To Delete Document
InEditMode: ("1" if Yes) IsNewDoc: ("1" if Yes) DspNow: UserCN: (username-CN) HistoryFields: (is used in the code for the history subform) -

-

Vlaanderen hervormt alternerend leren

08/30/2016

Bij de 6de Staatshervorming werd Vlaanderen bevoegd voor het industrieel leerlingenwezen en de alternerende beroepsinlevingsovereenkomst in het deeltijds beroepssecundair onderwijs (DBSO).  De Vlaamse regering besliste om van deze overheveling gebruik te maken om enkele bestaande statuten inzake leren en werken te moderniseren, vereenvoudigen en harmoniseren

De industriële leerovereenkomst, de beroepsinlevingsovereenkomst DBSO en de leerovereenkomst middenstand worden dan ook afgeschaft en vervangen door een nieuw type van opleidingsovereenkomst voor de uitvoering van een alternerende opleiding[1]

De nieuwe regels treden op 1 september 2016 in werking.

Waarom een alternerende opleiding?

De Vlaamse regering wil maximaal inzetten op "duaal leren": alternerend leren en werken dient immers een antwoord te bieden op het probleem van het vroegtijdig schoolverlaten (omwille van schoolmoeheid) en van de jeugdwerkloosheid (omwille van het gebrek aan ervaring).

Door een alternerende opleiding te volgen, kunnen de jongeren tijdens hun opleiding reeds werkervaring opdoen: een theoretische opleiding (op school of in een Syntra-lesplaats) wordt gekoppeld aan een praktische opleiding in een onderneming, en dit onder toezicht van een mentor (een ervaren werknemer of bedrijfsleider van de onderneming) en een trajectbegeleider (een door de opleidingsverstrekker gemandateerd persoon).

Wat is een alternerende opleiding?

Onder alternerende opleiding wordt verstaan:

  • elke opleiding van het voltijds secundair onderwijs[2] die door de Vlaamse regering als duaal wordt aangeduid;
  • elke opleiding in het deeltijds beroepssecundair onderwijs;
  • elke opleiding in de leertijd.

Welke overeenkomst sluiten?

Voor de uitvoering van een dergelijke alternerende opleiding moet er een tripartiete overeenkomst gesloten worden tussen de leerling, de erkende onderneming en de opleidingsverstrekker.  Vanaf 1 september 2016 zijn er in principe[3] nog maar 2 soorten van overeenkomst mogelijk:

  • de overeenkomst van alternerende opleiding: deze moet gesloten worden als de opleiding gemiddeld op (school)jaarbasis minstens 20 uur per week opleiding op een reële werkplek omvat, zonder rekening te houden met de wettelijke feest- en vakantiedagen;
  • de stageovereenkomst alternerende opleiding: deze moet gesloten worden:
    • ofwel als de opleiding door de Vlaamse regering als duaal is aangeduid en op de werkplek gemiddeld op (school)jaarbasis minder dan 20 uur per week bedraagt, zonder rekening te houden met de wettelijke feest- en vakantiedagen;
    • ofwel als de opleiding uitsluitend plaatsvindt op een gesimuleerde werkplek.
Grootste verschilpunten tussen de overeenkomsten

De regelgeving voor de overkomst alternerende opleiding (hierna gewone overeenkomst genoemd) en de stageovereenkomst alternerende opleiding (hierna afgekort tot stageovereenkomst) loopt grotendeels gelijk: de voorwaarden waaraan de overeenkomsten moeten voldoen, de modaliteiten (duur, arbeidsregime), de schorsingsoorzaken en beëindigingswijzen ervan zijn volledig dezelfde.  Toch zijn er 3 grote verschilpunten:

  • De breuklijn tussen de gewone overeenkomst en de stageovereenkomst ligt op 20 uur per week omwille van het socialezekerheidsstatuut voor alternerende opleidingen, dat sinds 1 juli van vorig jaar van toepassing is. Leerlingen vallen immers onder dit statuut indien ze gemiddeld 20 uur per week werken. De Vlaamse regering heeft haar regelgeving op dit vlak dus afgestemd op de federale wetgeving. Voor meer informatie over dit socialezekerheidsstatuut verwijzen we u naar de fiche "Jongeren in opleiding - Eenvormig socialezekerheidsstatuut".
  • Daarnaast heeft een leerling met een gewone overeenkomst recht op een opleidingsvergoeding ten laste van de werkgever, terwijl de stageovereenkomst onbezoldigd is.
  • Tenslotte volgt de leerling met een stageovereenkomst de schoolvakantieregeling, terwijl de leerling met een gewone overeenkomst de vakantieregeling van de werknemers volgt (recht op vakantie op basis van de prestaties van het jaar voordien), maar daarbovenop nog recht heeft op 20 onbetaalde vakantiedagen per jaar.

Wat met de lopende overeenkomsten?

De nieuwe regels treden in werking op 1 september 2016.  De industriële leerovereenkomsten en leerovereenkomsten middenstand die vóór die datum gesloten werden op basis van de oude wetgeving blijven lopen tot hun einddatum. Ze blijven bovendien de regels volgen die voor de hervorming van toepassing waren.

Meer info?

U vindt een volledige analyse van de nieuwe (stage)overeenkomst alternerende opleiding in onze nieuwe fiche "(Stage)overeenkomst alternerende opleiding in de Vlaamse Gemeenschap", in de rubriek Sociaal / Dossiers / Stage-Leertijd.

 


[1] Decreet van 10 juni 2016, Belgisch Staatsblad van 17 augustus 2016.

[2] Met uitzondering van de integratiefase van opleidingsvorm 3 van het buitengewoon secundair onderwijs.

[3] Op dit principe bestaan 2 uitzonderingen.  In de eerste plaats in het kader van de overgangsmaatregelen (zie verder in dit artikel) en in de tweede plaats is in bepaalde gevallen nog een deeltijdse arbeidsovereenkomst mogelijk.  Op deze laatste uitzondering gaan we in dit artikel niet dieper in. U kan de uitleg hierover terugvinden in onze fiche "(Stage)overeenkomst alternerende opleiding in de Vlaamse Gemeenschap", in ons dossier Stage/Leertijd.

Securex Sociaal Secretariaat - Legal 08/30/2016