To Delete Document
InEditMode: ("1" if Yes) IsNewDoc: ("1" if Yes) DspNow: UserCN: (username-CN) HistoryFields: (is used in the code for the history subform) -

-

Doelstelling van 5 opleidingsdagen - Stand van zaken

13/11/2017

De Nationale Arbeidsraad (NAR) heeft op 26 september 2017 advies nr. 2051 uitgebracht over een ontwerp van koninklijk besluit tot uitvoering van de verplichting inzake opleidingsinspanningen, een onderdeel van de wet Peeters[1].

Dit advies komt er nadat de meeste sectoren hun collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) op dat vlak al hebben verlengd voor de periode 2017-2018. Die stellen overigens een groeipad voor de komende jaren in het vooruitzicht en verduidelijken ook op hoeveel opleidingsdagen een werknemer collectief of individueel recht heeft. Deze initiatieven werden binnen de sectoren genomen om de nieuwe interprofessionele doelstelling van gemiddeld 5 opleidingsdagen per jaar en per voltijds equivalent te halen die vanaf 2017 wordt opgelegd[2].

De wet Peeters

De wet bepaalt dat de interprofessionele doelstelling van 1,9% van de loonmassa vanaf 1 januari 2017 wordt omgezet in een interprofessionele doelstelling van gemiddeld 5 opleidingsdagen per jaar, per voltijds equivalent.

Wat betekent dat concreet?

Alle werkgevers uit de privésector moeten samen een globale opleidingsinspanning van gemiddeld 5 dagen per jaar en per voltijdse werknemer leveren. De controle hierop moet via de sociale balans gebeuren.

De wet heeft echter niet tot gevolg dat elke werknemer meteen aanspraak moet kunnen maken op een individueel recht op 5 opleidingsdagen per jaar. Deze beslissing moet immers door de sectoren worden genomen en ze kunnen hierbij een groeipad volgen om zo geleidelijk aan deze 5 dagen te komen. De werkgever kan ook het initiatief nemen om een opleidingskrediet van ten minste 2 dagen toe te kennen op een individuele opleidingsrekening op naam van de werknemer.

Als geen van beide opties wordt aangeboden, en enkel in dat geval, kan de werknemer individueel aanspraak maken op 2 opleidingsdagen per jaar en per voltijds equivalent. Dit is het aanvullend recht.

Deze nieuwe verplichting geldt echter niet voor ondernemingen die minder dan 10 werknemers tewerkstellen. Voor werkgevers die ten minste 10 maar minder dan 20 werknemers tewerkstellen moeten afwijkende regels worden opgesteld[3].

Ontwerp van uitvoeringsbesluit

Het advies van de NAR van 26 september 2017 gaat over het ontwerp van koninklijk besluit dat wordt verwacht om dit deel van de wet Peeters uit te voeren.

Dit besluit:

  • stelt de minimale vermeldingen van de opleidingsrekening vast;
  • bepaalt hoe het huidig investeringsniveau in opleiding moet worden berekend om bij verlenging van een bestaande collectieve arbeidsovereenkomst de omzetting mogelijk te maken van de opleidingsinspanning uitgedrukt in percentage van de loonmassa naar een aantal opleidingsdagen;
  • concretiseert de afwijkende regeling voor werkgevers die ten minste 10 maar minder dan 20 werknemers tewerkstellen;
  • legt de praktische modaliteiten vast om de werknemer in te lichten over zijn opleidingskrediet en om de berekening uit te voeren van het aantal opleidingsdagen waarop een werknemer die niet gedurende het volledige jaar was tewerkgesteld recht heeft.

Het advies van de NAR

De NAR benadrukt dat de autonomie van de sectoren in acht moet worden genomen, meer bepaald wat de opleidingsverplichtingen betreft (instrument om het huidig inspanningsniveau vast te stellen, opleidingen op de werkplek, gemiddeld aantal opleidingsdagen). Sommige sectoren en subsectoren hebben hiertoe immers al modaliteiten uitgewerkt en dit nog vóór de inwerkingtreding van de wet Peeters.

Deze bezorgdheid om de autonomie van de sectoren te respecteren gaat ook over de mogelijkheid die hen moet worden gelaten om het toepassingsgebied van hun cao’s vast te stellen en er al dan niet alle ondernemingen in op te nemen, met inbegrip van die met minder dan 20 of minder dan 10 werknemers. Zo kunnen de sectoren eventueel specifieke modaliteiten uitwerken voor die ondernemingen.

De NAR merkt bovendien op dat het ontwerp van koninklijk besluit voorziet in een inwerkingtreding op 1 februari 2017. Maar de in de wet Peeters vastgelegde uiterste datum voor de neerlegging van de cao’s is 30 november 2017. Daarom dringt de Raad erop aan dat de sectoren zo snel mogelijk een zeker en duidelijk juridisch kader moeten krijgen zodat tijdig cao’s kunnen worden gesloten die stroken met de reglementering.

Wat de al gesloten akkoorden betreft, pleit de Nationale Arbeidsraad er vanuit die invalshoek ook voor om de sectorale dynamiek niet opnieuw ter discussie te stellen en om de wettelijkheid van de cao’s te toetsen aan de bepalingen van de wet Peeters en niet aan het koninklijk besluit tot uitvoering ervan.

Hoe gaat het nu verder?

Het ontwerpbesluit werd op 27 oktober goedgekeurd tijdens de ministerraad en werd vervolgens overgemaakt aan de Raad van State voor advies. We houden u uiteraard op de hoogte van de verder ontwikkelingen.

 


[1] Wet van 5 maart 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk

[2] Vroeger was deze doelstelling 1,9% van de loonmassa.

[3] Het aantal werknemers wordt berekend op basis van het gemiddeld aantal werknemers uitgedrukt in voltijdse equivalenten tijdens de twee voorafgaande jaren.

Securex Sociaal Secretariaat - Legal 13-11-2017