To Delete Document
InEditMode: ("1" if Yes) IsNewDoc: ("1" if Yes) DspNow: UserCN: (username-CN) HistoryFields: (is used in the code for the history subform) -

-

De jobstudent, een kind ten laste vanuit fiscaal oogpunt?

13/07/2020

Sommige ouders van studenten die in de loop van het jaar of tijdens de schoolvakantie als jobstudent werken, vragen zich af of ze de belastingverminderingen voor kinderen ten laste nog kunnen genieten[1]. Drie voorwaarden moeten hiertoe vervuld zijn:

  • de student moet deel uitmaken van het gezin;
  • het door de student ontvangen loon mag geen beroepskost zijn voor zijn ouders;
  • de netto bestaansmiddelen van de student mogen niet hoger zijn dan een bepaald bedrag.

Bovendien hebben ouders er niet altijd belang bij om de student ten laste aan te geven, rekening houdend met de beroepsinkomsten van hun kind en met de gezinssamenstelling.

Deel uitmaken van het gezin

De student moet op 1 januari van het aanslagjaar deel uitmaken van het gezin van zijn ouders. Zo zal voor het inkomstenjaar 2020 bijvoorbeeld worden nagegaan of de student op 1 januari 2021 deel uitmaakte van het gezin[2].

Geen beroepskost voor de ouders

Indien een student door zijn vader of moeder in hun eigen naam wordt tewerkgesteld en ze samen een gezin vormen, verhindert het loon dat die ouder aan de student stort en dat voor die ouder een beroepskost vormt die aftrekbaar is van zijn belastbare inkomsten, dat die student ten laste is van die belastingplichtige.

Voorbeeld: een vader die loodgieter is, werft zijn zoon die deel uitmaakt van zijn gezin, tijdens de vakantieperiode aan in eigen naam, en betaalt hem een loon. Deze zoon zal niet worden beschouwd als zijnde ten laste van zijn vader.

Als diezelfde vader echter zijn zoon als student in dienst neemt via zijn vennootschap, zal de vennootschap het loon als beroepskost aftrekken en blijft het kind ten laste van zijn vader (althans als aan de andere voorwaarden is voldaan). De vader en de vennootschap zijn immers afzonderlijke belastingplichtigen.

Geplafonneerde netto bestaansmiddelen

De netto bestaansmiddelen van de student mogen een bepaald bedrag niet overschrijden. De bedragen die niet overschreden mogen worden, kunt u hier raadplegen.

Opgelet! Deze bedragen zijn verschillend naargelang de student met een gewone arbeidsovereenkomst of een studentenovereenkomst werkt. Deze bedragen verschillen eveneens naargelang de ouders samen of apart belast worden.

Wat wordt verstaan onder "bestaansmiddelen" en "netto bestaansmiddelen"?

Het bedrag dat in aanmerking genomen moet worden, is een nettobedrag. Dit betekent dat een aantal kosten afgetrokken worden van de bestaansmiddelen van de student.

Welke bestaansmiddelen moeten in aanmerking worden genomen?

De bestaansmiddelen zijn alle regelmatige of occasionele inkomsten die al dan niet belastbaar zijn met inbegrip van lonen, inkomsten van onroerende goederen, achterstallen, vakantiegeld, gewaarborgd inkomen[3], enz.

Welke inkomsten zijn uitgesloten van het begrip bestaansmiddelen?

De volgende inkomsten zijn uitgesloten van het begrip bestaansmiddelen[4]:

  • de kinderbijslag, het kraamgeld en de wettelijke adoptiepremies;
  • de studietoelagen en de premies van voorhuwelijkssparen;
  • inkomsten verkregen door een gehandicapte persoon ten belope van het maximumbedrag waarop deze persoon recht heeft[5];
  • de bezoldigingen verkregen door gehandicapten ingevolge hun tewerkstelling in een erkende beschutte werkplaats;
  • de uitkeringen of aanvullende uitkeringen tot onderhoud die ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing, waarbij het bedrag met terugwerkende kracht wordt vastgesteld of verhoogd, aan de belastingplichtige zijn betaald na het belastbare tijdperk waarop ze betrekking hebben;
  • de aan de kinderen toegekende uitkeringen tot onderhoud ten belope van 3.380 euro (inkomsten 2020) per jaar;
  • de bezoldigingen verkregen door studenten krachtens een arbeidsovereenkomst voor de tewerkstelling van studenten, alsook de baten, winsten en bezoldigingen van bedrijfsleiders tot stand gebracht of vergaard door de studenten- zelfstandigen ten belope van 2.820 euro (inkomsten 2020) per jaar. 
Hoe wordt het nettobedrag van de bestaansmiddelen vastgesteld?

Het nettobedrag van de bestaansmiddelen moet in aanmerking worden genomen. Om dat nettobedrag vast te stellen moet als uitgangspunt altijd het brutobedrag worden genomen.

