To Delete Document
InEditMode: ("1" if Yes) IsNewDoc: ("1" if Yes) DspNow: UserCN: (username-CN) HistoryFields: (is used in the code for the history subform) -

-

Uitbreiding aantal uren studentenarbeid

17/12/2020

Een recente wet inzake verschillende sociale maatregelen ingevolge de Covid-19-pandemie bepaalt dat de uren studentenarbeid die tijdens het vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021 in de zorgsector en in het onderwijs worden gepresteerd niet in aanmerking worden genomen voor de berekening van het jaarlijkse contingent van 475 uren studentenarbeid dat niet aan socialezekerheidsbijdragen is onderworpen.

Om deze maatregel te ondersteunen bepaalt een koninklijk besluit van 30 november 2020 dat ze ook doorwerkt voor de bedrijfsvoorheffing.

Meer dan 475 uren met verlaagde sociale bijdragen

Als u studenten tewerkstelt, hebben deze studenten voor 475 uren per jaar recht op een vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen op hun loon. Deze verlaagde bijdragen gelden zowel voor de student als voor u als werkgever.

Tijdens de eerste coronagolf werd beslist om de uren die studenten in het 2e kwartaal van 2020 zouden werken niet mee te rekenen in die 475 uren met als gevolg dat studenten meer dan 475 uur konden werken met verlaagde sociale bijdragen.

De berekeningsregels van de bedrijfsvoorheffing werden toen aangepast zodat de in het tweede kwartaal van 2020 gepresteerde uren studentenarbeid (die vrij zijn van sociale bijdragen) niet meetellen om te bepalen of deze 475 uur bereikt zijn, noch om de nettobestaansmiddelen te bepalen. 

Er wordt dus geen bedrijfsvoorheffing ingehouden op het loon voor studentenarbeid en de studenten kunnen ten laste blijven van hun ouders, zelfs met deze bijkomende prestaties.

Raadpleeg voor meer informatie ons artikel van 11 juni 2020. 

En nu?

Als gevolg van de tweede golf van de Covid-19 pandemie hebben de gezondheidszorg en het onderwijs een grote behoefte aan arbeidskrachten. Om studenten de mogelijkheid te bieden in deze sectoren aan de slag te gaan, wil de minister van Financiën het aantal uren studentenarbeid opnieuw uitbreiden.

In een wet van 4 november 2020 besliste de wetgever dat de uren studentenarbeid die tijdens het vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021 in de zorgsector en in het onderwijs worden gepresteerd evenmin in aanmerking worden genomen voor de berekening van het jaarlijkse contingent van 475 uren studentenarbeid dat niet aan socialezekerheidsbijdragen is onderworpen.

Daarnaast werd een koninklijk besluit van 30 november 2020 gepubliceerd dat deze maatregel wil ondersteunen en voorschrijft dat de uitbreiding van het aantal uren studentenarbeid ook doorwerkt voor de bedrijfsvoorheffing.

Dit besluit wijzigt bijlage III zodat geen bedrijfsvoorheffing wordt ingehouden op dit loon voor studentenarbeid.

Het gaat om bezoldigingen die vanaf 1 oktober 2020 worden betaald voor studentenarbeid in de zorg- en onderwijssector. Het toepassingsgebied van deze maatregel is dus beperkter dan tijdens de eerste golf toen alle “kritieke sectoren” geviseerd waren.

Om te vermijden dat studenten als gevolg van deze aanvullende prestaties te veel nettobestaansmiddelen ontvangen om nog ten laste te blijven van hun ouders, bepaalt een wetsvoorstel van 1 december dat geen rekening wordt gehouden met het loon voor de uren studentenarbeid die ze in het vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021 hebben gepresteerd in de zorg- en onderwijssector.

Securex Sociaal Secretariaat - Legal 17-12-2020