To Delete Document
InEditMode: ("1" if Yes) IsNewDoc: ("1" if Yes) DspNow: UserCN: (username-CN) HistoryFields: (is used in the code for the history subform) -

-
> Buitenlandse werknemers> 1a. De verblijfstitel en de single permit/gecombineerde vergunning (meer dan 90 dagen tewerkstelling)

In welke gevallen moet men geen gecombineerde vergunning aanvragen?

Vrijstelling van de verplichting om een gecombineerde vergunning aan te vragen

De hieronder opgesomde werknemers zijn vrijgesteld van de verplichting om een gecombineerde vergunning aan te vragen.

Wettig verblijf in België

Om van de vrijstelling te kunnen genieten, moeten de hieronder opgesomde personen wettig in België verblijven en mogen zij niet het voorwerp uitmaken van een negatieve verblijfsbeslissing.  Voor bepaalde categorieën geldt echter dat zij de vrijstelling toch krijgen, ook al zijn ze niet in het bezit van een wettige verblijfstitel. We vermelden dat dan expliciet.

Op de rugzijde van de verblijfstitels die vanaf 1 januari 2019 werden aangevraagd, staat eveneens de toelating tot de arbeidsmarkt vermeld. Als een persoon mag werken wordt er vermeld: “arbeidsmarkt: onbeperkt” of “arbeidsmarkt: beperkt”.

Opgelet! De vrijstellingen die hieronder vermeld worden zijn ook van toepassing wanneer de buitenlandse onderdaan in het bezit is van een document "bijlage 15",  gemachtigd of toegelaten is tot het verblijf en wacht op de afgifte van zijn verblijfstitel.

Meest voorkomende vrijstellingsgronden

Opgelet, we vermelden in deze fiche enkel de meest voorkomende gevallen[1].

  1. de onderdaan van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte[2] en de Zwitserse onderdaan (E kaart of het nationale identiteitsbewijs).
  2. de Britse onderdanen die onder het terugtrekkingsakkoord Het gaat om Britse onderdanen die vóór 1 januari 2021 al een verblijfsrecht hadden in België (M kaart) of die vóór 1 januari 2021 als grensarbeider in België werkten (N-kaart).
  3. de buitenlandse onderdaan:
  • die in het bezit is van een "verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie" (F kaart) of;
  • die in het bezit is van een "duurzame verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie" (F+ kaart) of;
  • die het voordeel inroept van een recht op verblijf op grond van artikel 40bis of van artikel 40ter van de wet van 15 december 1980, die in het bezit is, gedurende de periode van onderzoek van de aanvraag tot erkenning van het recht op verblijf, van een document overeenkomstig het model van bijlage 19ter van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 of;
  • die het voordeel inroept van een recht op verblijf op grond van artikel 40bis of van artikel 40ter van de wet van 15 december 1980, die gedurende het beroep ingediend bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen houder is van een geldig document overeenkomstig het model van bijlage 35 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 of;
  • de echtgenoot van een Belg of van onderdanen van de EER, die in het bezit is van een document overeenkomstig het model van bijlage 15 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 als grensarbeider, zolang die persoon in de Staat waar hij verblijft over een recht op of een machtiging tot verblijf beschikt van meer dan 3 maanden. 
  1. de buitenlandse onderdaan die:
  • in het bezit is van een vestigingsvergunning (het gaat om de identiteitskaart voor vreemdelingen, de zogenaamde gele identiteitskaart – kaart C) of;
  • gemachtigd of toegelaten werd om onbeperkt in het land te Deze personen zijn in het bezit van een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister (kaart B) of;
  • in het bezit van een verblijfsvergunning “EG-langdurig ingezetene” (kaart D).
  1. de in België erkende vluchteling[3];
  2. het rijdend of varend personeel dat voor rekening van een in het buitenland gevestigde werkgever tewerkgesteld is aan werken van vervoer te land, ter zee of in de lucht, op voorwaarde dat hun verblijf in België geen drie opeenvolgende maanden overschrijdt. Deze vrijstelling geldt enkel in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap;
  3. de werknemers tewerkgesteld in de sector van het internationaal vervoer van personen of goederen, tenzij deze werknemers cabotageactiviteiten op het Belgisch grondgebied verrichten, op voorwaarde dat hun verblijf in België geen drie opeenvolgende maanden overschrijdt. Deze vrijstelling geldt enkel in het Vlaams en het Waals Gewest;
  4. de personen die naar België gekomen zijn, om voor rekening van een in het buitenland gevestigde onderneming, door de Belgische nijverheid geleverde goederen in ontvangst te nemen, voor zover hun verblijf in België geen drie opeenvolgende maanden overschrijdt;
  5. de werknemers, die geen onderdaan zijn van een lidstaat van de EER, die tewerkgesteld zijn door een in een lidstaat van de EER of Zwitserland gevestigde onderneming die zich naar België begeven voor het verrichten van diensten, op voorwaarde dat:
  • deze werknemers in de lidstaat van de EER of Zwitserland waar zij verblijven, beschikken over een recht op verblijf of een verblijfsvergunning van meer dan drie maanden;
  • deze werknemers op wettige wijze in de lidstaat waar zij verblijven, tewerkgesteld zijn en deze vergunning minstens geldig is voor de duur van het in België uit te voeren werk;
  • deze werknemers in het bezit zijn van een geldige arbeidsovereenkomst;
  • deze werknemers over een paspoort en een verblijfsvergunning beschikken geldig tot het einde van de dienstverlening, ten einde hun terugkeer naar hun land van oorsprong of verblijf te verzekeren;

