragen:

In het Vlaams Gewest
  • De buitenlandse onderdanen die het statuut van langdurig ingezeten onderdanenin een andere lidstaat van de Europese Unie hebben verkregen krachtens wetgeving of reglementering ter omzetting van richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen. Deze onderdanen moeten beschikken over een wettig verblijf in België en bewijzen dat ze 12 maanden arbeid in België hebben verricht gedurende maximaal 18 maanden onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag. Deze twaalf maanden arbeid in België dient verricht te zijn op basis van arbeidskaarten B en/of toelatingen tot arbeid;
  • De buitenlandse onderdanen die beschikken over een wettig verblijf in België en die bewijzen dat ze 4 jaar arbeid in België hebben verricht gedurende 5 jaar onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag. Deze vier jaar arbeid in België dient verricht te zijn op basis van arbeidskaarten B en/of toelatingen tot arbeid.

Perioden van volledige arbeidsongeschiktheid worden gelijkgesteld met arbeidsperioden, indien de arbeidsongeschiktheid het gevolg is van een ziekte, beroepsziekte of arbeidsongeval, die zich voordeden op een moment dat de werknemer op regelmatige wijze tewerkgesteld was door een in België gevestigde werkgever.

De volgende periodes worden niet in aanmerking genomen om te bepalen of een werknemer een aanvraag voor toelating tot arbeid van onbepaalde duur kan indienen:

  • Periodes waarvoor er geen arbeid of tewerkstelling bewezen kan worden. Hieronder vallen ook de periodes die gedekt zijn door toelatingen tot arbeid die toegekend zijn voor prestaties buiten een arbeidsovereenkomst. Het gaat dan bijvoorbeeld om au-pair overeenkomsten of een stageovereenkomst als stagiair zonder loon;
  • Periodes waarin de werknemer gedetacheerd werd door een buitenlandse werkgever;
  • Periodes van verblijfsgerelateerde tewerkstelling. Het betreft periodes waarin de werknemer tewerkgesteld was in het kader van zijn specifieke verblijfssituatie[1];
  • Grensarbeid.
In het Waals Gewest
  • De buitenlandse onderdanen die het statuut van langdurig ingezeten onderdaan in een andere lidstaat van de Europese Unie hebben verkregen krachtens een wetgeving of regelgeving tot omzetting van de Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen. Deze onderdanen moeten met een arbeidsvergunning of een B-vergunning gedurende een ononderbroken periode van 12 maanden tewerkgesteld geweest zijn;
  • De buitenlandse onderdanen die gedurende een periode van ten hoogste tien jaar legaal en ononderbroken verblijf onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag, 4 jaar werk kunnen aantonen dat wordt gedekt door een arbeidsvergunning of een B-vergunning of 3 jaar voor onderdanen van landen waarmee België gebonden is door internationale verdragen of overeenkomsten betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers[2].

Als de echtgeno(o)t(e), de wettelijk samenwonende partner of de kinderen van de betrokken werknemer legaal bij de werknemer verblijven wordt deze periode ingekort met één jaar.

Het verblijf wordt geacht ononderbroken te zijn als:

  • De onderbreking tussen twee opeenvolgende verblijfsperiodes maximaal één jaar bedraagt;
  • De afwezigheid het gevolg is van militaire verplichtingen en de werknemer maximaal 60 dagen na het einde van de dienstperiode naar België is teruggekeerd.

Perioden van volledige arbeidsongeschiktheid worden gelijkgesteld met arbeidsperioden, indien de arbeidsongeschiktheid het gevolg is van een beroepsziekte, een arbeidsongeval, of een ongeval op de weg van en naar het werk, voor zover ze zich voordeden op een moment dat de werknemer op regelmatige wijze tewerkgesteld was door een in België gevestigde werkgever. Ook de periodes van moederschapsbescherming of vaderschapsverlof opgenomen op een moment dat de werknemer op regelmatige wijze tewerkgesteld was door een in België gevestigde werkgever worden gelijkgesteld.  

De volgende periodes worden niet in aanmerking genomen om te bepalen of een werknemer een aanvraag voor toelating tot arbeid van onbepaalde duur in te dienen:

  • Periodes waarvoor er geen arbeid of tewerkstelling bewezen kan worden. Hieronder vallen ook de periodes die gedekt zijn door toelatingen tot arbeid die toegekend zijn voor prestaties buiten een arbeidsovereenkomst op basis van de wet van 3 juli 1978 of de wet op de uitzendarbeid van 20 augustus 1987. Het gaat dan bijvoorbeeld om au-pair overeenkomsten of een stageovereenkomst als stagiair zonder loon;
  • Periodes waarin de werknemer gedetacheerd werd door een buitenlandse werkgever.
In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
  • De buitenlandse onderdanen die het statuut van langdurig ingezeten onderdaan in een andere lidstaat van de Europese Unie hebben verkregen krachtens een wetgeving of regelgeving tot omzetting van de Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen. Deze onderdanen moeten gedurende 12 maanden een knelpuntberoep hebben uitgeoefend in België;
  • De buitenlandse onderdanen die gedurende een periode van ten hoogste 10 jaar legaal en ononderbroken verblijf onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag, 4 jaar werk kunnen aantonen dat wordt gedekt door een arbeidsvergunning of een B-vergunning of 3 jaar voor onderdanen van landen waarmee België gebonden is door internationale verdragen of overeenkomsten betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers[3].