Om het nettobedrag vast te stellen wordt het brutobedrag verminderd met:

  • hetzij de werkelijke beroepskosten (bewezen door verantwoordingsstukken);
  • hetzij de forfaitaire beroepskosten (20% van de bezoldigingen of baten),

met voor wat het loon van een werknemer of de baten van een zelfstandige betreft, een minimumbedrag van 470 euro[6].

Voorbeeld 1

Een 20-jarige student ontving in 2020 de volgende inkomsten:

Bezoldiging ontvangen in het kader van een gewone arbeidsovereenkomst

€ 1.400

Bezoldiging ontvangen in het kader van een studentenovereenkomst

€ 2.900

Huurinkomen (hij is eigenaar van een studio)

€ 3.100

Er worden geen werkelijke kosten bewezen.

Vraag: kan de student fiscaal ten laste blijven van zijn gehuwde ouders?

  1. Huur

Brutobedrag

3.100

 

 

Aftrekbare kosten (- 20 % van het brutobedrag)

 

- 620

 

Nettobedrag van de bestaansmiddelen

 

 

2.480

 

  1. Bezoldigingen en baten

a) Brutobedrag met studentenovereenkomst

2.900

 

 

 

 

Vrijgesteld bedrag

 

- 2.820

 

 

 

In aanmerking te nemen verschil voor de berekening van de bruto-bestaansmiddelen

 

 

80

 

 

b) Brutobedrag met gewone arbeidsovereenkomst

 

 

1.400

 

 

Totaal bruto bestaansmiddelen (bezoldiging en baten) (80 + 1.400)

 

 

1.480

 

 

Aftrekbare kosten

(20 % van 1.480 = 296 met een minimum van 470 want bestaansmiddelen = bezoldigingen of baten)

 

 

 

- 470

 

Nettobedrag van de bestaansmiddelen uit de beroepsactiviteit

 

 

 

 

1.010

 

  1. Totaal van de netto bestaansmiddelen van de student: 2.480 + 1.010 = 3.490 euro

Antwoord: het nettobedrag van de bestaansmiddelen is hoger dan het grensbedrag van 3.380 euro (inkomsten 2020). Bijgevolg kan de student niet als kind ten laste worden beschouwd.

Voorbeeld 2

Het betreft hetzelfde geval als het vorig voorbeeld maar de student is 17 jaar oud.

Antwoord: de student blijft fiscaal ten laste van zijn ouders, want zijn ouders hebben het wettelijk genot van de huurinkomsten van de onroerende goederen van hun kinderen (die worden opgenomen in de inkomsten van de ouders). Het nettobedrag van de bestaansmiddelen is slechts 1.010 euro, wat minder is dan het plafond van 3.380 euro (inkomsten 2020).

Moet een student een belastingaangifte indienen?

Iemand die gewerkt heeft als student is ook verplicht om een belastingaangifte in te dienen.

In deze aangifte moeten alle belastbare inkomsten vermeld worden, ook het deel van de onderhoudsuitkeringen en de bezoldigingen dat niet als bestaansmiddelen wordt beschouwd en waarmee dus geen rekening wordt gehouden om te bepalen of de student nog ten laste is van zijn ouders.

Wenst u meer informatie over personen ten laste?

Contacteer dan uw Legal Advisor of consulteer onze fiche op Lex4You.

 


[1] Voor een algemeen overzicht van het fiscaal begrip "personen ten laste", raadpleeg onze rubriek Fiscaal/Info+/Personen ten laste.

[2] Wanneer het kind tijdelijk niet in het gezin verblijft (bijvoorbeeld Erasmus of op kot gedurende de week) betekent dat normaal niet dat het kind geen deel uitmaakt van het gezin.

[3] Roerende of onroerende goederen van minderjarige kinderen waarvan de ouders het wettelijk genot hebben, zijn niet begrepen in de berekeningsgrondslag van de netto bestaansmiddelen van het kind. De fiscus neemt immers de inkomsten van het kind waarvan de ouders het wettelijk genot hebben (als wettelijke beheerders) niet op in de berekeningsgrondslag van de eigen bestaansmiddelen van het kind. Dit wettelijk genot neemt een einde bij de meerderjarigheid of de ontvoogding van de jongere. Het strekt zich niet uit tot de goederen welke de kinderen door afzonderlijke arbeid en nijverheid verwerven, noch tot die welke hun geschonken of vermaakt worden onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat de ouders daarvan het genot niet zullen hebben.

[4] Artikel 143 van het WIB 92 (inkomsten 2020).

[5] Volgens de wet van 27 februari 1987.

[6] Artikel 142 van het WIB 92 (inkomsten 2020).

 

Securex Sociaal Secretariaat - Legal 13-07-2020