 

De dienstverrichting mag er niet louter in bestaan arbeidskrachten ter beschikking te stellen.

 

  1. de personen die in het buitenland verblijven, er tewerkgesteld worden door een in het buitenland gevestigde werkgever en die naar België komen om aan internationale sportwedstrijden deel te nemen, evenals de scheidsrechters, begeleiders, officiële vertegenwoordigers, personeelsleden en alle andere personen geaccrediteerd en/of erkend door internationale of nationale sportfederaties, voor zover hun verblijf in dit land, nodig voor deze activiteit de duur van de sportproef en niet langer dan drie opeenvolgende maanden duurt;
  2. de schouwspelartiesten met internationale faam evenals de begeleiders van wie de aanwezigheid vereist is voor het schouwspel op voorwaarde dat hun verblijf in België, nodig voor deze activiteiten, drie opeenvolgende maanden niet overschrijdt;
  3. de studenten, bedoeld als de onderdanen van een derde land:
  • die door een Belgische instelling voor hoger onderwijs zijn aanvaard;
  • en aan wie een machtiging om langer dan 90 dagen in België te verblijven is verleend;
  • om een voltijdse studie te volgen.

 

Er geldt bovendien een voorwaarde die verband houdt met de arbeidsprestaties:

  • Ofwel moeten ze tijdens de schoolvakanties worden verricht;
  • Ofwel moeten ze buiten de schoolvakanties worden verricht. De tewerkstelling mag dan niet meer bedragen dan 20 uur per week en moet verenigbaar zijn met hun studie[4].

 

  1. de studenten die na het einde van hun studies een machtiging tot verblijf van maximaal 12 maanden hebben gevraagd op basis van de artikelen 61/1/9 en 61/1/10 van de wet van 15 december 1980 (deze machtiging tot verblijf dient binnen de 3 maanden na het behalen van het diploma en 15 dagen vóór het verstrijken van de verblijfsvergunning aangevraagd te worden).
  2. de studenten die door een andere lidstaat van de Europese Unie werden gemachtigd tot verblijf op basis van de Europese mobiliteit (artikel 61/1/6 van de wet van 15 december 1980). Studenten die in een ander land van de Europese Unie zijn gemachtigd tot een verblijf in de hoedanigheid van student worden toegelaten in België voor een verblijf van ten hoogste 360 dagen om hun studie te voltooien.

 

Ook hier geldt een voorwaarde die verband houdt met de arbeidsprestaties:

 

  • Ofwel moeten ze tijdens de schoolvakanties worden verricht;
  • Ofwel moeten ze buiten de schoolvakanties worden verricht. De tewerkstelling mag dan niet meer bedragen dan 20 uur per week en moet verenigbaar zijn met hun studie[5].

 

