To Delete Document
InEditMode: ("1" if Yes) IsNewDoc: ("1" if Yes) DspNow: UserCN: (username-CN) HistoryFields: (is used in the code for the history subform) -

-

4 weken vakantie dankzij de aanvullende (Europese) vakantie

04/19/2018

Dankzij de aanvullende (of Europese) vakantie bij het begin of bij de hervatting van een activiteit kan een werknemer die geen recht heeft op een volledige wettelijke vakantie, toch 4 weken vakantie opnemen.

Wie heeft recht op aanvullende vakantie?

De werknemer moet aan drie voorwaarden voldoen om recht te hebben op aanvullende vakantie:

  • een activiteit beginnen of hervatten in dienst van één of meerdere werkgevers;
  • een aanloopperiode van 3 maanden achter de rug hebben;
  • zijn wettelijke vakantiedagen opgebruikt hebben.
Een activiteit aanvatten of hervatten in dienst van één of meerdere werkgevers

Onder aanvatten van een activiteit moet worden verstaan, de situatie van een werknemer die voor het eerst wordt tewerkgesteld bij een of meerdere werkgevers in het algemeen werknemersstelsel. Het gaat bijvoorbeeld om een werknemer die overstapt van het statuut van zelfstandige naar het statuut van werknemer.

Er is sprake van hervatting van activiteit indien de werknemer voordien bijvoorbeeld volledig werkloos was, tijdskrediet, ouderschapsverlof of onbetaald verlof opnam of enige tijd thuis zat na ontslag met verbrekingsvergoeding, en hierdoor geen volledige vakantierechten opgebouwd heeft.  Ook wanneer een deeltijdse werknemer overschakelt naar een voltijdse tewerkstelling of meer uren gaat presteren dan het jaar voordien wordt dit als een hervatting van activiteit beschouwd.

De gedetailleerde definities van aanvatten en hervatting van activiteit vindt u terug in onze fiche "De Europese of aanvullende vakantie".

Een aanloopperiode van 3 maand achter de rug hebben

De werknemer moet een periode van effectieve arbeidsprestaties van 3 maanden hebben verricht of een periode van arbeidsonderbreking van dezelfde duur hebben genoten die gelijkgesteld wordt met werkelijke arbeid.  Dit is de zogenaamde aanloopperiode.

Opgelet, deze aanloopperiode moet tijdens eenzelfde kalenderjaar bij één of meer werkgevers worden verricht en mag al dan niet onderbroken zijn.

Voorbeeld: een werknemer leverde arbeidsprestaties van 1 november 2017 tot 1 februari 2018. Hij zal op basis daarvan geen recht op Europese vakantie hebben (noch in 2017, noch in 2018), omdat hij geen 3 maanden arbeidsprestaties heeft verricht gedurende eenzelfde kalenderjaar.

Zijn wettelijke vakantiedagen hebben opgebruikt

Het recht op aanvullende vakantie gaat pas in nadat de wettelijke vakantiedagen zijn opgebruikt. Het recht op aanvullende vakantie kan echter wel worden uitgeoefend vóór het recht op seniorvakantie of jeugdvakantie. 

Duur van de aanvullende vakantie

De duur van de aanvullende vakantie is gelijk aan de duur van de maximale wettelijke vakantie waarop de werknemer theoretisch recht kan hebben min de wettelijke vakantiedagen waarop hij daadwerkelijk recht heeft op basis van zijn prestaties tijdens het vakantiedienstjaar.

Een werknemer die vorig jaar als ambtenaar tewerkgesteld was en dus geen wettelijke vakantiedagen in het werknemersstelsel opgebouwd heeft, zal in principe dus recht hebben op 20 aanvullende vakantiedagen (in een 5-dagenstelsel). Opgelet echter, deze aanvullende vakantiedagen worden in de loop van het jaar opgebouwd en ten vroegste na de aanloopperiode. Om te weten op hoeveel dagen de werknemer op een bepaald moment recht heeft, moet men dus telkens berekenen hoeveel dagen de werknemer op dat moment al heeft opgebouwd (2 dagen per maand in een 6-dagenstelsel).

Betaling van de aanvullende vakantie

De werknemer heeft recht op een bedrag dat overeenstemt met zijn normaal loon voor de dagen dat hij aanvullende vakantie neemt. Dit is het aanvullend vakantiegeld.  Het aanvullend vakantiegeld is echter niets meer dan een voorschot op het gewone dubbel vakantiegeld van het jaar nadien en het wordt tijdens het volgende jaar dus in mindering gebracht van dit gewone dubbel vakantiegeld (regularisatie).

Opnemen van aanvullende vakantie is niet verplicht

Als uw werknemer het boemerangeffect dat het gevolg is van de regularisatie van het aanvullend vakantiegeld wil vermijden, kan hij ervoor kiezen deze aanvullende vakantie niet op te nemen. In tegenstelling tot de wettelijke vakantiedagen moeten de aanvullende vakantiedagen niet verplicht opgenomen worden.

Denk aan jeugd- en seniorvakantie

Als uw werknemer aanspraak kan maken op jeugd- of seniorvakantie, raadt u hem best aan om voor deze formules te kiezen, aangezien deze financieel voordeliger zijn. Hij zal voor deze vakantiedagen immers een uitkering van de RVA ontvangen en het jaar dat volgt zal hij zijn dubbel vakantiegeld wel volledig ontvangen.

De jeugd- en seniorvakantie worden in andere artikels van onze artikelenreeks besproken. U vindt ze terug onder Sociaal > Actuele thema’s > Jaarlijkse vakantie.

Meer info?

Voor een gedetailleerde uitleg en voorbeelden over de aanvullende vakantie en het bijhorende vakantiegeld verwijzen we u naar onze fiche "De Europese of aanvullende vakantie". U kan deze raadplegen in de rubriek Sociaal > Dossiers > Jaarlijkse vakantie.

Securex Sociaal Secretariaat - Legal 04/19/2018