Als de echtgeno(o)t(e), de wettelijk samenwonende partner of de kinderen van de betrokken werknemer legaal bij de werknemer verblijven wordt deze periode ingekort met één jaar.

Het verblijf wordt geacht ononderbroken te zijn als:

  • De onderbreking tussen twee opeenvolgende verblijfsperiodes maximaal één jaar bedraagt;
  • De afwezigheid het gevolg is van militaire verplichtingen en de werknemer maximaal 60 dagen na het einde van de dienstperiode naar België is teruggekeerd.

Perioden van volledige arbeidsongeschiktheid worden gelijkgesteld met arbeidsperioden, indien de arbeidsongeschiktheid het gevolg is van een beroepsziekte, een arbeidsongeval of een ongeval op de weg van en naar het werk die zich voordeden op een moment dat de werknemer op regelmatige wijze tewerkgesteld was door een in België gevestigde werkgever. Ook periodes van moederschapsrust zijn gelijkgesteld.

De periodes van de volgende werksituaties worden niet in aanmerking genomen om te bepalen of een werknemer een aanvraag voor toelating tot arbeid van onbepaalde duur in te dienen:

  • stagiairs;
  • gedetacheerde werknemers;
  • onderzoekers en gasthoogleraren;
  • gespecialiseerde techniekers;
  • au pairs;
  • echtgenoten, geregistreerde partners of kinderen van een buitenlandse werknemer met een arbeidskaart B of het statuut van zelfstandige;
  • echtgenoten, geregistreerde partners of kinderen van een van een arbeidskaart vrijgestelde buitenlandse werknemer[4];
  • vrijwilligers;
  • seizoenarbeiders;
  • werknemers bedoeld in artikel 2 van het KB van 30 april 1999;
  • werknemers die een opleiding volgen.
In de Duitstalige Gemeenschap
  • De buitenlandse onderdanen die het statuut van langdurig ingezeten onderdaan in een andere lidstaat van de Europese Unie hebben verkregen krachtens een wetgeving of regelgeving tot omzetting van de Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen. Deze onderdanen moeten met een arbeidsvergunning of een arbeidskaart model B gedurende een ononderbroken periode van12 maanden tewerkgesteld geweest zijn;
  • De buitenlandse onderdanen die gedurende een periode van ten hoogste 10 jaar legaal en ononderbroken verblijf onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag, 4 jaar werk kunnen aantonen dat wordt gedekt door een arbeidsvergunning of een B-vergunning of 3 jaar voor onderdanen van landen waarmee België gebonden is door internationale verdragen of overeenkomsten betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers[5].

Als de echtgeno(o)t(e), de wettelijk samenwonende partner of de kinderen van de betrokken werknemer legaal bij de werknemer verblijven wordt deze periode ingekort met één jaar.

Perioden van volledige arbeidsongeschiktheid worden gelijkgesteld met arbeidsperioden, indien de arbeidsongeschiktheid het gevolg is van een beroepsziekte, een arbeidsongeval of een ongeval op de weg van en naar het werk die zich voordeden op een moment dat de werknemer op regelmatige wijze tewerkgesteld was door een in België gevestigde werkgever. 

De periodes van de volgende werksituaties worden niet in aanmerking genomen om te bepalen of een werknemer een aanvraag voor toelating tot arbeid van onbepaalde duur in te dienen:

  • stagiairs;
  • hooggeschoold personeel;
  • gedetacheerde werknemers;
  • onderzoekers en gasthoogleraren;
  • gespecialiseerde techniekers;
  • au pairs;
  • echtgenoten, geregistreerde partners of kinderen van een buitenlandse werknemer met een arbeidskaart B of het statuut van zelfstandige;
  • echtgenoten, geregistreerde partners of kinderen van een arbeidskaart vrijgestelde buitenlandse werknemer[6];
  • vrijwilligers;
  • werknemers bedoeld in artikel 2 van het KB van 30 april 1999;
  • werknemers die een opleiding volgen.

 


[1] Het gaat om de vrijstelling die voorzien zijn in het KB van 2 september 2018

[2] Inzake de tewerkstelling van buitenlandse werknemers heeft België akkoorden gesloten met de volgende landen: Algerije, Macedonië, Bosnië-Herzegovina, Servië en Montenegro, Marokko, Tunesië, Turkije en Zwitserland.  We noemen hier de landen die toegetreden zijn tot de Europese Unie niet op.

[3] Inzake de tewerkstelling van buitenlandse werknemers heeft België akkoorden gesloten met de volgende landen: Algerije, Macedonië, Bosnië-Herzegovina, Servië en Montenegro, Marokko, Tunesië, Turkije en Zwitserland.  We noemen hier de landen die toegetreden zijn tot de Europese Unie niet op.

[4] Dit zijn de vrijstellingen vermeld in het KB van 2 september 2018.

[5] Inzake de tewerkstelling van buitenlandse werknemers heeft België akkoorden gesloten met de volgende landen: Algerije, Macedonië, Bosnië-Herzegovina, Servië en Montenegro, Marokko, Tunesië, Turkije en Zwitserland.  We noemen hier de landen die toegetreden zijn tot de Europese Unie niet op.

[6] Dit zijn de vrijstellingen vermeld in het KB van 2 september 2018.

 

Securex Sociaal Secretariaat - Legal 08/15/2021