  1. de studenten die verplichte stages verrichten in België ten behoeve van hun studies in België of in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland[6];
  2. de leerlingen die in dienst zijn genomen in het kader van een leerovereenkomst of een overeenkomst voor alternerend leren, erkend door de overheid die daarvoor de bevoegdheid heeft en uitsluitend voor de arbeidsprestaties in het kader van hun leerovereenkomst[7] of hun overeenkomst alternerend leren;
  3. de onderdanen van een derde land die in het kader van een onderzoek[8] zijn recht op korte termijnmobiliteit uitoefent op voorwaarde dat hij inkomsten verwerft waarmee de werknemer in zijn behoeften en die van zijn gezin kan voldoen[9] ;
  4. de buitenlandse onderdanen die tewerkgesteld worden door een in het buitenland gevestigde werkgever die naar België komen om een wetenschappelijk congres bij te wonen[10];
  5. de buitenlandse onderdanen die tewerkgesteld worden door een in het buitenland gevestigde werkgever die naar België komen voor het bijwonen van vergaderingen in beperkte kring. De vrijstelling geldt wel enkel indien de duur van hun verblijf nodig voor deze vergaderingen niet meer dan 20 dagen per vergadering en 60 dagen per jaar bedraagt[11];
  6. de werknemers die door een overheidsdienst worden tewerkgesteld;
  7. de leden van een diplomatieke of consulaire zending;
  8. bepaalde werknemers die naar België komen om een opleiding te volgen van maximum 3 kalendermaanden in de Belgische zetel van de multinationale groep waartoe hun onderneming behoort, in het kader van een opleidingsovereenkomst die tussen de zetels van die multinationale groep bestaat;
  9. de werknemers die naar België gedetacheerd worden voor de initiële assemblage en/of de eerste installatie van een goed, die een wezenlijk bestanddeel uitmaakt van de overeenkomst voor de leveringen van goederen en die noodzakelijk is het voor het in werking stellen van het geleverde goed en die uitgevoerd wordt door gekwalificeerde werknemers van de leverende onderneming[12];
  10. de buitenlandse onderdanen die als gespecialiseerde technici tewerkgesteld worden door een in het buitenland gevestigde onderneming en die naar België komen om dringende onderhouds- of reparatiewerken aan machines of apparaten uit te voeren die door hun werkgever geleverd werden aan de in België gevestigde onderneming waar het onderhoud of de herstelling plaatsvindt[13];
  11. de buitenlandse onderdanen die houder zijn een Europese blauwe kaart afgeleverd door de Dienst Vreemdelingenzaken; 
  12. de in het buitenland verblijvende journalisten die verbonden zijn aan in het buitenland uitgegeven dagbladen of in het buitenland gevestigde persagentschappen of radio- of televisiestations die naar België komen voor de uitoefening van hun opdracht. Het verblijf in België mag niet langer duren dan 3 maanden[14];
  1. de leidinggevende-ICT, specialist-ICT of stagiair-werknemer-ICT die zijn recht op kortetermijnmobiliteit Op voorwaarde dat de bezoldiging niet minder gunstig is dan die van vergelijkbare functies[15].

 

 


[1] Voor bijkomende inlichtingen kan u uw Legal Advisor contacteren.

[2] De landen die deel uitmaken van de Europese Economische Ruimte (EER) zijn België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, IJsland, Italië, Liechtenstein, Luxemburg, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje,  Zweden, Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slowakije, Slovenië, Tsjechië, Bulgarije, Roemenië en Kroatië. 

[3] Op een kandidaat-vluchteling is deze vrijstelling niet van toepassing tijdens de eerste 4 maanden van het verblijf.

[4] De tewerkstelling van 20 uren per week is de maximale tewerkstelling bij alle werkgevers samen.

[5] De tewerkstelling van 20 uren per week is de maximale tewerkstelling bij alle werkgevers samen.

[6] Deze studenten zijn vrijgesteld ongeacht hun verblijfssituatie (dus zelfs indien ze illegaal in het land verblijven). Worden voortaan ook beoogd de studenten die in een andere lidstaat van de EER of in Zwitserland studeren.

[7] Deze leerlingen moeten in het bezit zijn van een kaart A

[8] Aangezien voor deze vrijstelling in de verschillende gewesten aan andere voorwaarden moet worden voldaan, kijkt u dit best na met uw Legal Advisor.

[9] Het recht op korte termijn mobiliteit houdt in dat de persoon in het bezit moet zijn van een geldige vergunning voor onderzoeker die afgegeven is door een andere lidstaat om in België een deel van hun onderzoek te doen. En dit gedurende een periode van 180 dagen binnen elke periode van 360 dagen. Deze voorwaarde geldt enkel in het Vlaams en Waals Gewest.

[10] De beperking in de tijd werd afgeschaft. De vrijstelling komt nu overeen met dezelfde vrijstelling in het kader van de wetgeving betreffende de Limosa-aangifte.

[11] De vrijstelling komt nu overeen met dezelfde vrijstelling in het kader van de wetgeving betreffende de Limosa-aangifte.

[12] De duur van de vrijstelling is evenwel beperkt tot 8 dagen en de vrijstelling geldt niet voor activiteiten in de bouwsector.

[13] De vrijstelling geldt enkel indien het verblijf in België nodig voor het onderhoud of de herstelling niet meer dan 5  dagen per maand bedraagt.

[14] Voor een verblijf van langer dan drie maanden moet een combineerde vergunning aangevraagd worden.

[15] Onder kortetermijnmobiliteit wordt verstaan: het recht van een onderdaan van een derde land die in het bezit is van een geldige vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon, afgegeven door een andere lidstaat, om op het Belgische grondgebied te verblijven en te werken in elke in België gevestigde entiteit. Deze entiteit moet tot dezelfde onderneming of dezelfde groep van ondernemingen behoren. De persoon in kwestie mag maximaal 90 dagen binnen elke periode van 180 dagen in België werken.

 

Securex Sociaal Secretariaat - Legal 08/15/2021